Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 september 2002
gepubliceerd op 17 december 2002

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 maart 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende het halftijds brugpensioen

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2002012992
pub.
17/12/2002
prom.
04/09/2002
ELI
eli/besluit/2002/09/04/2002012992/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

4 SEPTEMBER 2002. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 maart 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende het halftijds brugpensioen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 van 13 juli 1993 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van halvering van de arbeidsprestaties, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993, inzonderheid op artikel 3;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 30 maart 2001, gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende het halftijds brugpensioen.

Art. 2.Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 september 2002.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Koninklijk besluit van 17 november 1993, Belgisch Staatsblad van 4 december 1993.

Bijlage Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 maart 2001 Halftijds brugpensioen (Overeenkomst geregistreerd op 2 mei 2001 onder het nummer 57067/CO/120) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de arbeiders(sters) die in een voltijdse arbeidsregeling zijn tewerkgesteld ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst, alsook op de werkgevers die hen tewerkstellen en onder de bevoegdheid vallen van het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, met uitzondering van de ondernemingen en de erin tewerkgestelde werklieden die onder de bevoegdheid vallen van de Paritaire Subcomités voor de textielnijverheid uit het administratief arrondissement Verviers (120.01), voor de vlasbereiding (120.02) en voor het vervaardigen van en de handel in zakken in jute of in vervangingsmaterialen (120.03).

Onder voltijdse arbeidsregeling moet worden verstaan, de arbeidsregeling bedoeld in hoofdstuk III - arbeids- en rusttijden, van de arbeidswet van 16 maart 1971 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971). HOOFDSTUK II. - Draagwijdte van de overeenkomst

Art. 2.De aanvullende vergoeding ingesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 van 13 juli 1993 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van halvering van de arbeidsprestaties, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993 wordt toegekend aan de in artikel 1 bedoelde werknemers op voorwaarde dat zij op het ogenblik van de vermindering van hun arbeidsprestaties de leeftijd bereikt hebben van 56 jaar.

Voor deze regeling komen in aanmerking de arbeiders(sters) die met hun werkgever een akkoord bereiken om hun arbeidsprestaties te halveren.

Dit akkoord wordt schriftelijk vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978). HOOFDSTUK III. - Voorwaarden om recht te hebben op de aanvullende vergoeding

Art. 3.De in artikel 2 van deze overeenkomst genoemde werknemers hebben recht op de aanvullende vergoeding op voorwaarde dat : - zij de werkloosheidsuitkering genieten waarin de reglementering inzake werkloosheidsverzekering voor deze categorie van werknemers voorziet; - zij tijdens de twaalf maanden - te rekenen van datum tot datum, die onmiddellijk voorafgaan aan de vermindering van hun arbeidsprestaties, bij dezelfde onderneming hebben gewerkt in een voltijdse arbeidsregeling, zoals bepaald in artikel 1 van deze overeenkomst; - het aantal arbeidsuren van de deeltijdse arbeidsregeling, na vermindering, per arbeidscyclus gemiddeld gelijk is aan de helft van het aantal arbeidsuren van een normale voltijdse arbeidsregeling in de onderneming. HOOFDSTUK IV. - Bedrag en betaling van de aanvullende vergoeding

Art. 4.De aanvullende vergoeding wordt berekend en aangepast zoals bepaald in de artikelen 5 tot en met 10 van voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 van de Nationale Arbeidsraad.

Art. 5.De betaling van de aanvullende vergoeding en van de eventuele capitatieve bijdrage valt ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de textielnijverheid en het breiwerk". Te dien einde zijn de werkgevers en werknemers verplicht gebruik te maken van het gepast formulier dat kan bekomen worden op de zetel van voormeld fonds, Poortakkerstraat 100, 9051 Gent.

De administratieve richtlijnen van de raad van beheer van het fonds moeten nageleefd worden.

De administratieve formaliteiten nodig voor de uitvoering van de huidige overeenkomst worden door de raad van beheer van het fonds vastgesteld. HOOFDSTUK V. - Overgang naar het voltijds brugpensioen

Art. 6.De betrokken arbeider(ster) heeft recht op de aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers indien zij worden ontslagen, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 maart 2001 gesloten in het Paritair Comité voor de textielnijverheid en het breiwerk, betreffende het voltijds brugpensioen in de textielnijverheid en het breiwerk.

Indien hij(zij) op het ogenblik van het ontslag de leeftijd van het voltijdse brugpensioen niet heeft bereikt, kan de opzegging pas ingaan op de eerste dag van de maand volgend op die tijdens dewelke hij (zij) die leeftijd heeft bereikt of op ieder ander ogenblik dat door de desbetreffende reglementering wordt voorzien en toegelaten.

Art. 7.Ingeval de arbeider(ster) de bepalingen van artikel 6 kan genieten, wordt de aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers indien zij worden ontslagen, berekend alsof hij (zij) zijn (haar) arbeidsprestaties niet heeft verminderd.

Daartoe wordt het brutoloon dat de arbeider(ster) voor zijn (haar) halftijdse prestaties ontvangt, vermenigvuldigd met twee. HOOFDSTUK VI. - Eindbepalingen

Art. 8.De algemene interpretatiemoeilijkheden van de huidige collectieve arbeidsovereenkomst worden door de raad van beheer van het fonds voor bestaanszekerheid beslecht in de geest van en refererend aan de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 van de Nationale Arbeidsraad.

Art. 9.Deze overeenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2002.

Zij is gesloten onder de opschortende voorwaarde dat de wetten en besluiten een dergelijk halftijds brugpensioenstelsel toelaten.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 september 2002.

De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX

^