Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 08 december 2006
gepubliceerd op 15 december 2006

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2001 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een tussenkomst van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering mag worden verleend in tijdelijke en experimentele projecten met betrekking tot zorgverlening, gecoördineerd door huisartsen

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2006023347
pub.
15/12/2006
prom.
08/12/2006
ELI
eli/besluit/2006/12/08/2006023347/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

8 DECEMBER 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 mei 2001 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een tussenkomst van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering mag worden verleend in tijdelijke en experimentele projecten met betrekking tot zorgverlening, gecoördineerd door huisartsen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 56, § 2, eerste lid, 1°, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd bij de wet van 22 augustus 2002;

Gelet op het koninklijk besluit van 22 mei 2001 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een tussenkomst van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering mag worden verleend in tijdelijke en experimentele projecten met betrekking tot zorgverlening, gecoördineerd door huisartsen, inzonderheid op artikel 2, § 3;

Gelet op de adviezen van het Verzekeringscomité van de dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 3 april 2006 en 8 mei 2006;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 juni 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 6 september 2006;

Gelet op advies 41.343/1 van de Raad van State, gegeven op 28 september 2006;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit van 22 mei 2001 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder een tussenkomst van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering mag worden verleend in tijdelijke en experimentele projecten met betrekking tot zorgverlening, gecoördineerd door huisartsen, wordt aangevuld met de volgende leden : « De voor de zorgverlening maximaal voorziene duur van twee jaar, kan echter worden verlengd tot wanneer, zoals omschreven in artikel 7, de gegevens verwerkt zijn en de evaluatie beëindigd is, dit betekent dus met maximum één jaar.

Hiertoe richten de verantwoordelijken van het project een gemotiveerde aanvraag tot het Verzekeringscomité, waaruit blijkt dat de eerste resultaten voldoende positief zijn om de zorgverlening verder te zetten en dat om die reden het beëindigen van de zorgverlening nadelig zou zijn voor de betrokken rechthebbenden.

De in dit geval voorziene globale maximum tegemoetkoming van het RIZIV is gelijk aan het bedrag dat in de overeenkomst begroot is voor de zorgverlening. De niet gebruikte begrote gelden van de interventiefase kunnen worden aangewend voor de zorgverlening gedurende de periode nodig voor de verwerking van de gegevens en evaluatie. »

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 2 juli 2001.

Art. 3.Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 8 december 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

^