Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 18 maart 2015
gepubliceerd op 26 maart 2015

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2013 tot vaststelling van de door de werkgevers in 2014 en 2015 te betalen bijdrage ter financiering van het outplacement voor sommige oudere werknemers

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2015200734
pub.
26/03/2015
prom.
18/03/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

18 MAART 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2013 tot vaststelling van de door de werkgevers in 2014 en 2015 te betalen bijdrage ter financiering van het outplacement voor sommige oudere werknemers (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de socioculturele sector;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de socioculturele sector, betreffende de wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2013 tot vaststelling van de door de werkgevers in 2014 en 2015 te betalen bijdrage ter financiering van het outplacement voor sommige oudere werknemers.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 maart 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage

Paritair Comité voor de socioculturele sector Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014 Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2013 tot vaststelling van de door de werkgevers in 2014 en 2015 te betalen bijdrage ter financiering van het outplacement voor sommige oudere werknemers (Overeenkomst geregistreerd op 7 juli 2014 onder het nummer 122051/CO/329) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de organisaties van de socioculturele sector die onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de socio-culturele sector en die : 1. ofwel hun maatschappelijke zetel in het Waalse Gewest hebben;2. ofwel hun maatschappelijke zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben en erkend zijn en/of gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap en/of door de Franse Gemeenschapscommissie of die, naargelang van het geval, beschouwd dienen te worden exclusief onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap te vallen, met inbegrip van de uitoefening van de bevoegdheden die, wegens hun werking of hun organisatie, aan het Waalse Gewest of de Franse Gemeenschapscommissie werden overgedragen;3. ofwel opgericht zijn als een organisatie (vereniging zonder winstoogmerk, internationale stichting of vereniging) naar buitenlands recht en die hun werkingscentrum in het Waalse Gewest hebben.

Art. 2.Onder "werknemers" wordt het mannelijk en vrouwelijk arbeiders- en bediendepersoneel verstaan. HOOFDSTUK II. - Bijdrage

Art. 3.De tekst van artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2013 (nr. 119804) tot vaststelling van de door de werkgevers in 2014 en 2015 te betalen bijdrage ter financiering van het outplacement voor sommige oudere werknemers, wordt vervangen door de volgende tekst : "De werkgever moet voor elk kwartaal van 2014 aan het hierna genoemd fonds voor bestaanszekerheid een bijdrage betalen van 0,045 pct., berekend op basis van de aan hun werknemers betaalde brutolonen. Deze bijdrage is bestemd ter financiering van het outplacement voor sommige oudere werknemers, zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 oktober 2009 houdende organisatie van het recht op outplacement voor bepaalde oudere werknemers, gesloten in Paritair Comité voor de socioculturele sector (registratienr. : 96083/CO/329).

Bovendien moet de werkgever, uitsluitend voor het jaar 2014, voor elk kwartaal aan het hieronder genoemd fonds voor bestaanszekerheid een bijdrage betalen van 0,025 pct., berekend op basis van de aan hun werknemers betaalde brutolonen. Deze aanvullende bijdrage is bestemd ter financiering van de extra kosten voor het outplacement voor 2012 en 2013, bij toepassing van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juli 2012 tot vaststelling van het bedrag van de door de werkgevers te betalen bijdrage ter financiering van het outplacement van bepaalde oudere werknemers in 2012 en 2013 (registratienr. : 110531/CO/329).

Bovendien moet de werkgever uitsluitend voor het jaar 2014, voor het derde en vierde kwartaal aan het hieronder genoemd fonds voor bestaanszekerheid ook een bijdrage betalen van 0,02 pct., berekend op basis van de aan hun werknemers betaalde brutolonen. Deze aanvullende bijdrage is bestemd ter financiering van het outplacement, gelet op de uitbreiding ingevoerd bij de wet van 26 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013012289 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen sluiten betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden.

Voor 2015 moet de werkgever voor elk kwartaal aan het hieronder genoemde fonds voor bestaanszekerheid een bijdrage betalen van 0,06 pct., berekend op basis van de aan hun werknemers betaalde brutolonen.

Deze bijdrage is bestemd om de gehele outplacementregeling te financieren, zoals voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 oktober 2009 houdende organisatie van het recht op outplacement voor sommige oudere werknemers (registratienr. : 96083/CO/329), gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de socio-culturele sector.

Bovendien moet de werkgever, uitsluitend in 2015, voor het eerste en tweede kwartaal aan het hieronder genoemd fonds voor bestaanszekerheid ook een bijdrage betalen van 0,01 pct., berekend op basis van de aan hun werknemers betaalde brutolonen. Deze aanvullende bijdrage is bestemd ter financiering van de inhaaloperatie met betrekking tot de bijdragen voor 2014, gelet op de uitbreiding van het outplacement ingevoerd bij de wet van 26 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013012289 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen sluiten betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden.

Deze bijdragen moeten worden betaald op hetzelfde moment als de sociale bijdragen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Commentaar bij artikel 3 : De totale door de RSZ te innen bijdragen bedragen aldus : - 0,07 pct. voor de eerste 2 kwartalen van 2014; - 0,09 pct. voor het 3de en 4de kwartaal van 2014; - 0,07 pct. voor de eerste 2 kwartalen van 2015; - 0,06 pct. voor het 3de en 4de kwartaal van 2015.".

Art. 4.De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid wordt belast met de inning van de in artikel 3 bepaalde bijdragen bij de werkgevers van de organisaties of instellingen die onder de bevoegdheid van het Paritair Subcomité voor de socioculturele sector van de Franstalige en Duitstalige Gemeenschap en het Waalse Gewest vallen en de doorstorting ervan naar het fonds voor bestaanszekerheid, "Fonds social du secteur socio-culturel des Communautés française et germanophone" genoemd, met maatschappelijke zetel Handelskaai 48 te 1000 Brussel. HOOFDSTUK III. - Duur

Art. 5.De partijen komen overeen dat deze bijdrage bestemd is om de kosten te dekken van de voorziening in de zin van artikel 7, § 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 maart 1997 (registratienr. : 44408/CO/329) tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid voor de sociaalculturele sector van de Franse en de Duitstalige Gemeenschap en tot vaststelling van zijn statuten, zoals gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 maart 2009 (registratienr. : 91908/CO/329), gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014; de bijdrage zal waar nodig worden aangepast zodat deze kosten worden gedekt indien het bedrag dat daartoe is vrijgemaakt bij het "Sociaal Fonds van de socioculturele sector van de Franstalige en de Duitstalige Gemeenschap" onvoldoende of te groot blijkt om de uitgaven voor de betreffende jaren te dekken.

Art. 6.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor bepaalde duur. Zij treedt in werking op de datum dat zij wordt gesloten en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2015.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 maart 2015.

De Minister van Werk, K. PEETERS

^