Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 18 juli 2002
gepubliceerd op 13 augustus 2002

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
2002022645
pub.
13/08/2002
prom.
18/07/2002
ELI
eli/besluit/2002/07/18/2002022645/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

18 JULI 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 8 juli 1964 op de dringende geneeskundige hulpverlening, inzonderheid op artikel 1, derde lid, vervangen bij de wet van 22 februari 1998;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 maart 2002;

Gelet op het verzoek tot spoedbehandeling, gemotiveerd door het feit dat de huidige regeling inzake programmatie en erkenningsnormen voor de functie « mobiele urgentiegroep » en de fusie van de ziekenhuizen, in uitvoering van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, enerzijds, en de reglementering inzake de uitvoering van de wet van 8 juli 1964 op de dringende geneeskundige hulpverlening, anderzijds, niet de mogelijkheid biedt tot het garanderen van een voldoende aantal en een adequate spreiding van de mobiele urgentiegroepen over het territorium van het gehele Rijk; dat een recente statistische studie heeft uitgewezen overeenkomstig welke criteria de mobiele urgentiegroepen, in uitvoering van beide voornoemde wetten, zouden moeten worden toegewezen; dat dienvolgens, en gelet op de zware gevolgen die een onvoldoende aantal en gebrekkige spreiding van de mobiele urgentiegroepen kan hebben, bij absolute hoogdringendheid de voornoemde reglementeringen moeten worden aangepast; dat de Ministerraad op 7 juni 2002 het ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de maatregelen inzake het maximumaantal en tot vaststelling van de programmatiecriteria die van toepassing zijn op de functie « mobiele urgentiegroep », heeft goedgekeurd; dat dit ontwerp bij toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, voor advies is overgemaakt; dat de nieuwe programmatiecriteria echter niet zullen kunnen worden toegepast zonder een aanpassing van de andere elementen van voornoemde reglementering; dat derhalve de aanpassing van onder meer het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel, bij absolute hoogdringendheid geboden is;

Gelet op het advies van de Raad van State nr. 33.706/3, gegeven op 26 juni 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 6bis van het koninklijk besluit van 2 april 1965, houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 oktober 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht 1° § 1, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art.6bis, § 1. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, neemt de functies « mobiele urgentiegroep » op in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening voorzover deze voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° Tegelijkertijd worden de bedoelde functies erkend door de bevoegde overheid, bij toepassing van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » (MUG) moeten voldoen om te worden erkend;2° De doelstellingen van de wet van 8 juli 1964 en diens uitvoeringsbesluiten, zoals inzonderheid het waarborgen van een onmiddellijke verzorging aan het slachtoffer of de zieken, het bestrijken door de interventiezones van het volledige gebied van het Rijk dienen te worden nageleefd;3° Onverminderd de programmatiecriteria die van toepassing zijn op de functie « mobiele urgentiegroep », dient een optimale spreiding te worden gegarandeerd opdat een zo groot mogelijk gedeelte van de bevolking via de weg en aan de maximum toegelaten snelheid kan worden bereikt binnen een tijdsspanne van 10 minuten en, subsidiair, een zo klein mogelijk gedeelte van de bevolking op dezelfde wijze niet kan worden bereikt binnen een tijdsspanne van meer dan 15 minuten. Bij de opname in de dringende geneeskundige hulpverlening, bepaalt de Minister de vertrekplaats en de interventiezone van bedoelde mobiele urgentiegroep. » 2° In § 2, wordt het eerste lid opgeheven.3° § 3, wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 3.De in § 1 bedoelde opnames in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening worden door de Minister ingetrokken wanneer : 1° de bedoelde mobiele urgentiegroep de voorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid, of de protocols zoals bedoeld in dit besluit, miskent;2° de mobiele urgentiegroep de erkenningsnormen voor de functie « mobiele urgentiegroep » (MUG) miskent.».

Art. 2.In artikel 6ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juli 1999, worden de woorden « in het ambtsgebied van de Commissie » geschrapt.

Art. 3.In artikel 6quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 juli 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In § 1 worden de woorden « vastgesteld in het akkoord bedoeld in artikel 4, eerste lid, 5°, van voornoemd koninklijk besluit van 10 augustus 1998 of in de beslissing van de Minister bedoeld in artikel 6bis , § 4, derde lid » vervangen door de woorden « vastgesteld door de Minister bij toepassing van artikel 6bis »;2° In § 2 worden de woorden « In de gevallen bedoeld in artikel 6bis, § 3 », vervangen door de woorden « Telkens een wijziging plaatsvindt inzake erkenning of opname in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening van spoedgevallendiensten of mobiele urgentiegroepen.»

Art. 4.Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Binnenlandse Zaken zijn, ieder wat hen betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 juli 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, Mevr. M. AELVOET De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE

^