Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 10 oktober 2005
gepubliceerd op 18 november 2005

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 2005, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2005202649
pub.
18/11/2005
prom.
10/10/2005
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

10 OKTOBER 2005. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 2005, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 2005, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant, betreffende de arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 oktober 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 2005 Arbeidsvoorwaarden in de witzandexploitaties (Overeenkomst geregistreerd op 24 juni 2005 onder het nummer 75367/CO/102.06) I. Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden van de witzandexploitaties welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant.

Met "werklieden" worden de arbeiders en arbeidsters bedoeld.

II. Lonen

Art. 2.Het minimumuurloon alsmede de werkelijk uitbetaalde lonen van de werklieden worden verhoogd met : - 0,3989 EUR/uur vanaf 1 februari 2005; - 0,0739 EUR/uur vanaf 1 februari 2006.

Het minimumuurloon van de werkman van 21 jaar en ouder en met 1 jaar anciënniteit bedraagt op 1 februari 2005, voor een wekelijkse arbeidsduur van zevenendertig uren aan 14,3553 EUR. Nieuw aangeworven werknemers ontvangen de eerste 6 maanden 90 pct., en na 6 maanden 95 pct. van het minimumuurloon of, na positieve evaluatie, van het functieloon; na één jaar ontvangt de werknemer 100 pct. van het functieloon.

Art. 3.De lonen van de werklieden jonger dan 21 jaar worden, naargelang hun leeftijd, vastgesteld op de hierna vermelde percentages van het loon van de werklieden van de categorie waartoe ze behoren : tot en met 18 jaar : 70 pct.; vanaf 19 jaar : 80 pct.; vanaf 20 jaar : 90 pct.

Nochtans genieten de houders van een diploma A3 en/of B2 van 20 jaar af, 100 pct. van het toepasselijk categorieloon.

De lonen van de jongere werklieden aangeworven voor een bepaalde duur van ten hoogste één maand bedragen volgend percentage van het minimumloon : beneden de 18 jaar : 60 pct.; vanaf 18 jaar : 70 pct.

Art. 4.De minimumlonen van het eigendom -personeel bedraagt vanaf 1 februari 2005 10,4872 EUR. De minimumlonen van het kuispersoneel zijn vanaf 1 februari 2005 9,6550 EUR. Deze lonen worden niet meegerekend om het gemiddelde uurloon te berekenen.

III. Indexering

Art. 5.De verhoging verbonden aan de spilindex 116,68 zal plaatsvinden ten laatste op 1 februari 2006.

IV. Koppeling van de lonen en van de ploegenpremies aan het indexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 6.De in artikel 2, 3 en 4 vermelde lonen zijn gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer, vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 7.De in artikel 2 vastgestelde lonen stemmen overeen met het indexcijfer 114,39.

Telkens wanneer het vorig indexcijfer met 2 pct. stijgt of daalt, worden de laatste uitbetaalde lonen en ploegenpremies met 2 pct. verhoogd of verlaagd.

De verlagingen die uit een daling van het indexcijfer voortvloeien worden slechts toegepast wanneer het indexcijfer met een halve schijf beneden de waarde die de verhogingen veroorzaakte daalt.

De indexcijfers die een verhoging tot gevolg hebben zijn als volgt vastgesteld : 116,68 - 119,01 - 121,39 - enz.

De indexcijfers die een loonsverlaging tot gevolg hebben zijn als volgt vastgesteld : 107,79 - 112,15 - 114,39

Art. 8.De wijzigingen voortvloeiend uit de toepassing van de artikelen 5 en 6 gaan in de eerste dag van de maand volgend op die waarvan het indexcijfer aanleiding geeft tot aanpassing van de lonen en de ploegenpremies.

V. Ploegenpremies

Art. 9.In de ondernemingen waar het werk met opeenvolgende ploegen is ingericht wordt een ploegenpremie toegekend, berekend op het gemiddeld uurloon verhoogd met 0,1896 EUR, van : - Voor de morgenploeg : 4 pct.; - Voor de namiddagploeg : 7,550 pct.; - Voor de nachtploeg : 27 pct..

Het verhoogd gemiddeld uurloon bedraagt 15,3619 EUR op 1 februari 2005, als volgt samengesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 91,0340 EUR : 6 = 15,1723 EUR 15,1723 EUR + 0,1896 EUR = 15,3619 EUR Dit verhoogd uurloon wordt bij elke wijziging van de uurlonen herberekend.

VI. Zaterdagwerk

Art. 10.Voor het werk op zaterdag vanaf 6 uur ontvangen de werklieden een premie die gelijk is aan 80 pct. van het basisloon per uur prestatie.

VII. Overuren

Art. 11.De overurengrens wordt vanaf 1 februari 2005 opgetrokken naar 130 uur.

VII. Terugroeping naar het werk

Art. 12.Vanaf 1 februari 1999, voor terugroeping naar het werk wordt een premie toegekend van 17,35 EUR per terugroeping.

VIII. Eindejaarspremie

Art. 13.De werklieden die op 30 november ingeschreven zijn in de onderneming en zelf geen opzeg hebben gegeven, hebben recht op een eindejaarspremie.

Het bedrag van deze eindejaarspremie wordt vastgesteld op : - 1 504,31 EUR voor 2005; - 1 547,32 EUR voor 2006.

Bij werkonbekwaamheid wordt het eerste jaar gelijkgesteld met gewerkte dagen en geeft het recht op de eindejaarspremie.

De eindejaarspremie wordt uitbetaald naar rato van één twaalfde per gewerkte maand aan : a) de werklieden die in de loop van de twaalf maanden vóór 30 november : 1° gepensioneerd zijn;2° ontslagen werden wegens economische redenen;3° aangeworven werden.b) de rechtverkrijgenden van de werklieden die in de loop van de twaalf maanden vóór 30 november overleden zijn. IX. Anciënniteitsverlofdagen

Art. 14.De werklieden ontvangen per voltijds gepresteerd jaar 0,25 op hun saldo anciënniteitverlofdag en per volledige éénheid ontvangen zij een anciënniteitverlofdag met een maximum van 5 dagen.

Voor deeltijdse werknemers wordt de jaarlijkse 0,25 saldo anciënniteitverlofdag geproratiseerd volgend de arbeidsduur en periode.

De betaling gebeurt op het tijdstip dat de dagen worden genomen.

Deze verlofdagen zijn niet overdraagbaar naar het volgend kalenderjaar.

De werknemers ontvangen en behouden hun anciënniteitdag op basis van het tewerkstellingsregime gedurende de gepresteerde periode.

X. Syndicale premie

Art. 15.Mits het eerbiedigen van de sociale vrede tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst storten de werkgevers vanaf 2001 een patronale bijdrage van 99,16 EUR, vermenigvuldigd met het gemiddelde van het aantal werklieden die het voorgaande jaar werden tewerkgesteld.

De stortingen gebeuren in onderling akkoord tussen elke betrokken werkgever en de betrokken syndicale organisaties, uiterlijk op 15 juni van het lopende jaar.

XI. Werkzekerheid

Art. 16.a) De werkgevers stellen alles in het werk om geen ontslag wegens economische redenen te moeten doorvoeren gedurende de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst. b) Vooraleer er tot ontslag wegens economische redenen overgegaan wordt zullen de werkgevers trachten de betrokkenen in andere afdelingen van de onderneming te herplaatsen of een beroep te doen op gedeeltelijke werkloosheid.c) Indien er toch tot ontslag wegens economische redenen moet worden overgegaan verbinden de werkgevers er zich toe vooraf in contact te treden met de vakbondsorganisaties.d) De werkzekerheid NZM GRIT wordt gegarandeerd tot 31 januari 2007. XII. Carenzdag

Art. 17.De carenzdag wordt voor de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst afgeschaft.

XIII. Maaltijdcheques

Art. 18.De patronale bijdrage in de maaltijdcheques bedraagt met ingang van 1 april 2005 aan 4,86 EUR per gewerkte dag. De werknemersbijdrage zal vanaf die datum 1,14 EUR bedragen zodat de nominale waarde van de maaltijdcheque 6 EUR wordt.

XIV. Werkgelegenheid

Art. 19.De aanwervingen die gebeurd zijn krachtens de opeenvolgende tewerkstellingsakkoorden blijven verworven en genieten van de werkzekerheidsregeling bedoeld in hoofdstuk XI hierboven.

XV. Bevordering van de tewerkstelling

Art. 20.De werkgever gaat akkoord de openstaande vacatures eerst kenbaar te maken binnen de onderneming.

De vacatures zullen 14 dagen voor publicatie intern worden verspreid.

XVI. Afscheidsvergoeding

Art. 21.Aan de werklieden die met pensioen of met brugpensioen gaan, en die minstens 15 jaar dienstanciënniteit tellen, wordt een afscheidsvergoeding uitbetaald die gelijk is aan 22,31 EUR per gepresteerd dienstjaar in de sector.

XVII. Tijdskrediet

Art. 22.Vanaf het jaar 2002 gaan de beide partijen akkoord met de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis en ter betreffende het tijdskrediet. De duurtijd van het tijdskrediet blijft 1,5 jaar.

Het percentage werknemers die kunnen genieten van de regeling bedraagt : 5 pct. van het aantal werknemers onder de 50 jaar voor de aanvragen van werknemers jonger dan 50. 5 pct. en verhoogbaar tot 10 pct. mits organisatorische oplossing van het aantal werknemers boven de 50 jaar voor de aanvragen van werknemers ouder dan 50.

Art. 23.De ondertekenende partijen verklaren dat de werknemers die ressorterend onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en Vlaams-Brabant en die inzake domicilie en tewerkstelling voldoen aan de omschrijvingen aanspraak kunnen maken van alle gewestelijke, federale of gemeenschapspremies.

Art. 24.Werknemers die halftijds tijdskrediet nemen zullen vanaf 55 jaar een bijkomende vergoeding van de werkgever ontvangen in het kader van het tijdskrediet.

Deze vergoeding is gelijk aan het verschil tussen de halftijdse brugpensioenvergoeding zoals voorzien in collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 en de vergoeding tijdskrediet vanaf 50 jaar.

XVIII.Werktijdverkorting

Art. 25.De werkgever gaat akkoord om een beperkt aantal dagen werktijdverkorting in halve dagen te laten opnemen onder volgende strikte voorwaarden : maximaal 8 werkdagen kunnen opgesplitst worden; nooit tijdens de maanden juli, augustus en december; mits toestemming van de directe chef; enkel wanneer de werknemer in dagploeg staat.

XIX. Hospitalisatieverzekering

Art. 26.De partijen komen overeen om in de hospitalisatieverzekering volgende zaken te laten opnemen : de dekking van maxi - en superforfaits (one day clinic) bij daghospitalisatie; de periode van pre- en posthospitalisatie uit te breiden naar 2 maanden voor en 6 maanden na de hospitalisatie.

XX. Groepsverzekering

Art. 27.Beide partijen komen overeen om een groepsverzekering op te starten vanaf 1 januari 2002.

De jaarlijkse werkgeversgedeelte wordt verhoogd : - vanaf 1 januari 2005 met 10,58 EUR; - vanaf 1 januari 2006 met 10,58 EUR. De totale jaarlijkse groepsverzekeringspremie (inclusief werknemersgedeelte, taks en premies) bedraagt in 2005 567,25 EUR en in 2006 577,83 EUR. De modaliteiten zijn vastgelegd in een groepsverzekeringsreglement.

XXI. Thuiswachtvergoeding electriciens

Art. 28.De partijen komen overeen de thuiswachtvergoeding van de electriciens vanaf 1 mei 2003 vast te leggen op 125 EUR per week met een automatisch indexkoppeling zoals in artikel 6.

XXII. Flexibiliteit

Art. 29.Mochten er individuele problemen door deze flexibiliteit ontstaan dan is het de taak en de bevoegdheid van de syndicale delegatie om hierover te gaan samenzitten met de betrokken partijen en tot een oplossing te komen.

XXIII. Geldigheid

Art. 30.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 februari 2005 en houdt op van kracht te zijn op 31 januari 2007.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2005.

De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE

^