Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 september 2002
gepubliceerd op 31 december 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, betreffende de vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2002013036
pub.
31/12/2002
prom.
04/09/2002
ELI
eli/besluit/2002/09/04/2002013036/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

4 SEPTEMBER 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, betreffende de vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, betreffende de vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 september 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 mei 2001 Vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers (Overeenkomst geregistreerd op 28 september 2001 onder het nummer 58979/CO/128.02) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers, de werklieden en de werksters van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers. HOOFDSTUK II. - Tussenkomst van de werkgever

Art. 2.Rekening houdend met de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 19ter gesloten op 5 maart 1991 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de financiële bijdrage van de werkgever in de prijs van het vervoer van de werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 21 mei 1991 (Belgisch Staatsblad van 4 juni 1991), wordt de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tussen hun woonplaats en de werkplaats hierna vastgesteld.

Art. 3.De werklieden en werksters die, om zich naar hun werk te begeven, een verplaatsing moeten doen van 3 of 4 kilometer tussen woning en werkplaats, ongeacht het gebruikte vervoermiddel, hebben recht ten laste van de werkgever op een wekelijkse forfaitaire bijdrage.

Dit bedrag is gelijk aan de wettelijke bijdrage van de werkgevers in de prijs van de sociale abonnementen 2e klasse van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, hierna vernoemd N.M.B.S., meer bepaald naar rato van 75 pct. van de wekelijkse werkgeversbijdrage voor 5 km.

Art. 4.De werklieden en werksters die, om zich naar hun werk te begeven, een verplaatsing moeten doen van 5 kilometer of meer tussen woning en werkplaats, ongeacht het gebruikte vervoermiddel, hebben recht ten laste van de werkgever op een terugbetaling van 50 pct. van de prijs van de treinkaart geldend als sociaal abonnement 2e klasse van de N.M.B.S. voor de afgelegde afstand.

Art. 5.In afwijking van artikel 4 bedraagt de bijdrage van de werkgever in de prijs van de abonnementen voor de verplaatsingen vanaf 5 kilometer, berekend vanaf de vertrekhalte voor de werknemer die gebruik maakt van het gemeenschappelijk openbaar vervoer, met uitzondering van het vervoer per spoorwegen, de effectief door de werknemer betaalde prijs.

Art. 6.In afwijking van de artikelen 3 en 4 bedraagt de bijdrage van de werkgever voor de werknemer die gebruik maakt van het vervoer per spoorwegen (Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen) de prijs van de treinkaart 2de klasse.

Art. 7.De terugbetaling van de kosten, geschiedt ten minste maandelijks.

Art. 8.Onverminderd de bepalingen voorzien in de artikelen 3, 4, 5 en 6, blijven gunstiger toestanden inzake vervoer en terugbetaling van vervoerskosten op het vlak van de onderneming of het gewest behouden. HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 9.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001 en is gesloten voor een onbepaalde duur.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 november 1977, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, tot vaststelling van de bijdrage van de werkgevers in de vervoerskosten van de werklieden en werksters tewerkgesteld in de ondernemingen van de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers.

Zij mag worden opgezegd door een van de partijen met een opzegtermijn van drie maanden, bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers. De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum waarop de aangetekende brief aan de voorzitter is gestuurd.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 september 2002.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^