Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 17 september 2000
gepubliceerd op 27 september 2000

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 137, 157 en 159 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen

bron
ministerie van middenstand en landbouw
numac
2000022716
pub.
27/09/2000
prom.
17/09/2000
ELI
eli/besluit/2000/09/17/2000022716/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 SEPTEMBER 2000. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 137, 157 en 159 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, inzonderheid op de artikelen 31, 6°, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 416 van 16 juli 1986, en 34, vervangen bij de wet van 6 februari 1976 en gewijzigd bij de wet van 29 februari 1988;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, inzonderheid op de artikelen 137, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 februari 1976, 20 september 1984 en 11 april 1994, 157, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 september 1984 en 8 augustus 1986, en 159, § 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 augustus 1978 en 8 augustus 1986;

Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 5 september 1997;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 4 november 1997;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de rustpensioenen, overlevingspensioenen, pensioenen van uit de echt gescheiden echtgenoot en de uitkeringen als van tafel en bed of feitelijk gescheiden echtgenoot ten laste van de regeling voor zelfstandigen overeenkomstig artikel 34 van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen uitbetaald worden door de Rijksdienst voor Pensioenen, voor rekening van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;

Overwegende dat het koninklijk besluit van 21 januari 2000 tot wijziging van de artikelen 66, 67 en 72 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers een aantal wijzigingen aanbrengt aan de bepalingen inzake de betaling van de uitkeringen ten laste van de pensioenregeling voor werknemers, inzonderheid inzake de uitkering in geval van overlijden van vervallen en niet betaalde termijnen;

Overwegende dat het derhalve past in de pensioenregeling voor zelfstandigen gelijkaardige wijzigingen aan te brengen;

Overwegende dat het voormelde koninklijk besluit van 21 januari 2000 in werking getreden is op 1 maart 2000;

Overwegende dat dringend de nodige maatregelen genomen moeten worden opdat de Rijksdienst voor pensioenen de wijzigingen met betrekking tot de pensioenregeling voor zelfstandigen zou kunnen toepassen met uitwerking vanaf 1 maart 2000;

Op de voordracht van Onze Minister van Pensioenen en van Onze Minister van Middenstand, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 137 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen wordt vervangen als volgt : «

Art. 137.De rust- en overlevingspensioenen en het pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot worden bij twaalfden verworven en zijn betaalbaar per maand, samen met de ermee gepaard gaande uitkeringen.

De betaling van deze uitkeringen gebeurt door middel van postassignaties waarvan het bedrag betaalbaar is op de hoofdverblijfplaats en in handen van de gerechtigde. Op schriftelijk verzoek van de betrokkene aan de Rijksdienst voor Pensioenen kan van deze verplichting afgeweken worden.

De betaling kan geschieden volgens andere modaliteiten die door Ons worden bepaald. ».

Art. 2.Artikel 157 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Artikel 157.In geval van overlijden van een gerechtigde op een rustpensioen, een overlevingspensioen, een pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot of op een uitkering als van tafel en bed of feitelijk gescheiden echtgenoot, worden de vervallen en op de dag van het overlijden niet betaalde termijnen ambtshalve uitgekeerd, naargelang van het geval : 1° aan de overlevende echtgenoot, op voorwaarde dat de echtgenoten op het ogenblik van het overlijden van de gerechtigde niet van tafel en bed gescheiden noch feitelijk gescheiden zijn zoals bedoeld in artikel 99;2° bij ontstentenis van de echtgenoot bedoeld in 1°, aan de kinderen met wie de gerechtigde samenleefde op het ogenblik van zijn overlijden.Deze laatsten kunnen slechts aanspraak maken op de termijnen voor de maand van het overlijden voor zover de gerechtigde niet overleden was op de uitgiftedatum van de postassignatie of, bij betaling op een persoonlijke rekening bij een financiële instelling, op de in het nationaal compensatiesysteem geldende uitvoeringsdatum. ».

Art. 3.Artikel 159, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. Bij overlijden van een gerechtigde bedoeld bij artikel 157 en bij ontstentenis van de bij hetzelfde artikel bedoelde rechthebbenden, worden de vervallen en op de dag van het overlijden niet betaalde termijnen, met inbegrip van deze voor de maand van het overlijden voor zover de gerechtigde niet overleden was op de uitgiftedatum van de postassignatie of, bij betaling op een persoonlijke rekening bij een financiële instelling, op de in het nationaal compensatiesysteem geldende uitvoeringsdatum, uitgekeerd in de hiernavolgende orde : 1° aan iedere persoon met wie de gerechtigde samenleefde op het ogenblik van zijn overlijden;2° aan de persoon die in de verplegingskosten is tussengekomen;3° aan de persoon die de begrafeniskosten heeft betaald. Elke in deze paragraaf bedoelde persoon kan op de termijnen slechts aanspraak maken bij ontstentenis van een aanvragende rechthebbende van een vorige rang. » .

Art. 4.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2000.

Art. 5.Onze Minister van Pensioenen en Onze Minister van Middenstand zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 september 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Pensioenen, F. VANDENBROUCKE De Minister van Middenstand, J. GABRIELS

^