Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 17 januari 2000
gepubliceerd op 28 januari 2000

Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 2 van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen

bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
numac
2000022082
pub.
28/01/2000
prom.
17/01/2000
ELI
eli/besluit/2000/01/17/2000022082/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 JANUARI 2000. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 2 van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor sociale zekerheid, gegeven op 29 oktober 1999;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 oktober 1999;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 28 oktober 1999;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat onderhavige bepalingen op 1 januari 2000 in werking treden, zodat, enerzijds, de betrokken werkgevers zo snel mogelijk alle zekerheid moeten bekomen over de toepassing van deze vermindering vanaf deze datum en, anderzijds, de Rijksdienst voor sociale zekerheid ook op een vaststaande manier zo snel mogelijk moet weten op basis van welke praktische modaliteiten die voor de vermindering werden gekozen, hij zijn instructies kan opmaken en informaticaprogramma's voor controle en berekening van deze vermindering kan ontwikkelen;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 21 december 1999, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid en van Onze Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.§ 1. Voor de berekening van de vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid bepaald bij artikel 2 van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen, wordt verstaan onder : 1° de factoren die betrekking hebben op de arbeidsduur : J = het aantal arbeidsdagen bedoeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, met uitsluiting van de vakantiedagen voor handarbeiders en de dagen gedekt door een verbrekingsvergoeding. H = het aantal voor een deeltijdse werknemer aangegeven arbeidsuren overeenkomstig de hierboven gedefinieerde factor J. D = het maximumaantal arbeidsdagen voor de betrokken maand in de onderneming en in de betrokken werktijdregeling (werktijdregeling van 5 dagen per week en andere werktijdregeling voor werknemers die gemiddeld meer dan 5 dagen per week werken).

U = het aantal arbeidsuren voor de betrokken maand van een voltijdse werknemer die hetzelfde werk in dezelfde onderneming of, bij ontstentenis, in dezelfde sector verricht.

In afwijking van artikel 24, 1°, a) van het voornoemd besluit van 28 november 1969 wordt het aantal arbeidsdagen dat wordt gedefinieerd als de factor J, wanneer de wekelijkse arbeid van de voltijdse werknemer gemiddeld gespreid is over minder dan vijf dagen per week, verkregen door voor de betrokken maand het aantal dagen effectieve arbeid te vermenigvuldigen met 5 en te delen door het aantal dagen per week gedurende dewelke de werknemer wordt geacht normaal te werken, en het resultaat van deze deling af te ronden tot de hogere eenheid. In dit geval wordt de factor D verkregen door, voor de betrokken maand, het aantal dagen gedurende dewelke de werknemer wordt geacht normaal arbeid te verrichten, te vermenigvuldigen met 5 en te delen door het aantal dagen per week gedurende dewelke de werknemer wordt geacht normaal te werken, en het resultaat van deze deling af te ronden tot de hogere eenheid.

Voltijdse werknemer met volledige prestaties : de voltijds tewerkgestelde werknemer voor wie J gelijk is aan D. Voltijdse werknemer met onvolledige prestaties : de voltijds tewerkgestelde werknemer voor wie J kleiner is dan D. Deeltijdse werknemer : de werknemer wiens wekelijkse arbeidsduur lager is dan bij een voltijdse werknemer van dezelfde categorie in dezelfde onderneming.

De werknemers die bij een werkgever gedurende een maand gedeeltelijk voltijds en gedeeltelijk deeltijds zijn tewerkgesteld, moeten bij de berekening van onderhavige vermindering van de persoonlijke bijdragen voor deze gehele maand als deeltijdse werknemers worden beschouwd.

De werknemers die in dienst worden genomen door een uitzendbureau om hen ter beschikking te stellen ten behoeve van gebruikers, overeenkomstig de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, moeten tijdens de gehele maand worden beschouwd als deeltijdse werknemers bij de berekening van onderhavige vermindering van de persoonlijke bijdragen.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2000.

Art. 3.Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 januari 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE

^