Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 08 december 2010
gepubliceerd op 28 december 2010

Koninklijk besluit houdende een toelage aan bepaalde wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde teneinde de wetenschappelijke ondersteuning van de huisartsen in het kader van de uitvoering van het nationale plan ter bestrijding van intrafamiliaal geweld te ondersteunen tijdens de periode van 1 augustus 2010 tot 31 juli 2011

bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2010024486
pub.
28/12/2010
prom.
08/12/2010
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

8 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit houdende een toelage aan bepaalde wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde teneinde de wetenschappelijke ondersteuning van de huisartsen in het kader van de uitvoering van het nationale plan ter bestrijding van intrafamiliaal geweld te ondersteunen tijdens de periode van 1 augustus 2010 tot 31 juli 2011


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, de artikelen 121 tot 124;

Gelet op de wet van 23 december 2009 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2010;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole;

Gelet op het gunstig advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 10 november 2010;

Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Een toelage van honderd zestienduizend euro (116.000 euro), aan te rekenen ten laste van artikel B.A. 11.3300.03, afdeling 52, van de begroting van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, begrotingsjaar 2010, wordt toegekend als tussenkomst van de Staat in de werkings- en personeelskosten van de wetenschappelijke verenigingen van huisartsgeneeskunde bedoeld in artikel 2.

Art. 2.Deze toelage wordt op volgende wijze verdeeld : 1)DOMUS MEDICA, St. Hubertusstraat, 58, 2600 Berchem (rek. : 733-0100945-95) : 58 000 euro. 2) Société scientifique de Médecine générale d'expression française, rue de Suisse 8, 1060 Bruxelles (rek.: 001-3142233-91) : 58 000 euro.

Art. 3.Deze toelage is bedoeld om de realisatie van volgende opdrachten toevertrouwd aan de verenigingen vermeld in artikel 2, van 1 augustus 2010 tot 31 juli 2011, te ondersteunen : 1° de wetenschappelijke ondersteuning van de huisartsen via literatuuronderzoek, consensusontwikkeling en wetenschappelijke contacten voor het opstellen van aanbevelingen van goede praktijk betreffende de opsporing, de aanpak en de opvolging van intrafamiliaal geweld in het kader van de uitvoering van het nationaal actieplan 2010-2014 ter bestrijding van partnergeweld, uitgebreid tot andere vormen van intrafamiliaal geweld;2° het realiseren van de functionele analyse en het organiseren van de implementatie van de opleiding betreffende de uitgewerkte aanbevelingen.

Art. 4.Voor de gestelde periode, concretiseren de opdrachten van artikel 3 zich via onderstaande activiteiten : 1° het organiseren van een sensibilisatiecampagne ter attentie van de huisartsen, hun kringen en lokale kwaliteitsgroepen (Lok's) voor de aanpak in de huisartsenpraktijk van intrafamiliaal geweld (partners, kinderen, ouderen en seksueel misbruik) in overeenstemming met de acties van het Directoraat-Generaal 1 (DG 1) van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;2° het organiseren en evalueren van de opleiding partnergeweld aan de hand van de reeds ontwikkelde opleidingsmodule;3° het uitwerken, op wetenschappelijke basis en door beide organisaties van een standaardprocedure aanvaard in onderling overleg door de stuurgroepen aanbevelingen in overleg met het Belgische Centrum voor Evidence-Based Medicine (CEBAM), voor klinische vragen waarover er niet voldoende evidentie in de literatuur beschikbaar is;4° het uittesten van dit voorstel van procedure voor ten minste twee thema's zoals kindermishandeling, ouderenmis(be)handeling en seksueel misbruik, met het oog op het nadien voorleggen van aanbevelingen met betrekking tot deze thema's aan de lokale kwaliteitsgroepen (LOKs). Al deze opdrachten zullen op gedetailleerde wijze worden beschreven in een globaal werkplan, uitgewerkt onder leiding van de in artikel 5 bedoelde globale projectcoördinator en waarin ook de verwachte resultaten, de termijnen en het budget gekoppeld aan elk van deze opdrachten zullen vermeld worden. Dit globale werkplan moet worden goedgekeurd door het in artikel 8 bedoelde begeleidingscomité.

Art. 5.De Minister die bevoegd is voor Volksgezondheid duidt een globale projectcoördinator aan die belast is met de volgende taken : 1° het toezicht op en de leiding over de werkzaamheden van de verenigingen bedoeld in artikel 2;2° de sturing van en leiding over het actief overleg tussen de betrokken actoren in de verschillende gemeenschappen, alsmede het kaderen van de opdracht binnen andere initiatieven met betrekking tot intrafamiliaal geweld en het afstemmen van de opdracht op andere relevante onderzoeksopdrachten uitgevoerd binnen de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;3° de identificatie, de inschatting van en het toezicht op de risico's verbonden aan de realisatie van de opdrachten bedoeld in artikel 3;4° de voorbereiding van en de deelname aan het begeleidingscomité bedoeld in artikel 8;5° de deelname, ter ondersteuning van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, aan de opvolgingsvergaderingen gecoördineerd door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.

Art. 6.§ 1. In het kader van de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 3, zullen de verenigingen bedoeld in artikel 2 erop toezien dat er een nauwe samenwerking tussen de betrokken actoren tot stand wordt gebracht, onder toezicht van de globale projectcoördinator, aangeduid door Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

De verenigingen bedoeld in artikel 2 en de projectcoördinator bedoeld in artikel 5 zullen er eveneens op toezien dat alle elementen die worden overgelegd in het kader van de opdrachten bedoeld in artikel 3 een hoog kwaliteitsniveau halen.

De verenigingen bedoeld in artikel 2 zullen door middel van een actief overleg onder leiding van de globale projectcoördinator er op toezien dat ze een gemeenschappelijke methode, realisatie en presentatie van de realisaties bedoeld in artikel 4 aannemen. Actief overleg en onderlinge afstemming zijn verplicht voor wat betreft de opleidings- en sensibiliseringsmodules bedoeld in artikel 4. § 2. In het kader van de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 3 zullen de verenigingen bedoeld in artikel 2 werkgroepen kunnen oprichten en er vertegenwoordigers voor kunnen afvaardigen, onder hun administratieve verantwoordelijkheid. De activiteiten van deze werkgroepen zullen gecoördineerd en gesuperviseerd worden door de globale projectcoördinator. Het doel van elke werkgroep, de samenstelling ervan en het werkplan worden ter goedkeuring voorgelegd aan het begeleidingscomité bedoeld in artikel 8. § 3. In het kader van de opdrachten bedoeld in artikel 3 zullen de verenigingen bedoeld in artikel 2 erop toezien dat regelmatig wordt deelgenomen aan de vergaderingen van het begeleidingscomité bedoeld in artikel 8 en dat de termijnen en het onder leiding van de globale projectcoördinator opgestelde globale projectplan worden nageleefd. § 4. In het kader van de opdrachten bedoeld in artikel 3 zullen de verenigingen bedoeld in artikel 2 een globaal werkplan, een tussentijds activiteitenverslag en een definitief activiteitenverslag indienen binnen de termijnen bedoeld in artikel 7.

Art. 7.§ 1. Voor elk van de in artikel 2 bedoelde verenigingen, zal een voorschot op de toegekende toelage, zoals bedoeld in artikel 1, ten belope van 40.000 euro gestort worden nadat het globale werkplan, bedoeld in artikel 6, § 4, uiterlijk tegen 31 december 2010 ingediend werd bij het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en nadat het begeleidingscomité, bedoeld in artikel 8, zijn goedkeuring hieraan gegeven heeft. § 2. Voor elk van de verenigingen bedoeld in artikel 2, zal het saldo van de toegekende toelage slechts worden uitbetaald nadat : 1° het tussentijds activiteitenverslag betreffende de activiteiten tot 30 april 2011, bedoeld in artikel 6, § 4, uiterlijk tegen 15 mei 2011 bij het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, is ingediend en door het begeleidingscomité, bedoeld in artikel 8, is goedgekeurd;2° een definitief activiteitenverslag als bedoeld in artikel 6, § 4, de resultatenrekening van de betrokken wetenschappelijke vereniging voor de door deze toelage beoogde periode, een schuldvordering en de bewijsstukken die betrekking hebben op de totale toelage, alsook de spreiding van het budget in functie van de verschillende uitgevoerde activiteiten uiterlijk tegen 31 augustus 2011 bij het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu zijn ingediend;3° het definitieve activiteitenverslag bedoeld in artikel 6, § 4, is goedgekeurd door het begeleidingscomité zoals bedoeld in artikel 8. § 3. Voor elk van de verenigingen bedoeld in artikel 2 geldt dat, indien de bewijsstukken het bedrag van de toegekende toelage niet dekken, het verschil onverwijld door de betrokken vereniging aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wordt terugbetaald.

Art. 8.§ 1. Er wordt een begeleidingscomité opgericht bij het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu teneinde de werkzaamheden van de verenigingen bedoeld in artikel 2 en de uitvoering door deze laatsten van de opdrachten bedoeld in artikel 3 te evalueren. § 2. Dit comité is als volgt samengesteld : 1° een vertegenwoordiger van de Minister bevoegd voor Volksgezondheid;2° twee vertegenwoordigers van het Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;3° een vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal Organisatie Gezondheidszorgvoorzieningen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;4° de aangeduide globale projectcoördinator en een vertegenwoordiger van elke vereniging bedoeld in artikel 2, die elk een raadgevende stem hebben. § 3 Het begeleidingscomité is belast met het evalueren en het goedkeuren voor iedere vereniging, bedoeld in artikel 2, van het globaal werkplan, het tussentijds activiteitenverslag en het definitief activiteitenverslag, die de stand van zaken aantonen, voor iedere vereniging bedoeld in artikel 2, van de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 3.

Het begeleidingscomité is ook bevoegd voor de goedkeuring van de doelstellingen, de samenstelling en het werkplan van elk van de voorgestelde werkgroepen.

Art. 9.Zullen enkel in aanmerking worden genomen in het kader van de huidige toelage : de personeels- en werkingskosten, onder meer de vergoedingen, lonen, wedden, sociale lasten, kleine bureaukosten en de kosten van dienstverlening.

In het geval de werktijd van bepaalde personeelsleden zou worden verdeeld tussen verschillende beroepsbezigheden, zoals onder andere het onderwijs, onderzoek en de geneeskundepraktijk, zal slechts dat gedeelte (in tienden berekend) van hun wedden in aanmerking worden genomen dat overeenkomt met de tijd besteed aan de werkzaamheid die gesubsidieerd wordt krachtens dit besluit. De overlegging van een op erewoord ondertekend prestatieformulier waarvan het model door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wordt bezorgd, dient als verantwoording.

Voor elk tewerkgesteld personeelslid dat betoelaagd wordt, wordt een loonfiche voorgelegd.

De kosten van dienstverlening moeten worden aangetoond door middel van een factuur en de voorlegging van een kostenbegroting, een offerte, een bestelbon of een voorafgaand contract.

De investeringskosten worden niet terugbetaald.

De onkosten voor de terugbetaling van een lening komen niet in aanmerking.

Art. 10.Alle overgelegde documenten en resultaten worden aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu bezorgd in elektronisch formaat (CD-ROM) vergezeld van een gedrukte versie.

Art. 11.Alle documenten en resultaten die door de verenigingen bedoeld in artikel 2 in het kader van deze toelage worden overgelegd, zijn eigendom van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

De verenigingen bedoeld in artikel 2 zien erop toe dat elk verslag, elke aanbeveling of elk document dat wordt opgesteld door geheel of gedeeltelijk gebruik te maken van deze toelagen, duidelijke aanwijzingen bevat die aantonen dat de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu eigenaar of partner in het kader van deze werkzaamheden is.

De verenigingen bedoeld in artikel 2 kunnen gebruik maken van de documenten en de resultaten die ze in het kader van deze toelage hebben overgelegd voor zover dit gebruik geen winstoogmerk beoogt en ze hiervoor de schriftelijke toestemming van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu hebben gekregen.

Dit gebruiksrecht kan op ieder ogenblik door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu worden ingetrokken.

Art. 12.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2010.

Art. 13.De Minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 8 december 2010.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX

^