Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 juni 1999
gepubliceerd op 06 augustus 1999

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 1977 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van de erkenning van havenarbeiders in het havengebied van Gent

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
1999012334
pub.
06/08/1999
prom.
04/06/1999
ELI
eli/besluit/1999/06/04/1999012334/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

4 JUNI 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 1977 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van de erkenning van havenarbeiders in het havengebied van Gent (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 38 en 49, eerste lid;

Gelet op de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid, inzonderheid op het artikel 3;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1974 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor het havenbedrijf en tot vaststelling van het aantal leden ervan, zoals laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juni 1998, inzonderheid op artikel 2, A;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 april 1977 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van de erkenning van havenarbeiders in het havengebied van Gent;

Gelet op het advies van het Paritair Comité voor het Havenbedrijf gegeven op 24 februari 1999;

Gelet op het advies van het Paritair subcomité voor het havengebied van Gent gegeven op 30 maart 1999;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3 § 1, vervangen door de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Overwegende dat de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid tot doel heeft te komen tot een modern en rationeel beheer van de havens, dat deze doelstelling ondermeer gerealiseerd wordt door havenarbeid te laten verrichten door werknemers die daartoe werden opgeleid, dat vastgesteld kan worden dat binnen de havengebieden, door de snelle evolutie in de sector van het vervoer, er steeds meer gediversifieerde activiteiten worden verricht, dat de bedoelde activiteiten goederenstromen kunnen aantrekken en op die wijze bijkomende havenarbeid kunnen ondersteunen of genereren, dat een aanpassing zich opdringt in de procedure tot erkenning van sommige havenarbeiders;

Overwegende dat in deze omstandigheden het dringend noodzakelijk is om, in het belang van een modern en rationeel beheer van de havens, onmiddellijk maatregelen te nemen om de erkende havenarbeiders in te delen in twee registers, enerzijds om het mogelijk te maken dat bijzondere loon- en arbeidsvoorwaarden worden bepaald bij collectieve arbeidsovereenkomst, anderzijds om het algemeen tewerkstellingspeil binnen de haven te verbeteren of ten minste te vrijwaren;

Overwegende dat deze maatregelen onverwijld dienen genomen te worden ten einde de rechtszekerheid te handhaven en te vermijden dat verdere sociale onrust zou ontstaan;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In het koninklijk besluit van 21 april 1977 betreffende de voorwaarden en modaliteiten van de erkenning van havenarbeiders in het Gentse havengebied, wordt volgende bepaling toegevoegd : « Ze worden ingedeeld in hetzij "het algemeen contingent", hetzij het "aanvullend contingent". »

Art. 2.In artikel 3 van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977, wordt de eerste zin van § 1 vervangen door de volgende bepaling : « § 1, A. Voor erkenning als havenarbeider van het algemeen contingent komt in aanmerking de kandidaat die aan volgende voorwaarden voldoet : »

Art. 3.In artikel 3 van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977 wordt in § 1, A, 2, tussen de woorden « voor » en « havenarbeid » het woord « alle » gevoegd.

Art. 4.In artikel 3 van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977 wordt § 1, A, 3, vervangen door de volgende bepaling : « 3. minimum 18 jaar zijn; »

Art. 5.In artikel 3 van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977 wordt aan § 1, A, 5, in fine volgende bepaling toegevoegd : « ..., en geslaagd zijn voor de eindproef; »

Art. 6.In artikel 3 van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977 wordt § 1, A, als volgt aangevuld : « De erkenning kan afhankelijk gesteld worden van het slagen voor psycho-technische testen. »

Art. 7.In artikel 3 van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977 wordt na de bepalingen van § 1, A, de volgende bepaling ingevoegd : « § 1, B. Een erkenning als havenarbeider van het aanvullend contingent wordt verleend aan de kandidaat die aan de volgende voorwaarden voldoet : 1. van goed gedrag en zeden;2. in het verleden niet het voorwerp zijn geweest van een maatregel van intrekking van havenarbeider voor een van de redenen voorzien in artikel 4;3. een arbeidsovereenkomst afgesloten hebben voor werkzaamheden die behoren tot de taakomschrijving van havenarbeiders van het aanvullend contingent met een werkgever die ressorteert onder het Paritair Subcomité.»

Art. 8.In artikel 4, A, van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977 wordt de eerste zin vervangen door de volgende bepaling : « A. Het Paritair Subcomité kan de erkenning als havenarbeider van het algemeen contingent intrekken. »

Art. 9.In artikel 4, B, van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977 wordt de eerste zin vervangen door de volgende bepaling : « B. De erkenning als havenarbeider van het algemeen of het aanvullend contingent vervalt automatisch : »

Art. 10.In fine van artikel 4, B, van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977 wordt volgende bepaling ingevoegd : « 5. Bij het verstrijken van de termijn waarvoor de erkenning verleend werd. »

Art. 11.In artikel 4 van het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977, worden na punt B. volgende bepalingen ingevoegd : « C. De erkenning van een havenarbeider van het aanvullend contingent vervalt automatisch wanneer een einde komt aan de arbeidsovereenkomst die gesloten werd tussen hem en de werkgever die ressorteert onder het Paritair Subcomité. » « D. Het Paritair Subcomité kan daarenboven de erkenning als havenarbeider van het aanvullend contingent intrekken wanneer de betrokken werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstige tekortkoming waardoor de verdere samenwerking tussen hemzelf en het havenbedrijf in zijn geheel onmiddellijk en definitief onmogelijk wordt. »

Art. 12.In het hogervermelde koninklijk besluit van 21 april 1977 wordt een nieuw artikel 4bis ingevoegd, luidend als volgt : «

Artikel 4bis.De erkenning als havenarbeider van het algemeen contingent kan geschorst woren door de administratieve commissie opgericht ingevolge artikel 4.A. van dit besluit : 1. telkens een administratief onderzoek dit vereist in het kader van een procedure tot intrekking van de erkenning als havenarbeider;2. wanneer de havenarbeider om een tijdelijke afwezigheid uit het havenbedrijf verzoekt;3. om medische redenen.

Art. 13.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 1999.

Art. 14.Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 juni 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, Mevr. M. SMET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969; Wet van 8 juni 1972, Belgisch Staatsblad van 10 augustus 1974;

Koninklijk besluit van 12 augustus 1974, Belgisch Staatsblad van 10 september 1974;

Koninklijk besluit van 21 april 1977, Belgisch Staatsblad 10 juni 1977.

^