Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 03 april 2013
gepubliceerd op 07 mei 2013

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juni 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardigingen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2013201814
pub.
07/05/2013
prom.
03/04/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

3 APRIL 2013. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juni 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardigingen (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juni 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, betreffende het statuut van de vakbondsafvaardigingen.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 3 april 2013.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 6 juni 2011 Statuut van de vakbondsafvaardigingen (Overeenkomst geregistreerd op 9 augustus 2011 onder het nummer 105206/CO/113) HOOFDSTUK I. - Draagwijdte van de overeenkomst

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 24 mei, 30 juni 1971 en 21 december 1978 betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen van het personeel der ondernemingen.

Zij bepaalt het statuut van de vakbondsafvaardigingen van het werkliedenpersoneel van de ondernemingen welke ressorteren onder het Nationaal Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf.

Zij verbindt de volgende representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties : - Het Verbond der Keramische Nijverheid van België; - De Algemene Centrale (A.B.V.V.); - ACV Bouw - Industrie & Energie; - De Algemene Centrale van de Liberale Vakbonden van België. HOOFDSTUK II. - Algemene beginselen

Art. 2.De ondertekenende organisaties bevestigen navolgende beginselen : - De werknemers erkennen de noodzakelijkheid van een wettig gezag van de ondernemingshoofden en zij maken ervan een erepunt hun werk plichtsgetrouw uit te voeren; - De werkgevers eerbiedigen de waardigheid van de werknemers en zij maken ervan een erepunt hen met rechtvaardigheid te behandelen; - Zij verbinden zich ertoe hun vrijheid van vereniging en de vrije ontplooiing van hun organisatie in de onderneming niet direct of indirect te hinderen.

Art. 3.De ondertekenende werkgeversorganisatie verbindt zich ertoe aan zijn aangeslotenen aan te bevelen op het personeel geen enkele druk uit te oefenen om hen te beletten bij een vakbond aan te sluiten en aan de niet aangesloten werknemers geen andere voorrechten dan aan de aangesloten werknemers toe te kennen.

De ondertekenende werknemersorganisaties verbinden zich ertoe, onder eerbiediging van de vrijheid van vereniging, aan hun leden aan te bevelen in de ondernemingen de praktijken van paritaire verhoudingen die met de geest van deze collectieve arbeidsovereenkomst stroken, na te leven.

Art. 4.De ondertekenende organisaties bevelen respectievelijk de ondernemingshoofden en de vakbondsafgevaardigden aan : - blijk te geven van zin voor rechtvaardigheid, billijkheid en verzoening die bepalend is voor de goede sociale verhoudingen in de onderneming; - de sociale wetgeving, de collectieve arbeidsovereenkomsten en het arbeidsreglement te doen naleven; - hun inspanningen te bundelen tot dit doel.

Art. 5.De ondertekenende werknemersorganisaties : - stellen zich onderling akkoord voor het aanwijzen in de ondernemingen van een gemeenschappelijke vakbondsafvaardiging, rekening houdend met het aantal leden die zij moet tellen en dat aan elke vertegenwoordigde organisatie wegens haar ledental toekomt; - wanneer zij dit akkoord niet bereiken, gaan zij over tot verkiezingen overeenkomstig de verkiezingsprocedure voorzien voor de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk; - zorgen er voor dat de aangeduide afgevaardigden of de voor verkiezing voorgedragen kandidaten, zouden gekozen zijn voor het gezag waarover zij in uitvoering van hun functies moeten beschikken, evenals voor hun bevoegdheid. HOOFDSTUK III. - Vertegenwoordiging van de vakbondsafvaardiging

Art. 6.De werkgevers erkennen dat, onverminderd de mededelingen langs normale hiërarchische weg, het werkliedenpersoneel, voor wat betreft de problemen welke tot de hierna bepaalde bevoegdheid behoren, bij hen vertegenwoordigd is door een vakbondsafvaardiging waarvan de leden, voorgedragen door 1 of meerdere werkliedenorganisaties die de nationale overeenkomsten van 24 mei, 30 juni 1971 en 21 december 1978 hebben ondertekend, aangeduid of gekozen zijn onder de werklieden en werksters van de onderneming. HOOFDSTUK IV. - Bevoegdheid van de vakbondsafvaardiging

Art. 7.De bevoegdheid van de vakbondsafvaardiging behelst onder meer : - de arbeidsverhoudingen; - de onderhandelingen met het oog op het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten of akkoorden in de schoot van de onderneming zonder afbreuk te doen aan de collectieve arbeidsovereenkomsten of akkoorden gesloten op andere vlakken; - de toepassing, in de onderneming, van de sociale wetgeving van de collectieve arbeidsovereenkomsten, het arbeidsreglement en van de individuele arbeidsovereenkomsten; - de naleving van de algemene beginselen bepaald in de artikelen 2 tot 5 van de overeenkomst van 24 mei 1971 van de Nationale Arbeidsraad en van dezelfde artikelen van deze overeenkomst; - arbeidsritmen en tempo's.

Art. 8.De vakbondsafvaardiging heeft het recht door het ondernemingshoofd of door zijn vertegenwoordiger te worden ontvangen naar aanleiding van elk geschil of betwisting van collectieve aard die zich in de onderneming voordoet; zij heeft hetzelfde recht, wanneer dergelijke geschillen of betwistingen dreigen te ontstaan.

De uren besteed aan het onderhoud van de vakbondsafgevaardigden met het ondernemingshoofd worden betaald als gewone arbeidsuren zelfs indien het onderhoud uitzonderlijk zou plaatsvinden buiten de normale arbeidsuren.

Art. 9.Elke persoonlijke klacht wordt langs de gewone hiërarchische weg door de betrokken werknemer voorgelegd, op zijn verzoek bijgestaan door zijn vakbondsafgevaardigde. De vakbondsafvaardiging heeft het recht te worden ontvangen naar aanleiding van elk persoonlijk geschil of betwisting die niet kan opgelost worden langs deze weg.

Art. 10.Teneinde de in voorgaande artikelen 8 en 9 bedoelde geschillen of betwistingen te voorkomen, moet de vakbondsafvaardiging voorafgaandelijk door de werkgever worden ingelicht over de veranderingen die de contractuele of gebruikelijke arbeids- en beloningsvoorwaarden kunnen wijzigen, met uitzondering van inlichtingen van individuele aard.

Zij wordt inzonderheid ingelicht over de wijzigingen welke voortvloeien uit de wet, de collectieve overeenkomsten of de bepalingen van algemene aard die in de individuele arbeidsovereenkomsten zijn opgenomen, voornamelijk de bepalingen die een weerslag hebben op de loonschalen en de regelen van beroepsclassificatie.

Art. 11.ij ontstentenis van een ondernemingsraad, oefent de vakbondsafvaardiging de taken, rechten en opdrachten uit die aan deze raad zijn toegekend in hoofdstuk II, afdeling 1, artikelen 4, 5, 6, 7 en 11 van de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten op 9 maart 1972 in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden. HOOFDSTUK V. - Voorwaarden waaronder het mandaat van vakbondsafgevaardigde wordt uitgeoefend

Art. 12.§ 1. De leden van de vakbondsafvaardiging, zowel effectieve als plaatsvervangende, beschikken over de nodige tijd en faciliteiten, bezoldigd als arbeidstijd, om de in deze overeenkomst omschreven syndicale opdrachten en activiteiten collectief of individueel uit te oefenen.

In het vooruitzicht van het gebruik van deze tijd en faciliteiten, lichten de leden van de vakbondsafvaardiging de werkgever voorafgaandelijk in en waken er over, in gemeen overleg met hem, dat dit gebruik de goede werking van de diensten van de onderneming niet stoort. § 2. De werkgever staat aan de vakbondsafvaardiging het bestendig of tijdelijk gebruik toe van een lokaal teneinde haar toe te laten haar opdracht naar behoren te vervullen. § 3. In de ondernemingen met meerdere exploitatiezetels welke tot eenzelfde bedrijfstak behoren en in geval de werkgever de noodzakelijkheid erkent een coördinatie te verzekeren tussen vakbondsafvaardigingen van de verschillende zetels voor de bespreking van professionele problemen van gemeen belang, kan een gemeenschappelijke vergadering van de vakbondsafgevaardigden van de verscheidene zetels gehouden worden in akkoord met de werkgever. Deze mag dit akkoord niet willekeurig weigeren. HOOFDSTUK VI. - Oprichting en samenstelling van de vakbondsafvaardiging

Art. 13.Op verzoek van één of meerdere werknemersorganisaties welke deze overeenkomst hebben ondertekend wordt een vakbondsafvaardiging opgericht in de exploitatiezetels die tenminste 40 werklieden of werksters tewerkstellen.

De organisatie die ter zake het initiatief neemt verwittigt de andere ondertekenende organisaties ervan.

De vakbondsafvaardiging is samengesteld uit : - 3 effectieve afgevaardigden en 3 plaatsvervangende afgevaardigden voor 40 tot 99 tewerkgestelde werklieden(sters); - 4 effectieve afgevaardigden en 4 plaatsvervangende afgevaaardigden voor 100 tot 249 tewerkgestelde werklieden(sters); - 5 effectieve afgevaardigden en 5 plaatsvervangende afgevaardigden voor 250 tot 499 tewerkgestelde werklieden(sters); - 6 effectieve afgevaardigden en 6 plaatsvervangende afgevaardigden voor 500 tot 999 tewerkgestelde werklieden(sters); - 7 effectieve afgevaardigden en 7 plaatsvervangende afgevaardigden voor 1 000 tot 1 499 tewerkgestelde werklieden(sters).

Door het aantal werklieden(sters) dient men te verstaan, het gemiddelde aantal werklieden(sters) van de 4 laatste kwartalen welke de instelling of de herinstelling van de vakbondsafvaardiging voorafgaat.

Mits het akkoord van de werkgever wordt een vakbondsafvaardiging opgericht in de exploitatiezetels waar 25 tot 39 werklieden of werksters zijn tewerkgesteld.

Zij is samengesteld uit 2 effectieve afgevaardigden en 2 plaatsvervangende afgevaardigden.

Art. 14.Om de functies van effectieve of plaatsvervangende afgevaardigde te kunnen uitoefenen, dienen de belanghebbenden, zonder onderscheid van geslacht, aan de volgende voorwaarden te voldoen op het ogenblik van hun aanduiding of hun verkiezing : 1. tenminste de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt;2. tenminste gedurende 12 maanden in de onderneming tewerkgesteld zijn, of indien het een nieuwe onderneming betreft, sinds haar oprichting;3. de pensioenleeftijd niet bereikt hebben;4. de onderhorigen van een land dat geen lid is van de Europese Economische Gemeenschap dienen in België tewerkgesteld te zijn overeenkomstig de wetgeving betreffende de tewerkstelling van vreemde werknemers.

Art. 15.In de ondernemingen waar meer dan 50 jonge werklieden of werksters zijn tewerkgesteld, kan aan de vakbondsafvaardiging een afgevaardigde toegevoegd worden voor de problemen die de minderjarigen aanbelangen.

In afwijking van de bepalingen van artikel 14, moet deze afgevaardigde 18 jaar zijn, niet ouder dan 25 jaar en tenminste zes maanden in de onderneming tewerkgesteld zijn. HOOFDSTUK VII. - Statuut van de leden van de vakbondsafvaardiging

Art. 16.§ 1. De vakbondsafvaardiging wordt benoemd voor een termijn van 4 jaar. De mandaten zijn hernieuwbaar. § 2. Het mandaat van een effectief of plaatsvervangend afgevaardigde eindigt : a) op verzoek van de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen;b) bij het einde van de normale tijd van het mandaat;c) wanneer de afgevaardigde niet meer behoort tot het personeel van de onderneming. § 3. Wanneer het mandaat van een vakbondsafgevaardigde een einde neemt in de loop van zijn uitvoering voor om het even welke reden ook, en bij ontstentenis van een plaatsvervangende afgevaardigde, heeft de werknemersorganisatie waartoe deze vakbondsafgevaardigde behoort, het recht de persoon aan te duiden die het mandaat zal voleindigen. § 4. Een plaatsvervangende afgevaardigde vervangt een effectieve afgevaardigde wanneer deze voor om het even welke reden ook afwezig is.

Art. 17.De syndicale afvaardiging duidt in zijn schoot een woordvoerder aan.

Art. 18.Het mandaat van vakbondsafgevaardigde mag geen aanleiding geven tot enig nadeel of speciale voordelen voor diegene die het uitoefent. Dit betekent dat de afgevaardigden recht hebben op de normale promoties en bevorderingen van de categorie werknemers waartoe zij behoren.

Art. 19.De effectieve of plaatsvervangende leden van de vakbondsafvaardiging mogen niet worden afgedankt om redenen die eigen zijn aan de uitoefening van hun mandaat.

De werkgever die voornemens is een vakbondsafgevaardigde, om gelijk welke reden, met uitzondering van dringende reden, af te danken, verwittigt voorafgaandelijk de vakbondsafvaardiging evenals de syndicale organisatie die de kandidatuur van deze afgevaardigde heeft voorgedragen. Deze verwittiging gebeurt bij aangetekende brief die uitwerking heeft op de derde dag volgend op de datum van de verzending.

De betrokken syndicale organisatie beschikt over een termijn van zeven dagen om mee te delen dat zij de geldigheid van de voorgenomen afdanking weigert te aanvaarden.

Deze mededeling gebeurt bij aangetekende brief, de periode van zeven dagen neemt een aanvang op de dag waarop de door de werkgever toegezonden brief uitwerking heeft.

Het uitblijven van reactie van de syndicale organisatie moet beschouwd worden als een aanvaarding van de geldigheid van de voorgenomen afdanking.

Indien de syndicale organisatie weigert de geldigheid van de voorgenomen afdanking te aanvaarden, heeft de meest gerede partij de mogelijkheid het geval aan het oordeel van het verzoeningsbureau van het paritair comité voor te leggen; de maatregel tot afdanking mag niet worden uitgevoerd tijdens de duur van deze procedure.

Indien het verzoeningsbureau tot geen éénparige beslissing is kunnen komen binnen de dertig dagen van de aanvraag tot tussenkomst, zal het geschil betreffende de geldigheid van de redenen die door de werkgever worden ingeroepen om de afdanking te verantwoorden, aan de arbeidsrechtbank worden voorgelegd.

In geval van afdanking van een vakbondsafgevaardigde wegens zware fout, moet de vakbondsafvaardiging alsmede de syndicale organisatie die de kandidatuur van deze afgevaardigde heeft voorgedragen, daarvan onmiddellijk worden op de hoogte gebracht.

Art. 20.Een forfaitaire vergoeding is door de werkgever verschuldigd in navolgende gevallen : 1. Indien hij een effectieve of plaatsvervangende vakbondsafgevaardigde afdankt zonder de in voornoemd artikel 19 bepaalde procedure na te leven;2. Indien, op het einde van deze procedure, de geldigheid van de redenen van afdanking, rekening houdend met de bepaling van artikel19, 1e lid, voor het verzoeningsbureau of door de arbeidsrechtbank niet wordt erkend 3.Indien, een werkgever een afgevaardigde heeft ontslagen wegens dringende reden en de arbeidsrechtbank het ontslag ongegrond heeft verklaard; 4. Indien de arbeidsovereenkomst werd beëindigd wegens zware fout van de werkgever die voor de afgevaardigde een reden is tot onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst. De forfaitaire vergoeding is gelijk aan de brutobezoldiging van een jaar, onverminderd de toepassing van de bepalingen van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten op de arbeidsovereenkomsten.

Deze vergoeding is niet verschuldigd, wanneer de vakbondsafgevaardigde de vergoeding bepaald in de Wet van 19 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/03/1991 pub. 22/12/2009 numac 2009000842 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden ontvangt. HOOFDSTUK VIII. - Informatie en consultatie van het personeel

Art. 21.De vakbondsafvaardiging kan mondeling of schriftelijk overgaan tot alle mededelingen welke nuttig zijn voor het personeel zonder dat zulks de organisatie van het werk mag storen.

Deze mededelingen moeten van professionele of van syndicale aard zijn.

Op de arbeidsplaats en gedurende de werkuren kunnen met de instemming van de werkgever, voorlichtingsvergaderingen voor het personeel van de onderneming worden belegd door vakbondsafvaardiging, bijgestaan, zo zij het wenst, door de syndicale vrijgestelden. De werkgever kan niet willekeurig zijn instemming weigeren.

De uitvoeringsmodaliteiten van de voorgaande bepalingen worden vastgelegd op het niveau van elke onderneming in gemeenschappelijk akkoord tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging. HOOFDSTUK IX. - Tussenkomst van de vrijgestelden van de werknemers- en werkgeversorganisaties

Art. 22.In geval van noodzaak, erkend door de vakbondsafvaardiging of door het ondernemingshoofd, kunnen de partijen na de andere partij vooraf te hebben verwittigd, beroep doen op de vrijgestelden van hun respectieve organisaties. Het lokaal dat ter beschikking staat van de vakbondsafvaardiging is in dit geval toegankelijk voor deze vrijgestelden.

In geval van blijvend meningsverschil kunnen de partijen eveneens een dringend verhaal indienen bij het verzoeningsbureau van het paritair comité.

Art. 23.De ondertekenende partijen verbinden er zich toe : a) alles in het werk te stellen om elk geschil tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging bij te leggen;b) niet tot staking of lock-out over te gaan zonder voorafgaandelijk beroep te hebben gedaan op de verzoeningsmogelijkheden voorzien bij deze overeenkomst;c) na uitputting van al deze verzoeningsprocedures zonder tot een akkoord te komen, de staking of de lock-out te doen uitbreken dan na eerbiediging van een opzeggingstermijn van 7 dagen;d) in geval van staking of lock-out de bepalingen te doen naleven van het koninklijk besluit van 9 mei 1951, waarbij de beslissing van 19 april 1951 van het Nationaal Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf, genomen in uitvoering van de wet van 19 augustus 1948 betreffende de prestaties van algemeen belang in vredestijd, bindend wordt gemaakt. De kwesties die aan de basis liggen van een geschil, met uitzondering van doorzending wegens dringende redenen, worden niet uitgevoerd vóór het beëindigen van de verzoeningsprocedure.

Gedurende heel deze procedure zijn alle werklieden en werksters ertoe gehouden aan het werk te blijven. HOOFDSTUK X. - Geldigheidsduur en opzegging van de overeenkomst

Art. 24.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde duur.

Zij treedt in werking op 6 juni 2011.

Zij kan herzien worden in gemeenschappelijk akkoord tussen de partijen.

Zij kan eveneens opgezegd worden door de ene of de andere partij, mits een opzegging van zes maanden.

Deze opzegging moet per aangetekende brief worden gericht aan de voorzitter van het Paritair comité voor het ceramiekbedrijf.

De organisatie die daartoe het initiatief neemt, moet de redenen van haar opzegging bekendmaken en gelijktijdig amendementvoorstellen indienen, waarover de ondertekenende partijen de verbintenis aangaan deze binnen de termijn van één maand na ontvangst in het Nationaal Paritair Comité voor het ceramiekbedrijf te bespreken.

De verzoeningsprocedure voorzien bij de artikelen 22 en 23 strekt zich uit over de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst, de periode van opzegging inbegrepen. HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen

Art. 25.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 juni 1972 (koninklijk besluit van 3 november 1972 - Belgisch Staatsblad van 17 januari 1973) die hetzelfde onderwerp hebben.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 3 april 2013.

De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK

^