Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 03 maart 2021
gepubliceerd op 09 maart 2021

Koninklijk besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Instituut van de auto-experts

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2021040880
pub.
09/03/2021
prom.
03/03/2021
ELI
eli/besluit/2021/03/03/2021040880/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

3 MAART 2021. - Koninklijk besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Instituut van de auto-experts


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 02/06/2008 numac 2007011262 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts sluiten tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts, artikel 13, eerste lid, vervangen bij de wet van 6 oktober 2011;

Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/04/2014 pub. 20/05/2014 numac 2014011312 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Instituut van de auto-experts sluiten tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Instituut van de auto-experts;

Gelet op de beslissing van de raad van het Instituut van de auto-experts van 12 februari 2021 tot voorstel van een nieuw huishoudelijk reglement;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 februari 2021;

Overwegende de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 02/06/2008 numac 2007011262 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts sluiten tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts, de artikelen 15, eerste lid, en 33, eerste lid;

Op de voordracht van de Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het door de raad van het Instituut van de auto-experts opgestelde en als bijlage aan dit besluit gehecht huishoudelijk reglement heeft bindende kracht.

Art. 2.Het koninklijk besluit van 10 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/04/2014 pub. 20/05/2014 numac 2014011312 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Instituut van de auto-experts sluiten tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Instituut van de auto-experts wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4.De minister bevoegd voor Middenstand is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 maart 2021.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, D. CLARINVAL

Bijlage Huishoudelijk reglement van het Instituut van de auto-experts aangenomen door de raad van het Instituut op 12 februari 2021

Artikel 1.Voor de toepassing van dit reglement moet worden verstaan onder: 1° de wet: de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 02/06/2008 numac 2007011262 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts sluiten tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts;2° het Instituut: het Instituut van de auto-experts, opgericht bij artikel 2 van de wet.

Art. 2.§ 1. De raad van het Instituut, met zijn zetel gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, vergadert ten minste viermaal per jaar, met een frequentie van één vergadering per trimester. § 2. Hij vergadert na bijeenroeping door de voorzitter, op eigen initiatief, op aanvraag van een derde van de leden of op verzoek van de regeringscommissaris.

Wanneer de raad van het Instituut vergadert op aanvraag van een derde van de leden of op verzoek van de regeringscommissaris, moet de voorzitter de raad samenroepen, uiterlijk binnen de dertig dagen vanaf de aanvraag.

De oproeping moet ten minste acht dagen voor de vergadering worden toegezonden aan de leden van de raad van het Instituut via aangetekende zending.

De regeringscommissaris wordt binnen dezelfde termijn uitgenodigd bij een ter post aangetekend schrijven.

De aangetekende zending is echter niet nodig voor de leden van de raad van het Instituut en de regeringscommissaris die hun schriftelijk akkoord zouden gegeven hebben om opgeroepen te worden via elk ander communicatiemiddel. § 3. De raad van het Instituut beraadslaagt met gesloten deuren. § 4. De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden, zowel binnen de Nederlandstalige als de Franstalige kamer volgens het in artikel 4, § 1 bedoelde quorum. § 5. De raad van het Instituut kan eveneens op afstand vergaderen bij middel van een communicatiemiddel dat een collectieve beraadslaging mogelijk maakt zoals een telefonische conferentie of een videoconferentie.

In dit geval keurt de raad de datum van deze zitting zelf goed.

In dit geval wordt in de oproeping bedoeld in paragraaf 2 gepreciseerd dat de vergadering op afstand zal gebeuren.

De leden die op deze manier deelnemen aan de vergadering van de raad van het Instituut worden geacht aanwezig te zijn op de zetel van het Instituut.

Voor de toepassing van de eerste alinea moet het Instituut in staat zijn om via het gebruikte communicatiemiddel de hoedanigheid en de identiteit van de deelnemers te controleren en die deelnemers toe te laten rechtstreeks, gelijktijdig en zonder onderbreking kennis te nemen van de besprekingen binnen de raad. Dit elektronisch communicatiemiddel moet het bovendien mogelijk maken deel te nemen aan de beraadslagingen, vragen te stellen en te stemmen over alle punten waarover de raad zich moet uitspreken. § 6. Voor elke vergadering van de raad wordt een aanwezigheidslijst opgesteld die minstens de namen van de deelnemers, de punten waarover beraadslaagd werd, de datum evenals het begin- en einduur vermeldt.

Deze aanwezigheidslijst wordt ondertekend door alle deelnemers aan de vergadering van de raad tenzij de vergadering op afstand plaats vond.

In dat geval wordt deze aanwezigheidslijst ten minste door de leden van het Uitvoerend Comité die er aan deelnamen ondertekend of elektronisch ondertekend.

Art. 3.§ 1. De mandaten in de raad van het Instituut eindigen: 1° de dag zelf van de jaarlijkse gewone algemene vergadering gehouden tijdens het derde jaar dat volgt op het jaar van de verkiezing van de gemandateerden.2° door het overlijden van de gemandateerde;3° door schrapping van de gemandateerde van het tableau;4° door ontslag van de gemandateerde;5° door afzetting door de raad van het Instituut wanneer het lid op vier achtereenvolgende vergaderingen van de raad van het Instituut zonder opgave van reden afwezig is en na tot een verklaring voor zijn afwezigheid te zijn aangemaand.Het lid wordt met tweederde meerderheid van de stemmen afgezet; de stemming is geheim. § 2. Wordt van rechtswege vervallen verklaard, het mandaat van het lid van de raad van het Instituut dat in laatste aanleg een tuchtstraf oploopt. § 3. In de gevallen bedoeld in paragraaf 1, 2°, 3°, 4°, 5° en paragraaf 2, worden de werkende leden opgevolgd door de plaatsvervangende leden, in dalende volgorde van de door deze laatsten verkregen stemmen. Zij beëindigen het mandaat van hun voorganger.

In geval van gelijkheid van stemmen wordt voorrang gegeven aan diegene die volgens de orde van inschrijving op het tableau de grootste anciënniteit heeft, en bij gelijke anciënniteit aan de oudste.

Art. 4.§ 1. Elke kamer van de raad van het Instituut beraadslaagt slechts op geldige wijze indien ten minste drie leden van de raad van het Instituut, waaronder ten minste één lid van het Uitvoerend Comité, aanwezig zijn. § 2. De beslissingen worden bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden genomen.

Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of de ondervoorzitter doorslaggevend. Bij afwezigheid van de voorzitter of de ondervoorzitter, wordt deze vervangen door een ander lid van het Uitvoerend Comité, wiens stem doorslaggevend is.

Art. 5.De kamers van de raad van het Instituut houden en werken de lijst van de leden en de stagiairs bij.

De lijst bedoeld in het eerste lid bevat de lijst van de houders van het beroep en de lijst van de stagiairs.

Art. 6.De voorwaarden en de inschrijvingsprocedure op de lijst van beroepsbeoefenaars en op de lijst van stagiairs worden vastgelegd in het stagereglement.

Art. 7.§ 1. De beslissingen van het Uitvoerend Comité worden genomen bij unanimiteit van de aanwezige leden en voor zover minstens een lid van zowel de Nederlandstalige als de Franstalige kamer aanwezig is. § 2. Het Uitvoerend Comité staat in voor de aanwerving en leiding van het personeel. § 3. De penningmeester is de bewaarder van alle roerende goederen van het Instituut. Hij zorgt voor het innen van de bijdragen en van alle aan het Instituut verschuldigde sommen en geeft er kwijting van. Hij stelt de ontwerpen van jaarrekeningen op alsook het ontwerp van begroting. Op het einde van elk trimester legt hij aan de Raad van het Instituut een overzicht voor van de financiële toestand, samen met een staat van de uitvoering van de begroting. De ondervoorzitter vervangt de penningmeester indien deze afwezig is. In dat geval neemt hij alle taken op zich waarmee de penningmeester belast is.

De betalingen worden ondertekend door de penningmeester en de voorzitter. In geval van afwezigheid van de penningmeester of de voorzitter worden zij in ieder geval ondertekend door minstens twee leden van het Uitvoerend Comité, die tot een verschillende kamer van het Instituut behoren.

De penningmeester oefent de in deze paragraaf bedoelde taken uit onder de verantwoordelijkheid van het Uitvoerend Comité. § 4. Het Uitvoerend Comité kan eveneens op afstand vergaderen bij middel van een communicatiemiddel dat een collectieve beraadslaging mogelijk maakt zoals een telefonische conferentie of een videoconferentie.

De leden die op deze manier deelnemen aan de vergadering van het Uitvoerend Comité worden geacht aanwezig te zijn op de zetel van het Instituut.

Voor de toepassing van de eerste alinea moet het Instituut in staat zijn om via het gebruikte communicatiemiddel de hoedanigheid en de identiteit van de deelnemers te controleren en die deelnemers toe te laten rechtstreeks, gelijktijdig en zonder onderbreking kennis te nemen van de besprekingen binnen het Uitvoerend Comité. Dit elektronisch communicatiemiddel moet het bovendien mogelijk maken deel te nemen aan de beraadslagingen, vragen te stellen en te stemmen over alle punten waarover het Uitvoerend Comité zich moet uitspreken. § 5. Voor elke vergadering van het Uitvoerend Comité wordt een aanwezigheidslijst opgesteld die minstens de namen van de deelnemers, de punten waarover beraadslaagd werd, de datum evenals het begin- en einduur vermeldt. Deze aanwezigheidslijst wordt door de leden van het Uitvoerend Comité die aan de vergadering deelnamen, ondertekend of elektronisch ondertekend.

Art. 8.§ 1. De leden van het Instituut betalen elk jaar een bijdrage waarvan het bedrag jaarlijks wordt vastgesteld door de algemene vergadering. Deze bijdrage mag niet lager zijn dan 250 euro en niet hoger zijn dan 2.000 euro.

De bedragen bedoeld in het vorige lid worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari overeenkomstig de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 01/03/1977 pub. 05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk wordt gekoppeld. Ze stemmen overeen met de spilindex 110,51 (basis 2004 = 100). § 2. De bijdrage dient betaald te worden binnen de dertig dagen na het betalingsverzoek. Bij het uitblijven van betaling binnen deze termijn wordt per aangetekende zending een aanmaning tot betaling gericht aan het betrokken lid en wordt de bijdrage met 10 % verhoogd.

Wanneer, binnen de dertig dagen volgend op deze aanmaning tot betaling, verstuurd naar het laatst door het betrokken lid opgegeven adres, de verhoogde bijdrage onbetaald blijft, wendt de raad van het Instituut zich tot de bevoegde kamer van de tuchtcommissie. § 3. Voor de berekening van de door de nieuwe stagiairs verschuldigde bijdrage wordt het kalenderjaar van de inschrijving in trimesters verdeeld. Elke nieuwe stagiair is de bijdrage van het lopende trimester en de nog niet vervallen trimesters verschuldigd.

De in het voorgaande lid verkondigde regels zijn echter niet van toepassing op de nieuwe stagiairs die hun situatie geregulariseerd hebben ten gevolge van een tussenkomst van het Instituut wegens de onwettige uitoefening van het beroep. Deze stagiairs zijn gehouden een volledige bijdrage te betalen. § 4. Het lid dat zijn weglating verkrijgt, zelfs diegene die geschorst of geschrapt is, blijft de onbetaalde bijdragen en de bijdrage van het lopende jaar verschuldigd.

Het lid dat zich opnieuw inschrijft is de volledige bijdrage van het lopende jaar verschuldigd, ongeacht de datum van inschrijving.

De bijdrage moet overgeschreven worden op één van de bankrekeningen geopend in naam van het Instituut.

Art. 9.§ 1. De algemene vergadering is samengesteld uit alle leden beroepsbeoefenaars ingeschreven op het tableau.

De leden stagiairs hebben het recht om er aan deel te nemen maar beschikken niet over een beraadslagende stem als zodanig.

De algemene vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad van het Instituut of, in geval deze verhinderd is, door de ondervoorzitter of, bij afwezigheid van voorzitter of ondervoorzitter, een lid van het Uitvoerend Comité. § 2. De algemene vergadering heeft geen andere machten dan diegene die haar door de wet zijn toebedeeld. § 3. De gewone algemene vergadering vindt jaarlijks plaats tussen 15 januari en 1 maart.

Een buitengewone algemene vergadering kan georganiseerd worden iedere keer wanneer de raad van het Instituut dit nodig acht en moet georganiseerd worden indien een vijfde van de leden het schriftelijk vragen overeenkomstig artikel 15 van de wet. § 4. De leden beroepsbeoefenaars worden opgeroepen voor de algemene vergaderingen door de raad van het Instituut.

De leden die verhinderd zijn een algemene vergadering bij te wonen kunnen zich laten vertegenwoordigen door een ander lid dat over een schriftelijke volmacht beschikt.

Een lid kan houder zijn van ten hoogste twee volmachten.

De door de leden van het Uitvoerend Comité, in naam van de raad van het Instituut, ondertekende volmachten worden toegezonden per brief voor de leden die de aanvraag schriftelijk doen, of per e-mail, ten minste vijftien dagen voor de datum vastgelegd voor de algemene vergadering en ten minste acht dagen voor de datum vastgelegd voor een buitengewone algemene vergadering. Zij bevatten de dagorde.

De algemene vergadering kan niet geldig beraadslagen over de punten die niet vermeld zijn op de dagorde. § 5. Enkel de leden beroepsbeoefenaars van het Instituut kunnen deelnemen aan de stemming.

De resoluties worden genomen met gewone meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden beroepsbeoefenaars. § 6. De raad van het Instituut kan de mogelijkheid voorzien dat de leden en de stagiairs van het Instituut op afstand deelnemen aan de algemene vergadering bij middel van een elektronisch communicatiemiddel dat ter beschikking gesteld wordt door het Instituut. De leden die op deze manier deelnemen aan de algemene vergadering worden geacht aanwezig te zijn op de plaats waar de algemene vergadering plaatsvindt.

Voor de toepassing van de eerste alinea moet het Instituut in staat zijn om via het gebruikte elektronisch communicatiemiddel de hoedanigheid en de identiteit van de leden bedoeld in de eerste alinea te controleren.

Voor de toepassing van de eerste alinea moet het elektronisch communicatiemiddel de in de eerste alinea bedoelde leden minstens in staat stellen rechtstreeks, gelijktijdig en zonder onderbreking kennis te nemen van de besprekingen in de algemene vergadering en moet het de leden in staat stellen hun stemrecht uit te oefenen over alle punten waarover de algemene vergadering zich moet uitspreken. Het elektronisch communicatiemiddel moet de in de eerste alinea bedoelde leden bovendien in staat stellen deel te nemen aan de beraadslagingen en vragen te stellen.

De oproeping voor de algemene vergadering bevat een duidelijke en nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot het deelnemen aan de vergadering op afstand. Deze procedures worden beschikbaar gesteld via de website van het Instituut aan degenen die het recht hebben deel te nemen aan de algemene vergadering.

Het verslag van de algemene vergadering vermeldt de eventuele problemen en technische incidenten die de deelname via elektronische weg aan de algemene vergadering of aan de stemming verhinderd of verstoord hebben.

De leden van het Uitvoerend Comité die deelnemen aan de algemene vergadering moeten fysiek aanwezig zijn op de plaats waar de algemene vergadering plaatsvindt. § 7. De raad van het Instituut kan de leden toelaten om vóór de algemene vergadering op afstand te stemmen op elektronische wijze en dit volgens de nadere regels die hij bepaalt.

Indien de raad van het Instituut de stemming op elektronische wijze vóór de algemene vergadering toelaat, moet het Instituut in staat zijn de hoedanigheid en de identiteit van het lid te controleren.

Art. 10.De beslissingen van de algemene vergadering worden opgenomen in een proces-verbaal ondertekend door de leden van het Uitvoerend Comité.

Deze processen-verbaal worden bijgehouden op de sociale zetel van het Instituut en toegezonden via elektronische weg aan de leden beroepsbeoefenaars en stagiairs die hierom vragen.

Het register is toegankelijk voor het publiek ter kennisneming.

Art. 11.Omwille van de gezondheidscrisis en bij wijze van tijdelijke afwijking van artikel 9, §§ 3 en 6, kan de gewone algemene vergadering van het jaar 2021 gehouden worden tot 30 juni 2021 en tot deze datum kunnen de algemene vergaderingen op afstand georganiseerd worden via een elektronisch communicatiemiddel dat de leden niet noodzakelijkerwijze moet toelaten deel te nemen aan de beraadslagingen en vragen te stellen. Dit geldt voor zover de raad van het Instituut in de oproeping voor de algemene vergadering de reden aangeeft waarom het Instituut niet over een dergelijk elektronisch communicatiemiddel beschikt.

Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 3 maart 2021 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van het Instituut van de auto-experts.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, D. CLARINVAL

^