Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 19 mei 2004
gepubliceerd op 28 juni 2004

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen, tot oprichting van een vakbondsafvaardiging in de sociale werkplaatsen erkend door de Vlaamse Gemeenschap

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004200959
pub.
28/06/2004
prom.
19/05/2004
ELI
eli/besluit/2004/05/19/2004200959/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

19 MEI 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen, tot oprichting van een vakbondsafvaardiging in de sociale werkplaatsen erkend door de Vlaamse Gemeenschap (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2003, gesloten in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen, tot oprichting van een vakbondsafvaardiging in de sociale werkplaatsen erkend door de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 mei 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 2003 Oprichting van een vakbondsafvaardiging in de sociale werkplaatsen erkend door de Vlaamse Gemeenschap (Overeenkomst geregistreerd op 20 mei 2003 onder het nummer 66257/CO/327) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de sociale werkplaatsen, die ressorteren onder het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen, en die erkend zijn door de Vlaamse gemeenschap.

Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendenpersoneel. HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen

Art. 2.Onverminderd de beschikkingen van de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op 24 mei 1971 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardigingen van het personeel der ondernemingen, aangevuld bij collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1971, verklaren de ondertekende werkgevers- en werknemersorganisaties die zijn vertegenwoordigd in het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen dat de essentiële beginselen betreffende de bevoegdheid en de werkingsmodaliteiten van de vakbondsafvaardiging van het personeel worden bepaald door deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 3.De werknemers erkennen de noodzakelijkheid van een wettig gezag van de ondernemingshoofden en zij maken er een erepunt van hun werk plichtsgetrouw uit te voeren.

De werkgevers eerbiedigen de waardigheid van de werknemers en zij maken er een erepunt van hen met rechtvaardigheid te behandelen. In het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst verbinden zij er zich toe, hun vrijheid van vereniging en de vrije ontplooiing van hun organisatie direct noch indirect te hinderen.

Art. 4.De werkgeversorganisaties verbinden zich toe aan hun aangeslotenen aan te bevelen, op het personeel geen enkele druk uit te oefenen om hen te beletten bij een vakbond aan te sluiten.

Art. 5.De organisaties verbinden er zich toe aan hun aangesloten leden aan te bevelen : - respectievelijk de ondernemingshoofden en de vakbondsafgevaardigden te verzoeken in alle omstandigheden blijk te geven van zin voor rechtvaardigheid, billijkheid en verzoening die bepalend zijn voor de goede sociale verhoudingen in de onderneming; - erover te waken dat dezelfde personen de sociale wetgeving, de collectieve arbeidsovereenkomsten en het arbeidsreglement naleven en hun inspanningen bundelen ten einde de naleving ervan te verzekeren.

Art. 6.De werkgevers erkennen dat het bij een vakbond aangesloten personeel bij hen vertegenwoordigd is door een vakbondsafvaardiging, waarvan de leden onder de werknemers van de onderneming worden aangewezen of verkozen, door de werknemersorganisaties.

Art. 7.De werknemersorganisaties verbinden er zich toe aan hun aangesloten organisaties aan te bevelen zich onderling akkoord te stellen en daartoe eventueel beroep te doen op het verzoeningsinitiatief van de voorzitter van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen voor het aanwijzen of het verkiezen van een gemeenschappelijke vakbondsafvaardiging in de werkplaats, rekening houdend met het aantal leden en de modaliteiten waaruit zij moet samengesteld zijn.

De werknemersorganisaties zullen erover waken dat de aangewezen of voor verkiezing voorgedragen kandidaten, worden verkozen of aangeduid op grond van hun gezag en competenties, waarvoor zij in het uitvoeren van hun functies moeten beschikken.

De werknemersorganisaties verbinden er zich er toe vakbondsafgevaardigden aan te wijzen onder de vertegenwoordigers van de werknemers die verkozen zijn voor de ondernemingsraad of het comité voor preventie en bescherming op het werk, met uitzondering van de ondernemingen die minder dan 50 werknemers tewerkstellen, zoals bepaald in artikel 11 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

In geval een syndicale organisatie geen verkozen leden heeft in de ondernemingsraad of het comité voor preventie en veiligheid, dan kunnen zij in de vakbondsafvaardiging een werknemer voordragen die kandidaat is geweest bij de sociale verkiezingen, voorzover de modaliteiten van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden gevolgd.

In de sociale werkplaatsen waar geen ondernemingsraad of comité voor preventie en veiligheid bestaat mag een ander personeelslid worden voorgedragen als kandidaat. HOOFDSTUK III. - Oprichting en samenstelling van de vakbondsafvaardiging

Art. 8.De representatieve werknemersorganisaties hebben het recht kandidaten voor te dragen voor de aanduiding van een vakbondsafvaardiging.

Art. 9.A. Een vakbondsafvaardiging kan worden opgericht wanneer de juridische entiteit gedurende de zes maanden voor de aanvang tot oprichting van een vakbondsafvaardiging, ten minste over een gemiddelde bezetting van 25 tewerkgestelde personen beschikt.

B. Onder "tewerkgestelde personen", wordt verstaan : al de personeelsleden die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst met de sociale werkplaats.

Art. 10.Wanneer één of meerdere werknemersorganisaties menen dat de voorwaarden voorzien onder artikel 9 vervuld zijn, kunnen zij het voornemen tot oprichting van een vakbondsafvaardiging per aangetekend schrijven aan de werkgever richten. In geval slechts één werknemersorganisatie deze aanvraag indient, verwittigt zij ervan schriftelijk en gelijktijdig de andere werknemersorganisaties. In deze brief moeten de werknemersorganisaties naar de beschikkingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst verwijzen.

De sociale werkplaats moet binnen de 14 dagen aan de vragende organisatie(s) de nominatieve namenlijst en functie van de personeelsleden overmaken die behoren tot leidinggevend personeel zoals voorzien in artikel 12 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 11.De vakbondsafvaardiging wordt samengesteld uit effectieve en plaatsvervangende afgevaardigden, waarvan het aantal als volgt wordt bepaald : a. 25 tot 34 werknemers : 2 effectieve leden;b. 35 tot 49 werknemers : 2 effectieven en 1 plaatsvervanger;c. 50 tot 99 werknemers : 2 effectieven en 2 plaatsvervangers;d. vanaf 100 werknemers en meer : 4 effectieven en 2 plaatsvervangers. Indien het mandaat van een effectieve of plaatsvervangende afgevaardigde om gelijk welke reden een einde neemt tijdens de uitoefening ervan, heeft de werknemersorganisatie waartoe deze afgevaardigde behoort, het recht de persoon aan te duiden die het mandaat zal voleindigen.

Art. 12.Om als afgevaardigde te mogen fungeren, moeten de personeelsleden aan volgende voorwaarden voldoen op de datum van de aanstelling van de afvaardiging : 1) ten minste 12 maanden anciënniteit hebben in de sociale werkplaats;2) niet in opzeg zijn geplaatst;3) de pensioenleeftijd niet hebben bereikt;4) verbonden zijn met minstens een halftijdse arbeidsovereenkomst;5) in de sociale werkplaats niet met een leidinggevende functie belast zijn, zoals bepaald in artikel 19 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven (Belgisch Staatsblad van 27/28 september 1948) en zijn uitvoeringsbesluiten en in artikel 1 van de wet van 10 juni 1952 betreffende de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen (Belgisch Staatsblad van 19 juni 1952) en zijn uitvoeringsbesluiten. - Indien over dit punt geen overeenstemming wordt bereikt dient de meest gerede partij binnen een termijn van 14 dagen na voordracht van de kandidatuur bij aangetekend schrijven een vraag te richten aan de voorzitter van het verzoeningsbureau dat zich uiterlijk 30 dagen na aanvraag moet uitspreken. - De sociale werkplaatsen moeten, binnen de 14 kalenderdagen na het ontvangen van de aanvraag tot aanstelling van een vakbondsafvaardiging de lijst overmaken aan de representatieve werknemersorganisaties met betrekking tot de functies die behoren tot het leidinggevend personeel. Bij afwezigheid van antwoord binnen de vooropgestelde termijn vervallen de bepalingen van artikel 12, punt 5 van deze overeenkomst.

Art. 13.De plaatsvervanger kan optreden in vervanging van een effectief afgevaardigde : - wanneer de effectief afgevaardigde verhinderd is om op te treden; - wanneer het mandaat van de effectief afgevaardigde ten einde loopt in overeenstemming met artikel 14 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 14.Het mandaat van de afgevaardigde loopt ten einde : 1. uiterlijk 4 maanden na de einddatum van de volgende sociale verkiezingsperiode;2. wanneer de afgevaardigde ophoudt tot het personeel te behoren;3. zodra hij ophoudt te behoren tot de categorie van de werknemers waarvoor hij werd afgevaardigd tenzij de voordragende organisatie het mandaat bevestigt;4. in geval van overlijden;5. in geval van terugtrekking van mandaat door de werknemersorganisatie waarvan de afgevaardigde lid is.

Art. 15.De werknemersorganisaties delen aan de werkgever per aangetekend schrijven de effectieve en plaatsvervangende afgevaardigden mee.

De werkgever beschikt over 14 kalenderdagen om aangetekend en gemotiveerd verzet aan te tekenen tegen een kandidaat, aangeduid door de werknemersorganisatie. Indien er geen akkoord tot stand komt tussen werkgever en werknemersorganisaties wordt beroep gedaan op het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen. HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheid van de syndicale afvaardiging Art 1 6. Deze heeft betrekking op : - de individuele en collectieve arbeidsverhoudingen; - de onderhandelingen met het oog op het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten; - het waken op de toepassing van de sociale wetgeving, van de collectieve arbeidsovereenkomsten, van het arbeidsreglement en de individuele arbeidsovereenkomsten.

Art. 17.Om de informatie van de vakbondsafvaardiging over de financiële situatie van de sociale werkplaats te verzekeren, verbindt de werkgever er zich toe de begroting en de jaarrekening mede te delen, opgesteld op basis van het door de overheid opgelegd boekhoudkundig plan. HOOFDSTUK V. - Werking

Art. 18.De vakbondsafvaardiging kan na raadpleging van de directie mondeling of schriftelijk overgaan tot alle mededelingen die nuttig zijn voor het personeel zonder dat dit de organisatie van het werk mag verstoren. Deze mededelingen moeten van professionele of van syndicale aard zijn.

Art. 19.De informatie en de raadpleging van de personeelsleden door de vakbondsafvaardiging kan gebeuren op algemene personeelsvergaderingen tijdens de diensturen, mits akkoord van de werkgever. Deze laatste mag dit akkoord niet om willekeurige redenen weigeren.

Plaats en tijd worden met de directie minstens vierentwintig uur vooraf besproken.

Art. 20.Ten einde de bijeenkomsten met de directie voor te bereiden kan de vakbondsafvaardiging eveneens vergaderen tijdens de diensturen, volgens praktische schikkingen die bij onderling akkoord worden vastgesteld tussen de directie en de vakbondsafvaardiging.

Ieder lid van de vakbondsafvaardiging beschikt over 2 uren per maand voor deze voorbereidende vergaderingen.

Art. 21.De directie van de sociale werkplaats informeert de vakbondsafvaardiging wanneer belangrijke wijzigingen worden overwogen die rechtstreeks de personeelsproblematiek beïnvloeden.

Art. 22.De directie en de vakbondsafvaardiging gaan de verbintenis aan met elkaar overleg te plegen telkens één van de partijen om een onderhoud verzoekt. Dit onderhoud moet binnen de 8 dagen na de aanvraag plaatsvinden. De uren aan deze vergadering besteed worden als normale arbeidsuren beschouwd.

Art. 23.De vakbondsafgevaardigden kunnen beroep doen op de bijstand van vertegenwoordigers van hun werknemersorganisatie.

De directie kan zich laten bijstaan door vertegenwoordigers van haar werkgeversorganisatie. Indien geen oplossing wordt gevonden kan de directie of de vakbondsafvaardiging beroep doen op de verzoeningsprocedure van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen.

Art. 24.De tussen de vakbondsafvaardiging en de directie gesloten schriftelijke akkoorden worden door de directie van de sociale werkplaats ter kennis gebracht van het personeel door aanplakking in de lokalen van de werkplaats, behalve wanneer het gaat om individuele gevallen.

Art. 25.De mogelijkheid voor de coördinatie tussen de vakbondsafvaardiging van verschillende zetels afhangende van een zelfde werkplaats wordt verzekerd. HOOFDSTUK VI. - Statuut en rol van de afgevaardigde

Art. 26.Het mandaat van de vakbondsafgevaardigde mag geen aanleiding geven tot enige nadelen of speciale voordelen voor diegene die het uitoefent. Dit betekent dat de afgevaardigden recht hebben op de normale promoties van de werknemersgroep waartoe zij behoren.

Art. 27.De afgevaardigde mag niet worden afgedankt om redenen die eigen zijn aan de uitoefening van zijn mandaat.

De werkgever die voornemens is een vakbondsafgevaardigde om gelijk welke reden, met uitzondering van dringende reden, te ontslaan, verwittigt voorafgaandelijk de vakbondsafvaardiging evenals de werknemersorganisatie die de kandidatuur van deze afgevaardigde heeft voorgedragen.

Deze verwittiging gebeurt bij aangetekend schrijven dat uitwerking heeft op de derde dag volgend op de datum van verzending.

De betrokken werknemersorganisatie beschikt over een termijn van zeven dagen om mee te delen dat zij de geldigheid van de voorgenomen afdanking weigert te aanvaarden. Deze mededeling gebeurt bij aangetekend schrijven; de periode van zeven dagen neemt een aanvang op de dag waarop het door de werkgever toegezonden schrijven uitwerking heeft.

Het uitblijven van reactie van de werknemersorganisatie moet worden beschouwd als een aanvaarding van de geldigheid van het voorgenomen ontslag.

Art. 28.Indien de werknemersorganisatie weigert de geldigheid van de voorgenomen afdanking te aanvaarden, heeft de meest gerede partij de mogelijkheid het geval aan het oordeel van het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen voor te leggen.

De maatregel van afdanking mag niet worden uitgevoerd tijdens de duur van de procedure.

Indien het verzoeningsbureau tot geen eenparige beslissing is kunnen komen binnen de 30 dagen van de aanvraag tot tussenkomst, wordt het geschil betreffende de geldigheid van de redenen die door de werkgever werden ingeroepen om de afdanking te verantwoorden, aan de arbeidsrechtbank voorgelegd.

Art. 29.In overeenstemming met artikel 20 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 mei 1971 betreffende het statuut van de syndicale afvaardiging van het personeel der ondernemingen (Belgisch Staatsblad van 1 juli 1971), is de werkgever een forfaitaire vergoeding verschuldigd aan de vakbondsafgevaardigde indien hij : - de werknemer ontslaat zonder de procedure voorzien in artikel 28 van deze collectieve arbeidsovereenkomst na te leven; - indien, op het einde van deze procedure, de geldigheid van de redenen van afdanking door het verzoeningsbureau of door de arbeidsrechtbank niet worden erkend; - indien de werkgever een afgevaardigde heeft ontslagen wegens dringende reden en de arbeidsrechtbank het ontslag ongegrond heeft verklaard; - indien de arbeidsovereenkomst werd beëindigd wegens zware fout van de werkgever die voor de afgevaardigde een reden is tot onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst.

De forfaitaire vergoeding is gelijk aan de bruto-bezoldiging van één jaar, zoals bepaald in voornoemd artikel 20 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 mei 1971, onverminderd de toepassing van de wettelijke beschikkingen inzake de opzeggingsvergoedingen, vastgelegd bij wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978). HOOFDSTUK VII. - Procedure voor het regelen van de sociale geschillen Verplichtingen van de partijen in geval van geschil

Art. 30.In de veronderstelling dat er een probleem oprijst in de betrekkingen tussen de werkgevers en werknemers, moet in eerste instantie in de werkplaats tussen de directe en de vakbondsafvaardiging naar een oplossing worden gezocht.

Art. 31.In geval de onderhandelingen bedoeld in artikel 30 in de werkplaats mislukken, heeft de meest gerede partij de mogelijkheid het geschil aan het oordeel aan het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen voor te leggen.

Art. 32.Wanneer alle pogingen tot onderhandelingen zijn uitgeput en wanneer de werknemersorganisaties overwegen tot staking over te gaan, moeten deze laatste, bij aangetekend schrijven, een stakingsaanzegging van 14 kalenderdagen indienen bij de voorzitter van het paritair comité en bij de werkgever. HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen

Art. 33.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 maart 2003 en is gesloten voor onbepaalde duur.

Zij kan worden opgezegd door elk van de partijen, mits een opzeg van 6 maanden, gericht bij een ter post aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 mei 2004.

De Minister van Werk, F. VANDENBROUCKE

^