Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 08 januari 2023
gepubliceerd op 30 maart 2023

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het rentestelsel van het type "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2022042959
pub.
30/03/2023
prom.
08/01/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

8 JANUARI 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het rentestelsel van het type "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het rentestelsel van het type "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 8 januari 2023.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021 Aanvullende pensioenen in het rentestelsel van het type "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is (Overeenkomst geregistreerd op 30 maart 2022 onder het nummer 171544/CO/326) Voorwoord De huidige collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten als gevolg van de inwerkingtreding van de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 24/12/2015 numac 2015022578 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen type wet prom. 18/12/2015 pub. 14/06/2016 numac 2016000360 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen. - Duitse vertaling type wet prom. 18/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015003459 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 sluiten tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen.

Deze wet heeft, in het kader van de hervorming van de 1ste pensioenpijler, bepaalde maatregelen genomen die beantwoorden aan de huidige doelstellingen van het werkgelegenheidsbeleid dat de werknemers zo lang mogelijk aan het werk wil houden. Eén van deze maatregelen is het verbod op bepalingen in pensioenreglementen die vervroegde pensionering aanmoedigen. Het verlies van het voordeel van deze gunstige anticipatiemaatregelen zou een negatieve impact hebben op de opbouw van de pensioenrechten in het kader van de sectorale pensioenregimes van het type "vaste prestaties" in rente voor de werknemers die niet kunnen genieten van de overgangsmaatregelen voorzien in artikel 63/5 van voornoemde wet. De vertegenwoordigers van de werknemers hebben derhalve uitdrukkelijk gevraagd aan de sociale partners om specifiek voor deze werknemers te waarborgen dat zij, op de eerste datum waarop zij aanspraak kunnen maken op het wettelijk pensioen, de voordelen van de pensioentoezegging kunnen behouden zoals zij initieel voorzien waren door de collectieve arbeidsovereenkomsten van kracht in de sector gas en elektriciteit, zonder echter als doel te hebben om de pensioentoezegging voor de werknemers te verbeteren.

De aanpassingen beoogd door de huidige overeenkomst consolideren de akkoorden gesloten in het verleden doch met respect voor de doelstellingen nagestreefd door de gewijzigde wetgeving. De huidige overeenkomst heeft tot doel om aan de aangeslotenen bij de betrokken pensioenstelsels te waarborgen dat zij zullen blijven genieten van de voordelen van de bestaande pensioentoezegging doch met respect voor de wetgeving inzake de aanvullende pensioenen zoals die vandaag van kracht is. Bovendien moedigt deze overeenkomst de aangeslotenen aan om langer in dienst te blijven aangezien zij het mogelijk maakt om verder aanvullende pensioenrechten op te bouwen bij voortzetting van de professionele activiteit.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst legt ook andere aanpassingen vast die het karakter en de structuur van de van kracht zijnde pensioentoezeggingen preciseren met respect voor de wet op de aanvullende pensioenen. HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf en op hun gebaremiseerde werknemers op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 van toepassing is, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 en in dienst getreden voor 1 januari 1993 en die genieten van een aanvullend pensioenstelsel in rente (genaamd "regime B"), in toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 maart 1989 betreffende de verlening van aanvullende inkomsten voor ouderdom, invaliditeit en overleving in de bedrijfstak gas en elektriciteit. § 2. De door deze overeenkomst geviseerde verplichtingen zijn de volgende : - de pensioentoezeggingen "regime B" betreffende de volledige loopbaan van de werknemers van Ores en Fluvius in dienst op 1 januari 2022 met inbegrip van de eventuele toekomstige overlevings- en of wezenrentes in geval van overlijden van deze werknemers in dienst vanaf 1 januari 2022; - de pensioentoezeggingen "regime B" betreffende de loopbaan na 1 januari 2007 van de werknemers van de andere ondernemingen in dienst op 1 januari 2022 met inbegrip van de eventuele toekomstige overlevings- en of wezenrentes in geval van overlijden van deze werknemers in dienst vanaf 1 januari 2022; - de pensioenrentes "regime B" betreffende de volledige loopbaan gestort aan de werknemers van Ores en Fluvius in dienst op 1 januari 2007 met inbegrip van de eventuele toekomstige overlevings- en of wezenrentes in geval van overlijden van deze werknemers in dienst vanaf 1 januari 2022; - de pensioenrentes "regime B" betreffende de loopbaan na 1 januari 2007 gestort aan de werknemers van de andere ondernemingen in dienst op 1 januari 2007 met inbegrip van de eventuele toekomstige overlevings- en of wezenrentes in geval van overlijden van deze werknemers in dienst vanaf 1 januari 2022. HOOFDSTUK II. - Begrippen en definities

Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder "gebaremiseerde werknemer" : de werknemer onder arbeidsovereenkomst op 1 januari 2008 (behoudens tegenstrijdige bepaling in de huidige collectieve arbeidsovereenkomst) en die : - of, aangeworven werd vóór 1 januari 2002 bij : - bedrijven ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf vóór 1 januari 2004; - bedrijven, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, die voortkomen uit de hiervoor genoemde bedrijven; - bedrijven, ressorterend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf die personeel hebben overgenomen, op basis van de collectieve arbeidsovereenkomst n° 32bis van 7 juni 1985, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de waarborg van rechten van de werknemers in geval van verandering van werkgever wegens een conventionele transfer van onderneming en die de rechten regelt van de werknemers die overgenomen worden in geval van overname van het actief na faillissement of gerechtelijk concordaat door afstand van het actief; - of die tewerkgesteld is met een contract van onbepaalde duur op 31 augustus 2006 in de intercommunale Sibelga en getransfereerd op 1 september 2006 of later naar de firma Brussels Network Operations.

Art. 3.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder "onderneming" : de juridische entiteit vallend onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf.

Art. 4.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder "collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2016 en 23 december 2021", de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in het Paritair comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het rentestelsel van het type "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is (overeenkomst geregistreerd op 22 december 2016 onder het nummer 136790/CO/326). HOOFDSTUK III. - Voorwerp

Art. 5.De huidige collectieve arbeidsovereenkomst heeft als voorwerp het sectoraal aanvullend pensioenplan in rente van het type "vaste prestaties" aan te passen ten gunste van de voornoemde werknemers. HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het sectoraal pensioenstelsel in een ondernemingspensioenstelsel

Art. 6.De opbouw van pensioenrechten in het kader van het sectoraal pensioenstelsel bestaand op datum van inwerkingtreding van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst, zal voortgezet worden op het niveau van de ondernemingen in het kader van ondernemingspensioenstelsels.

De rechten en verplichtingen in hoofde van de sectorale inrichter, de vereniging zonder winstoogmerk met als naam het "Fonds voor Aanvullende Vergoedingen", dat zijn sociale zetel heeft te 1000 Brussel, Ravensteingalerij 3 en waarvan de statuten werden uitgewerkt en neergelegd op 13 oktober 1997 (Belgisch Staatsblad van 23 januari 1998) worden op datum van inwerkingtreding van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst overgedragen naar de ondernemingen die zullen instaan voor de voortzetting van de pensioentoezegging. De pensioentoezegging, de rechten en verplichtingen van de ondernemingen, van de pensioeninstellingen en van de werknemers zijn opgenomen in kaderreglementen die in bijlage zijn opgenomen aan de huidige collectieve arbeidsovereenkomst. De ondernemingen vertrouwen de pensioentoezegging toe aan de pensioeninstelling van hun keuze.

Elke onderneming verbindt er zich toe de pensioentoezegging uit te voeren zoals bepaald in de kaderreglementen en bezorgt als bewijs hiervan aan de voorzitter van het "Fonds voor Aanvullende Vergoedingen" een attest dat dit bevestigt binnen de 6 maanden die volgen op : - de inwerkingtreding van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst; - een aanpassing van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst; - de oprichting van een nieuwe onderneming die werknemers overneemt die onder de huidige collectieve arbeidsovereenkomst vallen.

Deze reglementen vervangen alle voorgaande reglementen met hetzelfde onderwerp. HOOFDSTUK V. - Aanpassing van de pensioentoezegging

Art. 7.De pensioentoezegging van toepassing op moment van de ondertekening van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt aangepast. Deze wordt opgenomen in het toepasselijke kaderreglement dat in bijlage is opgenomen aan de huidige collectieve arbeidsovereenkomst.

Deze aangepaste pensioentoezegging zal slechts van toepassing zijn op de werknemers die hier uitdrukkelijk schriftelijk hebben mee ingestemd. Bij ontstentenis van een expliciet akkoord, blijven de werknemers aangesloten aan de pensioentoezegging zoals die bestond vóór de datum van inwerkingtreding van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst maar aangepast aan de hierboven vermelde wet. Deze pensioentoezegging is eveneens hernomen in het kaderreglement dat in bijlage is opgenomen aan de huidige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VI. - Geldigheidsduur

Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2022 en is gesloten voor een onbepaalde duur.

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan geheel of gedeeltelijk worden opgezegd, door elk van de partijen, middels een opzeggingstermijn van 6 maanden, per aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité van het gas- en elektriciteitsbedrijf.

Bijlagen : 1. Kaderreglement < 1962 2.Kaderreglement > 1962 3. Toekenning van n in het kader van pensioenplan voor de werknemers geboren vanaf 1 januari 1962 en die geopteerd hebben voor de aangepaste pensioentoezegging 4.Tabel nEx + VK Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2023.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het rentestelsel van het type "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is Kaderreglement Aanvullend pensioenstelsel van het type vaste prestaties in renten ten gunste van de werknemers die overgangsmaatregelen genieten voorzien door de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 24/12/2015 numac 2015022578 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen type wet prom. 18/12/2015 pub. 14/06/2016 numac 2016000360 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen. - Duitse vertaling type wet prom. 18/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015003459 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 sluiten of die niet uitdrukkelijk geopteerd hebben voor een aansluiting aan de gewijzigde pensioentoezegging

Artikel 1.Doel van het reglement Dit kaderreglement wordt opgesteld in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021 betreffende het pensioenstelsel in renten voor de personeelsleden op wie de binnen het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten van 1 december 2016 en 23 december 2021 met betrekking tot de aanvullende pensioenen van het type "vaste prestaties" in renten van toepassing zijn, hierna genoemd "collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende het pensioenstelsel in renten", en die in dienst zijn getreden vóór 1 januari 1993.

Elke onderneming die onder de toepassing van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst valt, zal een aanvullend pensioenstelsel voorzien zoals omschreven in dit reglement ten gunste van de werknemers die voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden bepaald in artikel 3.

Deze pensioentoezegging die in dit reglement wordt vastgelegd, is van het type "vaste prestaties" en voorziet de volgende prestaties als aanvulling op de wettelijke prestaties : - Voor aangeslotenen : - een pensioenrente voor de loopbaan na 1 januari 2007 opgebouwd binnen het O.F.P. en een pensioenrente voor de loopbaan vóór 1 januari 2007 ten laste van de exploitatiekosten van de ondernemingen maar gestort door het O.F.P.; - die ook onder de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2016 vallen : een pensioenrente voor de loopbaan vóór 1 januari 2007; - de toekenning van een invaliditeitsrente bij arbeidsongeschiktheid van de aangeslotene vóór de pensioendatum. - Voor de begunstigde(n) in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de pensioendatum : - een overlevingsrente en een overlijdenskapitaal (de voormalige overlevingsrente voor de voorbije loopbaan en de voormalige "Tijdelijke Verzekering Alle Oorzaken"); - desgevallend een wezenrente. - Voor de begunstigde(n) in geval van overlijden van de aangeslotene na de pensioendatum : - een overlevingsrente; - een wezenrente.

Dit reglement omvat de toekenningsvoorwaarden en de berekeningsmodaliteiten van deze prestaties.

Art. 2.Definities 2.1. Partijen

- L'entreprise :

l'entreprise relevant du champ d'application des conventions collectives de travail relatives au régime de pension en rentes.

- De onderneming :

de onderneming die onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomsten met betrekking tot het pensioenstelsel in renten valt.

- L'organisme de pension :

l'entreprise d'assurances avec laquelle l'entreprise a conclu un contrat d'assurance de groupe ou l'organisme de financement de pensions Elgabel avec lequel l'entreprise a conclu une convention de gestion, mettant en oeuvre l'engagement de pension décrit dans le présent règlement-cadre.

- De pensioeninstelling :

de verzekeringsmaatschappij met wie de onderneming een groepsverzekeringsovereenkomst heeft afgesloten of het organisme voor de financiering van pensioenen Elgabel met wie de onderneming een beheerovereenkomst heeft afgesloten, ter uitvoering van de in dit kaderreglement beschreven pensioentoezegging.

- Les affiliés :

- les affiliés actifs :

- De aangeslotenen :

- de actieve aangeslotenen :

les membres du personnel de l'entreprise répondant aux conditions d'affiliation.

de personeelsleden van de onderneming die aan de aansluitingsvoorwaarden voldoen.

- les affiliés passifs :

- de passieve aangeslotenen :

a) les anciens affiliés actifs qui continuent à bénéficier de droits actuels ou différés si lors de leur sortie ils ont choisi de laisser leurs réserves acquises auprès de l'organisme de pension; a) de voormalige actieve aangeslotenen die huidige of uitgestelde rechten blijven genieten indien ze er bij uittreding voor hebben geopteerd hun verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten; b) les membres du personnel dont l'affiliation a pris fin en raison du fait qu'ils ne remplissent plus les conditions d'affiliation du présent règlement, sans que cela ne coïncide avec l'expiration du contrat de travail. b) de personeelsleden waarvan de aansluiting wordt beëindigd doordat ze niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het huidige reglement vervullen, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. - Les bénéficiaires :

les affiliés et leurs ayants droit recevant les prestations prévues au règlement.

- De begunstigden :

de aangeslotenen en hun rechthebbenden die de in dit reglement voorziene prestaties ontvangen.

- Le conjoint :

la personne mariée à l'affilié, à condition que les conjoints ne soient ni divorcés ni séparés de corps et que le mariage ait été célébré depuis au moins un an avant la date de son départ à la retraite, de sa sortie ou de son décès avant la retraite.

- De echtgeno(o)t(e) :

de persoon die gehuwd is met de aangeslotene, op voorwaarde dat de echtgenoten noch uit de echt, noch van tafel en bed gescheiden zijn en het huwelijk voltrokken werd minstens één jaar vóór het vertrek met pensioen, de uittreding of het overlijden vóór de pensionering.

- Le cohabitant légal :

la personne, à l'exclusion d'une personne ayant un lien de parenté jusqu'au 3ème degré inclus, qui vit avec l'affilié, conformément aux dispositions légales en vigueur régissant la cohabitation légale et à condition que, au moment de son départ à la retraite, de sa sortie ou de son décès avant la retraite, la cohabitation ininterrompue existe depuis au moins un an.

- De wettelijk samenwonende :

de persoon, met uitsluiting van een persoon die tot de 3de graad inbegrepen een bloedverwantschap heeft met de aangeslotene, die leeft met de aangeslotene overeenkomstig de wettelijke bepalingen die de wettelijke samenwoning regelen en op voorwaarde dat, op het moment van het vertrek met pensioen, de uittreding of het overlijden vóór de pensionering, de ononderbroken samenwoning tenminste één jaar duurt.

- L'orphelin :

tout enfant dont la filiation par rapport à l'affilié est établie conformément aux dispositions légales en vigueur au moment du décès de l'affilié et qui est bénéficiaire d'allocations familiales ou d'allocations de handicapé au moment du décès de l'affilié.

- De wees :

elk kind van wie de afstamming ten aanzien van de aangeslotene vaststaat overeenkomstig de wettelijke bepalingen die van kracht zijn op het moment van overlijden van de aangeslotene, en die begunstigde is van kinderbijslag of toeslag voor gehandicapten op het moment van overlijden van de aangeslotene.


2.2. Begrippen 2.2.1. Pensioenreglement Het pensioenreglement dat door de onderneming bepaald wordt. Het omvat het kaderreglement en de specifieke clausules met betrekking tot de onderneming. 2.2.2. Pensioendatum In de zin van dit reglement wordt onder "pensioendatum" verstaan : de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.

De prestaties moeten verplicht vereffend worden wanneer de aangeslotene het (vervroegd) wettelijk pensioen ontvangt voor de activiteit die aanleiding gaf tot de opbouw van de waarborgen. 2.2.3. Uittreding Onder "uittreding" verstaat men : - de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of vertrek met pensioen; - het einde van de aansluiting doordat de aangeslotene niet meer aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst; - de conventionele overdracht van de aangeslotene in het kader van een conventionele overdracht van onderneming zonder dat de pensioentoezegging overgenomen wordt. 2.2.4. Pensioenanciënniteit De pensioenanciënniteit n, die gebruikt wordt voor de berekening van de prestaties bij pensionering, wordt bepaald volgens het aantal jaren en maanden dienst vervuld onder arbeidsovereenkomst in de gas- en elektriciteitssector tot aan de datum van pensionering, vermeerderd met de gelijkgestelde of toegekende perioden.

De pensioenanciënniteit verworven rechten na, die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de verworven rechten bij uittreding vóór de pensioendatum, is samengesteld uit de verworven anciënniteit n, meegedeeld door de onderneming, tot op de dag van het einde van de aansluiting of het einde van de opzegtermijn.

Worden beschouwd als "periodes die niet gelijkgesteld worden met dienstjaren" : de periodes van volledige opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van meer dan één kalendermaand, die niet gedekt zijn door een gewaarborgd inkomen of door een inkomenswaarborg, met uitzondering van : - de periode van arbeidsongeschiktheid in de zin van dit reglement in de mate waarin ze aanving ten vroegste op de leeftijd van 50 jaar en vóór 1 juli 2021; - de periode van arbeidsongeschiktheid in de zin van dit reglement in de mate waarin ze aanving na 1 juli 2021.

Voor de aangeslotenen die recht hebben op de overgangsmaatregelen die voorzien zijn bij wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 24/12/2015 numac 2015022578 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen type wet prom. 18/12/2015 pub. 14/06/2016 numac 2016000360 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen. - Duitse vertaling type wet prom. 18/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015003459 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 sluiten tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen en die met vervroegd pensioen gaan vanaf 60 jaar worden de niet-gepresteerde periodes tussen de 1ste van de maand die volgt op de 60ste verjaardag en de 1ste van de maand die volgt op de 65ste verjaardag beschouwd als toegekende periodes.

De pensioenanciënniteiten n en na mogen de 45 jaar niet overschrijden. 2.2.5. Pensioenanciënniteit overlijden en invaliditeit De pensioenanciënniteit overlijden : - nd, die dient voor de berekening van de overlevingsrente, is samengesteld uit de verworven anciënniteit n op de 1ste dag van de maand die volgt op het overlijden, na aftrek van de hierboven aangehaalde niet-gelijkgestelde periodes; - nd', die dient voor de berekening van het overlijdenskapitaal, is gelijk aan de verworven anciënniteit n op de eerste dag van de maand die volgt op het overlijden zonder aftrek van de hierboven aangehaalde niet-gelijkgestelde periodes.

De pensioenanciënniteit invaliditeit ni, die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het aanvullend invaliditeitspensioen, is samengesteld uit het aantal jaren en maanden dienst vervuld onder arbeidsovereenkomst in de gas- en elektriciteitssector tot de aanvang van het recht op invaliditeit alsook uit de gelijkgestelde periodes.

Ze is minstens gelijk aan 10 jaar indien de invaliditeit het gevolg is van een ongeval dat zich voordeed op de werkplaats of op de weg naar het werk of van een andere beroepsziekte die uit hoofde van de wet wordt vergoed.

De pensioenanciënniteiten nd, nd' en ni mogen de 45 jaar niet overschrijden. 2.2.6. Refertebezoldiging De refertebezoldiging stemt overeen met : T = (X . to + Pr + Pr') . k formule waarin : a) X de jaarlijkse vermenigvuldigingscoëfficiënt van de maandelijkse bezoldiging is.Deze coëfficiënt is gelijk aan 15,0733 en houdt rekening met : - 12 maanden beroepsinkomsten; - de eindejaarspremie : 13de en 14de maand; - dubbel vakantiegeld : wettelijk en bovenwettelijk. b) to gelijk is aan de som van : - de gemiddelde maandwedde van de laatste twaalf maanden; - en de indexforfait, genomen aan de waarde die overeenstemt met index 100 (basis 2013) van de gezondheidsindex. to is exclusief salaristoelagen, premies en andere voordelen. c) Pr gelijk is aan de optelling van de statutaire zogenaamde winter- en vakantiepremies, genomen aan de waarde die overeenstemt met index 100 (basis 2013) van de gezondheidsindex.d) Pr' de waarde is, aan index 100 (basis = 2013) van de gezondheidsindex, van het dubbel wettelijk vakantiegeld berekend op het maandelijks gemiddelde van Pr.e) k de vermenigvuldigingscoëfficiënt is voor de indexering van de bezoldigingen van de werknemers van de gas- en elektriciteitssector aan de waarde op 1 april die voorafgaat aan of samenvalt met de aanvang van de prestaties. Met uitzondering van k, worden deze verschillende elementen genomen aan hun waarde op het moment waarop het recht op de prestaties voorzien in dit reglement aanvangt.

Voor de aangeslotene die ziek is of het slachtoffer van een ongeluk en daardoor een inkomenswaarborg geniet tijdens de laatste twaalf maanden van zijn loopbaan, is de to deze die door zijn werkgever in aanmerking genomen werd in de berekening van de inkomenswaarborg bij ziekte of ongeval.

Deze refertebezoldiging wordt uitgedrukt op basis van een voltijdse activiteit. 2.2.7. Rr, Rs, Vs, Vo De pensioenrenten (Rr), overlevingsrenten (Rs), de overlevingskapitalen (Vs) en wezenrenten (Vo) afkomstig van andere aanvullende basisvoorzorgstelsels, die door de aangeslotenen werden verworven tijdens hun pensioenanciënniteit n.

Voor de aangeslotenen die komen van regies of van andere ondernemingen waarvan de activiteit werd overgenomen, zal rekening gehouden worden met de bestaande protocollen. 2.2.8. Coëfficiënt van gemiddelde deeltijdse prestatie (tpm) De coëfficiënt van de gemiddelde deeltijdse prestatie wordt berekend op basis van het (of de) tewerkstellingsregime(s) tijdens de werkelijk gepresteerde of geassimileerde maanden dienst gedurende de loopbaan van de aangeslotene in de gas- en elektriciteitssector.

Deze coëfficiënt wordt gebruikt voor de berekening van de formules van vervroegd vertrek alsook voor de berekening van het aanvullend pensioen in geval van pensionering of overlijden. tpm wordt berekend als volgt :

tpm =

som in kalendermaanden en -dagen/30 van alle toegelaten periodes(1) gewogen aan hun effectieve tewerkstellingsratio's of aan hun gemiddelde tewerkstellingsratio's som in kalendermaanden en -dagen/30 van dezelfde toegelaten periodes aan tewerkstellingsratio = 1

tpm =

somme en mois calendriers et jours/30 de toutes les périodes admissibles pondérées(1) par leurs ratios de travail effectifs ou par leurs ratios de travail moyen somme en mois calendriers et jours/30 de ces mêmes périodes admissibles au ratio de travail = 1


(1) Dit wil zeggen de loopbaanstappen, arbeidscontracten en schorsingen, waarvan de tewerkstellingsratio hoger is dan 0 (ongeacht of deze periodes al dan niet volledig in aanmerking worden genomen). 2.2.9. Wettelijk conventioneel refertepensioen (Pl) Het wettelijke conventionele refertepensioen Pl waarmee rekening gehouden wordt bij de berekening van het pensioenkapitaal, is de som van : 1. het wettelijke conventionele pensioen onder het repartitiestelsel (Plr);2. het wettelijke conventionele pensioen onder het kapitalisatiestelsel (Plc);3. het vakantiegeld (Plv). Voor alle aangeslotenen worden deze drie elementen berekend op basis van hun jaarlijkse waarde : 1. voor een man;2. als gezinspensioen;3. voor een volledige loopbaan;4. voor een vertrek op de pensioendatum in de veronderstelling dat de aangeslotene deze leeftijd bereikt in de loop van het jaar van zijn vertrek;5. rekening houdend met de bezoldigingen;6. aan de index die van toepassing is op de wettelijke pensioenen van de maand april die samenvalt met of voorafgaat aan de maand waarin de prestaties aanvangen. Het bedrag van het wettelijke conventionele refertepensioen, herzien volgens de regels gedefinieerd in de wetten die van toepassing waren op 31 december 1986, zal altijd in mindering worden gebracht, ongeacht eventuele latere wijzigingen in de wetgeving voor deze sector van de sociale zekerheid die het bedrag van het wettelijke pensioen zouden kunnen verlagen.

Het wettelijke conventionele overlijdenpensioen Pld dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de prestaties bij overlijden, is gelijk aan Pl, maar berekend in de veronderstelling dat de aangeslotene de pensioendatum heeft bereikt in het jaar van zijn overlijden.

Bij overlijden van een aangeslotene die recht heeft op een aanvullende invaliditeitsuitkering, is Pld gelijk aan Pli zoals hieronder gedefinieerd.

Het wettelijke conventionele invaliditeitspensioen Pli dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de prestaties invaliditeit, is gelijk aan Pl, maar berekend in de veronderstelling dat de aangeslotene de pensioendatum heeft bereikt in het jaar waarin hij recht krijgt op de aanvullende invaliditeitsuitkering, en wordt berekend aan de index die van toepassing is op de wettelijke pensioenen op 1 april die voorafgaat aan of samenvalt met de aanvang van de invaliditeit.

Bij pensionering van een aangeslotene die recht heeft op een aanvullende invaliditeitsuitkering, is het wettelijke conventionele refertepensioen Pl gelijk aan Pli. 2.2.10. Sx : omzettingscoëfficiënt Sx is de coëfficiënt voor de omzetting van rente naar kapitaal die gebruikt wordt voor de berekening van het overlijdenskapitaal KO. De omzettingscoëfficiënt van rente naar kapitaal wordt berekend op basis van de sterftetafels FR 4,75 pct., zonder leeftijdscorrectie.

Voor de gehuwde of wettelijk samenwonende aangeslotenen wordt er rekening gehouden met de juiste leeftijd van de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende in de zin van dit reglement. Voor de andere aangeslotenen wordt de begunstigde verondersteld dezelfde leeftijd te hebben als de aangeslotene. De leeftijd, uitgedrukt in maanden en jaren, wordt berekend op de eerste dag van de maand die volgt op het overlijden.

Ongeacht het geslacht van de aangeslotene zijn de omzettingscoëfficiënten Sx deze die van toepassing zijn op de vrouwelijke bevolking. 2.2.11. De verworven reserves De reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig het kaderreglement. 2.2.12. De verworven prestaties De prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op de pensioendatum overeenkomstig het reglement indien hij op het moment van zijn uittreding verworven reserves bij de pensioeninstelling achterlaat. 2.3. Jaarlijkse herberekening De prestaties die door dit reglement gewaarborgd zijn, worden eenmaal per jaar met uitwerking op 1 juli herberekend op basis van de wijzigingen die zich voordeden in het referentieloon van januari geïndexeerd op 1 januari, de burgerlijke staat en de familiale toestand van de aangeslotene.

Art. 3.Aansluitingsvoorwaarden De werknemers op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021 van toepassing is en die recht hebben op de overgangsmaatregelen voorzien in artikel 63/5 van de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 24/12/2015 numac 2015022578 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen type wet prom. 18/12/2015 pub. 14/06/2016 numac 2016000360 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen. - Duitse vertaling type wet prom. 18/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015003459 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 sluiten tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen, zijn aangesloten aan het pensioenreglement van de onderneming dat voortvloeit uit dit kaderreglement.

Zijn eveneens aangesloten, de werknemers die geen recht hebben op de overgangsmaatregelen en die niet uitdrukkelijk geopteerd hebben om aangesloten te zijn aan de gewijzigde pensioentoezegging zoals vervat in het kaderreglement dat ook aan de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst wordt aangehecht.

De werknemers die tijdens hun loopbaan tot kaderlid worden bevorderd, zullen voor hun toekomstige loopbaan aangesloten zijn aan het aanvullend pensioenstelsel dat van toepassing is voor de kaderleden in de onderneming. De verworven reserves in het kader van het pensioenreglement zullen jaarlijks worden herzien, rekening houdend met de jaarlijkse referentiebezoldiging op dat moment.

De aangeslotene aanvaardt het pensioenreglement en machtigt de onderneming om aan de pensioeninstelling alle gegevens te verstrekken alsook alle nodige bewijsstukken voor de goede uitvoering van dit reglement.

De aangeslotene zal op eenvoudige vraag de gegevens en de vereiste ontbrekende bewijsstukken verschaffen zodat de pensioeninstelling haar verplichtingen kan uitvoeren.

Art. 4.De pensioentoezegging op de pensioendatum Bij leven van de aangeslotene op de pensioendatum, wordt hem een jaarlijkse pensioenrente Rret toegekend waarvan het bedrag wordt bepaald als volgt :

Rret = ((0,38 + 0,62 n-10) . (75 pct./p.c. . T - Pl) . tpm) - Rr 35


formule waarbij n, T, Pl, tpm en Rr gedefinieerd worden in punt 2.2. van artikel 2.

De rente wordt verhoogd met 0,80 pct. voor de aangeslotenen die op 1 januari 2008 in activiteit waren, zoals bedoeld in artikel 2, § 1 van de collectieve arbeids overeenkomst van 29 november 2007Relevante gevonden documenten type overeenkomst prom. 29/11/2007 pub. 19/12/2007 numac 2007031531 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Verordening houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de agglomeratie Brussel voor het begrogtingsjaar 2007 type overeenkomst prom. 29/11/2007 pub. 19/12/2007 numac 2007031530 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Verordening houdende de aanpassing van de middelenbegroting van de agglomeratie Brussel voor het begrotingsjaar 2007 sluiten.

De pensioenrente wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart), en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

Art. 5.De pensioentoezegging op de vervroegde pensioendatum Voor de aangeslotene die recht heeft op de overgangsmaatregelen voorzien bij wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 24/12/2015 numac 2015022578 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen type wet prom. 18/12/2015 pub. 14/06/2016 numac 2016000360 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen. - Duitse vertaling type wet prom. 18/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015003459 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 sluiten tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen en die recht had op een pensioenrente Rret vóór de pensioendatum, maar ten vroegste de 1ste dag van de maand die volgt op zijn 60ste verjaardag, wordt de berekening van Rret gedaan op basis van de volgende elementen : - de pensioenanciënniteit n is deze die de aangeslotene bereikt zou hebben indien hij in dienst was gebleven tot aan de pensioendatum; - het wettelijke conventionele refertepensioen Pl wordt genomen aan de waarde op de dag waarop de aangeslotene recht krijgt op Rret, maar vermenigvuldigd met de volgende verminderingscoëfficiënt :

Leeftijd/Age

Coëfficient/Coefficient

Van/De

Tot/A


60

60 jaar 11 maanden/ 60 ans 11 mois

42,5/45

61

61 jaar 11 maanden/ 61 ans 11 mois

43/45

62

62 jaar 11 maanden/ 62 ans 11 mois

43,5/45

63

63 jaar 11 maanden/ 63 ans 11 mois

44/45

64

64 jaar 11 maanden/ 64 ans 11 mois

44,5/45


- de coëfficiënt van gemiddelde deeltijdse prestatie tpm wordt genomen aan de waarde van de dag waarop de aangeslotene recht krijgt op het voordeel Rret.

Art. 6.Prestaties bij overlijden van de aangeslotene vóór de pensioendatum 6.1. Overlevingsrente en kapitaal overlijden Bij overlijden van de aangeslotene vóór de pensioendatum wordt aan de begunstigde(n) een overlevingsrente Rsurv en een overlijdenskapitaal KO toegekend waarvan de bedragen toegekend worden als volgt : Voor de gehuwde of wettelijk samenwonende aangeslotenen op het moment van overlijden :

Rsurv = 0,6 ((0,38 + 0,62 nd-10) . (75 pct./p.c. . T - Pld) . tpm) - Rs 35


KO/CD = 0,6 (1 - 0,6 (0,38 + 0,62 nd'-10)) . (75 pct./p.c. . T - Pld) . Sx . tpm - Vs 35


Voor de van tafel en bed gescheiden aangeslotenen, weduwnaars en weduwen :

KO/CD = 0,6 (1 - 0,6 (0,38 + 0,62 nd'-10)) . (75 pct./p.c. . T - Pld) . Sx . tpm - Vs 35


Voor de andere aangeslotenen : KO = 1 . T . tpm Formules waarin : nd, nd', T, Pld, Sx, tpm en Vs gedefinieerd worden in punt 2.2. van artikel 2.

De overlevingsrente wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart) en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

Voor de berekening van het kapitaal wordt voor de gehuwde of wettelijk samenwonende aangeslotenen rekening gehouden met de exacte leeftijd van de echtgenoot/wettelijk samenwonende. Voor de andere aangeslotenen wordt de partner verondersteld dezelfde leeftijd te hebben als de aangeslotene.

Voor alle actieven is het kapitaal KO minstens gelijk aan eenmaal de refertebezoldiging T . tpm (inclusief Vs). 6.2. Wezenrente Het plan voorziet voor elk kind eveneens in de uitbetaling van een tijdelijke jaarlijkse wezenrente (TWR) die gelijk is aan : TWR = 0,15 . (75 pct. . T - Pld) . tpm - Vo Formule waarin T, Pld, tpm en Vo gedefinieerd worden onder punt 2.2. van artikel 2.

De coëfficiënt 0,15 wordt opgetrokken tot 0,25 voor de wezen van vader en moeder of waarvan de overlevende ouder geen bijkomende overlevingstoeslag geniet.

De wezenrenten zijn maandelijks per twaalfden betaalbaar, per kind, voor zover het kind recht heeft op kinderbijslag of op toeslag voor gehandicapten.

Indien wezenrenten verschuldigd zijn aan meer dan drie wezen, ontvangt elke wees ten persoonlijke titel een rente die gelijk is aan de som van drie renten gedeeld door het aantal wezen.

De wezenrenten worden jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart), en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

Art. 7.Prestaties bij overlijden van de aangeslotene na de pensioendatum 7.1. Overlevingsrente De pensioenrente Rret is overdraagbaar voor 60 pct. ten gunste van de overlevende echtgeno(o)t(e) tot bij het overlijden van deze laatste.

De hoedanigheid van echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende moet verworven zijn op de pensioendatum van de aangeslotene en vervolgens op de datum van zijn overlijden.

De rente wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart), en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1. 7.2. Wezenrente Het plan voorziet eveneens in de betaling van een jaarlijkse tijdelijke wezenrente (TWR) die gelijk is aan 0,15 van de pensioenrente Rret.

De coëfficiënt 0,15 wordt opgetrokken tot 0,25 voor de wezen van vader en moeder of waarvan de overlevende ouder geen bijkomende overlevingstoeslag geniet.

De wezenrenten zijn maandelijks te betalen, per twaalfden, voor zover de wees kinderbijslag of toeslag voor gehandicapten ontvangt.

Indien wezenrenten verschuldigd zijn aan meer dan drie wezen, ontvangt elke wees ten persoonlijke titel een rente die gelijk is aan de som van drie renten gedeeld door het aantal wezen.

De wezenrenten worden jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart), en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

Art. 8.Verworven reserves van de aangeslotene De aangeslotene kan aanspraak maken op zijn verworven reserves bij uittreding of vertrek met pensioen vóór de pensioendatum zoals bepaald in artikel 2.2.2.

De verworven reserves zijn gelijk aan de minimumprovisies die opgebouwd moeten worden vanaf 1 januari 2007 krachtens koninklijke uitvoeringsbesluiten van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, en krachtens de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten en haar koninklijke uitvoeringsbesluiten betreffende de aanvullende pensioenen, en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (die verworven rechten toekent voor de loopbaan vanaf 1 januari 1996).

Voor de aangeslotenen die ook onder de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2016 vallen, zijn de verworven reserves gelijk aan de reserves die opgebouwd moeten worden krachtens de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten en haar koninklijke uitvoeringsbesluiten betreffende de aanvullende pensioenen, en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.

Art. 9.Modaliteiten van uitkering De prestaties zullen worden uitgekeerd onder de vorm van een rente, na aftrek van de eventuele wettelijke inhoudingen, vergoedingen en andere sommen die nog aan de pensioeninstelling of aan derden (zoals een pandhoudende schuldeiser) verschuldigd zouden zijn.

De prestaties vangen aan : - op de datum waarop de aangeslotene werkelijk met pensioen vertrekt; - op de 1ste dag van de maand die volgt op het overlijden van de aangeslotene, maar ze zijn pas betaalbaar na afgifte van de in het pensioenreglement voorziene documenten.

Art. 10.Begunstigden 10.1. De begunstigde van de prestatie op de pensioendatum Bij leven van de aangeslotene op de pensioendatum wordt de rente aan de aangeslotene zelf gestort. 10.2. De begunstigde van prestatie bij overlijden vóór of na de pensioendatum : - De begunstigden van het kapitaal overlijden KO in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de pensioendatum volgen automatisch de volgende voorrangsorde : - de echtgeno(o)t(e) of de wettelijk samenwonende partner; - de wettelijke, aangenomen of erkende natuurlijke kinderen van de aangeslotene, en bij plaatsvervulling, hun nakomelingen voor het gedeelte dat zou toegekomen zijn aan de begunstigde in wiens plaats zij treden. Indien er verschillende kinderen zijn, zal het voorziene kapitaal onder hen verdeeld worden in gelijke delen; - de vader en de moeder van de aangeslotene, elk voor de helft. Bij vóóroverlijden van één van hen, komt de totaliteit van de verzekerde bedragen aan de overlevende toe; - de wettelijke erfgenamen ten persoonlijke titel, met uitsluiting van de Staat; - het financieringsfonds, indien het gaat om een groepsverzekering of de pensioeninstelling.

Op vraag van de aangeslotene zijn afwijkingen van deze begunstigingsaanwijzing mogelijk, alsook een verdeling van de prestaties onder verschillende begunstigden, volgens de modaliteiten die in het pensioenreglement, zoals gedefinieerd in artikel 2.2.1., beschreven worden. - De begunstigden van de overlevingsrenten De overlevingsrente zal gestort worden aan de weduwnaar (weduwe) (gehuwde of wettelijke samenwonende overlevende) van de actieve werknemer/de gepensioneerde zolang hij in leven is en geen nieuw gezin sticht hetzij door te huwen of een wettelijke samenwoning aan te gaan. - De begunstigden van tijdelijke wezenrenten zijn dit ten persoonlijke titel Vanaf de leeftijd van 18 jaar moet op het moment van het overlijden en vervolgens eenmaal per jaar het bewijs geleverd worden dat de wees recht heeft op kinderbijslag of toeslag voor gehandicapten.

Art. 11.Prestaties bij invaliditeit van de aangeslotene 11.1. Financiering Bij door de betrokken instellingen erkende arbeidsongeschiktheid blijft de aangeslotene aan dit pensioenplan aangesloten.

De financiering van de patronale bijdragen die aan de pensioeninstelling worden gestort, zal voortgezet worden tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid conform het reglement. 11.2. Invaliditeitsrente Bij arbeidsongeschiktheid van de aangeslotene die optrad vanaf 1 juli 2021, wordt hem vanaf de 1ste dag van de maand die volgt op het einde van de carenztijd van twee jaar, hetzij ten vroegste vanaf 1 juli 2023, een invaliditeitsrente (Ri) toegekend in verhouding tot de invaliditeitsgraad waarvan het bedrag bepaald wordt als volgt : Ri = (0,38 + 0,62 ni - 10) . (75 pct. . T - Pli) . tpm 35 formule waarin ni, T, Pli en tpm gedefinieerd worden in artikel 2.

De invaliditeitsrente wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart) en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

De invaliditeitsrente wordt maandelijks per twaalfden betaald en wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd vanaf het jaar dat volgt op het begin van de invaliditeit, volgens de evolutie van de viermaandelijkse gezondheidsindex.

Ze eindigt : - wanneer de invaliditeit ophoudt; - ten laatste de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de invalide aangeslotene zijn aanvullende pensioenrente ontvangt.

Art. 12.Financiering De onderneming stort maandelijks aan de pensioeninstelling de aanvullende dotaties en bijdragen die nodig zijn voor de financiering van de prestaties van dit reglement.

Art. 13.Niet-betaling Bij stopzetting van betaling van de bijdragen wordt de onderneming, ten vroegste 30 dagen te rekenen vanaf de vervaldag, in gebreke gesteld per aangetekende brief waarin zij wordt herinnerd aan de vervaldag en de gevolgen van de niet-betaling.

Indien de situatie niet geregulariseerd is binnen de 3 maanden die volgen op de stopzetting van de stortingen, wordt elke aangeslotene bij het verstrijken van deze termijn per gewone brief op de hoogte gebracht van de stopzetting van betaling van de verschuldigde bijdragen.

Als de onderneming in gebreke blijft van betaling van de maandelijkse dotatie die de betaling mogelijk maakt van het deel van de rente met betrekking tot de loopbaan voorafgaand aan 1 januari 2007, wordt de betaling van dit deel van de rente onmiddellijk geschorst en worden de begunstigden ervan op de hoogte gesteld binnen een termijn van één maand te tellen vanaf het staken van betalen.

De pensioeninstelling zal de voorzitter van het "Fonds voor Aanvullende Vergoedingen" op de hoogte brengen van de verzending van deze brieven.

Art. 14.Vrijwillige opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst Bij vrijwillige en volledige opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van minder dan één kalendermaand blijven de aangeslotenen aan het pensioenreglement aangesloten voor het geheel van de prestaties die erin voorzien zijn.

Vanaf de eerste dag van de maand die volgt op of samenvalt met het begin van de schorsing van het contract, wordt de opbouw van de pensioenrechten geschorst.

De dekkingen met betrekking tot de prestaties overlijden en invaliditeit blijven verworven : - voor een ononderbroken periode van maximaal 3 maanden in geval van voltijdse schorsing in het kader van onbetaald verlof of tijdskrediet voor opleidingsdoeleinden; - voor een ononderbroken periode van maximaal 12 maanden in geval van voltijdse schorsing in het kader van tijdskrediet voor zorgverlof of thematisch verlof.

Na deze respectievelijke perioden waarbij de vrijwillige en volledige opschorting van de arbeidsovereenkomst verder loopt : - worden, voor de duur van de schorsing, de prestaties bij overlijden (overlevingsrente, overlijdenskapitaal en wezenrente) zoals bedoeld in artikel 6 opgeschort; - worden, voor de duur van de schorsing, de prestaties bij invaliditeit zoals bedoeld in artikel 11 opgeschort.

De aangeslotenen in opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst in het kader van een stelsel eindeloopbaan blijven de pensioen- en overlijdensprestaties genieten overeenkomstig de akkoorden die op niveau van de sector en/of op niveau van de ondernemingen van kracht zijn. De invaliditeitsdekking wordt echter opgeschort.

Art. 15.Verplichtingen van de ondernemingen De onderneming deelt aan de pensioeninstelling alle nodige informatie mee voor de uitvoering van het pensioenstelsel. De verplichtingen van de pensioeninstelling worden vastgelegd op basis van de overhandigde gegevens.

Art. 16.Herziening van dit kaderreglement Dit kaderreglement kan gewijzigd worden door een collectieve arbeidsovereenkomst die wordt afgesloten binnen het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf.

Art. 17.Overdracht van het pensioenstelsel De beslissing om de reserves over te dragen of van pensioeninstelling te veranderen, behoort toe aan de onderneming, mits naleving van de modaliteiten die voorzien zijn in de wetgeving op de aanvullende pensioenen.

Deze verrichting is onderworpen aan het akkoord tussen de onderneming en de pensioeninstelling over de modaliteiten van die overdracht en, in het bijzonder, over de uitbetaling van een vergoeding.

De liquidatievergoeding mag noch ten laste worden gelegd van de aangeslotenen, noch afgetrokken worden van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves.

Art. 18.Fiscale bepalingen Indien de aangeslotene en de begunstigde in België gedomicilieerd zijn, op basis van de toestand die van kracht is op de datum van invoegetreding van dit plan, dan is de Belgische wetgeving van toepassing zowel op de bijdragen als op de prestaties. In het tegenovergestelde geval zouden de fiscale en/of sociale lasten kunnen worden toegepast op basis van de buitenlandse wetgeving, in uitvoering van de internationale verdragen die in dit verband van toepassing zijn.

De jaarlijkse taksen op de persoonlijke bijdragen en de patronale toelagen worden door de onderneming ten laste genomen. Alle supplementen, zoals taksen en bijdragen, die een weerslag hebben of zouden hebben op het contract, zullen verschuldigd zijn volgens de modaliteiten die worden voorzien door de wetgeving die ze invoert.

De belastingen, voorheffingen, rechten, taksen of bijdragen die verschuldigd zijn op de kapitalen, de renten en winstdeelname, zijn, als gevolg van hun vereffening, ten laste van de begunstigden.

Art. 19.Verwerking en bescherming van persoonsgegevens De onderneming en de pensioeninstelling moeten persoonsgegevens verwerken van aangeslotenen en begunstigden om dit pensioenplan uit te voeren en de wettelijke verplichtingen te vervullen overeenkomstig de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen (WAP) en de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (WIPB). Deze gegevensverwerking gebeurt conform de toepasselijke wetgeving, waaronder de Algemene Verordening inzake Gegevensbescherming (AVG of GDPR). De opvolging van de naleving gebeurt onder meer door de verantwoordelijke voor gegevensbescherming (Data Protection Officer - DPO) van de pensioeninstelling.

Art. 20.Geschillen Dit kaderreglement en de pensioenstelsels die werden ingevoerd in uitvoering ervan, zijn onderworpen aan het Belgisch recht. Zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van de Belgische hoven en rechtbanken, kan elk probleem met betrekking tot dit plan voorgelegd worden aan de Compliance Officer van de pensioeninstelling, aan het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf (PC 326) of aan de FSMA, Congresstraat 10-16, te 1000 Brussel.

Art. 21.Inwerkingtreding van dit reglement Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2022. Het vervangt en vernietigt elk vorig reglement voor de aangeslotenen onder arbeidsovereenkomst.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2023.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het rentestelsel van het type "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is Kaderreglement Aanvullend pensioenstelsel van het type vaste prestaties in renten ten gunste van de werknemers die niet genieten van de overgangsmaatregelen voorzien door de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 24/12/2015 numac 2015022578 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen type wet prom. 18/12/2015 pub. 14/06/2016 numac 2016000360 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen. - Duitse vertaling type wet prom. 18/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015003459 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 sluiten

Artikel 1.Doel van het reglement Dit kaderreglement wordt opgesteld in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021 betreffende het pensioenstelsel in renten voor de personeelsleden op wie de binnen het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf afgesloten collectieve arbeidsovereenkomsten van 1 december 2016 en 23 december 2021 met betrekking tot de aanvullende pensioenen van het type "vaste prestaties" in renten (hierna "collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende het pensioenstelsel in renten") van toepassing zijn.

Elke onderneming die onder de toepassing van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst valt, zal een aanvullend pensioenstelsel voorzien zoals omschreven in dit reglement ten gunste van de werknemers die voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden bepaald in artikel 3.

Deze pensioentoezegging die in dit reglement wordt vastgelegd, is van het type "vaste prestaties" en voorziet de volgende prestaties als aanvulling op de wettelijke prestaties : - Voor aangeslotenen : - een pensioenrente voor de loopbaan na 1 januari 2007 opgebouwd binnen het O.F.P. en een pensioenrente voor de loopbaan vóór 1 januari 2007 ten laste van de exploitatiekosten van de ondernemingen maar gestort door het O.F.P.; - die ook onder de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2016 vallen : een pensioenrente voor de loopbaan vóór 1 januari 2007; - de toekenning van een invaliditeitsrente bij arbeidsongeschiktheid van de aangeslotene vóór de pensioendatum. - Voor de begunstigde(n) in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de pensioendatum : - een overlevingsrente en een overlijdenskapitaal (de voormalige overlevingsrente voor de voorbije loopbaan en de voormalige ''Tijdelijke Verzekering Alle Oorzaken"); - desgevallend een wezenrente. - Voor de begunstigde(n) in geval van overlijden van de aangeslotene na de pensioendatum : - een overlevingsrente; - een wezenrente.

Dit reglement omvat de toekenningsvoorwaarden en de berekeningsmodaliteiten van deze prestaties.

Art. 2.Definities 2.1. Partijen

- L'entreprise :

l'entreprise relevant du champ d'application des conventions collectives de travail relatives au régime de pension en rentes.

- De onderneming :

de onderneming die onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomsten met betrekking tot het pensioenstelsel in renten valt.

- L'organisme de pension :

l'entreprise d'assurances avec laquelle l'entreprise a conclu un contrat d'assurance de groupe ou l'organisme de financement de pensions Elgabel avec lequel l'entreprise a conclu une convention de gestion, mettant en oeuvre l'engagement de pension décrit dans le présent règlement-cadre.

- De pensioeninstelling :

de verzekeringsmaatschappij met wie de onderneming een groepsverzekeringsovereenkomst heeft afgesloten of het organisme voor de financiering van pensioenen Elgabel met wie de onderneming een beheerovereenkomst heeft afgesloten, ter uitvoering van de in dit kaderreglement beschreven pensioentoezegging.

- Les affiliés :

- les affiliés actifs :

- De aangeslotenen :

- de actieve aangeslotenen :

les membres du personnel de l'entreprise répondant aux conditions d'affiliation.

de personeelsleden van de onderneming die aan de aansluitingsvoorwaarden voldoen.

- les affiliés passifs :

- de passieve aangeslotenen :

a) les anciens affiliés actifs qui continuent à bénéficier de droits actuels ou différés si lors de leur sortie ils ont choisi de laisser leurs réserves acquises auprès de l'organisme de pension; a) de voormalige actieve aangeslotenen die huidige of uitgestelde rechten blijven genieten indien ze er bij uittreding voor hebben geopteerd hun verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten; b) les membres du personnel dont l'affiliation a pris fin en raison du fait qu'ils ne remplissent plus les conditions d'affiliation du présent règlement, sans que cela ne coïncide avec l'expiration du contrat de travail. b) de personeelsleden waarvan de aansluiting wordt beëindigd doordat ze niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het huidige reglement vervullen, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. - Les bénéficiaires :

les affiliés et leurs ayants droit recevant les prestations prévues au règlement.

- De begunstigden :

de aangeslotenen en hun rechthebbenden die de in dit reglement voorziene prestaties ontvangen.

- Le conjoint :

la personne mariée à l'affilié, à condition que les conjoints ne soient ni divorcés ni séparés de corps et que le mariage ait été célébré depuis au moins un an avant la date de son départ à la retraite, de sa sortie ou de son décès avant la retraite.

- De echtgeno(o)t(e) :

de persoon die gehuwd is met de aangeslotene, op voorwaarde dat de echtgenoten noch uit de echt, noch van tafel en bed gescheiden zijn en het huwelijk voltrokken werd minstens één jaar vóór het vertrek met pensioen, de uittreding of het overlijden vóór de pensionering.

- Le cohabitant légal :

la personne, à l'exclusion d'une personne ayant un lien de parenté jusqu'au 3ème degré inclus, qui vit avec l'affilié, conformément aux dispositions légales en vigueur régissant la cohabitation légale et à condition que, au moment de son départ à la retraite, de sa sortie ou de son décès avant la retraite, la cohabitation ininterrompue existe depuis au moins un an.

- De wettelijk samenwonende :

de persoon, met uitsluiting van een persoon die tot de 3de graad inbegrepen een bloedverwantschap heeft met de aangeslotene, die leeft met de aangeslotene overeenkomstig de wettelijke bepalingen die de wettelijke samenwoning regelen en op voorwaarde dat, op het moment van het vertrek met pensioen, de uittreding of het overlijden vóór de pensionering, de ononderbroken samenwoning tenminste één jaar duurt.

- L'orphelin :

tout enfant dont la filiation par rapport à l'affilié est établie conformément aux dispositions légales en vigueur au moment du décès de l'affilié et qui est bénéficiaire d'allocations familiales ou d'allocations de handicapé.

- De wees :

elk kind van wie de afstamming ten aanzien van de aangeslotene vaststaat overeenkomstig de wettelijke bepalingen die van kracht zijn op het moment van overlijden van de aangeslotene, en die begunstigde is van kinderbijslag of toeslag voor gehandicapten.


2.2. Begrippen 2.2.1. Pensioenreglement Het pensioenreglement dat door de onderneming bepaald wordt. Het omvat het kaderreglement en de specifieke clausules met betrekking tot de onderneming. 2.2.2. Pensioendatum In de zin van dit reglement wordt onder "pensioendatum" verstaan : de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.

De prestaties moeten verplicht vereffend worden wanneer de aangeslotene het (vervroegd) wettelijk pensioen ontvangt voor de activiteit die aanleiding gaf tot de opbouw van de waarborgen. 2.2.3. Uittreding Onder "uittreding" verstaat men : - de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of vertrek met pensioen; - het einde van de aansluiting doordat de aangeslotene niet meer aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst; - de conventionele overdracht van de aangeslotene in het kader van een conventionele overdracht van onderneming zonder dat de pensioentoezegging overgenomen wordt. 2.2.4. Pensioenanciënniteit (N) De pensioenanciënniteit N, die gebruikt wordt voor de berekening van de prestaties bij pensionering, wordt bepaald volgens het aantal jaren en maanden dienst vervuld onder arbeidsovereenkomst in de gas- en elektriciteitssector tot aan de datum van pensionering, vermeerderd met de gelijkgestelde of toegekende perioden.

De pensioenanciënniteit verworven rechten Na die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de verworven rechten bij uittreding vóór de pensioendatum, is samengesteld uit de verworven anciënniteit N, meegedeeld door de onderneming, tot op de dag van het einde van de aansluiting of het einde van de opzegtermijn.

Worden beschouwd als "periodes die niet gelijkgesteld worden met dienstjaren" : de periodes van volledige opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van meer dan één kalendermaand, die niet gedekt zijn door een gewaarborgd inkomen of door een inkomenswaarborg, met uitzondering van : - de periode van arbeidsongeschiktheid in de zin van dit reglement in de mate waarin ze aanving ten vroegste op de leeftijd van 50 jaar en vóór 1 juli 2021; - de periode van arbeidsongeschiktheid in de zin van dit reglement in de mate waarin ze aanving na 1 juli 2021.

De pensioenanciënniteiten N en Na mogen de 45 jaar niet overschrijden. 2.2.5. Beroepsanciënniteit De beroepsanciënniteit, die dient voor de berekening van de pensioentoezegging, is samengesteld uit het totaal aantal jaren en maanden reële (of gelijkgestelde) beroepsactiviteit geprojecteerd tot op de pensioendatum die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de eerst mogelijke datum van vertrek met wettelijk pensioen.

De beroepsanciënniteit wordt bepaald bij de inwerkingtreding van dit pensioenplan. Ze wordt door de aangeslotene meegedeeld door afgifte van het uittreksel dat beschikbaar is op mypension.be of van het document dat afgeleverd wordt door de Federale Pensioendienst. Bij gebreke aan de afgifte van dergelijk uittreksel is het de pensioenanciënniteit N die in aanmerking genomen wordt.

Ze zal echter een laatste keer gecontroleerd worden bij het werkelijk ingaan van het pensioen, op basis van het definitief uittreksel van mypension.be of het document dat door de Federale Pensioendienst wordt afgeleverd en zal definitief de formule van de pensioentoezegging bepalen die van toepassing is op de aangeslotene. 2.2.6. Pensioenanciënniteit overlijden en invaliditeit De pensioenanciënniteit overlijden : - nd, die dient voor de berekening van de overlevingsrente, is samengesteld uit de verworven anciënniteit n op de 1ste dag van de maand die volgt op het overlijden, na aftrek van de hierboven aangehaalde niet-gelijkgestelde periodes; - nd', die dient voor de berekening van het overlijdenskapitaal, is gelijk aan de verworven anciënniteit n op de eerste dag van de maand die volgt op het overlijden, zonder aftrek van de hierboven aangehaalde niet-gelijkgestelde periodes.

De pensioenanciënniteit invaliditeit ni, die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het aanvullend invaliditeitspensioen, is samengesteld uit het aantal jaren en maanden dienst vervuld onder arbeidsovereenkomst in de gas- en elektriciteitssector tot de aanvang van het recht op invaliditeit alsook uit de gelijkgestelde periodes.

Ze is minstens gelijk aan 10 jaar indien de invaliditeit het gevolg is van een ongeval dat zich voordeed op de werkplaats of op de weg naar het werk of van een andere beroepsziekte die uit hoofde van de wet wordt vergoed.

De pensioenanciënniteiten nd, nd' en ni mogen de 45 jaar niet overschrijden. 2.2.7. Refertebezoldiging De refertebezoldiging stemt overeen met : T = (X . to + Pr + Pr') . k formule waarin : - X de jaarlijkse vermenigvuldigingscoëfficiënt van de maandelijkse bezoldiging is. Deze coëfficiënt is gelijk aan 15,0733 en houdt rekening met : - 12 maanden beroepsinkomsten; - de eindejaarspremie : 13de en 14de maand; - dubbel vakantiegeld : wettelijk en bovenwettelijk. - to gelijk is aan de som van : - de gemiddelde maandwedde van de laatste twaalf maanden; - en de indexforfait, genomen aan de waarde die overeenstemt met index 100 (basis 2013) van de gezondheidsindex. to is exclusief salaristoelagen, premies en andere voordelen. - Pr gelijk is aan de optelling van de statutaire zogenaamde winter- en vakantiepremies, genomen aan de waarde die overeenstemt met index 100 (basis 2013) van de gezondheidsindex. - Pr' de waarde is, aan index 100 (basis 2013) van de gezondheidsindex, van het dubbel wettelijk vakantiegeld berekend op het maandelijks gemiddelde van Pr. - k de vermenigvuldigingscoëfficiënt is voor de indexering van de bezoldigingen van de werknemers van de gas- en elektriciteitssector aan de waarde op 1 april die voorafgaat aan of samenvalt met de aanvang van de prestaties.

Met uitzondering van k, worden deze verschillende elementen genomen aan hun waarde op het moment waarop het recht op de prestaties voorzien in dit reglement aanvangt.

Voor de aangeslotene die ziek is of het slachtoffer van een ongeluk en daardoor een inkomenswaarborg geniet tijdens de laatste twaalf maanden van zijn loopbaan, is de to deze die door zijn werkgever in aanmerking genomen werd in de berekening van de inkomenswaarborg bij ziekte of ongeval.

Deze refertebezoldiging wordt uitgedrukt op basis van een voltijdse activiteit. 2.2.8. Rr, Rs, Vs, Vo De pensioenrenten (Rr), overlevingsrenten (Rs), de overlevingskapitalen (Vs) en wezenrenten (Vo) afkomstig van andere aanvullende basisvoorzorgstelsels, die door de aangeslotenen werden verworven tijdens hun pensioenanciënniteit n.

Voor de aangeslotenen die komen van regies of van andere ondernemingen waarvan de activiteit werd overgenomen, zal rekening gehouden worden met de bestaande protocollen. 2.2.9. Coëfficiënt van gemiddelde deeltijdse prestatie (tpm) De coëfficiënt van de gemiddelde deeltijdse prestatie wordt berekend op basis van het (of de) tewerkstellingsregime(s) tijdens de werkelijk gepresteerde of geassimileerde maanden dienst gedurende de loopbaan van de aangeslotene in de gas- en elektriciteitssector.

Deze coëfficiënt wordt gebruikt voor de berekening van de formules van vervroegd vertrek alsook voor de berekening van het aanvullend pensioen in geval van pensionering of overlijden. tpm wordt berekend als volgt :

tpm =

som in kalendermaanden en -dagen/30 van alle toegelaten periodes(1) gewogen aan hun effectieve tewerkstellingsratio's of aan hun gemiddelde tewerkstellingsratio's ______________________________ som in kalendermaanden en -dagen/30 van dezelfde toegelaten periodes aan tewerkstellingsratio = 1

tpm =

somme en mois calendriers et jours/30 de toutes les périodes admissibles pondérées(1) par leurs ratios de travail effectifs ou par leurs ratios de travail moyen _____________________________ somme en mois calendriers et jours/30 de ces mêmes périodes admissibles au ratio de travail = 1


(1) Dit wil zeggen de loopbaanstappen, arbeidscontracten en schorsingen, waarvan de tewerkstellingsratio hoger is dan 0 (ongeacht of deze periodes al dan niet volledig in aanmerking worden genomen). 2.2.10. Wettelijk conventioneel refertepensioen (Pl) Het wettelijke conventionele refertepensioen Pl waarmee rekening gehouden wordt bij de berekening van het pensioenkapitaal, is de som van : 1. het wettelijke conventionele pensioen onder het repartitiestelsel (Plr);2. het wettelijke conventionele pensioen onder het kapitalisatiestelsel (Plc);3. het vakantiegeld (Plv). Voor alle aangeslotenen worden deze drie elementen berekend op basis van hun jaarlijkse waarde : 1. voor een man;2. als gezinspensioen;3. voor een volledige loopbaan;4. voor een vertrek op de pensioendatum in de veronderstelling dat de aangeslotene deze leeftijd bereikt in de loop van het jaar van zijn vertrek;5. rekening houdend met de bezoldigingen;6. aan de index die van toepassing is op de wettelijke pensioenen van de maand april die samenvalt met of voorafgaat aan de maand waarin de prestaties aanvangen. Het bedrag van het wettelijke conventionele refertepensioen, herzien volgens de regels gedefinieerd in de wetten die van toepassing waren op 31 december 1986, zal altijd in mindering worden gebracht, ongeacht eventuele latere wijzigingen in de wetgeving voor deze sector van de sociale zekerheid die het bedrag van het wettelijke pensioen zouden kunnen verlagen.

Het wettelijke conventionele overlijdenpensioen Pld dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de prestaties bij overlijden is gelijk aan Pl, maar berekend in de veronderstelling dat de aangeslotene de pensioendatum heeft bereikt in het jaar van zijn overlijden.

Bij overlijden van een aangeslotene die recht heeft op een aanvullende invaliditeitsuitkering, is Pld gelijk aan Pli zoals hieronder gedefinieerd.

Het wettelijke conventionele invaliditeitspensioen Pli dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de prestaties bij invaliditeit, is gelijk aan Pl, maar berekend in de veronderstelling dat de aangeslotene de pensioendatum heeft bereikt in het jaar waarin hij recht krijgt op de aanvullende invaliditeitsuitkering, en wordt berekend aan de index die van toepassing is op de wettelijke pensioenen op 1 april die voorafgaat aan of samenvalt met de aanvang van de invaliditeit.

Bij pensionering van een aangeslotene die recht heeft op een aanvullende invaliditeitsuitkering, is het wettelijke conventionele refertepensioen Pl gelijk aan Pli. 2.2.11. Sx : omzettingscoëfficiënt Sx is de coëfficiënt voor de omzetting van rente naar kapitaal die gebruikt wordt voor de berekening van het overlijdenskapitaal KO. De omzettingscoëfficiënt van rente naar kapitaal wordt berekend op basis van de sterftetafels FR 4,75 pct., zonder leeftijdscorrectie.

Voor de gehuwde of wettelijk samenwonende aangeslotenen wordt er rekening gehouden met de juiste leeftijd van de echtgeno(o)t(e) of de samenwonende in de zin van dit reglement. Voor de andere aangeslotenen wordt de begunstigde verondersteld dezelfde leeftijd te hebben als de aangeslotene. De leeftijd, uitgedrukt in maanden en jaren, wordt berekend op de eerste dag van de maand die volgt op het overlijden.

Ongeacht het geslacht van de aangeslotene zijn de omzettingscoëfficiënten Sx deze die van toepassing zijn op de vrouwelijke bevolking. 2.2.12. De verworven reserves De reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig het kaderreglement. 2.2.13. De verworven prestaties De prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op de pensioendatum overeenkomstig het reglement indien hij op het moment van zijn uittreding verworven reserves bij de pensioeninstelling achterlaat. 2.3. Jaarlijkse herberekening De prestaties die door dit reglement gewaarborgd zijn, worden eenmaal per jaar met uitwerking op 1 juli herrekend op basis van de wijzigingen die zich voordeden in het referentieloon van januari geïndexeerd op 1 januari, de burgerlijke staat en de familiale toestand van de aangeslotene.

Art. 3.Aansluiting aan de pensioentoezegging omschreven in het pensioenreglement De werknemers op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021 van toepassing is en die geen recht hebben op de overgangsmaatregelen voorzien in artikel 63/5 van de wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2015 pub. 24/12/2015 numac 2015022578 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen type wet prom. 18/12/2015 pub. 14/06/2016 numac 2016000360 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen. - Duitse vertaling type wet prom. 18/12/2015 pub. 30/12/2015 numac 2015003459 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2016 sluiten tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen, zijn aangesloten aan het pensioenreglement van de onderneming dat voortvloeit uit dit kaderreglement, voor zover ze vóór 31 maart 2022 uitdrukkelijk voor de aansluiting hebben geopteerd.

De werknemers die tijdens hun loopbaan tot kaderlid worden bevorderd, zullen voor hun toekomstige loopbaan aangesloten zijn aan het aanvullend pensioenstelsel dat van toepassing is voor de kaderleden in de onderneming. De verworven reserves in het kader van het pensioenreglement zullen jaarlijks worden herzien, rekening houdend met de jaarlijkse referentiebezoldiging op dat moment.

De aangeslotene aanvaardt het pensioenreglement en machtigt de onderneming om aan de pensioeninstelling alle gegevens te verstrekken alsook alle nodige bewijsstukken voor de goede uitvoering van dit reglement.

De aangeslotene zal op eenvoudige vraag de gegevens en de vereiste ontbrekende bewijsstukken verschaffen zodat de pensioeninstelling haar verplichtingen kan uitvoeren.

Art. 4.De pensioentoezegging op de pensioendatum Bij leven van de aangeslotene op de pensioendatum, zoals gedefinieerd in artikel 2.2.2., wordt hem een jaarlijkse rente Rret toegekend die wordt bepaald op basis van de volgende formule :

Rret = (0,38 + 0,62 x (N + n - 10)/35) x (a x T - b x Pl) x 1.008 x tpm - Rr


waarbij n begrensd is tot het verschil tussen 45 jaar en de pensioenanciënniteit N op de eerst mogelijke datum van het (vervroegde) wettelijke pensioen.

Naargelang de geprojecteerde beroepsanciënniteit berekend op de pensioendatum (65 jaar), verschilt deze formule als volgt : - voor de aangeslotenen die op de pensioendatum een beroepsanciënniteit hebben van 48 jaar en 7 maand of meer :

Rret = (0,38 + 0,62 x (N + 5 - 10)/35) x (0,95 T - 1,18 Pl)) x 1.008 x tpm - Rr


- voor de aangeslotenen die op de pensioendatum een beroepsanciënniteit hebben van 46 jaar en 7 maand of meer maar minder dan 48 jaar en 7 maand :

Rret = (0,38 + 0,62 x (N + 4 - 10)/35) x (0,91 T - 1,14 Pl)) x 1.008 x tpm - Rr


- voor de aangeslotenen die op de pensioendatum een beroepsanciënniteit hebben van 45 jaar en 7 maand of meer maar minder dan 46 jaar en 7 maand :

Rret = (0,38 + 0,62 x (N + 3 - 10)/35) x (0,87 T - 1,10 Pl)) x 1.008 x tpm - Rr


- voor de aangeslotenen die op de pensioendatum een beroepsanciënniteit hebben van 43 jaar en 7 maand of meer maar minder dan 45 jaar en 7 maand :

Rret = (0,38 + 0,62 x (N + 2 - 10)/35) x (0,83 T - 1,07 Pl)) x 1.008 x tpm - Rr


- voor de aangeslotenen die op de pensioendatum een beroepsanciënniteit hebben van 42 jaar en 7 maand of meer maar minder dan 43 jaar en 7 maand :

Rret = (0,38 + 0,62 x (N + 1 - 10)/35) x (0,79 T - 1,03 Pl)) x 1.008 x tpm - Rr


- voor de aangeslotenen die op de pensioendatum een beroepsanciënniteit hebben van minder dan 42 jaar en 7 maand :

Rret = (0,38 + 0,62 x (N + 0 - 10)/35) x (0,75 T - Pl)) x 1.008 x tpm - Rr


formules waarbij N, T, Pl, tpm en Rr gedefinieerd worden in punt 2.2. van artikel 2.

De pensioenrente wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart) en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

In geval van vertrek op vervroegd pensioen voor de pensioendatum, zoals gedefinieerd in artikel 2.2.2., wordt de rente verminderd als volgt : Rret * x nEx x (VK65/VKx) Waarbij nEx een actuariële actualisatiecoëfficiënt is om de rente te actualiseren van de pensioendatum tot leeftijd x bij vervroegd pensioen, op basis van de sterftetafel MR 0 pct. en waarbij VKx het vestigingskapitaal voorstelt van een levenslange overdraagbare rente op twee hoofden van dezelfde leeftijd x met de sterftetafel MR/FR 0 pct.

Art. 5.Prestaties bij overlijden van de aangeslotene vóór de pensioendatum 5.1. Overlevingsrente en kapitaal overlijden Bij overlijden van de aangeslotene vóór de pensioendatum wordt aan de begunstigde(n) een overlevingsrente Rsurv en een overlijdenskapitaal KO toegekend waarvan de bedragen toegekend worden als volgt : Voor de gehuwde of wettelijk samenwonende aangeslotenen op het moment van overlijden :

Rsurv = 0,6 ((0,38 + 0,62 nd - 10) . (75 pct./p.c.. T - Pld) x . tpm) - Rs 35

KO/CD = 0,6 (1 - 0,6 (0,38 + 0,62 nd' - 10)) . (75 pct./p.c. . T - Pld) . Sx . tpm - Vs 35


Voor de van tafel en bed gescheiden aangeslotenen, weduwnaars en weduwen :

KO/CD = 0,6 (1 - 0,6 (0,38 + 0,62 nd' - 10)) . (75 pct./p.c. . T - Pld) . Sx . tpm - Vs 35


Voor de andere aangeslotenen : KO = 1 . T . tpm formules waarin : nd, nd', T, Pld, Sx, tpm en Vs gedefinieerd worden in punt 2.2. van artikel 2.

De overlevingsrente wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart) en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

Voor de berekening van het kapitaal wordt voor de gehuwde of wettelijk samenwonende aangeslotenen rekening gehouden met de exacte leeftijd van de echtgenoot/wettelijk samenwonende. Voor de andere aangeslotenen wordt de partner verondersteld dezelfde leeftijd te hebben als de aangeslotene.

Voor alle actieven is het kapitaal KO minstens gelijk aan eenmaal de refertebezoldiging T . tpm (inclusief Vs). 5.2. Wezenrente Het plan voorziet voor elk kind eveneens in de uitbetaling van een tijdelijke jaarlijkse wezenrente (TWR) die gelijk is aan : TWR = 0,15 . (75 pct. . T - Pld) . tpm - Vo Formule waarin T, Pld, tpm en Vo gedefinieerd worden onder punt 2.2. van artikel 2.

De coëfficiënt 0,15 wordt opgetrokken tot 0,25 voor de wezen van vader en moeder of waarvan de overlevende ouder geen bijkomende overlevingstoeslag geniet.

De wezenrenten zijn maandelijks per twaalfden betaalbaar, per kind, voor zover het kind recht heeft op kinderbijslag of op toeslag voor gehandicapten.

Indien wezenrenten verschuldigd zijn aan meer dan drie wezen, ontvangt elke wees ten persoonlijke titel een rente die gelijk is aan de som van drie renten gedeeld door het aantal wezen.

De wezenrenten worden jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart) en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

Art. 6.Prestaties bij overlijden van de aangeslotene na de pensioendatum 6.1. Overlevingsrente De overlevingsrente Rret is overdraagbaar voor 60 pct. ten gunste van de overlevende echtgeno(o)t(e) tot bij het overlijden van deze laatste.

De hoedanigheid van echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende moet verworven zijn op de pensioendatum van de aangeslotene en vervolgens op de datum van zijn overlijden.

De rente wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart) en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1. 6.2. Wezenrente Het plan voorziet eveneens in de betaling van een jaarlijkse tijdelijke wezenrente (TWR) die gelijk is aan 0,15 van de pensioenrente Rret.

De coëfficiënt 0,15 wordt opgetrokken tot 0,25 voor de wezen van vader en moeder of waarvan de overlevende ouder geen bijkomende overlevingstoeslag geniet.

De wezenrenten zijn maandelijks te betalen, per twaalfden, voor zover de wees kinderbijslag of toeslag voor gehandicapten ontvangt.

Indien wezenrenten verschuldigd zijn aan meer dan drie wezen, ontvangt elke wees ten persoonlijke titel een rente die gelijk is aan de som van drie renten gedeeld door het aantal wezen.

De wezenrenten worden jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart) en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

Art. 7.Verworven reserves van de aangeslotene De aangeslotene kan aanspraak maken op zijn verworven reserves bij uittreding of vertrek met pensioen vóór de pensioendatum zoals bepaald in artikel 2.2.2.

De verworven reserves zijn gelijk aan de minimumprovisies die opgebouwd moeten worden vanaf 1 januari 2007 krachtens koninklijke uitvoeringsbesluiten van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening en krachtens de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten en haar koninklijke uitvoeringsbesluiten betreffende de aanvullende pensioenen, en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (die verworven rechten toekent voor de loopbaan vanaf 1 januari 1996).

Voor de aangeslotenen die ook onder de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2016 vallen, zijn de verworven reserves gelijk aan de reserves die opgebouwd moeten worden krachtens de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten en haar koninklijke uitvoeringsbesluiten betreffende de aanvullende pensioenen, en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.

De verworven reserves van de werknemers die uitgetreden zijn tussen de datum van ondertekening van de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021 en de datum van de inwerkingtreding ervan, worden herberekend op die laatste datum, hetzij op 1 januari 2022.

De verworven reserves op 1 januari 2022 mogen niet lager liggen dan de verworven reserves die voortvloeien uit de toepassing van de wettelijke bepalingen met betrekking tot het dynamisch beheer dat van toepassing is bij een wijziging van het plan.

Art. 8.Modaliteiten van uitkering De prestaties zullen worden uitgekeerd onder de vorm van een rente, na aftrek van de eventuele wettelijke inhoudingen, vergoedingen en andere sommen die nog aan de pensioeninstelling of aan derden (zoals een pandhoudende schuldeiser) verschuldigd zouden zijn.

De prestaties vangen aan : - op de datum waarop de aangeslotene werkelijk met pensioen vertrekt; - op de 1ste dag van de maand die volgt op het overlijden van de aangeslotene, maar ze zijn pas betaalbaar na afgifte van de in het pensioenreglement voorziene documenten.

Art. 9.Begunstigden 9.1. De begunstigde van de prestatie op de pensioendatum Bij leven van de aangeslotene op de pensioendatum wordt de rente aan de aangeslotene zelf gestort. 9.2. De begunstigde van prestatie bij overlijden vóór of na de pensioendatum : - De begunstigden van het kapitaal overlijden Ks in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de pensioendatum, volgen automatisch de volgende voorrangsorde : - de echtgeno(o)t(e) of de wettelijk samenwonende partner; - de wettelijke, aangenomen of erkende natuurlijke kinderen van de aangeslotene, en bij plaatsvervulling, hun nakomelingen voor het gedeelte dat zou toegekomen zijn aan de begunstigde in wiens plaats zij treden. Indien er verschillende kinderen zijn, zal het voorziene kapitaal onder hen verdeeld worden in gelijke delen; - de vader en de moeder van de aangeslotene, elk voor de helft. Bij vóóroverlijden van één van hen, komt de totaliteit van de verzekerde bedragen aan de overlevende toe; - de wettelijke erfgenamen ten persoonlijke titel, met uitsluiting van de Staat; - het financieringsfonds, indien het gaat om een groepsverzekering of de pensioeninstelling.

Op vraag van de aangeslotene zijn afwijkingen van deze begunstigingsaanwijzing mogelijk, alsook een verdeling van de prestaties onder verschillende begunstigden, volgens de modaliteiten die in het pensioenreglement, zoals gedefinieerd in artikel 2.2.1., beschreven worden. - De begunstigden van de overlevingsrenten De overlevingsrente zal gestort worden aan de weduwnaar (weduwe) (gehuwde of wettelijke samenwonende overlevende) van de actieve werknemer/de gepensioneerde zolang hij in leven is en geen nieuw gezin sticht hetzij door te huwen of een wettelijke samenwoning aan te gaan. - De begunstigden van tijdelijke wezenrenten zijn dit ten persoonlijke titel Vanaf de leeftijd van 18 jaar moet op het moment van het overlijden en vervolgens eenmaal per jaar het bewijs geleverd worden dat de wees recht heeft op kinderbijslag of toeslag voor gehandicapten.

Art. 10.Prestaties bij invaliditeit van de aangeslotene 10.1. Financiering Bij door de betrokken instellingen erkende arbeidsongeschiktheid blijft de aangeslotene aan dit pensioenplan aangesloten.

De financiering van de patronale bijdragen die aan de pensioeninstelling worden gestort, zal voortgezet worden tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid conform het reglement. 10.2. Invaliditeitsrente Bij arbeidsongeschiktheid van de aangeslotene die optrad vanaf 1 juli 2021, wordt hem vanaf de 1ste dag van de maand die volgt op het einde van de carenztijd van twee jaar, hetzij ten vroegste vanaf 1 juli 2023, een invaliditeitsrente (Ri) toegekend in verhouding tot de invaliditeitsgraad waarvan het bedrag bepaald wordt als volgt : Ri = (0,38 + 0,62 ni - 10) . (15 pct. . T - Pli) . tpm 35 formule waarin ni, T, Pli en tpm gedefinieerd worden in artikel 2.

De invaliditeitsrente wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd volgens het volgende principe : vermenigvuldiging van de geïndexeerde rente met de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A (index van maart) en deling van dit resultaat door de gezondheidsindex die van toepassing is op de bezoldigingen van april van het jaar A-1.

De invaliditeitsrente wordt maandelijks per twaalfden betaald en wordt jaarlijks op 1 april geïndexeerd vanaf het jaar dat volgt op het begin van de invaliditeit, volgens de evolutie van de viermaandelijkse gezondheidsindex.

Ze eindigt : a) wanneer de invaliditeit ophoudt;b) ten laatste de laatste dag van de maand die voorafgaat aan de maand waarin de invalide aangeslotene zijn aanvullend pensioenrente ontvangt.

Art. 11.Financiering De onderneming stort maandelijks aan de pensioeninstelling de aanvullende dotaties en bijdragen die nodig zijn voor de financiering van de prestaties van dit reglement.

Art. 12.Niet-betaling Bij stopzetting van betaling van de bijdragen wordt de onderneming, ten vroegste 30 dagen te rekenen vanaf de vervaldag, in gebreke gesteld per aangetekende brief waarin zij wordt herinnerd aan de vervaldag en de gevolgen van de niet-betaling.

Indien de situatie niet geregulariseerd is binnen de 3 maanden die volgen op de stopzetting van de stortingen, wordt elke aangeslotene bij het verstrijken van deze termijn per gewone brief op de hoogte gebracht van de stopzetting van betaling van de verschuldigde bijdragen.

Als de onderneming in gebreke blijft van betaling van de maandelijkse dotatie die de betaling mogelijk maakt van het deel van de rente met betrekking tot de loopbaan voorafgaand aan 1 januari 2007, wordt de betaling van dit deel van de rente onmiddellijk geschorst en worden de begunstigden ervan op de hoogte gesteld binnen een termijn van één maand te tellen vanaf het staken van betalen.

De pensioeninstelling zal de voorzitter van het "Fonds voor Aanvullende Vergoedingen" op de hoogte brengen van de verzending van deze brieven.

Art. 13.Vrijwillige opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst Bij vrijwillige en volledige opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van minder dan één kalendermaand blijven de aangeslotenen aan het pensioenreglement aangesloten voor het geheel van de prestaties die erin voorzien zijn.

Vanaf de eerste dag van de maand die volgt op of samenvalt met het begin van de schorsing van het contract, wordt de opbouw van de pensioenrechten geschorst.

De dekkingen met betrekking tot de prestaties overlijden en invaliditeit blijven verworven : - voor een ononderbroken periode van maximaal 3 maanden in geval van voltijdse schorsing in het kader van onbetaald verlof of tijdskrediet voor opleidingsdoeleinden; - voor een ononderbroken periode van maximaal 12 maanden in geval van voltijdse schorsing in het kader van tijdskrediet voor zorgverlof of thematisch verlof.

Na deze respectievelijke perioden waarbij de vrijwillige en volledige opschorting van de arbeidsovereenkomst verder loopt : - worden, voor de duur van de schorsing, de prestaties bij overlijden (overlevingsrente, overlijdenskapitaal en wezenpensioen) zoals bedoeld in artikel 5 opgeschort; - worden, voor de duur van de schorsing, de prestaties bij invaliditeit zoals bedoeld in artikel 10 opgeschort.

De aangeslotenen in opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst in het kader van een stelsel eindeloopbaan blijven de pensioen- en overlijdensprestaties genieten overeenkomstig de akkoorden die op niveau van de sector en/of op niveau van de ondernemingen van kracht zijn. De invaliditeitsdekking wordt echter opgeschort.

Art. 14.Verplichtingen van de ondernemingen De onderneming deelt aan de pensioeninstelling alle nodige informatie mee voor de uitvoering van het pensioenstelsel. De verplichtingen van de pensioeninstelling worden vastgelegd op basis van de overhandigde gegevens.

Art. 15.Herziening van dit kaderreglement Dit kaderreglement kan gewijzigd worden door een collectieve arbeidsovereenkomst die wordt afgesloten binnen het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf.

Art. 16.Overdracht van het pensioenstelsel De beslissing om de reserves over te dragen of van pensioeninstelling te veranderen, behoort toe aan de onderneming, mits naleving van de modaliteiten die voorzien zijn in de wetgeving op de aanvullende pensioenen.

Deze verrichting is onderworpen aan het akkoord tussen de onderneming en de pensioeninstelling over de modaliteiten van die overdracht en, in het bijzonder, over de uitbetaling van een vergoeding.

De liquidatievergoeding mag noch ten laste worden gelegd van de aangeslotenen, noch afgetrokken worden van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves.

Art. 17.Fiscale bepalingen Indien de aangeslotene en de begunstigde in België gedomicilieerd zijn, op basis van de toestand die van kracht is op de datum van invoegetreding van dit plan, dan is de Belgische wetgeving van toepassing zowel op de bijdragen als op de prestaties. In het tegenovergestelde geval zouden de fiscale en/of sociale lasten kunnen worden toegepast op basis van de buitenlandse wetgeving, in uitvoering van de internationale verdragen die in dit verband van toepassing zijn.

De jaarlijkse taksen op de persoonlijke bijdragen en de patronale toelagen worden door de onderneming ten laste genomen. Alle supplementen, zoals taksen en bijdragen, die een weerslag hebben of zouden hebben op het contract, zullen verschuldigd zijn volgens de modaliteiten die worden voorzien door de wetgeving die ze invoert.

De belastingen, voorheffingen, rechten, taksen of bijdragen die verschuldigd zijn op de kapitalen, de renten en winstdeelname, zijn, als gevolg van hun vereffening, ten laste van de begunstigden.

Art. 18.Verwerking en bescherming van persoonsgegevens De onderneming en de pensioeninstelling moeten persoonsgegevens verwerken van aangeslotenen en begunstigden om dit pensioenplan uit te voeren en de wettelijke verplichtingen te vervullen overeenkomstig de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen (WAP) en de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (WIPB). Deze gegevensverwerking gebeurt conform de toepasselijke wetgeving, waaronder de Algemene Verordening inzake Gegevensbescherming (AVG of GDPR). De opvolging van de naleving gebeurt onder meer door de verantwoordelijke voor gegevensbescherming (Data Protection Officer - DPO) van de pensioeninsrelling.

Art. 19.Geschillen Dit kaderreglement en de pensioenstelsels die werden ingevoerd in uitvoering ervan, zijn onderworpen aan het Belgisch recht. Zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van de Belgische hoven en rechtbanken, kan elk probleem met betrekking tot dit plan voorgelegd worden aan de Compliance Officer van de pensioeninstelling, aan het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf (PC nr. 326) of aan de FSMA, Congresstraat 10-16, te 1000 Brussel.

Art. 20.Inwerkingtreding van dit reglement Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2022. Het vervangt en vernietigt elk vorig reglement voor de aangeslotenen onder arbeidsovereenkomst.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2023.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 3 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het rentestelsel van het type "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is Toekenning van n in het kader van pensioenplan Regime B voor de werknemers geboren vanaf 1 januari 1962 en die geopteerd hebben voor de aangepaste pensioentoezegging De n wordt toegekend rekening houdend met de duur van de professionele loopbaan geprojecteerd tot de leeftijd van 65 jaar.

Npens = beroepsloopbaan mypension volgens de regels van de RVP, te weten :

Mypension (âge)

Npens (an)

Mypension (leeftijd)

Npens (jaar)

de 60 à 60,92

44

van 60 tot 60,92

44

de 61 à 62,92

43

van 61 tot 62,92

43

de 63 à 64,92

42

van 63 tot 64,92

42

65

42 ou moins

65

42 of minder


Npens* = geprojecteerde beroepsloopbaan tot de einddatum van het pensioenplan, zijnde 65 jaar.

Npens* = Npens + 67 - leeftijd mypension Sectoranciënniteit : reële anciënniteit Gecorrigeerde sectoranciënniteit = [(sectoranciënniteit + n) geplafonneerd op 45] Toekenning n : Npens* >= 48,58 _ n = 5 46,58 <= Npens* < 48,58 _ n = 4 45,58 <= Npens* < 46,58 _ n = 3 43,58 <= Npens* < 45,58 _ n = 2 42,58 <= Npens* < 43,58 _ n = 1 Npens* < 42,58 _ n = 0 Methode Hypotheses : Een werknemer heeft een datum mypension die hem toelaat te genieten van een vervroegd pensioen op 63 jaar en 3 maand, zijnde 63,25.

Zijn sectoranciënniteit op datum mypension = 41,50. mypension = 63,25 Npens = 42 Npens* = 42 + 65 - 63,25 = 43,75 (43,58 <= Npens* < 45,58) _ n = 2 Sectoranciënniteit = 41,50 Gecorrigeerde sectoranciënniteit = 41,50 + 2 (n) = 43,50 Voorbeeld 1 : Geboortedatum : 12 april 1965 Datum mypension : 1 mei 2027 - leeftijd mypension : 62 - loopbaananciënniteit : 43 - sector anciënniteit : 36,75 Projectie tot 65 jaar : loopbaananciënniteit : 43 + 65 - 62 = 46 Toekenning n : 3 (46,58 <= 46 < 47,58) Aangepaste sectoranciënniteit - nieuwe formule : Min [45; (36,75 + 3)] = 39,75 Voorbeeld 2 : Geboortedatum : 8 mei 1965 Datum mypension : 1 mei 2028 - leeftijd mypension : 62,92 - loopbaananciënniteit : 43 - sectoran-ciënniteit : 34 Projectie tot 65 jaar : loopbaananciënniteit : 43 + 65 - 62,92 = 45,08 Toekenning n : 2 (43,58 <= 45,08 < 45,58) Aangepaste sectoranciënniteit - nieuwe formule : Min [45; (34 + 2)] = 36 Voorbeeld 3 : Geboortedatum : 15 mei 1973 Datum mypension : 1 mei 2039 - leeftijd mypension : 65,92 - loopbaananciënniteit : 42 - sectoranciënniteit : 42 Projectie tot 65 jaar : loopbaananciënniteit : 42 + 65 - 65,92 = 41,08 Toekenning n : 0 (41,08 < 42,58) Aangepaste sectoranciënniteit - nieuwe formule : Min [45; (42 + 0)] = 42 Voorbeeld 4 : Geboortedatum : 8 mei 1967 Datum mypension : 1 november 2030 - leeftijd mypension : 63,42 - loopbaananciënniteit : 42 - sectoranciënniteit : 41,25 Projectie tot 65 jaar : loopbaananciënniteit : 42 + 65 - 63,42 = 43,58 Toekenning n : 2 (43,58 <= 43,58 < 45,58) Aangepaste sectoranciënniteit - nieuwe formule : Min [45; (41,25 + 2)] = 43,25 Voorbeeld 5 : Geboortedatum : 21 december 1974 Datum mypension : 1 juli 2036 - leeftijd mypension : 61,50 - loopbaananciënniteit : 43 - sectoran-ciënniteit : 42,50 Projectie tot 65 jaar : loopbaananciënniteit : 43 + 65 - 61,5 = 46,50 Toekenning n : 3 (45,58 <= 46,50 < 46,58) Aangepaste sectoranciënniteit - nieuwe formule : Min [45; (42,50 + 3)] = 45,00 Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2023.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 4 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2021, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de aanvullende pensioenen in het rentestelsel van het type "vaste prestaties" voor de personeelsleden op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 december 2004 met betrekking tot de waarborg van rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas in dienst op 31 december 2001 van toepassing is Tabel nEx van de actualisatie van het pensioenkapitaal op eindleeftijd 65 jaar in functie van de leeftijd van effectief pensioen + vestigingskapitaal

nEx 0 pct./p.c.

VKx 0 pct./p.c. 1

VKx 0 pct./p.c. 2

60

0

60,00

0,945513

22,05878

26,65885

60

1

60,08

0,946246

21,99213

26,58672

60

2

60,17

0,946979

21,92547

26,51440

60

3

60,25

0,947712

21,85882

26,44191

60

4

60,33

0,948444

21,79217

26,36923

60

5

60,42

0,949177

21,72552

26,29636

60

6

60,50

0,949910

21,65886

26,22332

60

7

60,58

0,950643

21,59221

26,15010

60

8

60,67

0,951376

21,52556

26,07669

60

9

60,75

0,952109

21,45891

26,00310

60

10

60,83

0,952842

21,39225

25,92932

60

11

60,92

0,953575

21,32560

25,85537

61

0

61,00

0,954308

21,25895

25,78123

61

1

61,08

0,955119

21,19321

25,70976

61

2

61,17

0,955929

21,12747

25,63810

61

3

61,25

0,956740

21,06173

25,56627

61

4

61,33

0,957550

20,99599

25,49425

61

5

61,42

0,958360

20,93025

25,42205

61

6

61,50

0,959171

20,86451

25,34967

61

7

61,58

0,959981

20,79877

25,27712

61

8

61,67

0,960792

20,73303

25,20438

61

9

61,75

0,961602

20,66729

25,13145

61

10

61,83

0,962413

20,60155

25,05835

61

11

61,92

0,963223

20,53581

24,98507

62

0

62,00

0,964033

20,47007

24,91161

62

1

62,08

0,964931

20,40529

24,84083

62

2

62,17

0,965828

20,34050

24,76988

62

3

62,25

0,966725

20,27572

24,69874

62

4

62,33

0,967623

20,21093

24,62743

62

5

62,42

0,968520

20,14615

24,55594

62

6

62,50

0,969417

20,08137

24,48426

62

7

62,58

0,970315

20,01658

24,41241

62

8

62,67

0,971212

19,95180

24,34038

62

9

62,75

0,972109

19,88701

24,26817

62

10

62,83

0,973007

19,82223

24,19578

62

11

62,92

0,973904

19,75745

24,12322

63

0

63,00

0,974801

19,69266

24,05047

63

1

63,08

0,975796

19,62888

23,98043

63

2

63,17

0,976791

19,56509

23,91022

63

3

63,25

0,977786

19,50130

23,83983

63

4

63,33

0,978781

19,43752

23,76926

63

5

63,42

0,979776

19,37373

23,69852

63

6

63,50

0,980771

19,30994

23,62760

63

7

63,58

0,981766

19,24616

23,55650

63

8

63,67

0,982761

19,18237

23,48522

63

9

63,75

0,983756

19,11859

23,41376

63

10

63,83

0,984751

19,05480

23,34213

63

11

63,92

0,985746

18,99101

23,27032

64

0

64,00

0,986741

18,92723

23,19833

64

1

64,08

0,987846

18,86448

23,12908

64

2

64,17

0,988951

18,80174

23,05966

64

3

64,25

0,990056

18,73899

22,99006

64

4

64,33

0,991161

18,67652

22,92028

64

5

64,42

0,992265

18,61350

22,85033

64

6

64,50

0,993370

18,55075

22,78020

64

7

64,58

0,994475

18,48801

22,70990

64

8

64,67

0,995580

18,42526

22,63942

64

9

64,75

0,996685

18,36252

22,56876

64

10

64,83

0,997790

18,29977

22,49793

64

11

64,92

0,998895

18,23703

22,42692

65

0

65,00

1

18,17428

22,35574


Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2023.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

^