Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 05 december 2014
gepubliceerd op 28 januari 2015

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 2013, gesloten in het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken, betreffende de sociale programmatie 2013-2014

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2014012156
pub.
28/01/2015
prom.
05/12/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

5 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 2013, gesloten in het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken, betreffende de sociale programmatie 2013-2014 (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 2013, gesloten in het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken, betreffende de sociale programmatie 2013-2014.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 5 december 2014.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, Kris PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de cementfabrieken Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 september 2013 Sociale programmatie 2013-2014 (Overeenkomst geregistreerd op 5 december 2013 onder het nummer 118261/CO/106.01) HOOFDSTUK I. - Inleiding

Artikel 1.Toepassingsgebied Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken (PSC 106.01).

Met "arbeider" worden zowel arbeiders als arbeidster bedoeld.

Art. 2.Neerlegging Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt neergelegd op de Griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 november 1969Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/11/1969 pub. 06/04/2007 numac 2007000224 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit nr. 2 met betrekking tot de vaststelling van forfaitaire grondslagen van aanslag voor de belasting over de toegevoegde waarde. - Duitse vertaling sluiten tot vaststelling van de modaliteiten van neerlegging van de collectieve arbeidsovereenkomsten.

Art. 3.Algemeen verbindend verklaring Ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst zo vlug mogelijk bij koninklijk besluit algemeen verbindend wordt verklaard.

Art. 4.Wettelijk kader Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in overeenstemming met het koninklijk besluit van 28 april 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2013 pub. 02/05/2013 numac 2013202627 bron f.o.d. kanselarij van de eerste minister, min. van landsverdediging, f.o.d. buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, f.o.d. economie, k.m.o., middenstand en energie, f.o.d. binnenlandse zaken, f.o.d. sociale zekerheid, f.o.d. budget en beheerscontrole, f.o.d. werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg en f.o.d. financien Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, § 1, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen sluiten tot uitvoering van artikel 7, § 1 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. HOOFDSTUK II. - Werkgelegenheid

Art. 5.Garantie van het werkvolume Werkgelegenheid kan niet gegarandeerd worden op lange termijn. § 1. Vervanging van de werknemers die genieten van het systeem "werkloosheid met bedrijfstoeslag" : Door werknemers te laten vertrekken in SWT (werkloosheid met bedrijfstoeslag), is het mogelijk het personeelsbestand aan te passen met het oog op het behoud van de cementactiviteiten. Dit maakt het tegelijk mogelijk om ons aan te passen aan de technologische evolutie en de productie-eisen. De flexibiliteit in de vervangingen (veeleer dan vervanging functie per functie) moet met de personeelsvertegenwoordigers in de fabrieken of ondernemingen worden besproken om den aanpassing van de voorzieningen te vergemakkelijken.

Bij een dergelijk vertrek en voor zover de directie voorziet niet functie per functie te vervangen, moet een overleg plaatsvinden met de plaatselijke syndicale afvaardiging en, indien deze laatste dit wenst, met de regionale vakbondssecretariss(en). § 2. Informatie in verband met de projecten of studies die een impact kunnen hebben op de tewerkstelling.

Wanneer projecten een grote impact hebben op de werkgelegenheid, verbinden de werkgevers zich ertoe om vooraf de betrokken plaatselijke syndicale afgevaardigden en hun vakbondssecretarissen in te lichten.

Art. 6.Opname in de anciënniteit van de periode die gepresteerd werd onder een interim statuut of een contract van bepaalde duur en die de aanwerving voorafgaat.

De contracten met bepaalde duur of interim contracten zullen in rekening worden genomen voor de globale anciënniteit van de werknemers op voorwaarde dat er geen tijdsonderbreking was (opeenvolgende contracten zonder lange tussentijdse periodes van inactiviteit), behalve in bijzondere gevallen die op lokaal vlak onderzocht en behandeld moeten worden met de delegatie.

Als een werknemer door de directie gevraagd wordt, zich om technische redenen als werkloze en/of werkzoekende te laten registreren tussen twee contracten in, wordt deze periode niet beschouwd als een onderbreking tussen twee contracten.

Art. 7.Maaltijdpauze De betaalde maaltijdpauze van 15 minuten voor het personeel dat in ploegen werkt, wordt bevestigd. Voor de ondernemingen of de fabrieken waar het gangbaar is dat een langere pauze betaald wordt, blijft de bestaande (geldende) regel van kracht.

Art. 8.Verplaatsingsvergoedingen - bevestiging De vergoeding voorzien in artikel 8, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst 86380 van 30 mei en 22 augustus 2007 ontslaat de werkgever niet van de uitvoering van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19 van de Nationale Arbeidsraad van 26 maart 1975. HOOFDSTUK III. - Arbeidsorganisatie

Art. 9.§ 1. Het continu productieproces en de conjuncturele schommelingen die voor de cementsector kenmerkend zijn, rechtvaardigen het behoud van uurroosters die recuperatie-uren met zich mee brengen.

De in artikel 21 van deze collectieve arbeidsovereenkomst vernoemde collectieve arbeidsovereenkomsten worden bevestigd voor wat betreft het maximaal aantal betaalde overuren, de termijnen van betaling en het naleven van de recuperatieprocedures. § 2. Binnen het wettelijke kader hebben de arbeiders de mogelijkheid om te kiezen voor de uitbetaling van de eerste 65 overuren die gepresteerd worden in het kader van een buitengewone vermeerdering van werk (artikel 25 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten) of van werkzaamheden die door een onvoorziene noodzakelijkheid worden vereist (artikel 26, § 1, 3° van dezelfde wet) gepresteerd worden. De werknemer heeft de keuze tussen recupereren of betaald worden. § 3. De werkgevers wensen paritaire werkgroepen op te richten in de fabrieken waar er problemen zijn, om het automatisch ontstaan van te recupereren uren te onderzoeken en er oplossingen voor te vinden. HOOFDSTUK IV. - Welzijn op het werk en milieuzorg

Art. 10.§ 1. Welzijn op het werk De ondernemingen in de cementsector bevestigen dat de gezondheid en de bescherming van de werknemers, zowel als de preventie, van essentieel belang zijn.

In onderling akkoord leggen de partijen de nadruk op het feit dat, dankzij veiligheid en preventie op de werkvloer, arbeidsongevallen vermeden kunnen worden. Zij verbinden zich ertoe de actieplannen binnen het CBPW te bevorderen.

Inzake gezondheid en bescherming van de werknemers die aan de valorisatie van brandstoffen en vervangingsstoffen deelnemen, verbinden de vennootschappen van de sector zich ertoe systematisch duidelijkere informatie te verstrekken over de nieuwe vervangingsproducten. Dit door een bijzondere informatieprocedure in te voeren en de inspanningen op het gebied van preventie en opleiding voort te zetten door aan de werknemers- en ondernemingsvertegenwoordigers al de gevraagde informatie ter beschikking te stellen op een voor hen begrijpelijke manier. § 2. Hervatting van het werk van personen die slachtoffer werden van een ongeval De werkgevers verbinden zich ertoe de mogelijkheden te onderzoeken inzake wederopname op hun arbeidsplaats van de arbeiders die een blijvende invaliditeit hebben ten gevolge van een arbeids- of gewoon ongeval en dit door in de mate van het mogelijke in de aanpassing van de werkpost(en) te voorzien.

Dit onderzoeksproces moet uitmonden in een door alle betrokken partijen aanvaarde beslissing. § 3. Milieuzorg De cementbedrijven hebben in hun "mission statement" de taak opgenomen om proactief te werken op het gebied van duurzame ontwikkeling.

Daartoe moet de valorisatie van de brandstoffen en vervangingsstoffen op betrouwbare wijze plaatsvinden, zowel op het niveau van de gezondheid van de werknemers en de buurtbewoners als van de kwaliteit van het cement en de weerslag op het leefmilieu.

Sommige van onze fabrieken valoriseren alternatieve stoffen of brandstoffen. Die kunnen van fabriek tot fabriek verschillen naargelang hun productieprocessen.

Reeds verschillende jaren onderzoeken zij de weerslag van deze vervangingsbrandstoffen en -grondstoffen op het leefmilieu en op de gezondheid van de werknemers in samenwerking met de wetenschappelijke en medische autoriteiten alsmede met universiteitsprofessoren, dit met inachtneming van de geldende normen en wetgevingen.

Het betreft onder meer volgende informatie : - aard en oorsprong van betrokken en behandelde grondstoffen/afvalstoffen; - de resultaten van de metingen op de verschillende werkposten die uitgevoerd worden door de externe en interne preventie- en beschermingsdiensten of door elk laboratorium van de onderneming dat bevoegd is om kwaliteitsanalyses uit te voeren; - onderzoeken met betrekking tot deze thema's, uitgevoerd of nog in uitvoering, zowel in binnen- als buitenland; - alle werknemers die op één of andere manier in aanraking komen met vervangingsbrandstoffen, onder meer tijdens het aanvoeren van dergelijke afvalstoffen en het onderhoud van de ovens, dienen intensiever medisch gevolgd te worden. Deze opvolging zal gebeuren door middel van methodes die, gelet op de huidige beschikbare kennis van de geneeskunde, de beste resultaten waarborgen; - onderzoek en risicoanalyse dienen te gebeuren door samenwerking tussen interne en externe preventie- en beschermingsdiensten. De ondernemingen in de sector verbinden zich ertoe de doeltreffendheid van de aangewende collectieve of persoonlijke preventie- en beschermingsmaatregelen regelmatig te toetsen.

Alle blootgestelde werknemers krijgen niet alleen de noodzakelijke informatie maar daarenboven een veiligheidsopleiding met betrekking tot het correcte gebruik van de voorgestelde preventie- en beschermingsmaatregelen. HOOFDSTUK V. - Koopkracht Sectie 1. - Lonen

Art. 11.Looninschakeling Handhaving voor het jaar 2013 en 2014 van het inschakelingssysteem zoals beschreven in het akkoord van 2009-2010.

Sectie 2. - Kosten eigen aan de werkgever (niet-recurrente vergoeding)

Art. 12.Kosten eigen aan de werkgever De verworven bedragen van de collectieve arbeidsovereenkomst 2011-2012, alsook het niet-recurrente karakter worden behouden.

Het bedrag van 29,15 EUR per maand of 350 EUR per jaar blijft behouden voor 2013 en 2014.

Het bedrag staat voor een aanwezigheid van 12 maanden (van 1 januari van het jaar tot 31 december van datzelfde jaar), naar rato van de aanwezigheid in de eerste maanden van het jaar en de veronderstelde aanwezigheid voor de resterende maanden in het bedrijf. Dat bedrag wordt betaald in juni 2013 en juni 2014. Elk "overschot" bij het verlaten van de onderneming zal worden afgetrokken van de eindafrekening.

Sectie 3. - Uitzonderlijke (niet-recurrente) premie De verworven bedragen van de collectieve arbeidsovereenkomst 2011-2012, alsook het niet-recurrente karakter worden behouden.

Art. 13.Een geschenkcheque voor een forfaitair bedrag van 75 EUR wordt toegekend aan de op 1 juli 2013 actieve werknemers en een andere geschenkcheque voor hetzelfde bedrag op 1 juli 2014.

De ondernemingen in de sector hebben de mogelijkheid om naar believen, maar in overleg met de sociale partners, de extralegale voordelen (kosten eigen aan de werkgever en buitengewone premie) aan te passen met inachtneming van de bedragen en de toepassingsmodaliteiten. HOOFDSTUK VI. - Bestaanszekerheid

Art. 14.Vergoeding voor tijdelijke of gedeeltelijke werkloosheid om economische of technische redenen Eerste maand van economische of technische werkloosheid : De ondernemingen van de sub-sector garanderen aan de arbeiders 100 pct. van het belastbaar loon, zoals berekend bij de betaling van officiële feestdagen (36 uren per week), tijdens de eerste maand van tijdelijke of gedeeltelijke werkloosheid om economische of technische redenen.

Met eerste maand werkloosheid wordt bedoeld de eerste van een crisis (inclusief de cumul van de perioden).

Andere maanden van economische werkloosheid : De ondernemingen garanderen aan de arbeiders 80 pct. van het belastbaar loon, zoals berekend bij de betaling van officiële feestdagen (36 uren per week).

Bij werkloosheid zullen werkgevers erover waken dat de 100 pct. of 80 pct. van de verloning, zoals zij zou zijn ontvangen, daadwerkelijk gewaarborgd wordt en verbinden zich ertoe dat met hun lokale afvaardiging te bespreken. HOOFDSTUK VII. - Werk aan derden

Art. 15.Alle partijen bevestigen opnieuw hun wil tot het voortzetten van hun inspanningen en het nauwgezet naleven van de letter en de geest van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst 1997-1998 van 22 april 1997 (registratienummer 44214/CO/106.01), namelijk : De sociale gesprekspartners willen de tewerkstelling van de cementarbeiders verder voorrang geven. Vaste cementwerkzaamheden worden niet uitbesteed.

De fabrieksdirecties die verantwoordelijk zijn voor het beheer en het beroep doen op onderaannemers, erkennen het recht op informatie van het personeel en zijn vertegenwoordigers.

Zij verbinden zich ertoe, ieder in hun eigen fabriek, de dialoog met de personeelsafgevaardigden te verbeteren door de respectievelijke rol van de vakbondsafvaardiging en/of de ondernemingsraad te bevoordelen.

De lokale directies geven voorafgaandelijk informatie over alle belangrijke werken, die gekend en gepland zijn.

De werkgevers verbinden zich er ook toe aan de ondernemingsraad (of, bij gebrek, aan de vakbondsdelegatie) alle voorafgaande informatie bekend te maken met betrekking tot gekende, omvangrijke werken die volgens plan door derden uitgevoerd zullen worden.

Een overzicht van de tijdens de vorige maand door derden uitgevoerde werken dient maandelijks aan de ondernemingsraad (of, bij gebrek, aan de vakbondsdelegatie) overgemaakt te worden.

De werkgeversonderhandelaars gaan er nogmaals bij de plaatselijke directies op aandringen dat de letter en de geest van die akkoord gerespecteerd worden. HOOFDSTUK VIII. - Humanisering Sectie 1. - Tijdkrediet en eindeloopbaan

Art. 16.Sectorale aanpassing van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 (tijdkrediet) en collectieve arbeidsovereenkomst nr. 107 (kliksysteem voor het behoud van de aanvullende vergoeding in het kader van bepaalde stelsels van SWT).

De toegang tot het tijdkrediet moet rekening houden met de organisatienoden en mag geen nadelige invloed hebben op de organisatie van ploegen en diensten.

Sectie 2. - Anciënniteitsverlof

Art. 17.Het anciënniteitsverlof wordt toegekend op 1 januari van het lopende jaar (anciënniteit = lopend jaar - jaar van aanwerving, volgens de contractgegevens).

Sectie 3. - Behoud van personeelsbestand

Art. 18.De partners zijn zich ervan bewust dat, om de werklast binnen de ploegen het hoofd te bieden, afwezigheden van werknemers moet worden ingevuld door vervangingscontracten.

In dit verband kunnen alle soorten vervangingen (contract van bepaalde duur, vervangingscontract, contract voor een duidelijk omschreven werk, uitzendcontracten, enz.) in aanmerking komen, rekening houdend met de vereisten van de functie (noodzakelijke vaardigheden). De directie zal, in samenspraak met de vakbondsafvaardiging, de meest geëigende contracttypes onderzoeken. HOOFDSTUK IX. - Werkgroep "concurrentievermogen"

Art. 19.Oprichting van een werkgroep (WG) In het kader van de sectorale inspanningen om het concurrentievermogen van de ondernemingen te verbeteren, worden twee sectorale werkgroepen opgericht die volgende thema's gaan behandelen : I. Werkwijze voor de indextoepassing (maandelijks vs jaarlijks), looninschakeling en actualisering van de lijst van functies (geen herziening van de classificatie); en II. Ontslagvergoeding in geval van herstructurering of sluiting van de onderneming.

Deze werkgroepen hebben tot doel de principes van de vergoedingssystemen te hernieuwen en dit te bekijken in de bredere problematiek van enerzijds de toenadering van de statuten van arbeiders en bedienden en anderzijds de problematiek van het concurrentievermogen van de sector.

De sociale partners stellen immers vast dat er verschillen bestaan tussen de vergoedingssystemen van de bedienden en de arbeiders en willen zich engageren om stappen te ondernemen om deze verschillen te verminderen en de praktijken op elkaar af te stemmen terwijl het concurrentievermogen van de ondernemingen gewaarborgd blijft. De WG "indexatie-looninschakeling-functies- moet het mogelijk maken deze dubbele doelstelling te bereiken door een duurzame oplossing voor te stellen.

Met het oog op deze stabiele oplossing, en om de verschillen die zijn ontstaan door het bestaan van de twee systemen te verminderen, komen de partners overeen een éénmalige eco-cheque met een waarde van 70 EUR toe te kennen die het vastgestelde verschil voor 2013 dekt en die uiterlijk op 31 december 2013 wordt betaald.

De WG zal samengesteld worden uit 4 vertegenwoordigers van de syndicale (permanente) organisaties, 4 vertegenwoordigers van de werkgevers, en indien het nodig en/of nuttig blijkt een syndicale expert en een expert aangesteld door de werkgevers.

De WG legt de conclusies van zijn analyses tegen eind november voor aan de beperkte commissie, zodat deze op basis van de studie kan onderhandelen over nieuwe mechanismen die vanaf januari 2014 moeten worden geïmplementeerd. HOOFDSTUK X. - Sociaal overleg

Art. 20.Versoepeling van de voorwaarden voor de aanduiding of verkiezing van een syndicale afgevaardigde De anciënniteitsvoorwaarde om te worden aangeduid of verkozen als vakbondsafgevaardigde voor de samenstelling van een eerste delegatie wordt verlaagd van 12 maanden naar 3 maanden.

Dit wijzigt het protocol van de industriële betrekkingen opgesteld op 15 januari 1959 en gewijzigd op 29 mei 1972, om rekening te houden met de bepalingen van de collectieve overeenkomsten betreffende het statuut van de syndicale afgevaardigden, die in de Nationale Arbeidsraad op 24 mei en 30 juni 1971 werden gesloten. Deze bepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk II, artikel 19. HOOFDSTUK XI. - Verlenging van vorige akkoorden

Art. 21.De eerder in het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken gesloten overeenkomsten die niet gewijzigd worden door deze overeenkomst worden verlengd.

Datum CAO - Date de CCT

Benaming - Dénomination

Registratienr. bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg - N° d'enregistrement au SPF Emploi, Travail et Concertation sociale

CAO van 22 april 1997/ CCT du 22 avril 1997

Sociaal akkoord 1997-1998/ Accord social 1997-1998

44214/CO/106.01

CAO van 8 april 1999/ CCT du 8 avril 1999

Sociaal akkoord 1999-2000/ Accord social 1999-2000

51032/CO/106.01

CAO van 17 mei 2001/ CCT du 17 mai 2001

Sociaal akkoord 2001-2002/ Accord social 2001-2002

57696/CO/106.01

CAO van 24 april 2003/ CCT du 24 avril 2003

Sociaal akkoord 2003-2004/ Accord social 2003-2004

67071/CO/106.01

CAO van 5 september 2005/ CCT du 5 septembre 2005

Sociaal akkoord 2005-2006/ Accord social 2005-2006

76407/CO/106.01

CAO van 29 juni 2005/ CCT du 29 juin 2005

Brugpensioen/ Prépension

76757/CO/106.01

CAO van 8 december 2006/ CCT du 8 décembre 2006

Brugpensioen 55, 56, 58 jaar/ Prépension 55, 56, 58 ans

82046/CO/106.01

CAO van 30 mei 2007 en 22 augustus 2007/ CCT du 30 mai 2007 et 22 août 2007

Sociaal akkoord 2007-2008/ Accord social 2007-2008

86380/CO/106.01

CAO van 7 december 2009/ CCT du 7 décembre 2009

Sociaal akkoord 2009-2010/ Accord social 2009-2010

97021/CO/106.01

CAO van 16 september 2011/ CCT du 16 septembre 2011

Sociaal akkoord 2011-2012/ Accord social 2011-2012

106657/CO/106.01


HOOFDSTUK XI. - Sociale vrede

Art. 22.De ondertekenende partijen verbinden zich ertoe de sociale vrede te eerbiedigen tot het verstrijken van deze overeenkomst.

Dat houdt in dat : - de vakbonds- en werkgeversorganisaties, de werknemers en de werkgevers de integrale naleving van de van kracht zijnde overeenkomsten waarborgen; - de vakbondsorganisaties en de werknemers zich ertoe verbinden geen enkele collectieve eis te stellen, noch te steunen, hetzij op nationaal, hetzij op regionaal, hetzij op lokaal vlak en geen enkel conflict uit te lokken of te doen uitbreken tot het verlenen van bijkomende voordelen, tot 31 december 2014. HOOFDSTUK XII. - Bijzondere bepalingen

Art. 23.Collectieve arbeidsovereenkomst voor de bedienden De werkgevers zullen aan het einde van deze onderhandelingen de informatie (conventionele inventaris) verschaffen die moet toelaten de collectieve arbeidsovereenkomst voor de bedienden te evalueren.

De arbeidersafvaardigingen behouden zich het recht voor op gepaste wijze te reageren ingeval van kennelijke onevenwicht. HOOFDSTUK XIII. - Geldigheid

Art. 24.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt afgesloten voor een duur van twee jaar, van 1 januari 2013 tot 31 december 2014, behalve andersluidende bepaling.

De opzegging door een van de partijen gebeurt door melding van een opzegtermijn van drie maanden, per aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de cementfabrieken en aan elk van de ondertekende partijen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 5 december 2014.

De Minister van Werk, Kris PEETERS

^