Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 09 november 1999
gepubliceerd op 02 december 1999

Koninklijk besluit inzake de financiële betrekkingen met de Federale Republiek Joegoslavië

bron
ministerie van financien
numac
1999003618
pub.
02/12/1999
prom.
09/11/1999
ELI
eli/besluit/1999/11/09/1999003618/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

9 NOVEMBER 1999. - Koninklijk besluit inzake de financiële betrekkingen met de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ)


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft tot doel de toepassing van de maatregelen die genomen werden door de Raad van de Europese Unie in Verordening (EG) nr. 1294/1999 van 15 juni 1999 inzake de bevriezing van middelen en een verbod op investeringen ten aanzien van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1295/98 en Verordening (EG) nr. 1607/98 mogelijk te maken.

Artikel 12 van deze verordening stelt dat elke Lid-Staat bepaalt welke sancties van toepassing zijn indien de bepalingen ervan worden overtreden.

Bij gebrek aan een wet die de uitvoerende macht bevoegd maakt voor de tenuitvoerlegging van maatregelen uitgevaardigd door de Raad van de Europese Unie, dient voor de uitvoering van de bovenvermelde verordening gesteund te worden op de wetgeving inzake deviezencontrole.

Naar analogie met de maatregelen genomen in het raam van de embargo's tegen Irak, Libië en Servië kan Uwe Majesteit, op basis van artikel 1, eerste lid van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de controle op den wissel, de controle inrichten op om het even welke overdracht van goederen en waarden tussen België en het buitenland.

Met het oog hierop worden de wisselverrichtingen, het kapitaalverkeer en de financiële overdrachten van om het even welke aard onderworpen aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1294/1999 van de Raad van 15 juni 1999 inzake de bevriezing van de middelen en een verbod op investeringen ten aanzien van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1295/98 en Verordening (EG) nr. 1607/98.

De Minister van Financiën is bevoegd voor de organisatie en het treffen van elke maatregel die tot doel heeft de uitvoering van dit besluit te verzekeren.

Artikel 13 van Verordening (EG) n° 1294/1999 trekt de Verordeningen (EG) nr. 1295/98 en (EG) nr. 1607/98 in. De koninklijke en ministeriële besluiten genomen op basis van deze verordeningen moeten dus eveneens worden ingetrokken.

De inwerkingtreding van het besluit is voorzien de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Inbreuken die plaatsvinden tussen de inwerkingtreding van de EG-verordening, zijnde 19 juni 1999, en de inwerkingtreding van dit besluit kunnen worden gesanctionneerd door toepassing van artikel 12 van deze verordening.

Dat artikel stelt dat, in afwachting van de goedkeuring van een uitvoeringswetgeving, indien de bepalingen van deze verordening worden overtreden, de op te leggen sancties in geval van inbreuk op Verordening nr. 1294/1999 door de Lid-Staten bepaald worden overeenkomstig de wetgevingen genomen in uitvoering van Verordeningen (EG) nr. 1295/98 en nr. 1607/98. Het betreft het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 betreffende de financiële betrekkingen met de regeringen van de Federale Republiek Joegoslavië en van de Republiek Servië en het koninklijk besluit van 24 september 1998 betreffende het verbod op nieuwe investeringen in de Republiek Servië.

De hoogdringendheid van het besluit wordt verantwoord.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Minister van Financiën, D. REYNDERS

9 NOVEMBER 1999. - Koninklijk besluit betreffende de financiële betrekkingen met de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de Verordening (EG) nr. 1294/1999 van de Raad van 15 juni 1999 inzake de bevriezing van middelen en een verbod op investeringen ten aanzien van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1295/98 en Verordening (EG) nr. 1607/98;

Gelet op de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende de controle op den wissel, gewijzigd bij de besluitwetten van 16 maart 1945 en 4 juni 1946 en bij de wetten van 23 december 1974 en 2 januari 1991, inzonderheid op artikel 1, eerste lid, en artikel 5;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de aanhoudende schending door de regeringen van de Federale Republiek Joegoslavië en de Republiek Servië van de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, het voortzetten van een beleid dat zo extreem en onverantwoord is dat het misdadig is, en de onderdrukking van hun eigen burgers, ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationale humanitaire recht vormen;

Overwegende dat de Verordening (EG) nr. 1294/1999 van 15 juni 1999 verbindend is in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk is in elke Lid-Staat; dat zij in werking is getreden op 19 juni 1999, de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (nr. L 153) en dat het niet naleven van haar bepalingen zo vlug mogelijk na haar inwerkingtreding moet kunnen worden bestraft; dat deze strafmaatregelen dus onverwijld toepasselijk dienen te worden gemaakt;

Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister van Financiën en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.De wisselverrichtingen, het kapitaalverkeer en de financiële overdrachten van om het even welke aard worden onderworpen aan de bepalingen van de Verordening (EG) nr. 1294/1999 van de Raad van 15 juni 1999 inzake de bevriezing van middelen en een verbod op investeringen ten aanzien van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1295/98 en Verordening (EG) nr. 1607/98.

Art. 2.De Minister van Financiën is bevoegd voor de organisatie en het treffen van elke maatregel voor de uitvoering van de in artikel 1 beoogde verordening.

Art. 3.Opgeheven worden : 1° het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 betreffende de financiële betrekkingen met de regeringen van de Federale Republiek Joegoslavië en van de Republiek Servië;2° het ministerieel besluit van 20 augustus 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 betreffende de financiële betrekkingen met de regeringen van de Federale Republiek Joegoslavië en van de Republiek Servië;3° het koninklijk besluit van 24 september 1998 betreffende het verbod op nieuwe investeringen in de Republiek Servië;4° het ministerieel besluit van 14 oktober 1998 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 24 september 1998 betreffende het verbod op nieuwe investeringen in de Republiek Servië.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5.Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister van Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 9 november 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Minister van Financiën, D. REYNDERS

^