Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 19 april 2010
gepubliceerd op 13 juli 2010

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 mei 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf, houdende akkoord van sociale vrede 2009

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2010201904
pub.
13/07/2010
prom.
19/04/2010
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
Document Qrcode

19 APRIL 2010. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 mei 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf, houdende akkoord van sociale vrede 2009 (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 12 mei 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf, houdende akkoord van sociale vrede 2009.

Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 april 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 12 mei 2009 Akkoord van sociale vrede 2009 (Overeenkomst geregistreerd op 5 augustus 2009 onder het nummer 93421/CO/215) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf en op de bedienden die zij tewerkstellen. HOOFDSTUK II. - Duur

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 en bevat de nieuwe afspraken geldend gedurende deze periode. HOOFDSTUK III. - Arbeidsvoorwaarden

Art. 3.§ 1. In de ondernemingen die vóór 1 juni 2009 aan hun bedienden nog een maaltijdcheques toekenden, waarbij de tussenkomst van de werkgever minimaal gelijk was aan 0,91 EUR, wordt met ingang van 1 juni 2009 voor de bedienden een stelsel van maaltijdcheques ingevoerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 19bis, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. De maaltijdcheque zal dan minimaal een nominale waarde van 2,00 EUR per maaltijdcheque hebben, waarbij de tussenkomst van de werkgever 0,91 EUR zal bedragen en de tussenkomst van de werknemer 1,09 EUR zal bedragen.

Deze § 1 is slechts toepasselijk onder de opschortende voorwaarde dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid schriftelijk bevestigd dat deze conform is aan de reglementering met betrekking tot de vrijstelling van bijdragen voor sociale zekerheid op de maaltijdcheques, voorzien in artikel 19bis, § 2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969. § 2. Op ondernemingsvlak kunnen de nodige maatregelen genomen worden om voor de werknemers het aantal maaltijdcheques vast te stellen op basis van de alternatieve telling, zoals bedoeld in artikel 19bis, § 2, 2°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969. § 3. Een aparte collectieve arbeidsovereenkomst zal worden gesloten waarin de modaliteiten van de toekenning van de maaltijdcheque verder worden gespecifieerd. § 4. In afwijking van § 1 van dit artikel kan, in de ondernemingen die reeds maaltijdcheques toekennen met een minimale werkgeversbijdrage van 0,91 EUR per maaltijdcheque, een collectieve arbeidsovereenkomst worden gesloten teneinde een andere bestemming te geven aan de in § 1 van dit artikel bedoelde inspanning.

Art. 4.In het jaar 2009 zal aan de bedienden die in de loop van het beschouwde jaar bij hun werkgever een anciënniteit van 20 jaar of meer bereiken, één betaalde vrije dag worden toegekend ten titel van anciënniteitsverlof.

Derhalve wordt de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2008 betreffende het anciënniteitsverlof aangepast als volgt : - in artikelen 2 worden de woorden "31 december 2008" vervangen door de woorden "31 december 2009"; - in artikel 3 wordt "2008" vervangen door "2008 en 2009"; - in artikel 8 wordt "het jaar 2008" vervangen door "het beschouwde jaar". HOOFDSTUK IV. - Conventioneel voltijds brugpensioen

Art. 5.Het stelsel van het conventioneel voltijds brugpensioen, destijds ingevoerd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 8 april 1981, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 september 1981 en sedertdien verlengd, wordt verder gezet gedurende de periode van 1 juli 2009 tot 30 juni 2011, volgens de voorwaarden bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2007 betreffende het conventioneel brugpensioen.

Derhalve wordt de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2007 betreffende het conventioneel brugpensioen aangepast als volgt : - in de artikelen 2, 3, 4 en 22 worden de woorden "30 juni 2009" vervangen door de woorden "30 juni 2011"; - in artikel 4 worden de woorden "30 juni 2011" vervangen door de woorden "30 juni 2013".

Art. 6.Het stelsel van het conventioneel brugpensioen, ingevoerd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2008 tot invoering van een regeling van conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar na 40 jaar beroepsverleden wordt verder gezet tot 30 juni 2010.

Derhalve wordt de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2008 tot invoering van een regeling van conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar na 40 jaar beroepsverleden aangepast als volgt : - in de artikelen 2, 3, 4 en 22 worden de woorden "30 juni 2009" vervangen door de woorden "30 juni 2010"; - in artikel 4 worden de woorden "30 juni 2011" vervangen door de woorden "30 juni 2012". HOOFDSTUK V. - Halftijds brugpensioen

Art. 7.De collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juni 1997 betreffende het halftijds brugpensioen wordt verlengd tot 31 december 2009.

Derhalve wordt de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juni 1997 betreffende het halftijds brugpensioen aangepast als volgt : - in artikel 27 worden de woorden "31 december 2008" vervangen door de woorden "31 december 2009"; - in artikel 2 worden de woorden "26 juni 2007" vervangen door de woorden "11 december 2007". HOOFDSTUK VI. - Sociaal waarborgfonds

Art. 8.De bestaande afspraken met betrekking tot de statuten van het "Sociaal Waarborgfonds voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf", worden verlengd met één jaar.

Derhalve wordt artikel 3 van de statuten van het "Sociaal Waarborgfonds voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf" vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 april 1979, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf, houdende coördinatie van de statuten van het "Sociaal Waarborgfonds voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf", algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 11 december 1979, laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2008, gewijzigd als volgt : "

Art. 3.Het fonds heeft tot doel : 1° het innen van de bijdragen nodig voor de werking van het fonds;2° aan de bij artikel 6 bedoelde bedienden een aanvullende sociale uitkering toe te kennen en te vereffenen;3° het verrichten van de betaling van de aanvullende vergoeding in het kader van het conventioneel brugpensioen voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2007 betreffende het conventioneel brugpensioen en in de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2008 tot invoering van een regeling van conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar na 40 jaar beroepsverleden, evenals van de bijzondere werkgeversbijdragen, bepaald bij artikel 268 van de programmawet van 22 december 1989 en bij artikel 141 van de programmawet van 29 december 1990;4° het uitkeren van de bijdrage, bedoeld bij artikel 13, § 3 van deze statuten, tot stijving van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf", opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 april 1981, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid voor de bedienden het kleding- en confectiebedrijf en vaststelling van zijn statuten;5° de uitkering te verzekeren van de vergoeding voorzien bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 1994 betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid, laatst gewijzigd door hoofdstuk IX van de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2008 tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 september 2007 houdende akkoord van sociale vrede 2007-2008;6° het financieren van de initiatieven te nemen door de in het paritair comité vertegenwoordigde organismes, met het oog op de sociale- en beroepsopleiding zoals zij door de raad van bestuur van het fonds werden omschreven;7° de uitkering van de bijdrage betaald overeenkomstig artikel 13, § 4, van deze statuten, ter financiering van het Instituut voor Vorming en Onderzoek in de Confectie en ter uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 betreffende vorming en tewerkstelling; 8° het financieren van de codex houdende de collectieve arbeidsovereenkomsten, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf."

Art. 9.In artikel 13 van dezelfde statuten wordt de datum van 30 juni 2009 vervangen door de datum van 30 juni 2010.

Art. 10.Artikel 14 van dezelfde statuten wordt vervangen door volgende bepaling : "Van 1 januari 2001 tot 30 juni 2010 worden de werkgeversbijdragen bepaald op 0,83 pct. van de bruto wedden der bedienden." HOOFDSTUK VII. - Vorming en tewerkstelling

Art. 11.De collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juli 2005 betreffende vorming en tewerkstelling wordt voortgezet tot 31 december 2009.

Derhalve wordt de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 betreffende vorming en tewerkstelling aangepast als volgt : - in de artikelen 2, 5 en 7 worden de woorden "31 december 2008" vervangen door de woorden "31 december 2009"; - in artikel 5 worden de woorden "en 2009" toegevoegd na de woorden "en 2008". HOOFDSTUK VIII. - Sectorale toepassing van collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 77bis, ter en quater

Art. 12.Dit hoofdstuk verwijst naar de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 77bis, ter en quater van de Nationale Arbeidsraad tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking. Het bevat de sectorale invulling van verschillende bepalingen van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 77bis, ter en quater voor de geldigheidsduur van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 13.§ 1. De maximumperiode van één jaar voor de uitoefening van het recht, bedoeld in artikel 3 van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 77bis, ter en quater wordt op vijf jaar behouden voor alle bedienden. § 2. De bedienden die in toepassing an voornoemd artikel 3 tijdskrediet opnemen voor een langere periode van één jaar, kunnen dit vanaf het tweede jaar slechts doen per minimumperiode van één jaar.

Art. 14.De grens van 5 pct., bedoeld in artikel 15 van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 77bis, ter en quater wordt gebracht op 8 pct.

Voor de berekening van deze grens worden alle vormen van tijdskrediet in het kader van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 77bis, ter en quater meegeteld, behalve het tijdskrediet van bedienden die de leeftijd van 54 jaar of ouder hebben bereikt.

Op ondernemingsvlak kan deze grens worden verhoogd mits akkoord van de werkgever en rekening houdend met de mogelijkheden op het vlak van de arbeidsorganisatie.

De toepassing van de modaliteiten van onderhavig artikel kan, in ondernemingen waar reeds een bedrijfsakkoord bestaat, onderhandeld worden.

Art. 15.Gelet op artikel 14bis van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 77bis, ter en quater van de Nationale Arbeidsraad wordt overeen gekomen dat op het niveau van het paritair comité tijdens de duur van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst inspanningen zullen worden gedaan teneinde te vermijden dat het inroepen van het begrip "sleutelfunctie" systematisch zou leiden tot het ontzeggen van het recht van toegang tot het tijdskrediet voor bedienden van 55 jaar of ouder die een sleutelfunctie uitoefenen. HOOFDSTUK IX. - Bijkomende uitkering bestaanszekerheid

Art. 16.In artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 1994 betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid, laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2008, worden de woorden "van 26 juni 2007" vervangen door de woorden : "van 11 december 2007 betreffende het conventioneel brugpensioen en de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2008 tot invoering van een regeling van conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar na 40 jaar beroepsverleden".

Art. 17.In artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 1994 betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid, laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2008, wordt de vierde, de vijfde en de zesde paragraaf aangepast als volgt : " § 4. De maximale bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid bedraagt 4 500 EUR voor bedienden die minstens 50 jaar en nog geen 55 jaar oud zijn op de eerste vergoede werkloosheidsdag en die niet in aanmerking komen voor het brugpensioen overeenkomstig de in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf gesloten collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2007 betreffende het conventioneel brugpensioen of de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2008 tot invoering van een regeling van conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar na 40 jaar beroepsverleden.

Om recht te hebben op deze bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid dienen zij het bewijs te kunnen voorleggen van : - hetzij een ononderbroken tewerkstelling van minstens 2 jaar onmiddellijk voor het ontslag in één of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf; - hetzij een tewerkstelling van minstens 5 jaar tijdens de laatste 10 jaar voorafgaand aan het ontslag in ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf. § 5. De maximale bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid bedraagt 5.500 EUR voor bedienden die minstens 55 jaar oud zijn op de eerste vergoede werkloosheidsdag en die niet in aanmerking komen voor het brugpensioen overeenkomstig de in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf gesloten collectieve arbeidsovereenkomst van 11 december 2007 betreffende het conventioneel brugpensioen of de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2008 tot invoering van een regeling van conventioneel brugpensioen vanaf 56 jaar na 40 jaar beroepsverleden.

Om recht te hebben op deze bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid dienen zij het bewijs te kunnen voorleggen van : - hetzij een ononderbroken tewerkstelling van minstens 2 jaar onmiddellijk voor het ontslag in één of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf; - hetzij een tewerkstelling van minstens 5 jaar tijdens de laatste 10 jaar voorafgaand aan het ontslag in ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf. § 6. Het forfaitaire bedrag per uitbetaling bedraagt 82,63 EUR per maand gedurende de eerste 3 maanden van ononderbroken uitkeringsgerechtigde werkloosheid.

Per bewezen bijkomende periode van 3 maanden ononderbroken uitkeringsgerechtigde werkloosheid wordt een forfaitaire uitbetaling van 247,89 EUR toegekend tot het recht uitgeput is.

Er worden geen andere dan de forfaitaire bedragen van 82,63 EUR en van 247,89 EUR toegekend; dit wil zeggen dat een ontslagen bediende die een langere werkloosheidsperiode van de vereiste minimumduur kan bewijzen doch een niet voldoende lange periode voor een hoger bedrag, geen recht zal hebben op een bijkomend bedrag."

Art. 18.In artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 1994 betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid, laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2008, wordt de einddatum vervangen door de datum van 31 december 2009. HOOFDSTUK X. - Aanvullende sociale toelage

Art. 19.Artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juli 2005 tot vaststelling van het bedrag van de aanvullende sociale toelage, laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2008 wordt vervangen door volgende bepalingen : "Overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van de statuten van het "Sociaal Waarborgfonds voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf", laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 21 mei 2008, wordt het bedrag van de aanvullende sociale toelage, welke elk jaar aan de rechthebbenden wordt toegekend, vastgesteld als volgt : - in 2007, 2008 en 2009 : 127,90 EUR voor bedienden die voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, § 1, § 2 en § 3, van de hoger vermelde statuten; - in 2007, 2008 en 2009 : 37,18 EUR voor de volledig en ononderbroken werkloos gebleven bedienden zoals bepaald bij artikel 6, § 4, van de hoger vermelde statuten."

Art. 20.In artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juli 2005 tot vaststelling van het bedrag van de aanvullende sociale toelage wordt de datum van 31 december 2008 vervangen door de datum van 31 december 2009. HOOFDSTUK XI. - Actualisatie functieclassificatie

Art. 21.Er wordt overeen gekomen om tijdens de duurtijd van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst de hierna volgende functies bijkomend te beschrijven en in te schalen : "bediende voor het opstellen van complexe facturen" en "bediende in de boekhouding".

Tevens zal onderzoek worden verricht met het oog op een beschrijving en inschaling van volgende functies : bediende in het magazijn, "bediende belast met de inbreng van orders", "bediende belast met informatica bijstand"; "ontwerper"; bediende magazijn"; bediende productievoorbereiding"; en "afdelingsverantwoordelijke" voor afdelingen zoals aankoop, planning, inning, verkoop, kwaliteit, informatica. Er zal worden onderzocht in welke mate hiervoor een beroep kan worden gedaan op externe deskundigheid. HOOFDSTUK XII. - Proefperiodes

Art. 22.Een nieuwe proefperiode kan niet voorzien worden in arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur die onmiddellijk volgen op een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of een vervangingsovereenkomst van minstens zes maanden die betrekking had op hetzelfde werk. HOOFDSTUK XIII. - Niet-cumulatie met andere voordelen

Art. 23.In ondernemingen die reeds tussen 1 januari 2009 en de datum van afsluiten van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst voordelen hebben toegekend die minstens gelijk zijn aan de in deze collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen voordelen, dienen deze laatste niet meer te worden toegekend. Ondernemingen die deze laatste bepaling niet hebben toegepast, dienen hun bedrijfspraktijken verder aan te houden. HOOFDSTUK XIV. - Sociale vrede

Art. 24.Tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst waarborgen de ondertekenende partijen de inachtneming van de sociale vrede, hetgeen het volgende inhoudt : 1) alle bepalingen betreffende de wedden en arbeidsvoorwaarden worden stipt nageleefd en kunnen niet in betwisting worden gebracht door de werknemers- of de werkgeversorganisaties, noch door de bedienden of de werkgevers;2) de werknemersorganisaties en de bedienden verbinden er zich toe geen eisen te stellen op nationaal noch op gewestelijk vlak, noch op dat van de onderneming aangezien alle individuele normatieve bepalingen geregeld zijn door onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 april 2010.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET

^