Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 15 juli 2018
gepubliceerd op 13 augustus 2018

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 september 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2018202268
pub.
13/08/2018
prom.
15/07/2018
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

15 JULI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 september 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de edele metalen;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 september 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 juli 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de edele metalen Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 september 2017 Statuten van het fonds voor bestaanszekerheid (Overeenkomst geregistreerd op 19 oktober 2017 onder het nummer 142124/CO/149.03) In uitvoering van artikel 6 van het nationaal akkoord 2017-2018 van 30 mei 2017.

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de edele metalen.

Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "arbeiders" verstaan : de mannelijk en vrouwelijke werklieden.

Art. 2.De statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid - Edele metalen" zijn bijgevoegd in bijlage.

Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 2017 en is gesloten voor een onbepaalde tijd.

Zij kan door één van de partijen worden opgezegd mits een opzegging van zes maanden betekend bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de edele metalen.

Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 oktober 2015 betreffende de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid - Edele metalen", geregistreerd op 1 februari 2016 onder het nummer 131205/149.03 en gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 2017, geregistreerd op 16 mei 2017 onder het nummer 139304/CO/149.03.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS

Bijlage aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 september 2017, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, betreffende de statuten van het fonds voor bestaanszekerheid STATUTEN VAN HET FONDS HOOFDSTUK I. - Benaming, zetel, opdrachten en duur 1. Benaming Artikel 1.Er wordt een fonds voor bestaanszekerheid opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 1970, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 augustus 1970 (Belgisch Staatsblad van 20 november 1970), genaamd "Fonds voor bestaansekerheid - Edele metalen".

Met "fonds" wordt verder in deze statuten "Fonds voor bestaanszekerheid - Edele metalen" bedoeld. 2. Zetel Art.2. De maatschappelijke zetel van het fonds is gevestigd te 1140 Brussel, Jules Bordetlaan 164. Hij kan, bij beslissing van het Paritair Subcomité voor de edele metalen, naar elke andere plaats in België worden overgebracht. 3. Opdrachten Art.3. Het fonds heeft als opdracht : 3.1. de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren; 3.2. de toekenning en de uitkering van de aanvullende vergoedingen te regelen en te verzekeren; 3.3. de vakbondsvorming van de arbeiders te bevorderen; 3.4. de aanwerving en opleiding van de risicogroepen te bevorderen; 3.5. ten laste nemen van bijzondere bijdragen; 3.6. in functie van de ontwikkeling van een sectoraal opleidingsbeleid, de opleidingsinitiatieven te financieren volgens de door de raad van bestuur vastgelegde regels; 3.7. de inning van de bijdrage voorzien voor de financiering en inrichting van een sectoraal pensioenstelsel. 4. Duur Art.4. Het fonds wordt voor onbepaalde tijd opgericht. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 5.Deze statuten zijn van toepassing op de werkgevers, de arbeiders en de arbeidsters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de edele metalen.

Onder "arbeiders" wordt verstaan : mannelijke en vrouwelijke werklieden. HOOFDSTUK III. - Statutaire opdrachten van het fonds 1. Inning en invordering van de bijdragen Art.6. Het fonds is gelast de inning en de invordering van de bijdragen ten laste van de in artikel 5 bedoelde werkgevers te regelen en te verzekeren. 2. Toekenning en uitkering van aanvullende vergoedingen Vanaf 1 juli 2017 worden alle aanvullende vergoedingen geïndexeerd op basis van de reële loonindexeringen op 1 februari 2016 (0,27 pct.) en op 1 februari 2017 (1,38 pct.).

Door deze berekening worden de aanvullende vergoedingen geïndexeerd met 1,65 pct. 2.1. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid

Art. 7.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben, ten laste van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering of halve werkloosheidsuitkering erkend door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en voorzien in artikel 51 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten (tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen) en in geval van overmacht recht op de vergoeding voorzien in artikel 7, § 2 van deze statuten, voor zover zij volgende voorwaarden vervullen : - Werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; - Op het ogenblik van de werkloosheid in dienst van de werkgever zijn. § 2. Vanaf 1 juli 2017 worden de aanvullende vergoedingen bij tijdelijke werkloosheid geïndexeerd met 1,65 pct. en tegelijkertijd verhoogd.

Hierdoor bedraagt deze aanvullende vergoeding vanaf 1 juli 2017 : - 8,00 EUR per werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; - 4,00 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering. 2.2. Aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid

Art. 8.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben, ten laste van het fonds, voor elke werkloosheidsuitkering recht op de bij artikel 8, § 2 voorziene vergoeding, met een maximum van respectievelijk 200 dagen en 300 dagen per geval al naargelang zij op de eerste werkloosheidsdag minder dan 45 jaar oud zijn of 45 jaar en ouder zijn en voor zover zij volgende voorwaarden vervullen : - Werkloosheidsuitkeringen genieten in toepassing van de wetgeving op de werkloosheidsverzekering; - Door een in artikel 5 bedoelde werkgever ontslagen geweest zijn, zonder op brugpensioen te zijn gesteld; - Op het ogenblik van het ontslag ten minste vijf jaar tewerkgesteld zijn in één of meerdere ondernemingen die onder één van de volgende paritaire comités ressorteren : - voor de ijzernijverheid (Paritair Comité 104); - voor de non-ferro metalen (Paritair Comité 105); - voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritair Comité 111); - voor de sectoren verwant aan de metaal-, machine- en elektrische bouw (Paritaire Subcomités 149.01, 149.02, 149.03 en 149.04); - voor het garagebedrijf (Paritair Comité 112); - voor de terugwinning van metalen (Paritair Subcomité 142.01); - voor de wapensmederij met de hand (Paritair Co mité 147). § 2. Het bedrag van de aanvullende werkloosheidsvergoeding bedraagt vanaf 1 juli 2017 : - 5,78 EUR per volledige werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering; - 2,90 EUR per halve werkloosheidsuitkering betaald in toepassing van de reglementering op de werkloosheidsverzekering. § 3. Elke betaling van de aanvullende vergoeding in geval van volledige werkloosheid aan arbeiders zoals beschreven in dit artikel, na en omwille van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, zal vanaf 1 juli 2015 stopgezet worden.

Na 1 juli 2015 worden enkel nog aanvullende vergoedingen in geval van volledige werkloosheid betaald in volgende gevallen : - Wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (bijvoorbeeld bij einde contract bepaalde duur of duidelijk omschreven werk, ingeval van medische overmacht,...); - Arbeiders die reeds aanvullende vergoedingen bij volledige werkloosheid ontvangen op 30 juni 2015 en hun saldo nog kunnen uitputten.

Art. 9.§ 1. Indien arbeiders op het ogenblik van ontslag de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben, ontvangen zij vanaf 1 juli 2017 een maandelijkse vergoeding van 88,86 EUR vanaf de leeftijd van 57 jaar, na uitputting van de aanvullende vergoeding bij volledige werkloosheid. § 2. Indien arbeiders op het ogenblik van het ontslag de leeftijd van 52 jaar bereikt hebben, en een sectoranciënniteit van 38 jaar of meer kunnen voorleggen, ontvangen zij vanwege het fonds de aanvullende vergoeding volledige werkloosheid, zoals bepaald in artikel 8, § 2 van onderhavige overeenkomst en dit tot de leeftijd van 57 jaar.

Van zodra zij de leeftijd van 57 jaar bereiken, vallen zij terug op de bepalingen van § 1 van onderhavig artikel omtrent de aanvullende vergoeding voor oudere werklozen.

De eventuele periodes gedekt door verbrekingsvergoedingen wegens faling van een werkgever van de sector of sluiting van de onderneming behorende tot de sector, moeten worden meegeteld voor de berekening van de sectoranciënniteit. § 3. Arbeiders die zijn ontslagen en een aanvullende vergoeding ontvangen conform de bepalingen van artikel 9, § 1 en § 2, behouden het recht op deze aanvullende vergoeding : - wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen; - ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend, op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen. § 4. Elke betaling van de aanvullende vergoeding bij volledige werkloosheid aan arbeiders zoals beschreven in dit artikel, na en omwille van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, zal vanaf 1 juli 2015 stopgezet worden.

Na 1 juli 2015 worden enkel nog aanvullende vergoedingen in geval van volledige werkloosheid betaald in volgende gevallen : - Wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van een éénzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (bijvoorbeeld bij einde contract bepaalde duur of duidelijk omschreven werk, ingeval van medische overmacht,...); - Arbeiders die reeds aanvullende vergoedingen bij volledige werkloosheid ontvangen op 30 juni 2015 en hun saldo nog kunnen uitputten. 2.3. Aanvullende ziektevergoeding

Art. 10.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders hebben na tenminste zestig dagen ononderbroken arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval, met uitsluiting van de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van beroepsziekte of arbeidsongeval, recht, ten laste van het fonds, op een vergoeding die de uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering aanvult, voor zover de arbeiders volgende voorwaarden vervullen : - Uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering bij toepassing van de wetgeving ter zake genieten; - Op het ogenblik waarop de ongeschiktheid aanvangt, in dienst van een in artikel 5 bedoelde werkgever zijn. § 2. Vanaf 1 juli 2017 wordt het forfaitair bedrag van de bij artikel 10, § 1 bedoelde vergoeding als volgt vastgesteld : - 85,98 EUR na de eerste 60 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 85,98 EUR na de eerste 120 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 180 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 240 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 300 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 365 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 455 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 545 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 635 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 725 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 815 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 905 dagen ononderbroken ongeschiktheid; - 111,95 EUR na de eerste 995 dagen ononderbroken ongeschiktheid. § 3. De arbeider die minstens 58 jaar oud is op het ogenblik waarop de ongeschiktheid aanvangt, heeft, na uitputting van de voordelen vervat in artikel 10, § 2 en voor zover de ongeschiktheid voortduurt, recht op een driemaandelijkse uitkering van 111,95 EUR en dit tot op het ogenblik dat hij of zij het wettelijk pensioen geniet. De laatste driemaandelijkse uitkering zal, zelfs als het een onvolledige periode van drie maand betreft, volledig uitgekeerd worden. § 4. Een arbeidsongeschiktheid kan, ongeacht de duur ervan, slechts aanleiding geven tot de toekenning van één enkele reeks vergoedingen; het hervallen in eenzelfde ziekte wordt beschouwd als integraal deel uitmakend van de vorige ongeschiktheid wanneer die zich voordoet binnen de eerste veertien dagen volgend op het einde van die periode van arbeidsongeschiktheid. 2.4. Aanvullende vergoeding bij stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

Art. 11.§ 1. In toepassing van en overeenkomstig : - de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten op 19 december 1974 in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 (Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975); - de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten inzake brugpensioen/stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, verzekert het fonds de integrale betaling van de aanvullende vergoeding, met een minimum van 5,78 EUR per dag. § 2. Voor de arbeiders die minder dan 57 jaar oud zijn en die ingevolge een ondernemingsakkoord genieten van een uitbreiding van de voordelen vermeld in voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974, neemt het fonds onder dezelfde voorwaarden als bepaald in artikel 11, § 1 en voor zover de werkgever de bijdrage betaalt zoals bepaald in artikel 27, § 1, de toepassing van voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 op zich en dit vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin de arbeiders 57 jaar worden. § 3. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing in geval van sluiting van ondernemingen, noch in geval van overgang van ondernemingen in de zin van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32 van 28 februari 1978, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 19 april 1978.

In de gevallen voorzien bij het vorige lid kan het fonds voorschotten betalen aan de bruggepensioneerden die hun aanvraag tot brugpensioen indienen bij het Fonds voor vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers bij toepassing van artikel 4 van de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers. Deze voorschotten zijn toegekend vooraleer het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers zijn verplichtingen werkelijk uitvoert. § 4. De vergoedingen voorzien in § 1 zijn niet cumuleerbaar met de vergoedingen voorzien in artikelen 8 en 9. § 5. Onder de voorwaarden bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 en volgens de daarin bepaalde modaliteiten behouden de arbeiders die zijn ontslagen met het oog op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomsten of in het kader van een op ondernemingsniveau gesloten collectieve arbeidsovereenkomst inzake stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag het recht op de aanvullende vergoeding : - wanneer ze het werk hervatten als loontrekkende bij een andere werkgever dan de werkgever die hen heeft ontslagen en die niet behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen; - ingeval een zelfstandige activiteit in hoofdberoep wordt uitgeoefend, op voorwaarde dat die activiteit niet wordt uitgeoefend voor rekening van de werkgever die hen heeft ontslagen of voor rekening van een werkgever die behoort tot dezelfde technische bedrijfseenheid als de werkgever die hen heeft ontslagen. § 6. Indien een arbeider in het kader van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag zijn rechten hieromtrent bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening heeft vastgeklikt, wordt ook de uitbetaling van de aanvullende vergoeding in dit kader bij het sociaal fonds vastgeklikt. 2.5. Aanvullende vergoeding bij vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking

Art. 12.In toepassing en overeenkomstig : - de bepalingen opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 van 13 juli 1993, gesloten in de Nationale Arbeidsraad en algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993, tot instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers, in geval van halvering van de arbeidsprestaties, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 55bis van 7 februari 1995 en nr. 55ter van 10 maart 1998, verzekert het fonds de integrale betaling van de aanvullende vergoeding, met een minimum van 5,69 EUR per dag. 2.6. Syndicale premie

Art. 13.§ 1. De bij artikel 5 bedoelde arbeiders, die sedert ten minste één jaar lid zijn van één van de representatieve interprofessionele werknemersorganisaties welke op nationaal niveau verbonden zijn, hebben recht op een syndicale premie, voor zover zij op 1 oktober van het lopende jaar ingeschreven zijn in het personeelsregister van de bij hetzelfde artikel 5 bedoelde ondernemingen. § 2. Het bedrag van de bij artikel 13, § 1 bedoelde syndicale premie wordt vastgelegd in een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst. 2.7. Betalingsmodaliteiten van de bovengenoemde aanvullende vergoedingen

Art. 14.§ 1. De in artikelen 7 (aanvullende werkloosheidsvergoeding bij tijdelijke werkloosheid), 8 en 9 (aanvullende werkloosheidsvergoeding bij volledige werkloosheid), 10 (aanvullende ziektevergoeding), 11 (aanvullende vergoeding bij stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag) en 12 (aanvullende vergoeding bij vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking) bedoelde vergoedingen worden rechtstreeks door het fonds aan de betrokken arbeiders uitbetaald, voor zover zij het bewijs leveren dat zij recht hebben op de vergoedingen voorzien in voormelde artikelen. § 2. De in artikel 13 (syndicale premie) bedoelde vergoeding wordt uitbetaald door de representatieve professionele werknemersorganisaties die nationaal georganiseerd zijn.

Art. 15.De raad van bestuur bepaalt de datum en de modaliteiten van de betaling van de door het fonds toegekende vergoedingen; in geen geval mag de betaling van de vergoeding afhankelijk zijn van de storting der bijdragen welke door de aan het fonds onderworpen werkgevers verschuldigd zijn. 3. Bevorderen van de vakbondsvorming Art.16. Op verzoek van de werkgevers die het voorschot hebben uitbetaald, betaalt het fonds de uitbetaalde lonen terug (vermeerderd met de patronale bijdragen) van de werklieden die afwezig waren in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 1972, gesloten in het Nationaal Paritair Comité voor de sectoren welke aan de metaal-, machine en elektrische bouw verwant zijn, betreffende de syndicale vorming van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van uurwerkmakerij, bijouterie, edelsmeed- en juwelierskunst, alsook de groot- en kleinhandel in de uurwerkmakerij, bijouterie, edelsmeed- en juwelierskunst, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 7 maart 1973 (Belgisch Staatsblad van 27 april 1973).

Art. 17.Het bedrag dat bestemd is voor de organisatie van deze vakbondsvorming wordt jaarlijks vastgesteld door de raad van bestuur van het fonds. 4. Financiering van opleidingsinitiatieven Art.18. Het fonds financiert de opleidingsinitiatieven volgens de door de raad van bestuur vastgelegde regels. 5. Ten laste nemen van bijzondere bijdragen Art.19. De bijzondere werkgeversbijdragen op het conventioneel stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, ingevoerd door het koninklijk besluit van 29 maart 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/03/2010 pub. 31/03/2010 numac 2010201753 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot uitvoering van het hoofdstuk 6 van Titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen , betreffende sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen verschuldigd op brugpensioenen, op aanvullende vergoedingen bij sommige sociale zekerheidsuitkeringen en op invaliditeitsuitkeringen sluiten tot uitvoering van het hoofdstuk 6 van titel XI van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen betreffende de sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen verschuldigd op brugpensioenen/stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, op aanvullende vergoedingen bij sommige sociale zekerheidsuitkeringen en op invaliditeitsuitkeringen (Belgisch Staatsblad van 31 maart 2010), worden door het fonds ten laste genomen.

De bijzondere bijdragen worden ten laste genomen onder de voorwaarden zoals opgenomen in bovenvermeld koninklijk besluit en worden ten laste genomen tot de oppensioenstelling van de arbeiders.

Art. 20.De raad van bestuur van het fonds bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van artikel 19. 6. Algemene bepaling Art.21. De voorwaarden van toekenning van de vergoedingen welke door het fonds worden verleend, evenals het bedrag, kunnen gewijzigd worden op voorstel van de raad van bestuur bij collectieve arbeidsovereenkomst van het Paritair Subcomité voor de edele metalen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit. HOOFDSTUK IV. - Beheer van het fonds

Art. 22.Het fonds wordt beheerd door een raad van bestuur, paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties.

De raad van bestuur bestaat uit twaalf leden, hetzij zes vertegenwoordigers van de werkgevers en zes vertegenwoordigers van de werknemers.

De leden van de raad van bestuur worden door het Paritair Subcomité voor de edele metalen benoemd.

Art. 23.Elk jaar duidt de raad van bestuur onder zijn leden één voorzitter en drie ondervoorzitters aan.

Het voorzitterschap en het eerste ondervoorzitterschap wordt beurtelings door de werkgevers- en de werknemersafgevaardigden waargenomen.

De tweede ondervoorzitter behoort tot de werknemersgroep en de derde tot de werkgeversgroep.

Art. 24.De raad van bestuur wordt door zijn voorzitter bijeengeroepen. De voorzitter is ertoe gehouden de raad tenminste éénmaal per semester bijeen te roepen en telkens wanneer tenminste twee leden van de raad erom verzoeken. De uitnodiging vermeldt de agenda.

De notulen worden door de door de raad van bestuur aangeduide secretaris opgesteld en door de voorzitter van de vergadering ondertekend.

De uittreksels uit deze notulen worden door de voorzitter of twee bestuurders ondertekend.

Wanneer tot de stemming moet worden overgegaan, dient een gelijk aantal leden van elke afvaardiging aan de stemming deel te nemen. Is het aantal ongelijk, dan onthoudt (onthouden) zich het jongste lid (de jongste leden).

De raad kan slechts geldig beslissen over de op de agenda gestelde kwesties in aanwezigheid van tenminste de helft van de leden die tot de werknemersafvaardiging en tenminste de helft van de leden die tot de werkgeversafvaardiging behoren.

De beslissingen worden met een meerderheid van twee derden van de stemgerechtigden genomen.

Art. 25.De raad van bestuur heeft tot taak het fonds te beheren en alle maatregelen te treffen die voor zijn goede werking zijn vereist.

Hij beschikt over de meest uitgebreide bevoegdheid inzake het beheer en de leiding van het fonds.

De raad van bestuur treedt in rechte op in naam van het fonds, op vervolging en ten verzoeke van de voorzitter of van een tot dat doel afgevaardigde bestuurder.

De raad van bestuur kan bijzondere bevoegdheden overdragen aan één of meer van zijn leden of zelfs aan derden.

Voor al de andere handelingen dan deze waarvoor de raad speciale volmachten heeft verleend, volstaan de gezamenlijke handtekeningen van vier bestuurders (twee van werknemerszijde en twee van werkgeverszijde).

De verantwoordelijkheid van de bestuurders beperkt zich tot de uitvoering van hun mandaat en zij gaan geen enkele persoonlijke verbintenis aan betreffende hun beheer ten opzichte van de verplichtingen van het fonds. HOOFDSTUK V. - Financiering van het fonds

Art. 26.Om de financiering van de in artikel 7 tot artikel 20 bedoelde vergoedingen en financiële tussenkomsten te verzekeren, beschikt het fonds over de bijdragen welke door de bij artikel 5 bedoelde werkgevers verschuldigd zijn.

Art. 27.§ 1. De bijdrage gebaseerd op de laatste brutobezoldiging berekend aan 108 pct. verdiend door de arbeiders bedoeld bij artikel 11, § 2 wordt door de werkgever rechtstreeks aan het fonds betaald vóór de aanvangsdatum van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag van de arbeiders. Zij wordt berekend vanaf de aanvang van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in de onderneming tot de leeftijd van 57 jaar en betaald volgens de modaliteiten bepaald door de raad van bestuur. § 2. De bijdrage bedoeld onder § 1 wordt betaald door de werkgever vóór de datum van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag van de arbeiders. Zij wordt forfaitair berekend en betaald volgens de modaliteiten bepaald door de raad van bestuur van het fonds. § 3. Sinds 1 januari 2016 wordt de bijdrage van de werkgevers bepaald op 2,80 pct. van de brutolonen van de arbeiders, waarvan 0,80 pct. is voorzien voor de financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel.

Vanaf 1 januari 2018 wordt de bijdrage van de werkgevers bepaald op 2,55 pct. van de brutolonen van de arbeiders, waarvan 1,05 pct. is voorzien voor de financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 4. Vanaf 1 januari 2016 wordt er gebruik gemaakt van de gedifferentieerde RSZ inningstechniek waardoor de pensioenbijdrage voor het sociaal sectoraal aanvullend pensioenstelsel wordt afgescheiden van de basisbijdrage bestemd voor het fonds voor bestaanszekerheid : - De basisbijdrage wordt vastgesteld door een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst die algemeen verbindend zal verklaard worden door een koninklijk besluit; - De pensioenbijdrage wordt vastgesteld door een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst die algemeen verbindend zal verklaard worden door een koninklijk besluit. § 5. Een buitengewone bijdrage kan door de raad van bestuur van het fonds worden bepaald met bepaling van de innings- en verdelingsmodaliteiten. Deze buitengewone bijdrage moet het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke collectieve arbeidsovereenkomst bekrachtigd bij koninklijk besluit.

Art. 28.§ 1. De inning en invordering van de bijdragen worden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verzekerd bij toepassing van artikel 7 van de wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/01/1958 pub. 31/03/2011 numac 2011000170 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid. § 2. Van de aldus door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan het fonds gestorte som worden vooraf de door de raad van bestuur vastgestelde kosten afgetrokken. § 3. De raad van bestuur van het fonds bepaalt de verdeling van de bijdragen voorzien in de artikelen 8 tot en met 19. HOOFDSTUK VI. - Begroting en rekeningen van het fonds

Art. 29.Het dienstjaar vangt aan op 1 januari en sluit op 31 december.

Art. 30.Elk jaar, uiterlijk gedurende de maand december, wordt een begroting voor het volgende jaar aan het Paritair Subcomité voor de edele metalen ter goedkeuring voorgelegd.

Art. 31.De rekeningen over het afgelopen jaar worden op 31 december afgesloten.

De raad van bestuur, evenals de door het Paritair Subcomité voor de edele metalen aangeduide revisor of accountant, maken jaarlijks elk een schriftelijk verslag op betreffende de uitvoering van hun opdracht gedurende het afgelopen jaar. De balans, samen met de hierboven bedoelde schriftelijke jaarverslagen, moeten uiterlijk gedurende de maand juni aan het Paritair Subcomité voor de edele metalen ter goedkeuring worden voorgelegd. HOOFDSTUK VII. - Ontbinding en vereffening van het fonds

Art. 32.Het fonds kan slechts bij éénparige beslissing van het Paritair Subcomité voor de edele metalen worden ontbonden. Dit laatste dient tegelijkertijd de vereffenaars te benoemen, hun bevoegdheden en hun bezoldiging vast te stellen en de bestemming van de netto-activa van het fonds te bepalen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS

^