Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 07 oktober 2013
gepubliceerd op 28 oktober 2013

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2013009439
pub.
28/10/2013
prom.
07/10/2013
ELI
eli/besluit/2013/10/07/2013009439/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

7 OKTOBER 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen vindt hoofdzakelijk haar rechtsgrond in artikel 2, derde en vierde lid, van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector. Voornoemde bepalingen verschaffen Uwe Majesteit de mogelijkheid om, onder de nadere regelen en voorwaarden die U bepaalt, de vierdagenweek bepaald in artikel 4 tot 6 van deze wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar bepaald in de artikelen 7 tot 8, geheel of gedeeltelijk van toepassing te maken op het personeel verbonden aan de hoven en rechtbanken.

Zodoende regelt dit koninklijk besluit de nadere regelen inzake de vierdagenweek met premie en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar voor het personeel verbonden aan de hoven en rechtbanken, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan.

Enkel voor het artikel 90/3, § 1, zoals ingevoerd bij artikel 23 van dit koninklijk besluit, dat een stelsel van vierdagenweek zonder premie installeert, moet de rechtsgrond elders gezocht worden en dus niet in de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten. De rechtsgrond voor deze bepaling kan worden gevonden in artikel 353bis en artikel 354, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Deze artikelen stellen dat de Koning de verloven, de vakanties en de afwezigheden regelt van de referendarissen bij het Hof van Cassatie, van de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven en rechtbanken, het personeel van de griffies, de parketsecretariaten en van de steundiensten, van de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie, alsmede van de hoofdsecretarissen en secretarissen.

Het is op grond van deze bepalingen dat in huidige koninklijk besluit de vierdagenweek zonder premie wordt ingevoerd voor voormelde personeelsleden. Daarmee wordt voor de personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan een zelfde verlofstelsel ingevoerd als voor de personeelsleden van het federaal administratief openbaar ambt bij het koninklijk besluit van 20 september 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/09/2012 pub. 25/09/2012 numac 2012002052 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten houdende diverse bepalingen betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector.

Voor de leden van de griffies voorziet artikel 354 van het Gerechtelijk Wetboek evenwel geen wettelijke basis voor de invoering van de vierdagenweek zonder premie. Deze leden van de griffies worden dan ook, bij gebrek aan rechtsgrond, uitgesloten van de vierdagenweek zonder premie.

De nadere regelen inzake de vierdagenweek met premie en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar opgenomen in dit koninklijk besluit kunnen worden samengevat als volgt : 1. bepaalde functies worden uitgesloten van het recht op de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar : o.a. de hoofdsecretarissen en de secretarissen-hoofden van dienst; 2. beide verlofstelsels moeten aangevraagd worden met een aanvraagtermijn van drie maanden;3. voor beide stelsels gelden dezelfde bepalingen rond het vaststellen van de werkkalender;4. het is uitgesloten om tijdens vrijgekomen uren een andere beroepsactiviteit uit te oefenen;5. beide verlofstelsels moeten aanvangen op de eerste dag van de maand;6. voor elk van de beide stelsels wordt bepaald met welke andere verlofstelsels ze kunnen worden gecumuleerd of niet;het is bijvoorbeeld uitgesloten om andere vormen van deeltijds werken te cumuleren met de vierdagenweek of het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar.

Tot slot bepaalt dit koninklijk besluit dat een vastbenoemd personeelslid en een personeelslid in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst eveneens gebruik kan maken van een systeem van vierdagenweek zonder premie. De nadere regelen voor dit systeem zijn volledig gelijklopend met het systeem van de vierdagenweek met premie, maar dan natuurlijk wel zonder premie.

Naast deze bepalingen van de vierdagenweek met en zonder premie en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar wordt het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten aangepast, aan de hervormingen die binnen het openbaar ambt zijn doorgevoerd inzake de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen.

Het betreft in grote lijnen de volgende aanpassingen : - Het geslachts- en levensbeschouwelijk maken van het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten; - De harmonisatie, waar mogelijk, van de verloftypes voor contractuele en statutaire personeelsleden; - De overdracht van het jaarlijks vakantieverlof zal niet langer worden beperkt tot één jaar voor personeelsleden die dit verlof niet of niet volledig hebben kunnen opnemen ten gevolge van een afwezigheid wegens ziekte, arbeidsongeval, ongeval op de weg van en naar het werk of beroepsziekte; - Het verlof teneinde mindervaliden te begeleiden tijdens reizen en verblijven in binnen - en buitenland; - Aanpassing van het verlof voor het geven van bloed, bloedplaatjes en bloedplasma. Dit verlof wordt thans beperkt tot de duur van de gift en een maximum van 2 uur voor de verplaatsingstijd; - Wanneer een vrije dag van een deeltijds personeelslid samenvalt met een feestdag of compensatiedag wordt er geen verlofdag ter vervanging toegekend; - Het verlof voor dwingende redenen voor statutaire personeelsleden wordt gewijzigd. Daar waar dit vroeger bestond uit 15 + 30 werkdagen, waarbij de 30 werkdagen slechts konden opgenomen worden in specifieke gevallen, wordt in het besluit voorzien in 45 werkdagen die dienen erkend te worden door de overheid waaronder het personeelslid ressorteert. Een aantal dwingende redenen zullen van ambtswege worden erkend; - De verminderde prestaties wegens medische redenen in het kader van een chronische ziekte zullen worden opgeschort door bepaalde verloven en afwezigheden.

Alle opmerkingen van de Raad van State werden verwerkt in dit koninklijk besluit. Evenwel werden de bepalingen betreffende de vierdagenweek zonder premie enkel geschrapt voor wat betreft de griffiers, omdat enkel voor deze categorie een rechtsgrond ontbreekt.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en getrouwe dienaar, De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 53.708/1/V van 1 augustus 2013 over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan' Op 10 juli 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Justitie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan'.

Het ontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 25 juli 2013.

De kamer was samengesteld uit Jan CLEMENT, staatsraad, voorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Pierre BARRA, staatsraden, en Annemie GOOSSENS, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Wouter PAS, eerste auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 1 augustus 2013. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 2. Het om advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe wijzigingen en aanvullingen aan te brengen in de regeling van verloven en afwezigheden vervat in het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten 'betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan'. Het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten is van toepassing op : - de leden van de parketsecretariaten, dit zijn de hoofdsecretarissen en secretarissen; - het personeel van de griffies en van de parketsecretariaten; - de referendarissen bij het Hof van Cassatie, de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven en bij de rechtbanken; - de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie; - het personeel van de steundiensten.

De wijzigingen en aanvullingen hebben onder meer betrekking op het jaarlijks verlof, het omstandigheidsverlof, het uitzonderlijk verlof voor begeleiding van zieken en sporters met een handicap, het pleegzorgverlof en het verlof wegens ziekte. Daarnaast voert het ontwerp een regeling in voor de vierdagenweek met en zonder premie, alsook voor het halftijds werken vanaf vijftig of vijfenvijftig jaar. 3.1. Het ontworpen besluit vindt volgens de aanhef ervan rechtsgrond in de artikelen 353bis en 354, eerste en tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek en in artikel 2, derde lid, van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten 'betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector'. 3.2. Bij artikel 353bis van het Gerechtelijk Wetboek wordt de Koning gemachtigd om de verloven, de vakanties en de afwezigheden wegens arbeidsongeschiktheden te bepalen van de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven en de rechtbanken en van de referendarissen bij het Hof van Cassatie.

Bij artikel 354, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt de Koning gemachtigd om de afwezigheid, het verlof en de vakantie te regelen van het personeel van de griffies, de parketsecretariaten en van de steundiensten alsmede van de attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie en van de leden van de parketsecretariaten.

Bij artikel 354, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt de Koning gemachtigd om de beroepsopleiding van het gerechtspersoneel te organiseren.

Bij artikel 354, derde en vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt de Koning gemachtigd voor de afwezigheden wegens ziekte of gebrekkigheid, voor de vermelde personeelsleden de regelingen toe te passen die gelden voor het rijkspersoneel. Hetzelfde geldt voor de stand disponibiliteit.

De artikelen 353bis en 354, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek vormen aldus de rechtsgrond voor de artikelen 1 tot 17 en 25 van het ontworpen besluit, aangezien die artikelen betrekking hebben op de afwezigheid, de verschillende vormen van verlof en de vakantie.

Artikel 354, derde en vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek biedt de rechtsgrond voor de artikelen 18 tot 22 van het ontworpen besluit die betrekking hebben op het verlof wegens ziekte en de stand disponibiliteit wegens ziekte. Artikel 354, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek biedt geen rechtsgrond voor de ontworpen regeling. De aanhef dient in die zin te worden aangepast. 3.3. Bij artikel 2, derde lid, van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten wordt de Koning gemachtigd om de nadere regels te bepalen voor het uitoefenen van het recht op de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf vijftig of vijfenvijftig jaar "voor de personeelsleden tewerkgesteld bij de in het eerste en tweede lid bedoelde overheidsdiensten". In het eerste lid van dat artikel wordt gewag gemaakt van "het federaal administratief openbaar ambt", en in het tweede lid van door de Koning aangewezen andere besturen en diensten van de federale Staat en overheidsdiensten die onder het gezag of het toezicht vallen van de federale overheid.

Bij artikel 2, vierde lid, van dezelfde wet wordt de Koning gemachtigd om, onder de nadere regelen en voorwaarden die Hij bepaalt, de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf vijftig of vijfenvijftig jaar geheel of gedeeltelijk van toepassing te maken "op het personeel verbonden aan hoven en rechtbanken".

Volgens het derde en vierde lid van dit artikel 2, die elk afzonderlijk mede rechtsgrond bieden aan de artikelen 1, 2, 23, 24 en 25 van het ontworpen besluit, dient de regeling inzake de vierdagenweek en het halftijdswerken uitdrukkelijk van toepassing te worden verklaard. Dit dient te gebeuren voor het personeel bedoeld in artikel 1 van het voornoemd koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten. Het ontwerp dient met een bepaling in die zin te worden aangevuld. 3.4. De rechtsgrond in artikel 2 van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten heeft betrekking op het halftijds werken en op de vierdagenweek "bepaald in de artikelen 4 tot 6" van die wet. Deze vierdagenweek betreft het verrichten van prestaties over vier werkdagen per week, waarbij een premie wordt toegekend.

Deze wet betreft evenwel niet de vierdagenweek zonder premie. (1) Er is aldus geen rechtsgrond voor de ontworpen bepalingen die de vierdagenweek zonder premie regelen; ze dienen dan ook uit het ontwerp te worden weggelaten.

VORMVEREISTEN 4. Uit het dossier blijkt niet dat het ontwerp het voorwerp heeft uitgemaakt van het voorafgaand onderzoek voorgeschreven bij artikel 19/1, § 1, van de wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten 'betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling'.Dergelijk onderzoek dient derhalve nog te gebeuren. Indien als gevolg daarvan wijzigingen zouden worden aangebracht in de tekst van het ontwerp, zoals deze om advies aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, is voorgelegd, zullen deze wijzigingen eveneens om advies aan de Raad moeten worden voorgelegd.

ONDERZOEK VAN DE TEKST Artikel 25 5. In artikel 25, 2°, van het ontwerp wordt gewag gemaakt van "artikel 4, eerste lid, b, c en d, tweede lid".Het is niet duidelijk welke bepalingen hiermee worden bedoeld.

DE GRIFFIER Annemie GOOSSENS DE VOORZITTER Jan CLEMENT (1) Zie het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 20 september 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/09/2012 pub. 25/09/2012 numac 2012002052 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten 'houdende diverse bepalingen betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector' (BS 25 september 2012) en het adv.RvS 51.807/2 van 20 augustus 2012 over een ontwerp dat geleid heeft tot dit koninklijk besluit.

7 OKTOBER 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, artikel 353bis, ingevoegd bij de wet van 6 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009448 bron ministerie van justitie Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie sluiten, en gewijzigd bij de wetten van 24 maart 1999, 12 april 1999 en 25 april 2007 en artikel 354, eerste, derde en vierde lid, vervangen bij de wet van 25 april 2007;

Gelet op de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector, artikel 2, derde en vierde lid;

Gelet op het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 19 december 2012;

Gelet op het protocol nr. 381 houdende de besluiten van de onderhandelingen van het Sectorcomité III Justitie, op datum van 29 november 2012;

Gelet op het protocol nr. 12 van het onderhandelingscomité van de griffiers, referendarissen en parketjuristen van de rechterlijke Orde, afgesloten op 29 november 2012;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken van 28 maart 2013;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 8 mei 2013;

Gelet op het voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een effectbeoordeling uit te voeren, waarbij besloten is dat een effectbeoordeling niet vereist is;

Gelet op advies nr. 53.708/1/V van de Raad van State, gegeven op 1 augustus 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Justitie en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 03/04/2001 numac 2001009191 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan type koninklijk besluit prom. 16/03/2001 pub. 08/05/2001 numac 2001022247 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1999 houdende benoeming van de Voorzitter, Ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor de Vroedvrouwen sluiten betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2010 pub. 06/08/2010 numac 2010009670 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de Rechterlijke Macht terzijde staan sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 6° vervangen als volgt : « 6° het personeel van de steundiensten.»; b) paragraaf 1, derde lid, wordt vervangen als volgt : « De Minister van Justitie kan, na advies van de rechterlijke overheden, de vierdagenweek met premie, de vierdagenweek zonder premie, het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar en de verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden toestaan, wanneer deze wordt aangevraagd door de personeelsleden bedoeld in het tweede lid. »; c) paragraaf 1, vierde lid, wordt aangevuld wordt met de bepalingen onder 3°, 4° en 5°, luidende : « 3° de vierdagenweek met premie;4° de vierdagenweek zonder premie;5° het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar.»; d) paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 6° en 7°, luidende : « 6° de vierdagenweek met premie;7° het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar.»; e) paragraaf 2, derde lid, wordt vervangen als volgt : « De titularissen van de graden van hoofdgriffier en van griffier-hoofd van dienst zijn uitgesloten van het recht op : 1° het verlof voor loopbaanonderbreking, met uitzondering van het verlof voor palliatieve zorg en het ouderschapsverlof;2° de vierdagenweek met premie;3° de vierdagenweek zonder premie;4° het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar.»; f) paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende : « De Minister van Justitie kan, na advies van de rechterlijke overheden, de vierdagenweek met premie en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar toestaan wanneer deze wordt aangevraagd door de houders van de graad van griffier.»; g) paragraaf 3, eerste lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 5°, 6° en 7°, luidende : « 5° de vierdagenweek met premie;6° de vierdagenweek zonder premie;7° het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar.»; h) in paragraaf 4, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : « 2° het omstandigheidsverlof, in zoverre dat het personeelslid geen gebruik maakte van de bepalingen van artikel 30, § 2, van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten voor dezelfde gebeurtenis;»; i) in paragraaf 4, eerste lid, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt : « 3° het verlof voor het afstaan van organen of weefsels, voor het afstaan van beenmerg en voor het geven van bloed, bloedplasma en bloedplaatjes;»; j) in paragraaf 4, eerste lid, wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt : « 7° het adoptieverlof, het opvangverlof en het pleegzorgverlof, in zoverre dat het personeelslid geen gebruik maakte van de bepalingen van artikel 30ter, §§ 1 tot 3 en van artikel 30quater van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten.Het artikel 30ter, § 4 van dezelfde wet is evenwel van toepassing op het personeelslid dat bij arbeidsovereenkomst wordt aangeworven en dat gebruik maakt van het adoptieverlof of het opvangverlof voorzien bij dit besluit; »; k) paragraaf 4, eerste lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 11°, 12° en 13°, luidende : « 11° het uitzonderlijk verlof voor het vergezellen en bijstaan van zieken, personen met een handicap en maatschappelijk kwetsbare mensen tijdens vakantiereizen en -verblijven in België of het buitenland of voor het begeleiden van sporters met een handicap tijdens hun deelname aan de paralympische spelen of de « special olympics »;12° de vierdagenweek met premie;13° de vierdagenweek zonder premie.»; l) in paragraaf 4, vierde lid, worden de woorden « met de helft » en de woorden « , voor zover de benoemde personeelsleden, die hetzelfde ambt vervullen, dit recht genieten » opgeheven.

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende : « Voor de toepassing van dit besluit, wordt gelijkgesteld met : 1° het huwelijk : het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning door twee personen van verschillend of gelijk geslacht die samenleven als koppel;2° de echtgenoot van het personeelslid : de persoon, van verschillend of gelijk geslacht, met wie het personeelslid samenleeft als koppel op dezelfde woonplaats;3° de echtgenote van het personeelslid : de persoon, van verschillend of gelijk geslacht, met wie het personeelslid samenleeft als koppel op dezelfde woonplaats;4° de vader : de persoon van het vrouwelijk of het mannelijk geslacht getrouwd met de moeder of die met haar samenleeft als koppel, op dezelfde woonplaats.».

Art. 3.In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen als volgt : « De Minister van Justitie bepaalt de modaliteiten van een eventuele overdracht van jaarlijks vakantieverlof naar het volgend jaar. Deze overdracht geldt voor maximum één jaar.

Indien het personeelslid zijn volledig jaarlijks vakantieverlof of een deel ervan niet heeft kunnen opnemen ten gevolge van een afwezigheid wegens ziekte, wegens een arbeidsongeval, wegens een ongeval op weg van of naar het werk of wegens een beroepsziekte, dan is de overdracht niet beperkt tot één jaar. Bij de terugkeer van het personeelslid wordt het jaarlijks vakantieverlof opgenomen naar keuze van het personeelslid met inachtneming van de behoeften van de dienst en volgens de modaliteiten van de overdracht vastgesteld door de Minister van Justitie. ».

Art. 4.In artikel 9 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2010 pub. 06/08/2010 numac 2010009670 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de Rechterlijke Macht terzijde staan sluiten, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt : « § 1. Elke periode van dienstactiviteit geeft recht op jaarlijks vakantieverlof.

Het vakantieverlof wordt echter in evenredige mate verminderd wanneer een personeelslid in de loop van het jaar in dienst treedt, zijn ambt definitief neerlegt, in dienst is genomen om onvolledige prestaties te verrichten, of tijdens het jaar één van de hierna genoemde verloven of afwezigheden heeft gekregen : 1° de verloven vermeld in artikelen 12 en 13 van dit besluit;2° de halftijdse vervroegde uittreding;3° de vrijwillige vierdagenweek;4° het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan;5° de afwezigheden waarbij het personeelslid in de administratieve stand van non-activiteit of disponibiliteit is geplaatst;6° de verminderde prestaties wegens medische redenen;7° de vierdagenweek met en zonder premie;8° het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar. Indien het aldus berekende aantal vakantiedagen geen geheel getal vormt, wordt het afgerond op de onmiddellijke hogere eenheid.

Voor de berekening van de duur van het jaarlijks vakantieverlof dat wordt toegekend aan het personeel dat bij arbeidsovereenkomst wordt aangeworven, worden de periodes van afwezigheid wegens ouderschapsverlof bedoeld in artikel 31 en wegens verloven die met het oog op de bescherming van het moederschap zijn toegekend bij de artikelen 39, 41, 41bis, 42 en 43 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten, beschouwd als periodes van dienstactiviteit in de zin van het eerste lid.

Deze paragraaf is niet van toepassing op het bijkomend jaarlijks vakantieverlof. Onder " bijkomend jaarlijks vakantieverlof " dient te worden verstaan het aantal dagen jaarlijks vakantieverlof hoger dan 28 werkdagen.

Voor de berekening van de duur van het jaarlijks vakantieverlof dat wordt toegekend aan het personeel dat bij arbeidsovereenkomst wordt aangeworven, worden de periodes van afwezigheid voor geboorteverlof, adoptieverlof en pleegzorgverlof toegekend bij het artikel 30, § 2, het artikel 30ter en het artikel 30quater van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, beschouwd als periodes van dienstactiviteit in de zin van het eerste lid.

Voor de berekening van de duur van het jaarlijks vakantieverlof dat wordt toegekend aan het personeel dat bij arbeidsovereenkomst wordt aangeworven, worden de periodes van volledige afwezigheid wegens ziekte, beschouwd als periodes van dienstactiviteit in de zin van het eerste lid. ».

Art. 5.Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende : « Indien een vrije dag in het kader van deeltijds werken samenvalt met één van de dagen bedoeld in het eerste lid of met de compensatieverlofdagen voor 2 november, 15 november en 26 december, bekomt het personeelslid geen vervangende verlofdag. ».

Art. 6.Artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/07/2004 pub. 06/08/2004 numac 2004009258 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de Rechterlijke Macht terzijde staan sluiten, wordt vervangen als volgt : «

Art. 11.- Het omstandigheidsverlof wordt toegekend binnen de perken zoals hierna bepaald : 1° huwelijk van het personeelslid : 4 werkdagen;2° de bevalling van de echtgenote van het personeelslid : 10 werkdagen;3° overlijden van de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid, overlijden van een bloed- of aanverwant in de eerste graad van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) alsook het overlijden van de echtgeno(o)t(e) van het kind van het personeelslid of het overlijden van de echtgeno(o)t(e) van het kind van de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid : 4 werkdagen;4° huwelijk van een kind van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) : 2 werkdagen;5° het huwelijk van een broer, een zuster, een schoonbroer, een schoonzuster, de vader, de moeder, de schoonvader, de stiefvader, de schoonmoeder, de stiefmoeder, een kleinkind van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) : 1 werkdag;6° overlijden van een bloed- of aanverwant in om het even welke graad van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) maar onder hetzelfde dak wonend als het personeelslid : 2 werkdagen;7° overlijden van een bloed- of aanverwant in de tweede of in de derde graad van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) maar niet onder hetzelfde dak wonend als het personeelslid : 1 werkdag;8° priesterwijding of intreden in het klooster of elke andere gelijkaardige gebeurtenis van een andere erkende religie van een kind van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) : 1 werkdag;9° plechtige communie of elke andere gelijkaardige gebeurtenis van een andere erkende religie van een kind van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) : 1 werkdag;10° deelneming van een kind van het personeelslid of van zijn echtgeno(o)t(e) aan het feest van de "vrijzinnige jeugd" : 1 werkdag;11° oproeping als getuige voor een rechtscollege of persoonlijke verschijning op aanmaning van een rechtscollege : voor de nodige duur;12° de uitoefening van het ambt van voorzitter, van bijzitter of van secretaris van een stembureau of een opnemingsbureau : de nodige tijd met een maximum van twee werkdagen. De verloven bedoeld in dit artikel worden met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. ».

Art. 7.Artikel 11bis van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijk besluit van 14 juli 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/07/2004 pub. 06/08/2004 numac 2004009258 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de Rechterlijke Macht terzijde staan sluiten, wordt opgeheven.

Art. 8.In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord « verlof » vervangen door de woorden « voltijds verlof ».

Art. 9.In artikel 17, § 1, van hetzelfde besluit, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « § 1.- Het personeelslid bekomt uitzonderlijk verlof wegens overmacht die het gevolg is van de ziekte of van een ongeval overkomen aan één van de hierna opgesomde personen, met wie hij samenleeft op dezelfde woonplaats : 1° de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid;2° een bloed- of aanverwant van het personeelslid of zijn echtgeno(o)t(e);3° een persoon opgenomen met het oog op zijn adoptie, met het oog op de uitoefening van een pleegvoogdij of ingevolge een rechterlijke beslissing tot plaatsing in een opvanggezin. Het personeelslid bekomt eveneens een uitzonderlijk verlof wegens overmacht die het gevolg is van de ziekte of van een ongeval overkomen aan zijn kind dat bij hem verblijft maar gedomicilieerd is bij de andere ouder van het kind. ».

Art. 10.Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 18.Het personeelslid heeft recht op een verlof van 5 werkdagen per jaar om : 1° zieken, personen met een handicap en maatschappelijke kwetsbare mensen te vergezellen en bij te staan tijdens vakantiereizen en -verblijven in België en het buitenland.Deze vakantiereizen en -verblijven moeten georganiseerd worden door een vereniging, een openbare instelling of een privé-instelling, waarvan de opdracht erin bestaat de zorg voor zieken, personen met een handicap of maatschappelijke kwetsbare mensen op zich te nemen en die hiervoor subsidies van de overheid krijgt; 2° sporters met een handicap te begeleiden die deelnemen aan de paralympische spelen of de « special olympics ». Om het verlof bedoeld in eerste lid te genieten, kan de dienst het personeelslid vragen het bewijs te leveren van deelname aan de activiteiten.

Het verlof wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. ».

Art. 11.In hetzelfde besluit wordt een artikel 20bis ingevoegd, luidende : « Art. 20bis.- Het personeelslid bekomt een verlof voor het geven van bloed, bloedplasma en bloedplaatjes, op voorwaarde dat hij voorafgaandelijk aan de donatie toelating heeft gekregen van de overheid waaronder hij ressorteert. Dit verlof kan worden geweigerd om dienstredenen.

Het personeelslid krijgt verlof voor de nodige duur voor het geven van bloed, bloedplasma of bloedplaatjes en voor een maximale verplaatsingstijd van twee uur.

Het verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. ».

Art. 12.In artikel 30ter, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/07/2004 pub. 06/08/2004 numac 2004009258 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de Rechterlijke Macht terzijde staan sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 juli 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/07/2006 pub. 25/08/2006 numac 2006009643 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « zeven maanden » vervangen door de woorden « negen maanden »;2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 13.In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk VI, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 juli 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/07/2006 pub. 25/08/2006 numac 2006009643 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan sluiten, vervangen als volgt : « HOOFDSTUK VI. - Adoptieverlof, opvangverlof en pleegzorgverlof ».

Art. 14.Artikel 33 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 juli 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/07/2006 pub. 25/08/2006 numac 2006009643 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidende : « De maximumduur van het adoptieverlof wordt verminderd met 2 weken, wanneer het personeelslid voor hetzelfde kind een omstandigheidsverlof in toepassing van artikel 11, eerste lid, 2°, of een geboorteverlof in toepassing van artikel 30, § 2, van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten heeft bekomen. ».

Art. 15.In hetzelfde besluit wordt een artikel 33ter ingevoegd, luidende : « Art. 33ter.- § 1.- Een pleegzorgverlof wordt toegestaan aan het personeelslid dat is aangesteld als pleegouder door de rechtbank, door een door een Gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, door de diensten van « l'Aide à la Jeunesse », door het Comité Bijzondere Jeugdbijstand of door de « Jugendhilfedienst » voor de vervulling van de verplichtingen en opdrachten of om het hoofd te bieden aan situaties die voortvloeien uit de plaatsing in zijn gezin van één of meerdere personen die in het kader van die pleegzorg aan hem zijn toevertrouwd.

De duur van het verlof mag zes werkdagen per jaar niet overschrijden. § 2.- Onder pleegouder moet worden verstaan de persoon die is aangesteld en vernoemd in een formele aanstellingsbeslissing uitgaande van één van de instellingen, opgesomd in § 1, eerste lid.

Onder pleeggezin moet worden verstaan, het gezin van de persoon of van de personen die als pleegouder werd(en) aangesteld in de zin van het vorige lid.

De plaatsing omvat alle vormen van plaatsing in het gezin waartoe kan worden besloten in het kader van een pleegzorgmaatregel, zowel de plaatsing van minderjarige personen, als de plaatsing van personen met een handicap. § 3.- De soorten verplichtingen, opdrachten en situaties waarvoor het verlof met het oog op het verstrekken van pleegzorgen geldt, hebben betrekking op de volgende gebeurtenissen die specifiek verband houden met de pleegzorgsituatie en waarbij de tussenkomst van het personeelslid vereist is, en dit voor zover dit niet kan plaatsvinden buiten de normale uren. a) alle soorten van zittingen bij de gerechtelijke en administratieve autoriteiten die bevoegd zijn voor het pleeggezin;b) contacten van de pleegouder of het pleeggezin met de ouders of met derden die belangrijk zijn voor het pleegkind of de pleeggast;c) contacten met de dienst voor pleegzorg. In andere dan de hiervoor vermelde situaties geldt het recht op verlof voor zover de bevoegde plaatsingsdienst een attest aflevert dat verduidelijkt waarom dergelijk verlof noodzakelijk is. § 4.- Het personeelslid dat gebruik maakt van het verlof met het oog op het verstrekken van pleegzorgen, is ertoe gehouden de overheid waaronder hij ressorteert hiervan ten minste twee weken op voorhand te verwittigen. Indien dit niet mogelijk is, moet hij de overheid waaronder hij ressorteert zo spoedig mogelijk verwittigen.

Om het verlof te kunnen genieten moet het personeelslid het bewijs leveren dat hij pleegouder is aan de hand van de formele aanstellingsbeslissing uitgaande van één van de in § 1, eerste lid, bedoelde instellingen.

Op verzoek van de overheid waaronder het personeelslid ressorteert, levert het personeelslid aan de hand van de gepaste documenten of bij gebreke hieraan, door ieder ander bewijsmiddel, het bewijs van de gebeurtenissen die zijn afwezigheid op het werk rechtvaardigen. ».

Art. 16.Artikel 34 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 juli 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/07/2006 pub. 25/08/2006 numac 2006009643 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 34.- Het adoptieverlof, het opvangverlof en het pleegzorgverlof worden gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.

Het opvangverlof wordt verminderd met het aantal werkdagen pleegzorgverlof dat reeds opgenomen werd in hetzelfde jaar voor hetzelfde kind in toepassing van artikel 33ter en in toepassing van artikel 30quater van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Het pleegzorgverlof in toepassing van artikel 33ter wordt verminderd met het aantal werkdagen opvangverlof dat reeds opgenomen werd in hetzelfde jaar. ».

Art. 17.Artikel 35 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 september 2004 en 1 september 2006, wordt vervangen als volgt : « Art. 35.- Het personeelslid heeft recht op een verlof om dwingende redenen van familiaal belang voor een periode van maximaal vijfenveertig werkdagen per jaar; het verlof wordt genomen per dag of per halve dag.

De dwingende redenen van familiaal belang dienen erkend te worden door de dienst waaronder het personeelslid ressorteert. Als dwingende redenen van familiaal belang worden van ambtswege erkend : 1° de ziekenhuisopname van een persoon die met het personeelslid onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant in de eerste graad die niet met het personeelslid onder hetzelfde dak woont;2° de opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen van het personeelslid of van de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid die de leeftijd van 15 jaar niet hebben bereikt;3° de opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen van het personeelslid of van de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid die de leeftijd van 18 jaar niet hebben bereikt, wanneer het kind getroffen is door een lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 pct.of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag; 4° de opvang tijdens de periodes van schoolvakantie van de kinderen van het personeelslid of van de echtgeno(o)t(e) van het personeelslid die onder het statuut van verlengde minderjarigheid werden geplaatst. ».

Art. 18.In artikel 39, § 1, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden « in artikel 9, § 1, 1° tot 5° » vervangen door de woorden « in artikel 9, § 1, 1° tot 5°, 7° en 8° ».

Art. 19.In artikel 40, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « noch aan het verlof voor deeltijdse prestaties bedoeld in hoofdstuk XII » vervangen door de woorden « noch aan de verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid, zoals bedoeld in hoofdstuk XII, noch aan de vierdagenweek met premie en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar, zoals bedoeld in de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector, noch aan de vierdagenweek zonder premie, zoals bedoeld in hoofdstuk XIIbis ».

Art. 20.In hetzelfde besluit wordt een artikel 44bis ingevoegd, luidende : « Art. 44bis.- Elk personeelslid krijgt jaarlijks het overzicht van het saldo van de verloven waarop artikel 38 van dit besluit hem recht geeft.

Indien het personeelslid niet akkoord gaat met dit saldo, kan hij bij de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie binnen de 50 werkdagen een gemotiveerd bezwaar indienen.

Deze laatste neemt een beslissing binnen de 50 werkdagen. Wanneer deze termijn verstreken is, wordt het bezwaar aanvaard. ».

Art. 21.In artikel 48, § 3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) In het eerste lid worden de woorden « De verminderde prestaties wegens medische redenen » vervangen door de woorden « De verminderde prestaties wegens medische redenen, bedoeld in artikel 46, 2° »;b) het eerste lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 8° en 9°, luidende : « 8° de vierdagenweek met en zonder premie;9° het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar.».

Art. 22.In artikel 55, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « noch aan het verlof voor verminderde prestaties bedoeld in hoofdstuk XII » vervangen door de woorden « noch aan de verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheid, zoals bedoeld in hoofdstuk XII, noch aan de vierdagenweek met premie en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar, zoals bedoeld in de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector, noch aan de vierdagenweek zonder premie, zoals bedoeld in hoofdstuk XIIbis ».

Art. 23.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk XIIbis ingevoegd die de artikelen 90/1 tot 90/3 bevat, luidende : « HOOFDSTUK XIIbis. - De vierdagenweek met en zonder premie

Art. 90/1.§ 1. Het personeelslid dat gebruik wenst te maken van het recht op de vierdagenweek met premie dient daartoe bij de overheid waaronder hij ressorteert een aanvraag in, minstens drie maanden vóór de aanvang van de periode.

De machtiging voor de vierdagenweek met premie wordt toegekend voor een periode van ten minste drie maanden en ten hoogste vierentwintig maanden. Voor elke verlenging wordt een aanvraag van het betrokken personeelslid vereist. Zij moet ten minste een maand voor het verstrijken van de lopende periode worden ingediend. § 2. De aanvraag van het verlof bevat de wensen van het personeelslid rond de dag waarop het in verlof is.

De Minister van Justitie of zijn afgevaardigde kent het verlof toe en bepaalt de werkkalender. Hij kan het begin van het verlof uitstellen met maximum zes maanden omwille van de noden van de dienst.

In functie van de noden van de dienst of op vraag van het personeelslid kan de werkkalender door de Minister van Justitie of zijn afgevaardigde worden aangepast. Deze laatsten brengen het personeelslid twee maanden op voorhand op de hoogte van deze aanpassing.

Een tijdelijke aanpassing van werkkalender is mogelijk bij onderling akkoord. § 3. Tijdens de periode dat het personeelslid in de vierdagenweek met premie geen prestaties dient te verrichten mag hij geen beroepsbedrijvigheid uitoefenen. Onder beroepsbedrijvigheid moet worden verstaan elke bezigheid waarvan de opbrengst een beroepsinkomen is dat bedoeld wordt in artikel 23 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992.

Art. 90/2.§ 1. De periode van de vierdagenweek met premie neemt een aanvang op de eerste dag van een maand.

Tijdens de periode van vierdagenweek met premie kan het personeelslid niet worden gemachtigd verminderde prestaties om welke reden dan ook uit te oefenen. Het kan evenmin aanspraak maken op een regeling van deeltijdse loopbaanonderbreking. § 2. Het verlof voor vierdagenweek wordt ambtshalve opgeschort wanneer het personeelslid één van de volgende verloven geniet : 1° moederschapsverlof en het verlof wegens vrijstelling van arbeid in toepassing van de artikelen 42 en 43 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten en het artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector;2° ouderschapsverlof;3° adoptieverlof en opvangverlof;4° verlof voor loopbaanonderbreking teneinde palliatieve zorg te verstrekken of voor het bijstaan van of voor het verstrekken van verzorging aan een lid van het gezin of aan een familielid;5° verminderde prestaties voor medische redenen in toepassing van artikel 46, eerste lid, 1° van dit besluit. § 3. Wanneer een personeelslid een schorsing bekomt in toepassing van § 2, dan worden deze schorsingsperioden niet aangerekend op de maximumperiode van 60 maanden bedoeld in artikel 4, § 2, van de wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/07/2012 pub. 06/08/2012 numac 2012002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector sluiten betreffende de vierdagenweek en het halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector, noch op de lopende periode van de vierdagenweek.

Wanneer het personeelslid, in toepassing van § 1, niet tijdens een volledige maand het verlof voor vierdagenweek met premie heeft genoten, dan wordt de premie bedoeld in artikel 5 van de wet, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller het aantal kalenderdagen van de periode van het verlof voor vierdagenweek met premie en de noemer het aantal kalenderdagen van de maand.

In de andere gevallen, wanneer de tachtig procent van wedde niet volledig wordt betaald, wordt de premie bedoeld in artikel 5 van de wet, prorata verminderd.

Art. 90/3.§ 1. Onverminderd het recht op de vierdagenweek met premie, hebben de vastbenoemde personeelsleden en de personeelsleden die in dienst genomen zijn met een arbeidsovereenkomst en die voltijds tewerkgesteld zijn, het recht om vier vijfde te verrichten van de prestaties die hun normaal worden opgelegd zonder bijkomende premie.

De prestaties worden verricht over vier werkdagen per week. § 2. Het personeelslid dat gebruik maakt van het recht bedoeld in § 1 ontvangt tachtig procent van de wedde. Voor de vastbenoemde personeelsleden wordt de periode van afwezigheid als verlof beschouwd en met dienstactiviteit gelijkgesteld. Voor de personeelsleden in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst wordt gedurende de afwezigheid de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst. § 3. Het personeelslid dat gebruik wenst te maken van het recht op de vierdagenweek zonder premie bedoeld in § 1 dient daartoe bij de overheid waaronder hij ressorteert een aanvraag in, minstens drie maanden vóór de aanvang van de periode.

De machtiging voor de arbeidsregeling bedoeld in § 1 wordt toegekend voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vierentwintig maanden. Voor elke verlenging wordt een aanvraag van het betrokken personeelslid vereist. Zij moet ten minste een maand voor het verstrijken van de lopende periode worden ingediend.

De bevordering tot een hogere klasse of niveau maakt een einde aan de machtiging tot de arbeidsregeling bedoeld in § 1. § 4. Het artikel 90/1, §§ 2 en 3 en artikel 90/2, §§ 1, 2 en 3, eerste lid, zijn van toepassing op de arbeidsregeling bedoeld in § 1. § 5. Het personeelslid kan een einde maken aan de in § 1 bedoelde arbeidsregeling met een opzegging van drie maanden, tenzij de overheid waaronder de betrokkene ressorteert op zijn verzoek een kortere termijn aanvaardt. ».

Art. 24.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk XIIter ingevoegd die de artikelen 90/4 en 90/5 bevat, luidende : « HOOFDSTUK XIIter. - Halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar

Art. 90/4.§ 1. Het vastbenoemd personeelslid dat gebruik wenst te maken van het recht op halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar dient zijn aanvraag in bij de overheid waaronder hij ressorteert, minstens drie maanden vóór de aanvang van de periode. § 2. De aanvraag van het verlof bevat de wensen van het personeelslid rond de dagen waarop het in verlof is. Onder « halftijds werken » wordt een arbeidsregeling verstaan waarbij het vastbenoemd personeelslid in de loop van een maand de helft van de prestaties dient te verrichten die verbonden zijn aan een voltijdse tewerkstelling. De verdeling van de prestaties geschiedt in volledige of halve dagen.

De Minister van Justitie of zijn afgevaardigde kent het verlof toe en bepaalt de werkkalender. Hij kan het begin van het verlof uitstellen met maximum zes maanden omwille van de noden van de dienst.

In functie van de noden van de dienst of op vraag van het personeelslid kan de werkkalender door De Minister van Justitie of zijn afgevaardigde worden aangepast. Deze laatsten brengen het personeelslid twee maanden op voorhand op de hoogte van deze aanpassing.

Een tijdelijke aanpassing van de werkkalender is mogelijk bij onderling akkoord. § 3. Tijdens de periode dat het vastbenoemd personeelslid in de halftijdse arbeidsregeling geen prestaties dient te verrichten mag hij geen beroepsbedrijvigheid uitoefenen. Onder beroepsbedrijvigheid moet worden verstaan elke bezigheid waarvan de opbrengst een beroepsinkomen is dat bedoeld wordt in artikel 23 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Art. 90/5.De periode van de halftijdse prestaties neemt een aanvang op de eerste dag van een maand.

Tijdens de periode van het verlof voor halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar kan het personeelslid niet worden gemachtigd verminderde prestaties om welke redenen dan ook uit te oefenen. Het kan evenmin aanspraak maken op een regeling voor deeltijdse loopbaanonderbreking.

Art. 25.Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad met uitzondering van : 1° artikel 20 dat in werking treedt op 1 januari 2014;2° artikel 1, a, h, i, j en k, 11°, artikel 2, de artikelen 6 tot 16 en het vijfde en het zesde lid van artikel 9, § 1, zoals gewijzigd bij artikel 4 van dit besluit, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2012.

Art. 26.De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 oktober 2013.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM

^