Etaamb.openjustice.be
Decreet van 24 september 2026
gepubliceerd op 13 oktober 2026

Decreet betreffende het bestuur van de Hogere Kunstscholen en houdende diverse maatregelen inzake hoger onderwijs

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2026007351
pub.
13/10/2026
prom.
24/09/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

24 SEPTEMBER 2026. - Decreet betreffende het bestuur van de Hogere Kunstscholen en houdende diverse maatregelen inzake hoger onderwijs (1)


Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL I. - BESTUUR VAN DE HOGERE KUNSTSCHOLEN

HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen betreffende het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten betreffende het hoger kunstonderwijs

Artikel 1.Artikel 25 van het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/05/1999 pub. 29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten betreffende het hoger kunstonderwijs wordt als volgt gewijzigd: 1° de woorden "volgens de door de Regering vast te stellen bepalingen" worden geschrapt;2° het enige lid, dat het eerste lid wordt, wordt in fine als volgt aangevuld: "Die vaardigheid wordt beoordeeld in het licht van het pedagogische en artistieke project dat de Hogeschool voor de Kunsten uitdraagt.Het toelatingsexamen mag niet uit een vergelijkend toelatingsexamen bestaan." ; 3° in fine worden drie leden toegevoegd: "Deze proef geeft toegang tot de Hogeschool voor de Kunsten waar de student het toelatingsexamen heeft afgelegd.Het examen wordt afgelegd met het oog op de toelating tot de eerste of de tweede cyclus. Binnen de grenzen bepaald in artikel 111 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies, heeft een student die tot de eerste cyclus van een Hogeschool voor de Kunsten is toegelaten, van rechtswege toegang tot de tweede cyclus binnen diezelfde Hogeschool voor de Kunsten en mag hij niet opnieuw aan dit toelatingsexamen worden onderworpen.

De Hogeschool voor de Kunsten legt het reglement voor het toelatingsexamen vast in haar onderwijsreglement. Dit reglement bevat minstens de voorwaarden voor de proef, de slaagcriteria, de geldigheidsduur, de voorwaarden voor de wijze waarop de beslissing na afloop van de toelatingsproef wordt meegedeeld en de beroepsmogelijkheden.

Op advies van de Kamer van de Hogescholen voor de Kunsten, bedoeld in artikel 37 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies, kan de Regering bepalingen vaststellen met betrekking tot het toelatingsexamen. De Regering kan met name de voorwaarden voor de inschrijving op en het afleggen van de proef, de samenstelling van de jury, de beoordelings- en slaagcriteria, de voorwaarden voor de beraadslaging en de beroepsprocedures vaststellen." .

HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen betreffende het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten) Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen


Art. 2.In artikel 2, § 1, van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten) worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de punten 5°, 18°, 19°, 25° worden opgeheven;2° punt 10° wordt vervangen door hetgeen volgt: "10° Academie voor Onderzoek en Hoger Onderwijs ";3° punt 12° wordt vervangen door hetgeen volgt: "12° Cursussenraad: de raden opgericht binnen elke Hogere Kunstschool zoals bedoeld in de artikelen 13, 14 en 23 tot en met 26 van dit decreet"; 4° punt 20° wordt vervangen door hetgeen volgt: "20° Academiejaar: academiejaar in de zin van artikel 15, § 1, eerste lid, 6° van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies;"; 5° punt 21° wordt vervangen door hetgeen volgt: "21° Academische graden: academische graden in de zin van artikel 15, § 1, eerste lid, 41° van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies;"; 6° punt 26° wordt vervangen door hetgeen volgt: "26° organen voor plaatselijk overleg: de Ondernemingsraad of het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) wanneer het die bevoegdheden overneemt, de Plaatselijke paritaire commissie (COPALOC - Commission paritaire locale), het Basisoverlegcomité (COCOBA - Comité de concertation de base)." .

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 3.In het kader van overeenkomsten gesloten conform artikel 82 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies, kan een Hogere Kunstschool, niettegenstaande de mogelijkheid om percentages vast te stellen voor de verdeling van de inschrijvingen van studenten in geval van een gezamenlijke diplomering als bedoeld in artikel 82, § 3, van voornoemd decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten, betrekkingseenheden of delen van betrekkingseenheden die zijn toegekend in toepassing van dit decreet of van het decreet van 20 juni 2008 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur, overdragen aan een andere Hogere Kunstschool.

Een dergelijke overeenkomst wordt uiterlijk op 1 juni voorafgaand aan het academiejaar aan de diensten van de Regering bezorgd." .

Art. 4.In hoofdstuk IV van titel I van het tweede deel van hetzelfde decreet, wordt afdeling 2 als volgt hernoemd: "Het institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject van de directeur, de adjunct-directeur of de studiegebieddirecteur".

Art. 5.In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de woorden "pedagogisch en artistiek project" vervangen door de woorden "institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject".

Art. 6.Artikel 17 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met het volgende lid: "Indien, ondanks de maatregelen die door de Hogere kunstschool, evenals door de Studentenraad en/of de vakbondsorganisaties zijn genomen om tot de aanwijzing van hun vertegenwoordigers te komen, vakbondsvertegenwoordigers of studentenvertegenwoordigers niet door hun respectieve representatieve organisaties worden aangewezen, worden de overeenkomstige zetels als vacant beschouwd zolang ze niet zijn aangewezen en worden ze niet in aanmerking genomen voor de berekening van de verschillende quorums. Tijdens deze vacature zetten de Hogere kunstschool, de Studentenraad en de vakbondsorganisaties hun acties voort om tot de aanwijzing van deze vertegenwoordigers te komen." .

Art. 7.Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt in fine aangevuld met het volgende lid: "Bij afwezigheid van de directeur zit een adjunct-directeur de Pedagogische beheerraad voor. Bij afwezigheid van de adjunct-directeur of adjunct-directeurs wijst de Inrichtende macht, op voorstel van de Pedagogische beheerraad, een voorzitter van de Pedagogische beheerraad aan uit de personeelsleden van de Hogere kunstschool." .

Art. 8.Artikel 20 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 20.De Pedagogische beheerraad stelt een huishoudelijk reglement op, dat ter goedkeuring aan de Inrichtende macht wordt voorgelegd en dat minstens de volgende elementen bevat: 1° de voorwaarden voor de bijeenroeping en de vergaderingen;2° de voorwaarden om rekening te houden met de adviezen van de Cursussenraden en de studiegebiedraden, net als om adviezen van deze raden in te winnen;3° de voorwaarden voor de bekendmaking van de adviezen en beslissingen van de Pedagogische beheerraad;4° het verkiezingsreglement om de in artikelen 17 en 18 bedoelde leden te kunnen verkiezen;5° de voorwaarden voor het melden en in aanmerking nemen van belangenconflicten in hoofde van de leden van de Pedagogische beheerraad, net als het deontologische kader voor de uitoefening van hun mandaat;6° de voorwaarden voor de deelname van genodigden aan bepaalde agendapunten waarvoor hun deskundigheid vereist is, met name omdat het gaat om een voorstel van de Cursussenraad geformuleerd in toepassing van artikel 23, § 3, of van de studiegebiedraad.Het huishoudelijk reglement bepaalt de voorwaarden voor hun uitnodiging, net als de voorwaarden die waarborgen dat hun aanwezigheid geen afbreuk doet aan de goede werking of het beslissingsvermogen van de Pedagogische beheerraad; 7° een huishoudelijk kaderreglement voor de wervingscommissies." .

Art. 9.Artikel 21 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 21.Alle leden van de Pedagogische beheerraad bedoeld in artikel 17 handelen met een beslissende stem. Wanneer het onderwerp betrekking heeft op persoonskwesties, is de stemming geheim.

De Pedagogische beheerraad kan alleen beraadslagen als de helft van de in artikel 17 bedoelde leden aanwezig is.

Over elk advies wordt gestemd en het wordt gemotiveerd.

De leden die een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben bij de aangelegenheden die het voorwerp van de stemming uitmaken, of wier ouders of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben bij die aangelegenheden, nemen niet deel aan de stemming." .

Art. 10.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt in fine als volgt aangevuld: "In het kader van een geheime stemming wordt bij staking van stemmen een tweede stemronde georganiseerd. Als er na deze tweede stemronde nog steeds sprake is van staking van stemmen, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen." .

Art. 11.In titel II van het tweede deel van hetzelfde decreet, wordt hoofdstuk III als volgt hernoemd: "De Cursussenraden".

Art. 12.Artikel 23 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 23.§ 1. Binnen de Hogere kunstschool richt de Pedagogische beheerraad een of meer Cursussenraden op. Deze Cursussenraden zijn bedoeld om over een ruimte te beschikken voor gestructureerde dialoog tussen de leden van het onderwijzend personeel en de studenten, en worden minstens drie keer per academiejaar georganiseerd. § 2. De Pedagogische beheerraad bepaalt de structuur en het algemene doel van de Cursussenraden die binnen de Hogere kunstschool bestaan.

Op beslissing van de Pedagogische beheerraad kunnen deze Cursussenraden met name: 1° per academische graad of voor meerdere academische graden worden opgericht;2° per specialiteit of voor meerdere specialiteiten worden opgericht;3° per categorie van cursussen, ongeacht of deze artistiek, technisch of algemeen zijn, worden opgericht;4° per cyclus of per jaarlijks blok worden opgericht. § 3. De Cursussenraden formuleren voorstellen met betrekking tot de cursus(sen) en de manier waarop het pedagogische en artistieke project binnen deze cursus(sen) concreet vorm krijgt. Deze voorstellen worden op eigen initiatief of op verzoek van de Pedagogische beheerraad geformuleerd.

De Cursussenraden brengen advies uit over de examenroosters, de studieprogramma's en onderwijsprofielen en, in voorkomend geval, over de criteria die in aanmerking worden genomen in het kader van de toelatingsexamens bedoeld in artikel 25 van het decreet.

De Cursussenraden brengen een gestructureerde dialoog tussen studenten en docenten tot stand over de pedagogische relatie die binnen de cursussen wordt ontwikkeld.

De adviezen en voorstellen van de Cursussenraden worden aan de Pedagogische beheerraad voorgelegd." .

Art. 13.Artikel 24 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 24.§ 1. De Cursussenraad is samengesteld: 1° uit alle docenten die actief zijn binnen het gebied waarvoor de Cursussenraad voorstellen doet en adviezen uitbrengt, zoals bedoeld in artikel 23, § 2;2° a rato van 20 % van de samenstelling van de Cursussenraad, uit vertegenwoordigers die afkomstig zijn uit de Studentenraad en/of door deze raad worden aangewezen onder de studenten die zijn ingeschreven binnen het gebied waarvoor de Cursussenraad voorstellen doet, zoals bedoeld in artikel 23, § 2. § 2. Elke Cursussenraad heeft een voorzitterschap dat door de Pedagogische beheerraad wordt aangesteld uit de leden van de Cursussenraad, op voorstel van deze raad.

Het voorzitterschap staat in voor het houden van de vergaderingen en de opvolging van de verzoeken om advies die door de Pedagogische beheerraad worden geformuleerd.

Het mandaat van dit voorzitterschap bedraagt twee academiejaren en kan eenmaal worden verlengd." .

Art. 14.Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 25.Elke Cursussenraad stelt een huishoudelijk reglement op dat minstens de volgende elementen bevat: 1° de voorwaarden voor de bijeenroeping en de vergaderingen;2° de voorwaarden voor de bekendmaking van de voorstellen en adviezen van de Cursussenraad;3° de voorwaarden met betrekking tot het aanwezigheidsquorum en de stemming; 4° de voorwaarden voor de deelname van genodigden aan de agenda, ongeacht of ze van buiten de Hogere kunstschool komen, lid zijn van de directie of lid zijn van het administratief personeel." .

Art. 15.Artikel 26 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 26.Bij ontstentenis van consensus worden de beslissingen genomen bij meerderheid van de in artikel 24 bedoelde leden, die een beslissende stem hebben." .

Art. 16.In artikel 33 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden ", administratief" worden ingevoegd tussen "vertegenwoordigers van de leden van het bestuurs-" en "en onderwijzend personeel"; 2° de zin "De leerkrachten worden gekozen door de leerkrachten van de hogere kunstschool." wordt vervangen door hetgeen volgt: "De vertegenwoordigers van het administratief en onderwijzend personeel worden door de personeelsleden verkozen." ; 3° in fine wordt een lid toegevoegd als volgt: "Deze vertegenwoordigers mogen niet de persoon zijn die belast is met het financiële en boekhoudkundige beheer van de sociale toelagen, noch de perso(o)n(en) die als referentiepersoon van de in artikel 34 bedoelde Sociale dienst optreden." .

Art. 17.Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 34.In de regel wordt de Sociale raad voorgezeten door de directeur van de Hogere kunstschool. De opdrachtbrief van de adjunct-directeur bedoeld in de artikelen 120, 246 en 376 kan echter voorzien dat hij de Sociale raad voorzit in plaats van de directeur.

De voorzitter is van rechtswege lid van de Sociale raad.

De persoon belast met het financiële en boekhoudkundige beheer van de sociale toelagen en een referentiepersoon van de Sociale dienst worden bij de werkzaamheden betrokken. In overleg met het voorzitterschap zullen ze de agendapunten van de Sociale raad voorbereiden en onderzoeken.

Alle leden van de Sociale raad, met uitzondering van de persoon belast met het financiële en boekhoudkundige beheer van de sociale toelagen en de referentiepersoon van de Sociale dienst, hebben een beslissende stem." .

Art. 18.In artikel 34sexies, vijfde lid, wordt de zin "Op hun verzoek of op verzoek van de pedagogische beheersraad, kunnen de afgevaardigden van de Regering de vergaderingen van de pedagogische beheersraad van de hogere kunstschool en van de sociale raad bijwonen" aangevuld met de woorden "net als de vergaderingen van de bestuursorganen van de Inrichtende machten die onder het gesubsidieerd vrij onderwijs ressorteren." .

Art. 19.In titel II van het tweede deel van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk VII ingevoegd, met als titel "Financieel beheer van de Hogere kunstschool".

Art. 20.In hetzelfde decreet wordt een artikel 34undecies/2 ingevoegd als volgt: "Art. 34undecies/ 2. In het kader van de opstelling van de jaarlijkse begroting wordt over de bestemming van de eigen ontvangsten en uitgaven van de Hogere kunstschool advies uitgebracht door de Pedagogische beheerraad; dat advies wordt aan de Inrichtende macht bezorgd.

Onverminderd de bevoegdheden van de organen voor plaatselijk overleg worden de jaarrekeningen van de Hogere kunstschool aan de Pedagogische beheerraad voorgelegd en aan de Regeringsafgevaardigde bezorgd volgens de door de Regering vastgestelde vorm en voorwaarden. Wanneer de Inrichtende macht meerdere instellingen beheert of wanneer de Hogere kunstschool opgenomen is in de boekhouding van een gemeente of stad, ziet ze erop toe dat de jaarrekeningen die aan de Pedagogische beheerraad en aan de Regeringsafgevaardigde worden voorgelegd, een getrouwe, volledige en geïndividualiseerde weergave vormen van de specifieke financiële situatie van de Hogere kunstschool, met inbegrip van alle middelen die aan haar worden toegewezen en alle uitgaven die aan haar worden toegerekend.

De Inrichtende macht doet het nodige om de traceerbaarheid en transparantie van deze informatie te waarborgen. De Inrichtende macht houdt de boekhoudkundige stukken ter beschikking van de Regeringsafgevaardigde." .

Art. 21.In hetzelfde decreet wordt een artikel 34undecies/3 ingevoegd als volgt: "Art. 34undecies/ 3. Onverminderd de toepassing van de in artikel 34septies bedoelde procedure, indien de Inrichtende macht van de Hogere kunstschool uitgaven heeft gedaan die indruisen tegen wat bij of krachtens de wet of het decreet is bepaald, kan de Regering de betrokken bedragen in mindering brengen van een latere subsidie of dotatie en brengt de Inrichtende macht en de directie van de Hogere kunstschool hiervan op de hoogte binnen drie jaar na het jaar waarin de uitgaven zijn gedaan." .

Art. 22.Artikel 34nonies wordt opgeheven.

Art. 23.In titel II van het tweede deel van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk VIII ingevoegd, met als titel "Noodbeheer van de Hogere kunstschool".

Art. 24.In hetzelfde decreet wordt een artikel 34undecies/5 ingevoegd als volgt: "Art. 34undecies/ 5. De bepalingen inzake noodbeheer kunnen alleen worden geactiveerd in geval van een uitzonderlijke situatie die de werking, de continuïteit van de opdrachten, de financiële situatie of de naleving van de wettelijke en reglementaire verplichtingen van de Hogere kunstschool ernstig aantast en die de aanneming van onmiddellijke en tijdelijke maatregelen vereist om de goede werking ervan te herstellen." .

Art. 25.In hetzelfde decreet wordt een artikel 34undecies/6 ingevoegd als volgt: "Art. 34undecies/ 6. Wanneer de financiële situatie van een Hogere kunstschool of de naleving van de wetten, decreten en reglementen dit vereist, kan de Inrichtende macht of de Regeringsafgevaardigde de Pedagogische beheerraad verzoeken om binnen de door haar/hem vastgestelde termijn te beraadslagen over elke door haar/hem bepaalde aangelegenheid.

Wanneer de Pedagogische beheerraad bij het verstrijken van de termijn niet heeft beraadslaagd, kan de Inrichtende macht de beslissing nemen in de plaats van de Pedagogische beheerraad of zonder voorafgaand advies van deze raad."

Art. 26.In hetzelfde decreet wordt een artikel 34undecies/7 ingevoegd als volgt: "Art. 34undecies/ 7. § 1. Wanneer de financiële situatie van de Hogere kunstschool of de naleving van de wetten, decreten en reglementen dit vereist, kan de Inrichtende macht ofwel een begeleidingscomité, ofwel een voorlopige beheerder aanstellen die wordt bijgestaan door een permanent opvolgingscomité. De voorlopige beheerder of het begeleidingscomité oefenen hun missies uit onverminderd die van de Regeringsafgevaardigde. Hun missies zijn complementair.

Die aanstelling net als het kader van de aanstelling worden onverwijld aan de Regeringsafgevaardigde meegedeeld. § 2. De voorlopige beheerder is geen personeelslid van de Hogere kunstschool wanneer hij voor het eerst wordt aangesteld en heeft geen functioneel of persoonlijk belang bij het beheer ervan.

Hij wordt aangesteld voor een periode van ten hoogste één jaar, die eenmaal kan worden verlengd indien de naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke omstandigheden deze verlenging rechtvaardigen. De Inrichtende macht kan zijn missie op elk moment beëindigen.

Binnen de door de Inrichtende macht vastgestelde grenzen treedt de voorlopige beheerder in de plaats van de Pedagogische beheerraad, de directeur, de adjunct-directeur(s) en studiegebieddirecteur(s). Op gemotiveerd verzoek van de Inrichtende macht aan de Regeringsafgevaardigde en met diens instemming kan hij ook in de plaats treden van de Sociale raad.

Hij wordt bij zijn werkzaamheden en beslissingen bijgestaan door een permanent opvolgingscomité, samengesteld uit een vertegenwoordiger van de Inrichtende macht, een vertegenwoordiger van het onderwijzend personeel en een vertegenwoordiger van het administratief personeel.

De Inrichtende macht stelt de leden ervan aan. § 3. Het begeleidingscomité is een collegiaal orgaan dat is samengesteld uit ten minste twee personen die geen personeelsleden van de Hogere kunstschool zijn en geen functioneel of persoonlijk belang hebben bij het beheer ervan. Het wordt voor een periode van ten hoogste één jaar aangesteld door de Inrichtende macht die op elk moment een einde kan maken aan zijn missie.

Aan het begeleidingscomité kunnen de volgende taken worden toevertrouwd: 1° een missie van administratieve en organisatorische ondersteuning van en advies aan de Pedagogische beheerraad, de directeur, de adjunct-directeur(s) en studiegebieddirecteur(s);2° een missie inzake toezicht op alle of de gedeeltelijke missies van de Pedagogische beheerraad, de directeur, de adjunct-directeur(s) en studiegebieddirecteur(s);3° een missie om de Inrichtende macht te informeren over het volledige of gedeeltelijke beheer en de werking van de Hogere kunstschool, net als over de staat van haar patrimonium;4° een missie inzake administratief onderzoek. In het in 2° bedoelde geval onderwerpen de Pedagogische beheerraad, de directeur, de adjunct-directeur(s) en studiegebieddirecteur(s) hun beslissingen aan het voorafgaande visum van het begeleidingscomité, binnen de door de Inrichtende macht vastgestelde grenzen en voorwaarden. § 4. De voorlopige beheerder of het begeleidingscomité brengen verslag uit over het verloop van hun missie en zal daartoe de Inrichtende macht, de Pedagogische beheerraad en de Regeringsafgevaardigde informeren over het verloop ervan en over de maatregelen die de voorlopige beheerder in het kader van zijn missie overweegt.

Na afloop van deze missie bezorgen de voorlopige beheerder en het begeleidingscomité een schriftelijk verslag over het verloop ervan en over de financiële situatie van de Hogere kunstschool aan de Inrichtende macht, de Pedagogische beheerraad en de Regeringsafgevaardigde. § 5. In het kader van de uitoefening van hun missie hebben de voorlopige beheerder of het begeleidingscomité toegang tot elk document, op ongeacht welke drager, met betrekking tot het beheer en de werking van de Hogere kunstschool en haar patrimonium.

De leden van de Pedagogische beheerraad, de directeur, de adjunct-directeur(s) en studiegebieddirecteur(s) werken samen met het begeleidingscomité en de voorlopige beheerder.

In het kader van de uitoefening van de in paragraaf 3, 4°, bedoelde missie houdt het begeleidingscomité hoorzittingen met inachtneming van het beginsel van tegenspraak en stelt notulen op. Het begeleidingscomité deelt de leden van de Pedagogische beheerraad, de directeur, de adjunct-directeur(s) en studiegebieddirecteur(s) en de personeelsleden van de Hogere kunstschool die in dit kader worden gehoord, mee dat ze niet verplicht zijn mee te werken indien ze mogelijk in het geding kunnen worden gebracht. § 6. Wanneer een voorlopige beheerder door de Inrichtende macht wordt aangesteld, wordt aan de Hogere kunstschool een aanvullende betrekkingseenheid toegekend voor de periode waarop de beslissing betrekking heeft. De voorlopige beheerder geniet het geldelijk statuut van directeur." .

Art. 27.Artikelen 35 tot en met 40 van hetzelfde decreet worden opgeheven.

Art. 28.Artikel 49 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 29.In artikel 53 van hetzelfde decreet worden de woorden "Een getuigschrift van pedagogische bekwaamheid dat geschikt is voor het hoger onderwijs: 1° voor de eerste 30 studenten: 1 betrekkingseenheid; 2° boven 30 studenten: het aantal studenten vermenigvuldigd met 0,04." geschrapt.

Art. 30.In artikel, 54, van hetzelfde decreet wordt een § 7 ingevoegd als volgt: " § 7. Vanaf het academiejaar 2028-2029 wordt jaarlijks een specifieke omkadering toegekend aan het consortium bedoeld in artikel 13, § 2, van het decreet van 2 april 2026 tot vaststelling van het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs (CAPAES) en de voorwaarden voor het behalen ervan voor de organisatie van het CAPAES. Deze omkadering vloeit voort uit het aantal financierbare studenten dat is ingeschreven tijdens het voorafgaande academiejaar en wordt als volgt uitgedrukt in betrekkingseenheden: 1° voor de eerste 30 studenten: 1 betrekkingseenheid;2° boven 30 studenten: het aantal studenten vermenigvuldigd met 0,04. In afwijking op het vorige lid bedraagt de omkadering toegekend voor de organisatie van de CAPAES-opleiding voor het academiejaar 2027-2028 één betrekkingseenheid, mits de in artikel 13, § 2, derde lid, van voornoemd decreet van 2 april 2026 bedoelde overeenkomst aan de Regering wordt bezorgd en mits op 30 september 2027 ten minste één kandidaat voor het CAPAES is ingeschreven." .

Art. 31.In artikel 57 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in § 1, tweede lid, worden de woorden "bedoeld in artikel 1, § 2 van het decreet ingevoegd tussen de woorden "per bijkomend studiegebied," en "voor wie er een bijkomende betrekkingseenheid wordt toegekend voor vijf jaar." ; 2° in § 3 wordt het eerste lid vervangen door hetgeen volgt: "De functie van directeur van de uit de fusie voortgekomen Hogere kunstschool kan echter slechts door één directeur afkomstig uit de gefuseerde Hogere kunstscholen worden uitgeoefend.De overige mandaathouders oefenen de functie van adjunct-directeur uit." ; 3° in § 3 wordt het tweede lid vervangen door hetgeen volgt: "In het geval van een fusie blijven de betrekkingseenheden die oorspronkelijk bestemd waren voor mandaten van directeur of adjunct-directeur behouden door de Hogere kunstschool die uit de fusie ontstaat.De betrekkingseenheid die aan een directeur is toegekend, wordt omgezet in een betrekkingseenheid die aan een adjunct-directeur is toegekend." ; 4° in § 3 wordt het derde lid opgeheven.

Art. 32.In het derde deel van hetzelfde decreet wordt titel VI opgeheven.

Art. 33.Artikel 60octies van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 34.Artikel 66 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 66.§ 1. De Wervingscommissies zijn als volgt samengesteld: 1° een voorzitter: de directeur van de Hogere kunstschool of, uitzonderlijk, de studiegebieddirecteur of de adjunct-directeur of, bij afwezigheid van deze laatsten, een door de Inrichtende macht aangewezen vertegenwoordiger.Wanneer de Wervingscommissie betrekking heeft op het mandaat van een directeur, studiegebieddirecteur of adjunct-directeur, wordt ze voorgezeten door het daartoe gemandateerde lid van de Inrichtende macht; 2° minimaal 4 leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° wanneer de Wervingscommissie betrekking heeft op het mandaat van een directeur, studiegebieddirecteur of adjunct-directeur, minimaal 2 leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool;4° eventueel interne personen die niet bedoeld zijn in punt 2° of externe personen van buiten de Hogere kunstschool erkend voor hun competenties en/of ervaring in verband met de uit te oefenen functie. Hun aantal mag niet hoger zijn dan het totale aantal vertegenwoordigers voorzien in de punten 1° tot en met 3°.

Voor de leden bedoeld in de punten 2° en 3° kunnen plaatsvervangers worden voorzien. § 2. De leden van de Wervingscommissie worden door de Inrichtende macht aangesteld op initiatief van de Pedagogische beheerraad. § 3. De leden die een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben of wier ouders of aanverwanten tot en met de tweede graad een kandidatuur indienen, trekken zich terug uit de Wervingscommissie." .

Art. 35.Artikel 72, § 5, derde lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt: "Bij afwezigheid van een, van de of van alle adjunct-directeur(s) wijst de Inrichtende macht een persoon aan die belast is met het dagelijks beheer en die de verantwoordelijkheden van de directeur op zich neemt. Wanneer de afwezigheid van de directeur langer dan één opeenvolgende maand duurt, geniet de gedelegeerde voor het dagelijks beheer de weddeschaal die aan deze functie verbonden is gedurende de periode waarin hij de verantwoordelijkheden van de directeur op zich neemt." .

Art. 36.In artikel 73 worden het vierde en vijfde lid vervangen als volgt: "De personeelsleden die een functie met volledige dienstprestaties uitoefenen, leveren gedurende het academiejaar 80 uur aanvullende prestaties om activiteiten uit te oefenen ten behoeve van het pedagogische en artistieke project van de Hogere kunstschool, aan de dagelijkse uitvoering waarvan zij bijdragen.

De personeelsleden die een functie met onvolledige prestaties uitoefenen, leveren aanvullende prestaties waarvan de opdracht naar evenredigheid wordt verminderd." .

Art. 37.Artikel 78, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt: "Bij afwezigheid van een, van de of van alle adjunct-directeur(s) wijst de Inrichtende macht een gedelegeerde voor het dagelijks beheer aan die de verantwoordelijkheden van de directeur op zich dient te nemen. Wanneer de afwezigheid van de directeur langer dan één opeenvolgende maand duurt, geniet de gedelegeerde voor het dagelijks beheer de weddeschaal die aan deze functie verbonden is gedurende de periode waarin hij de verantwoordelijkheden van de directeur op zich neemt." .

Art. 38.In artikel 79 worden het vierde en vijfde lid vervangen als volgt: "De personeelsleden die een functie met volledige dienstprestaties uitoefenen, leveren gedurende het academiejaar 80 uur aanvullende prestaties om activiteiten uit te oefenen ten behoeve van het pedagogische en artistieke project van de Hogere kunstschool, aan de dagelijkse uitvoering waarvan zij bijdragen.

De personeelsleden die een functie met onvolledige prestaties uitoefenen, leveren deze aanvullende prestaties waarvan de opdracht naar evenredigheid wordt verminderd." .

Art. 39.In artikel 82bis van hetzelfde decreet worden de woorden "de Hoge Raad van het Kunstonderwijs" en de woorden "de Hoge Kunstraad" vervangen door de woorden "de Academie voor Onderzoek en Hoger Onderwijs".

Art. 40.In artikel 83 van hetzelfde decreet worden de woorden "van de Hoge Kunstraad" vervangen door de woorden "van de Academie voor Onderzoek en Hoger Onderwijs". Afdeling 2. - Specifieke bepalingen voor Hogere kunstscholen ingericht

door de Franse Gemeenschap

Art. 41.Een artikel 119/1, opgesteld als volgt, wordt ingevoegd in hetzelfde decreet: "

Art. 119/1.De Inrichtende macht kan het mandaat van de lector voortijdig beëindigen in geval van tekortkomingen die verband houden met de deontologische of beroepsverplichtingen of van een ernstige reden die dit rechtvaardigt.

De beslissing wordt genomen op gemotiveerd voorstel van de directeur van de Hogere kunstschool, na advies van de Pedagogische beheerraad.

Voorafgaand aan elke beslissing wordt de lector uitgenodigd om door de directeur te worden gehoord, ten vroegste vijf werkdagen te rekenen vanaf ofwel de ontvangstbevestiging van de oproep die per aangetekende brief is verstuurd, ofwel de ontvangstbevestiging waaruit de overhandiging van hand tot hand blijkt. De procedure wordt voortgezet wanneer de lector niet op de hoorzitting verschijnt of daar niet wordt vertegenwoordigd.

Tijdens de hoorzitting kan de lector zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen uit de personeelsleden in actieve dienst of op rust van het door de Franse Gemeenschap ingerichte onderwijs, of door een vertegenwoordiger van een erkende vakbondsorganisatie.

Na afloop van de hoorzitting wordt het voorstel tot voortijdige beëindiging van het mandaat aan de lector bezorgd, die het diezelfde dag voor gezien ondertekent en dateert. Indien hij van oordeel is dat de beslissing niet gerechtvaardigd is, maakt hij daarvan melding in zijn visum. De procedure wordt voortgezet indien de lector weigert het voorstel voor gezien te tekenen of afwezig is; in dat geval wordt het voorstel hem betekend per aangetekende brief met ontvangstbevestiging die als visum en datum geldt.

De voortijdige beëindiging van het mandaat gaat in op de datum die door de Inrichtende macht wordt vastgesteld." .

Art. 42.Artikel 120 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 120.§ 1. Het adjunct-directeursmandaat wordt door de Inrichtende macht toevertrouwd voor een periode van vijf jaar.

De adjunct-directeur is aan zijn Inrichtende macht gebonden door een opdrachtbrief overeenkomstig het functieprofiel gekoppeld aan het uitgeoefende mandaat, rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het directieteam zoals bepaald door de Inrichtende macht. Deze opdrachtbrief wordt gezamenlijk opgesteld door de Inrichtende macht, de directeur en de aangewezen adjunct-directeur.

Daarin zijn de institutionele, pedagogische, artistieke en organisatorische doelstellingen vastgelegd die tijdens de duur van het mandaat moeten worden bereikt; de opdrachtbrief kan voorzien in een individueel opleidingsplan gekoppeld aan de toevertrouwde missies. De Inrichtende macht brengt de Pedagogische beheerraad op de hoogte van de specifieke missies die aan elk lid van de directie zijn toegewezen.

Halverwege het mandaat voeren de Inrichtende macht en de directeur samen met de adjunct-directeur een formatieve evaluatie uit van de uitvoering van de opdrachtbrief en formuleren ze, in voorkomend geval, aanbevelingen voor de verdere uitoefening van het mandaat. § 2. Dit mandaat kan vernieuwd worden op basis van een evaluatie uitgevoerd door een Evaluatiecommissie. Deze evaluatie moet uiterlijk zes maanden vóór het einde van het mandaat worden uitgevoerd.

Deze Evaluatiecommissie is als volgt samengesteld: 1° de directeur van de Hogere kunstschool, die het voorzitterschap waarneemt;2° minimaal vier leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° minimaal twee deskundigen van buiten de Hogere kunstschool, van wie het aantal niet hoger mag zijn dan dat van de in punt 2° bedoelde leden;4° minimaal twee leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool. De in 2° tot en met 4° bedoelde leden worden door de Inrichtende macht aangewezen op advies van de Pedagogische beheerraad. § 3. De Evaluatiecommissie stelt een verslag op na een individueel gesprek met de adjunct-directeur, tijdens hetwelk hem gevraagd wordt zijn balans van het afgelopen mandaat en zijn institutionele, pedagogische en artistieke projectbeheer voor het nieuwe mandaat voor te stellen.

De Evaluatiecommissie legt haar verslag voor aan de Pedagogische beheerraad voor advies. De directeur van de Hogere kunstschool bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Inrichtende macht." .

Art. 43.In artikel 121 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 6° wordt vervangen door "6° een institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject met betrekking tot het bedoelde mandaat indienen en het aan de Wervingscommissie voorstellen;"; 2° in fine wordt het volgende punt toegevoegd: "7° de functie van adjunct-directeur niet reeds gedurende drie mandaten binnen de Hogere kunstschool hebben uitgeoefend." ; 3° in fine wordt een lid ingevoegd als volgt: "In afwijking op punt 7° kan een adjunct-directeur voor een vierde mandaat worden aangewezen, voor zover dit mandaat uiterlijk aan het einde van het academiejaar 2031-2032 eindigt." .

Art. 44.Artikel 121bis van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 121bis.§ 1. Het studiegebieddirecteursmandaat wordt door de Inrichtende macht toevertrouwd voor een periode van vijf jaar.

De studiegebieddirecteur is aan zijn Inrichtende macht gebonden door een opdrachtbrief overeenkomstig het functieprofiel gekoppeld aan het uitgeoefende mandaat, rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het directieteam zoals bepaald door de Inrichtende macht. Deze opdrachtbrief wordt gezamenlijk opgesteld door de Inrichtende macht, de directeur en de aangewezen studiegebieddirecteur. Daarin zijn de institutionele, pedagogische, artistieke en organisatorische doelstellingen vastgelegd die tijdens de duur van het mandaat moeten worden bereikt; de opdrachtbrief kan voorzien in een individueel opleidingsplan gekoppeld aan de toevertrouwde missies. De Inrichtende macht brengt de Pedagogische beheerraad op de hoogte van de specifieke missies die aan elk lid van de directie zijn toegewezen.

Halverwege het mandaat voeren de Inrichtende macht en de directeur samen met de studiegebieddirecteur een formatieve evaluatie uit van de uitvoering van de opdrachtbrief en formuleren ze, in voorkomend geval, aanbevelingen voor de verdere uitoefening van het mandaat. § 2. Dit mandaat kan vernieuwd worden op basis van een evaluatie uitgevoerd door een Evaluatiecommissie. Deze evaluatie moet uiterlijk zes maanden vóór het einde van het mandaat worden uitgevoerd.

Deze Evaluatiecommissie is als volgt samengesteld: 1° de directeur van de Hogere kunstschool, die het voorzitterschap waarneemt;2° minimaal vier leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° minimaal twee deskundigen van buiten de Hogere kunstschool, van wie het aantal niet hoger mag zijn dan dat van de in punt 2° bedoelde leden;4° minimaal twee leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool. De in 2° tot en met 4° bedoelde leden worden door de Inrichtende macht aangewezen op advies van de Pedagogische beheerraad. § 3. De Evaluatiecommissie stelt een verslag op na een individueel gesprek met de studiegebieddirecteur, tijdens hetwelk hem gevraagd wordt zijn balans van het afgelopen mandaat en zijn institutionele, pedagogische en artistieke projectbeheer voor het nieuwe mandaat voor te stellen.

De Evaluatiecommissie legt haar verslag voor aan de Pedagogische beheerraad voor advies. De directeur van de Hogere kunstschool bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Inrichtende macht." § 4. "In afwijking op § 1 en op gemotiveerd verzoek van Wallonie-Bruxelles Enseignement, vergezeld van een advies van de Pedagogische beheerraad, kan de Regering de verlenging toestaan van een individueel mandaat van een studiegebieddirecteur voor een maximale periode van 6 maanden om het einde van het mandaat te laten samenvallen met dat van het academiejaar of indien uitzonderlijke omstandigheden dat vergen." .

Art. 45.In artikel 121ter van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 6° wordt vervangen door "6° een institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject met betrekking tot het bedoelde mandaat indienen en het aan de Wervingscommissie voorstellen;"; 2° in fine wordt het volgende punt toegevoegd: "7° de functie van studiegebieddirecteur niet reeds gedurende drie mandaten binnen de Hogere kunstschool hebben uitgeoefend." ; 3° in fine wordt een lid ingevoegd als volgt: "In afwijking op punt 7° kan een studiegebieddirecteur voor een vierde mandaat worden aangewezen, voor zover dit mandaat uiterlijk aan het einde van het academiejaar 2031-2032 eindigt." .

Art. 46.Artikel 122 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 122.§ 1. Het directeursmandaat wordt door de Inrichtende macht toevertrouwd voor een periode van vijf jaar.

De directeur is aan zijn Inrichtende macht gebonden door een opdrachtbrief overeenkomstig het functieprofiel gekoppeld aan het uitgeoefende mandaat, rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het eventuele directieteam zoals bepaald door de Inrichtende macht. Deze opdrachtbrief wordt gezamenlijk opgesteld door de Inrichtende macht en de aangewezen directeur. Daarin zijn de institutionele, pedagogische, artistieke en organisatorische doelstellingen vastgelegd die tijdens de duur van het mandaat moeten worden bereikt; de opdrachtbrief kan voorzien in een individueel opleidingsplan gekoppeld aan de toevertrouwde missies. De Inrichtende macht brengt de Pedagogische beheerraad op de hoogte van de specifieke missies die aan elk lid van de directie zijn toegewezen.

Halverwege het mandaat voert de Inrichtende macht, samen met de directeur, een formatieve evaluatie uit van de uitvoering van de opdrachtbrief en formuleert, in voorkomend geval, aanbevelingen voor de verdere uitoefening van het mandaat. § 2. Dit mandaat kan vernieuwd worden op basis van een evaluatie uitgevoerd door een Evaluatiecommissie. Deze evaluatie moet uiterlijk zes maanden vóór het einde van het mandaat worden uitgevoerd.

Deze Evaluatiecommissie is als volgt samengesteld: 1° de vertegenwoordiger van de Inrichtende macht of zijn afgevaardigde, die het voorzitterschap waarneemt;2° minimaal vier leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° minimaal vier deskundigen van buiten de Hogere kunstschool, van wie het aantal niet hoger mag zijn dan dat van de in punt 2° bedoelde leden;4° minimaal twee leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool. De in 2° tot en met 4° bedoelde leden worden door de Inrichtende macht aangewezen op advies van de Pedagogische beheerraad. § 3. De Evaluatiecommissie stelt een verslag op na een individueel gesprek met de directeur, tijdens hetwelk hem gevraagd wordt zijn balans van het afgelopen mandaat en zijn institutionele, pedagogische en artistieke projectbeheer voor het nieuwe mandaat voor te stellen.

De Evaluatiecommissie legt haar verslag voor aan de Pedagogische beheerraad voor advies. In afwijking op artikel 17 tot en met 19 van dit decreet, wordt de Pedagogische beheerraad voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Inrichtende macht of diens afgevaardigde. De vertegenwoordiger of afgevaardigde bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Inrichtende macht. § 4. "In afwijking op § 1 en op gemotiveerd verzoek van Wallonie-Bruxelles Enseignement, vergezeld van een advies van de Pedagogische beheerraad, kan de Regering de verlenging toestaan van een individueel mandaat van een directeur voor een maximale periode van 6 maanden om het einde van het mandaat te laten samenvallen met dat van het academiejaar of indien uitzonderlijke omstandigheden dat vergen." .

Art. 47.In artikel 123 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 6° wordt vervangen door "6° een institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject met betrekking tot het bedoelde mandaat indienen en het aan de Wervingscommissie voorstellen;"; 2° in fine wordt het volgende punt toegevoegd: "7° de functie van directeur niet reeds gedurende drie mandaten binnen de Hogere kunstschool hebben uitgeoefend." ; 3° in fine wordt een lid ingevoegd als volgt: "In afwijking op punt 7° kan een directeur voor een vierde mandaat worden aangewezen, voor zover dit mandaat uiterlijk aan het einde van het academiejaar 2031-2032 eindigt." .

Art. 48.In artikel 124 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "In afwijking van artikel 66 van dit decreet, wordt die commissie voorgezeten door de directeur-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap tot wiens bevoegdheid het niet verplicht onderwijs behoort, of diens gemachtigde." geschrapt. 2° lid 2 wordt als volgt vervangen: "De Wervingscommissie beoordeelt de curricula vitae van de kandidaten en onderzoekt hun institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject. Na onderzoek van de projecten selecteert ze de kandidaten die worden uitgenodigd voor een individueel gesprek. De Wervingscommissie bezorgt voor elke kandidaat een gemotiveerd verslag aan de Pedagogische beheerraad. In afwijking op artikel 17 en 19 van dit decreet, wordt de Pedagogische beheerraad voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Inrichtende macht of diens afgevaardigde. De vertegenwoordiger van de Inrichtende macht of diens afgevaardigde bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Regering." .

Art. 49.Artikel 125 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "De Inrichtende macht kan elk mandaat van een directeur, adjunct-directeur of studiegebieddirecteur die geen deel uitmaakt van het onderwijzend personeel dat overeenkomstig de ontslagbepalingen van de artikelen 114 tot en met 117 van dit decreet in vaste dienst is benoemd, voortijdig beëindigen.

In het kader van het tuchtstelsel kan de Inrichtende macht het mandaat van een directeur, adjunct-directeur of studiedirecteur die deel uitmaakt van het onderwijzend personeel dat in vaste dienst is benoemd, beëindigen, ook wanneer diens vaste betrekking geen volledige prestaties omvat." .

Art. 50.In artikel 159 van hetzelfde decreet worden de woorden "van de Hoge Kunstraad" vervangen door de woorden "van de Academie voor Onderzoek en Hoger Onderwijs".

Art. 51.In artikel 171, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt een punt 5bis° als volgt ingevoegd: "5bis° het einde van het mandaat van directeur, adjunct-directeur of studiegebieddirecteur." .

Art. 52.In hetzelfde decreet wordt een artikel 174/1 ingevoegd als volgt: "

Art. 174/1.De beslissing om het mandaat van directeur, adjunct-directeur of studiegebieddirecteur voortijdig te beëindigen heeft tot gevolg dat het bedoelde mandaat vacant wordt.

Het personeelslid keert terug naar de functie waarin hij in vaste dienst is benoemd en blijft de bezoldiging ontvangen die aan deze functie verbonden is." . Afdeling 3. - Specifieke bepalingen voor de gesubsidieerde officiële

hogere kunstscholen

Art. 53.Een artikel 245/1, opgesteld als volgt, wordt ingevoegd in hetzelfde decreet: "

Art. 245/1.De Inrichtende macht kan het mandaat van de lector voortijdig beëindigen in geval van tekortkomingen die verband houden met de deontologische of beroepsverplichtingen of van een ernstige reden die dit rechtvaardigt.

De beslissing wordt genomen op gemotiveerd voorstel van de directeur van de Hogere kunstschool, na advies van de Pedagogische beheerraad.

Tijdens de hoorzitting kan de lector zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen uit de personeelsleden in actieve dienst of op rust van het door de Franse Gemeenschap ingerichte onderwijs, of door een vertegenwoordiger van een erkende vakbondsorganisatie.

Voorafgaand aan elke beslissing wordt de lector uitgenodigd om door de directeur te worden gehoord, ten vroegste vijf werkdagen te rekenen vanaf ofwel de ontvangstbevestiging van de oproep die per aangetekende brief is verstuurd, ofwel de ontvangstbevestiging waaruit de overhandiging van hand tot hand blijkt. De procedure wordt voortgezet ingeval de lector niet op de hoorzitting verschijnt of daar niet wordt vertegenwoordigd.

Na afloop van de hoorzitting wordt het voorstel tot voortijdige beëindiging van het mandaat aan de lector bezorgd, die het diezelfde dag voor gezien ondertekent en dateert. Indien hij van oordeel is dat de beslissing niet gerechtvaardigd is, maakt hij daarvan melding in zijn visum. De procedure wordt voortgezet indien de lector weigert het voorstel voor gezien te tekenen of afwezig is; in dat geval wordt het voorstel hem betekend per aangetekende brief met ontvangstbevestiging die als visum en datum geldt.

De voortijdige beëindiging van het mandaat gaat in op de datum die door de Inrichtende macht wordt vastgesteld." .

Art. 54.Artikel 246 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 246.§ 1. Het adjunct-directeursmandaat wordt door de Inrichtende macht toevertrouwd voor een periode van vijf jaar.

De adjunct-directeur is aan zijn Inrichtende macht gebonden door een opdrachtbrief overeenkomstig het functieprofiel gekoppeld aan het uitgeoefende mandaat, rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het directieteam zoals bepaald door de Inrichtende macht. Deze opdrachtbrief wordt gezamenlijk opgesteld door de Inrichtende macht, de directeur en de aangewezen adjunct-directeur.

Daarin zijn de institutionele, pedagogische, artistieke en organisatorische doelstellingen vastgelegd die tijdens de duur van het mandaat moeten worden bereikt; de opdrachtbrief kan voorzien in een individueel opleidingsplan gekoppeld aan de toevertrouwde missies. De Inrichtende macht brengt de Pedagogische beheerraad op de hoogte van de specifieke missies die aan elk lid van de directie zijn toegewezen.

Halverwege het mandaat voeren de Inrichtende macht en de directeur samen met de adjunct-directeur een formatieve evaluatie uit van de uitvoering van de opdrachtbrief en formuleren ze, in voorkomend geval, aanbevelingen voor de verdere uitoefening van het mandaat. § 2. Dit mandaat kan vernieuwd worden op basis van een evaluatie uitgevoerd door een Evaluatiecommissie. Deze evaluatie moet uiterlijk zes maanden vóór het einde van het mandaat worden uitgevoerd.

Deze Evaluatiecommissie is als volgt samengesteld: 1° de directeur van de Hogere kunstschool, die het voorzitterschap waarneemt;2° minimaal vier leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° minimaal twee deskundigen van buiten de Hogere kunstschool, van wie het aantal niet hoger mag zijn dan dat van de in punt 2° bedoelde leden;4° minimaal twee leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool. De in 2° tot en met 4° bedoelde leden worden door de Inrichtende macht aangewezen op advies van de Pedagogische beheerraad. § 3. De Evaluatiecommissie stelt een verslag op na een individueel gesprek met de adjunct-directeur, tijdens hetwelk hem gevraagd wordt zijn balans van het afgelopen mandaat en zijn institutionele, pedagogische en artistieke projectbeheer voor het nieuwe mandaat voor te stellen.

De Evaluatiecommissie legt haar verslag voor aan de Pedagogische beheerraad voor advies. De directeur van de Hogere kunstschool bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Inrichtende macht." .

Art. 55.In artikel 247 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 6° wordt vervangen door "6° een institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject met betrekking tot het bedoelde mandaat indienen en het aan de Wervingscommissie voorstellen;"; 2° in fine wordt het volgende punt toegevoegd: "7° de functie van adjunct-directeur niet reeds gedurende drie mandaten binnen de Hogere kunstschool hebben uitgeoefend." ; 3° in fine wordt een lid ingevoegd als volgt: "In afwijking op punt 7° kan een adjunct-directeur voor een vierde mandaat worden aangewezen, voor zover dit mandaat uiterlijk aan het einde van het academiejaar 2031-2032 eindigt." .

Art. 56.In artikel 248, eerste lid van hetzelfde decreet worden de woorden "pedagogisch en artistiek project" vervangen door de woorden "institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject".

Art. 57.Artikel 248bis van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 248bis.§ 1. Het studiegebieddirecteursmandaat wordt door de Inrichtende macht toevertrouwd voor een periode van vijf jaar.

De studiegebieddirecteur is aan zijn Inrichtende macht gebonden door een opdrachtbrief overeenkomstig het functieprofiel gekoppeld aan het uitgeoefende mandaat, rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het directieteam zoals bepaald door de Inrichtende macht. Deze opdrachtbrief wordt gezamenlijk opgesteld door de Inrichtende macht, de directeur en de aangewezen studiegebieddirecteur. Daarin zijn de institutionele, pedagogische, artistieke en organisatorische doelstellingen vastgelegd die tijdens de duur van het mandaat moeten worden bereikt; de opdrachtbrief kan voorzien in een individueel opleidingsplan gekoppeld aan de toevertrouwde missies. De Inrichtende macht brengt de Pedagogische beheerraad op de hoogte van de specifieke missies die aan elk lid van de directie zijn toegewezen.

Halverwege het mandaat voeren de Inrichtende macht en de directeur samen met de studiegebieddirecteur een formatieve evaluatie uit van de uitvoering van de opdrachtbrief en formuleren ze, in voorkomend geval, aanbevelingen voor de verdere uitoefening van het mandaat. § 2. Dit mandaat kan vernieuwd worden op basis van een evaluatie uitgevoerd door een Evaluatiecommissie. Deze evaluatie moet uiterlijk zes maanden vóór het einde van het mandaat worden uitgevoerd.

Deze Evaluatiecommissie is als volgt samengesteld: 1° de directeur van de Hogere kunstschool, die het voorzitterschap waarneemt;2° minimaal vier leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° minimaal twee deskundigen van buiten de Hogere kunstschool, van wie het aantal niet hoger mag zijn dan dat van de in punt 2° bedoelde leden;4° minimaal twee leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool. De in 2° tot en met 4° bedoelde leden worden door de Inrichtende macht aangewezen op advies van de Pedagogische beheerraad. § 3. De Evaluatiecommissie stelt een verslag op na een individueel gesprek met de studiegebieddirecteur, tijdens hetwelk hem gevraagd wordt zijn balans van het afgelopen mandaat en zijn institutionele, pedagogische en artistieke projectbeheer voor het nieuwe mandaat voor te stellen.

De Evaluatiecommissie legt haar verslag voor aan de Pedagogische beheerraad voor advies. De directeur van de Hogere kunstschool bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Inrichtende macht." § 4. "In afwijking op § 1 en op gemotiveerd verzoek van de Inrichtende macht, vergezeld van een advies van de Pedagogische beheerraad, kan de Regering de verlenging toestaan van een individueel mandaat van een studiegebieddirecteur voor een maximale periode van 6 maanden om het einde van het mandaat te laten samenvallen met dat van het academiejaar of indien uitzonderlijke omstandigheden dat vergen." .

Art. 58.In artikel 248ter van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 6° wordt vervangen door "6° een institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject met betrekking tot het bedoelde mandaat indienen en het aan de Wervingscommissie voorstellen;"; 2° in fine wordt het volgende punt toegevoegd: "7° de functie van studiegebieddirecteur niet reeds gedurende drie mandaten binnen de Hogere kunstschool hebben uitgeoefend." ; 3° in fine wordt een lid ingevoegd als volgt: "In afwijking op punt 7° kan een studiegebieddirecteur voor een vierde mandaat worden aangewezen, voor zover dit mandaat uiterlijk aan het einde van het academiejaar 2031-2032 eindigt." .

Art. 59.In artikel 248quater, eerste lid van hetzelfde decreet worden de woorden "pedagogisch en artistiek project" vervangen door de woorden "institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject".

Art. 60.Artikel 249 van hetzelfde decreet wordt vervangen door hetgeen volgt: "

Art. 249.§ 1. Het directeursmandaat wordt door de Inrichtende macht toevertrouwd voor een periode van vijf jaar.

De directeur is aan zijn Inrichtende macht gebonden door een opdrachtbrief overeenkomstig het functieprofiel gekoppeld aan het uitgeoefende mandaat, rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het eventuele directieteam zoals bepaald door de Inrichtende macht. Deze opdrachtbrief wordt gezamenlijk opgesteld door de Inrichtende macht en de aangewezen directeur. Daarin zijn de institutionele, pedagogische, artistieke en organisatorische doelstellingen vastgelegd die tijdens de duur van het mandaat moeten worden bereikt; de opdrachtbrief kan voorzien in een individueel opleidingsplan gekoppeld aan de toevertrouwde missies. De Inrichtende macht brengt de Pedagogische beheerraad op de hoogte van de specifieke missies die aan elk lid van de directie zijn toegewezen.

Halverwege het mandaat voert de Inrichtende macht, samen met de directeur, een formatieve evaluatie uit van de uitvoering van de opdrachtbrief en formuleert, in voorkomend geval, aanbevelingen voor de verdere uitoefening van het mandaat. § 2. Dit mandaat kan vernieuwd worden op basis van een evaluatie uitgevoerd door een Evaluatiecommissie. Deze evaluatie moet uiterlijk zes maanden vóór het einde van het mandaat worden uitgevoerd.

Deze Evaluatiecommissie is als volgt samengesteld: 1° de vertegenwoordiger van de Inrichtende macht of zijn afgevaardigde, die het voorzitterschap waarneemt;2° minimaal vier leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° minimaal vier deskundigen van buiten de Hogere kunstschool, van wie het aantal niet hoger mag zijn dan dat van de in punt 2° bedoelde leden;4° minimaal twee leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool. De in 2° tot en met 4° bedoelde leden worden door de Inrichtende macht aangewezen op advies van de Pedagogische beheerraad. § 3. De Evaluatiecommissie stelt een verslag op na een individueel gesprek met de directeur, tijdens hetwelk hem gevraagd wordt zijn balans van het afgelopen mandaat en zijn institutionele, pedagogische en artistieke projectbeheer voor het nieuwe mandaat voor te stellen.

De Evaluatiecommissie legt haar verslag voor aan de Pedagogische beheerraad voor advies. In afwijking op artikel 17 tot en met 19 van dit decreet, wordt de Pedagogische beheerraad voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Inrichtende macht of diens afgevaardigde. De vertegenwoordiger van de Inrichtende macht bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Inrichtende macht. § 4. "In afwijking op § 1 en op gemotiveerd verzoek van de Inrichtende macht, vergezeld van een advies van de Pedagogische beheerraad, kan de Regering de verlenging toestaan van een individueel mandaat van een directeur voor een maximale periode van 6 maanden om het einde van het mandaat te laten samenvallen met dat van het academiejaar of indien uitzonderlijke omstandigheden dat vergen." .

Art. 61.In artikel 250 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 6° wordt vervangen door "6° een institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject met betrekking tot het bedoelde mandaat indienen en het aan de Wervingscommissie voorstellen;"; 2° in fine wordt het volgende punt toegevoegd: "7° de functie van directeur niet reeds gedurende drie mandaten binnen de Hogere kunstschool hebben uitgeoefend." ; 3° in fine wordt een lid ingevoegd als volgt: "In afwijking op punt 7° kan een directeur voor een vierde mandaat worden aangewezen, voor zover dit mandaat uiterlijk aan het einde van het academiejaar 2031-2032 eindigt." .

Art. 62.In artikel 251, eerste lid van hetzelfde decreet worden de woorden "pedagogisch en artistiek project" vervangen door de woorden "institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject".

Art. 63.Artikel 252 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "Art.252. De Inrichtende macht kan elk mandaat van een directeur, adjunct-directeur of studiegebieddirecteur die geen deel uitmaakt van het onderwijzend personeel dat overeenkomstig de ontslagbepalingen van de artikelen 240 tot en met 243 van dit decreet in vaste dienst is benoemd, voortijdig beëindigen.

In het kader van het tuchtstelsel kan de Inrichtende macht het mandaat van een directeur, adjunct-directeur of studiedirecteur die deel uitmaakt van het onderwijzend personeel dat in vaste dienst is benoemd, beëindigen, ook wanneer diens vaste betrekking geen volledige prestaties omvat." .

Art. 64.In artikel 274 van hetzelfde decreet worden de woorden "van de Hoge Kunstraad" vervangen door de woorden "van de Academie voor Onderzoek en Hoger Onderwijs".

Art. 65.In artikel, 288, van hetzelfde decreet wordt een punt 4bis° ingevoegd als volgt: "4bis° het einde van het mandaat van directeur, adjunct-directeur of studiegebieddirecteur." .

Art. 66.In hetzelfde decreet wordt een artikel 291/1 ingevoegd als volgt: "

Art. 291/1.De beslissing om het mandaat van directeur, adjunct-directeur of studiegebieddirecteur voortijdig te beëindigen heeft tot gevolg dat het bedoelde mandaat vacant wordt.

Het personeelslid keert terug naar de functie waarin hij in vaste dienst is benoemd en blijft de bezoldiging ontvangen die aan deze functie verbonden is." . Afdeling 4. - Specifieke bepalingen voor gesubsidieerde vrije Hogere

kunstscholen

Art. 67.Een artikel 375/1, opgesteld als volgt, wordt ingevoegd in hetzelfde decreet: "

Art. 375/1.De Inrichtende macht kan het mandaat van de lector voortijdig beëindigen in geval van tekortkomingen die verband houden met de deontologische of beroepsverplichtingen of van een ernstige reden die dit rechtvaardigt.

De beslissing wordt genomen op gemotiveerd voorstel van de directeur van de Hogere kunstschool, na advies van de Pedagogische beheerraad.

Tijdens de hoorzitting kan de lector zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat, door een verdediger gekozen uit de personeelsleden in actieve dienst of op rust van het door de Franse Gemeenschap ingerichte onderwijs, of door een vertegenwoordiger van een erkende vakbondsorganisatie.

Voorafgaand aan elke beslissing wordt de lector uitgenodigd om door de directeur te worden gehoord, ten vroegste vijf werkdagen te rekenen vanaf ofwel de ontvangstbevestiging van de oproep die per aangetekende brief is verstuurd, ofwel de ontvangstbevestiging waaruit de overhandiging van hand tot hand blijkt. De procedure wordt voortgezet wanneer de lector niet op de hoorzitting verschijnt of daar niet wordt vertegenwoordigd.

Na afloop van de hoorzitting wordt het voorstel tot voortijdige beëindiging van het mandaat aan de lector bezorgd, die het diezelfde dag voor gezien ondertekent en dateert. Indien hij van oordeel is dat de beslissing niet gerechtvaardigd is, maakt hij daarvan melding in zijn visum. De procedure wordt voortgezet indien de lector weigert het voorstel voor gezien te tekenen of afwezig is; in dat geval wordt het voorstel hem betekend per aangetekende brief met ontvangstbevestiging die als visum en datum geldt.

De voortijdige beëindiging van het mandaat gaat in op de datum die door de Inrichtende macht wordt vastgesteld." .

Art. 68.Artikel 376 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 376.§ 1. Het adjunct-directeursmandaat wordt door de Inrichtende macht toevertrouwd voor een periode van vijf jaar.

De adjunct-directeur is aan zijn Inrichtende macht gebonden door een opdrachtbrief overeenkomstig het functieprofiel gekoppeld aan het uitgeoefende mandaat, rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het directieteam zoals bepaald door de Inrichtende macht. Deze opdrachtbrief wordt gezamenlijk opgesteld door de Inrichtende macht, de directeur en de aangewezen adjunct-directeur.

Daarin zijn de institutionele, pedagogische, artistieke en organisatorische doelstellingen vastgelegd die tijdens de duur van het mandaat moeten worden bereikt; de opdrachtbrief kan voorzien in een individueel opleidingsplan gekoppeld aan de toevertrouwde missies. De Inrichtende macht brengt de Pedagogische beheerraad op de hoogte van de specifieke missies die aan elk lid van de directie zijn toegewezen.

Halverwege het mandaat voeren de Inrichtende macht en de directeur samen met de adjunct-directeur een formatieve evaluatie uit van de uitvoering van de opdrachtbrief en formuleren ze, in voorkomend geval, aanbevelingen voor de verdere uitoefening van het mandaat. § 2. Dit mandaat kan vernieuwd worden op basis van een evaluatie uitgevoerd door een Evaluatiecommissie. Deze evaluatie moet uiterlijk zes maanden vóór het einde van het mandaat worden uitgevoerd.

Deze Evaluatiecommissie is als volgt samengesteld: 1° de directeur van de Hogere kunstschool, die het voorzitterschap waarneemt;2° minimaal vier leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° minimaal twee deskundigen van buiten de Hogere kunstschool, van wie het aantal niet hoger mag zijn dan dat van de in punt 2° bedoelde leden;4° minimaal twee leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool. De in 2° tot en met 4° bedoelde leden worden door de Inrichtende macht aangewezen op advies van de Pedagogische beheerraad. § 3. De Evaluatiecommissie stelt een verslag op na een individueel gesprek met de adjunct-directeur, tijdens hetwelk hem gevraagd wordt zijn balans van het afgelopen mandaat en zijn institutionele, pedagogische en artistieke projectbeheer voor het nieuwe mandaat voor te stellen.

De Evaluatiecommissie legt haar verslag voor aan de Pedagogische beheerraad voor advies. De directeur van de Hogere kunstschool bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Inrichtende macht." .

Art. 69.In artikel 377 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 6° wordt vervangen door "6° een institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject met betrekking tot het bedoelde mandaat indienen en het aan de Wervingscommissie voorstellen;"; 2° in fine wordt het volgende punt toegevoegd: "7° de functie van adjunct-directeur niet reeds gedurende drie mandaten binnen de Hogere kunstschool hebben uitgeoefend." ; 3° in fine wordt een lid ingevoegd als volgt: "In afwijking op punt 7° kan een adjunct-directeur voor een vierde mandaat worden aangewezen, voor zover dit mandaat uiterlijk aan het einde van het academiejaar 2031-2032 eindigt." .

Art. 70.In artikel 378, eerste lid van hetzelfde decreet worden de woorden "pedagogisch en artistiek project" vervangen door de woorden "institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject".

Art. 71.Artikel 378bis van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 378bis.§ 1. Het studiegebieddirecteursmandaat wordt door de Inrichtende macht toevertrouwd voor een periode van vijf jaar.

De studiegebieddirecteur is aan zijn Inrichtende macht gebonden door een opdrachtbrief overeenkomstig het functieprofiel gekoppeld aan het uitgeoefende mandaat, rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het directieteam zoals bepaald door de Inrichtende macht. Deze opdrachtbrief wordt gezamenlijk opgesteld door de Inrichtende macht, de directeur en de aangewezen adjunct-directeur.

Daarin zijn de institutionele, pedagogische, artistieke en organisatorische doelstellingen vastgelegd die tijdens de duur van het mandaat moeten worden bereikt; de opdrachtbrief kan voorzien in een individueel opleidingsplan gekoppeld aan de toevertrouwde missies. De Inrichtende macht brengt de Pedagogische beheerraad op de hoogte van de specifieke missies die aan elk lid van de directie zijn toegewezen.

Halverwege het mandaat voeren de Inrichtende macht en de directeur samen met de studiegebieddirecteur een formatieve evaluatie uit van de uitvoering van de opdrachtbrief en formuleren ze, in voorkomend geval, aanbevelingen voor de verdere uitoefening van het mandaat. § 2. Dit mandaat kan vernieuwd worden op basis van een evaluatie uitgevoerd door een Evaluatiecommissie. Deze evaluatie moet uiterlijk zes maanden vóór het einde van het mandaat worden uitgevoerd.

Deze Evaluatiecommissie is als volgt samengesteld: 1° de directeur van de Hogere kunstschool, die het voorzitterschap waarneemt;2° minimaal vier leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° minimaal twee deskundigen van buiten de Hogere kunstschool, van wie het aantal niet hoger mag zijn dan dat van de in punt 2° bedoelde leden;4° minimaal twee leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool. De in 2° tot en met 4° bedoelde leden worden door de Inrichtende macht aangewezen op advies van de Pedagogische beheerraad. § 3. De Evaluatiecommissie stelt een verslag op na een individueel gesprek met de studiegebieddirecteur, tijdens hetwelk hem gevraagd wordt zijn balans van het afgelopen mandaat en zijn institutionele, pedagogische en artistieke projectbeheer voor het nieuwe mandaat voor te stellen.

De Evaluatiecommissie legt haar verslag voor aan de Pedagogische beheerraad voor advies. De directeur van de Hogere kunstschool bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Inrichtende macht." § 4. "In afwijking op § 1 en op gemotiveerd verzoek van de Inrichtende macht, vergezeld van een advies van de Pedagogische beheerraad, kan de Regering de verlenging toestaan van een individueel mandaat van een studiegebieddirecteur voor een maximale periode van 6 maanden om het einde van het mandaat te laten samenvallen met dat van het academiejaar of indien uitzonderlijke omstandigheden dat vergen." .

Art. 72.In artikel 378ter van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 6° wordt vervangen door "6° een institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject met betrekking tot het bedoelde mandaat indienen en het aan de Wervingscommissie voorstellen;"; 2° in fine wordt het volgende punt toegevoegd: "7° de functie van studiegebieddirecteur niet reeds gedurende drie mandaten binnen de Hogere kunstschool hebben uitgeoefend." ; 3° in fine wordt een lid ingevoegd als volgt: "In afwijking op punt 7° kan een studiegebieddirecteur voor een vierde mandaat worden aangewezen, voor zover dit mandaat uiterlijk aan het einde van het academiejaar 2031-2032 eindigt." .

Art. 73.In artikel 378quater, eerste lid van hetzelfde decreet worden de woorden "pedagogisch en artistiek project" vervangen door de woorden "institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject".

Art. 74.Artikel 379 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 379.§ 1. Het mandaat van directeur wordt door de Inrichtende macht toevertrouwd voor een periode van vijf jaar.

De directeur is aan zijn Inrichtende macht gebonden door een opdrachtbrief overeenkomstig het functieprofiel gekoppeld aan het uitgeoefende mandaat, rekening houdend met de verdeling van de verantwoordelijkheden binnen het eventuele directieteam zoals bepaald door de Inrichtende macht. Deze opdrachtbrief wordt gezamenlijk opgesteld door de Inrichtende macht en de aangewezen directeur. Daarin zijn de institutionele, pedagogische, artistieke en organisatorische doelstellingen vastgelegd die tijdens de duur van het mandaat moeten worden bereikt; de opdrachtbrief kan voorzien in een individueel opleidingsplan gekoppeld aan de toevertrouwde missies. De Inrichtende macht brengt de Pedagogische beheerraad op de hoogte van de specifieke missies die aan elk lid van de directie zijn toegewezen.

Halverwege het mandaat voert de Inrichtende macht, samen met de directeur, een formatieve evaluatie uit van de uitvoering van de opdrachtbrief en formuleert, in voorkomend geval, aanbevelingen voor de verdere uitoefening van het mandaat. § 2. Dit mandaat kan vernieuwd worden op basis van een evaluatie uitgevoerd door een Evaluatiecommissie. Deze evaluatie moet uiterlijk zes maanden vóór het einde van het mandaat worden uitgevoerd.

Deze Evaluatiecommissie is als volgt samengesteld: 1° de vertegenwoordiger van de Inrichtende macht of zijn afgevaardigde, die het voorzitterschap waarneemt;2° minimaal vier leden die deel uitmaken van het onderwijzend personeel van de Hogere kunstschool;3° minimaal vier deskundigen van buiten de Hogere kunstschool, van wie het aantal niet hoger mag zijn dan dat van de in punt 2° bedoelde leden;4° minimaal twee leden die deel uitmaken van het administratief personeel van de Hogere kunstschool. De in 2° tot en met 4° bedoelde leden worden door de Inrichtende macht aangewezen op advies van de Pedagogische beheerraad. § 3. De Evaluatiecommissie stelt een verslag op na een individueel gesprek met de directeur, tijdens hetwelk hem gevraagd wordt zijn balans van het afgelopen mandaat en zijn pedagogische en artistieke project voor het nieuwe mandaat voor te stellen.

De Evaluatiecommissie legt haar verslag voor aan de Pedagogische beheerraad voor advies. In afwijking op artikel 17 tot en met 19 van dit decreet, wordt de Pedagogische beheerraad voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Inrichtende macht of diens afgevaardigde. De vertegenwoordiger van de Inrichtende macht bezorgt het verslag, samen met het advies van de Pedagogische beheerraad, aan de Inrichtende macht. § 4. "In afwijking op § 1 en op gemotiveerd verzoek van de Inrichtende macht, vergezeld van een advies van de Pedagogische beheerraad, kan de Regering de verlenging toestaan van een individueel mandaat van een directeur voor een maximale periode van 6 maanden om het einde van het mandaat te laten samenvallen met dat van het academiejaar of indien uitzonderlijke omstandigheden dat vergen." .

Art. 75.In artikel 380 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 6° wordt vervangen door "6° een institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject met betrekking tot het bedoelde mandaat indienen en het aan de Wervingscommissie voorstellen;"; 2° in fine wordt het volgende punt toegevoegd: "7° de functie van directeur niet reeds gedurende drie mandaten binnen de Hogere kunstschool hebben uitgeoefend." ; 3° in fine wordt een lid ingevoegd als volgt: "In afwijking op punt 7° kan een directeur voor een vierde mandaat worden aangewezen, voor zover dit mandaat uiterlijk aan het einde van het academiejaar 2031-2032 eindigt." .

Art. 76.In artikel 381 van hetzelfde decreet worden de woorden "pedagogisch en artistiek project" vervangen door de woorden "institutioneel, pedagogisch en artistiek beheerproject".

Art. 77.Artikel 382 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 382.De Inrichtende macht kan elk mandaat van een directeur, adjunct-directeur of studiegebieddirecteur die geen deel uitmaakt van het onderwijzend personeel dat overeenkomstig de ontslagbepalingen van de artikelen 370 tot en met 373 van dit decreet in vaste dienst is benoemd, voortijdig beëindigen.

In het kader van het tuchtstelsel kan de Inrichtende macht het mandaat van een directeur, adjunct-directeur of studiedirecteur die deel uitmaakt van het onderwijzend personeel dat in vaste dienst is benoemd, beëindigen, ook wanneer diens vaste betrekking geen volledige prestaties omvat." .

Art. 78.In artikel 406 van hetzelfde decreet worden de woorden "van de Hoge Kunstraad" vervangen door de woorden "van de Academie voor Onderzoek en Hoger Onderwijs".

Art. 79.In artikel, 419, van hetzelfde decreet wordt een punt 4bis° ingevoegd als volgt: "4bis° het einde van het mandaat van directeur, adjunct-directeur of studiegebieddirecteur." .

Art. 80.In hetzelfde decreet wordt een artikel 424/1 ingevoegd als volgt: "

Art. 424/1.De beslissing om het mandaat van directeur, adjunct-directeur of studiegebieddirecteur voortijdig te beëindigen heeft tot gevolg dat het bedoelde mandaat vacant wordt.

Het personeelslid keert terug naar de functie waarin hij in vaste dienst is benoemd en blijft de bezoldiging ontvangen die aan deze functie verbonden is." .

TITEL II. - DIVERSE MAATREGELEN

HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen betreffende het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies

Art. 81.In titel I van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies, wordt een hoofdstuk IIIbis met de titel "Neutraliteit in het hoger niet-universitair onderwijs" ingevoegd na artikel 9.

Art. 82.Artikel 9/1 van hetzelfde decreet wordt als volgt vervangen: "

Art. 9/1.§ 1. De hogescholen en de hogere kunstscholen waarvan de Inrichtende macht ressorteert onder het door de Franse Gemeenschap ingerichte onderwijs of onder het officieel gesubsidieerd onderwijs zijn neutraal. § 2. De neutrale hogescholen en deze die onder het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs ressorteren en waarvan de Inrichtende macht beslist zich bij het neutraliteitsprincipe aan te sluiten, vermelden dat in hun pedagogisch, sociaal en cultureel project, zoals bedoeld in artikel 4 van het decreet van 21 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/02/2019 pub. 14/03/2019 numac 2019040626 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs in de hogescholen sluiten tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs in de hogescholen.

De neutrale hogere kunstscholen en deze die onder het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs ressorteren en waarvan de Inrichtende macht beslist zich bij het neutraliteitsprincipe aan te sluiten, vermelden dat in hun pedagogisch en artistiek project, zoals bedoeld in artikel 5 van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van de studenten). § 3. Ieder personeelslid van een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de §§ 1 en 2 is door zijn aanstelling of aanwerving op zich gehouden tot de naleving van het neutraliteitsbeginsel. § 4. De instellingen voor hoger onderwijs met volledig leerplan bedoeld in de §§ 1 tot en met 3 zien erop toe dat de studenten worden opgeleid in naleving van de fundamentele vrijheden en rechten zoals vastgelegd in de Grondwet, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de internationale verdragen inzake de rechten van de mens en van het kind. Kennis wordt nagestreefd en overgedragen met voortdurende intellectuele eerlijkheid en wetenschappelijke nauwkeurigheid, een diversiteit aan ideeën wordt aanvaard en verdraagzaamheid wordt ontwikkeld.

Diezelfde instellingen waarborgen de studenten het recht om hun mening vrij te uiten en nodigen hen uit de argumentatie waarop die meningen berusten, te ontwikkelen. Dit recht omvat de vrijheid om informatie en ideeën te zoeken, te ontvangen en te verspreiden via elk middel naar keuze van de student, onder de enige voorwaarde dat de fundamentele rechten, de reputatie van anderen, de nationale veiligheid, de openbare orde en de volksgezondheid worden gevrijwaard. De nadere bepalingen voor de uitoefening van de voormelde rechten en vrijheden kunnen in de studieregeling vastgelegd worden.

In diezelfde instellingen zijn de vrijheid om zijn godsdienst of overtuiging tot uiting te brengen en de vrijheid van vereniging en vergadering aan dezelfde voorwaarden onderworpen als die bedoeld in het vorige lid. § 5. In diezelfde instellingen worden studenten aangeleerd om hun eigen onderzoek te ontwikkelen, gemotiveerd om hun beredeneerde en op feiten gebaseerde kennis uit te breiden, en om hun kritisch denkvermogen aan te scherpen. Deze instellingen verstrekken de studenten de nodige middelen om hun kritische geest vrij en geleidelijk te ontwikkelen, en uiteenlopende of afwijkende meningen te begrijpen.

De feiten worden mondeling of schriftelijk uiteengezet en toegelicht, waarbij wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke objectiviteit, met het besef dat alle kennis mogelijk door een bepaalde positie gekleurd is, en waarbij de studenten worden aangemoedigd om kritisch te denken.

Deze instellingen hebben de plicht de studenten de kennis en methoden over te dragen waarmee ze vrij hun keuzes kunnen maken.

Diezelfde instellingen behandelen de politieke, filosofische en doctrinaire rechtvaardigingen van de feiten en zetten daarbij de diversiteit aan motiveringen uiteen. Ze leren de studenten de veelheid aan waarden te (h)erkennen.

Ze behandelen kwesties die raakvlakken hebben met het innerlijke leven, geloofsovertuigingen, politieke of filosofische overtuigingen en religieuze keuzes, waarbij het respect voor de vrijheid van geweten van de studenten wordt gewaarborgd § 6. In het kader van hun onderwijsmissies onthouden de Inrichtende machten en hun personeelsleden zich van elke partijdige houding en van alle partijdige uitspraken in ideologische, morele of sociale kwesties die actueel zijn en de publieke opinie verdelen. De personeelsleden zien erop toe dat onder hun gezag geen politieke, ideologische, filosofische of religieuze bekeringsijver of propaganda tot ontwikkeling komt. § 7. De leden van het onderwijzend personeel en de studenten sluiten geen enkel kennisgebied uit van studie." .

HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen betreffende het programmadecreet van 19 juli 2017Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 19/07/2017 pub. 21/08/2017 numac 2017030995 bron ministerie van de franse gemeenschap Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake hoger onderwijs en onderzoek, cultuur, begrotingsfondsen, schoolgebouwen, jeugd sluiten houdende verschillende maatregelen inzake hoger onderwijs en onderzoek, cultuur, begrotingsfondsen, schoolgebouwen, jeugd

Art. 83.Artikel 12 van het programmadecreet van 19 juli 2017Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 19/07/2017 pub. 21/08/2017 numac 2017030995 bron ministerie van de franse gemeenschap Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake hoger onderwijs en onderzoek, cultuur, begrotingsfondsen, schoolgebouwen, jeugd sluiten houdende verschillende maatregelen inzake hoger onderwijs en onderzoek, cultuur, begrotingsfondsen, schoolgebouwen, jeugd wordt vervangen door hetgeen volgt: "

Artikel 12.De academisch adviseur voert zijn opdrachten uit onder de verantwoordelijkheid van de academische autoriteiten.

Met de steun van de ARES wordt een ontmoetingsdag voor academisch adviseurs georganiseerd. Deze bijeenkomst is bedoeld om netwerken tot stand te brengen, gezamenlijk te werken rond de problematieken waarmee academisch adviseurs worden geconfronteerd en aanbevelingen te formuleren.

Op basis van deze dag wordt een samenvattingsverslag over de problematieken en aanbevelingen die tijdens deze jaarlijkse bijeenkomst naar voren zijn gekomen, bezorgd aan de minister bevoegd voor hoger onderwijs en aan het Parlement van de Federatie Wallonië-Brussel. Het verslag dat aan de minister bevoegd voor hoger onderwijs wordt bezorgd, bevat ook de lijst van de academisch adviseur of adviseurs van elke instelling voor hoger onderwijs en de hoedanigheden van deze adviseurs die hun aanwerving als academisch adviseur rechtvaardigen." .

Art. 84.Artikel 16 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen betreffende het decreet van 21 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/02/2019 pub. 14/03/2019 numac 2019040626 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs in de hogescholen sluiten tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs in de hogescholen

Art. 85.In artikel 4 van het decreet van 21 februari 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/02/2019 pub. 14/03/2019 numac 2019040626 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs in de hogescholen sluiten tot vaststelling van de organisatie van het hoger onderwijs in de hogescholen worden de woorden "in Boek 1, Titel 7, Hoofdstuk 4 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs" vervangen door de woorden "in artikel 9/1 van het voormeld decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten".

HOOFDSTUK 4. - Wijziging betreffende het decreet van 2 april 2026 tot vaststelling van het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs (CAPAES) en de voorwaarden voor het behalen daarvan

Art. 86.Artikel 17 van het decreet van 2 april 2026 tot vaststelling van het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs (CAPAES) en de voorwaarden voor het behalen daarvan wordt opgegeven.

TITEL III. - OVERGANGSBEPALINGEN

Art. 87.Tijdens het academiejaar 2026-2027 worden de Optieraden bedoeld in artikel 23 van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2001 pub. 03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van de personeelsleden, rechten en plichten van de studenten), verzocht een advies uit te brengen aan de Pedagogische beheerraad over de structurering en het doel van de nieuwe Cursussenraden zoals bedoeld in artikel 12 van dit decreet.

TITEL IV. - SLOTBEPALINGEN

Art. 88.Dit decreet sorteert effect vanaf het academiejaar 2026-2027, met uitzondering van: 1° artikel 1, artikel 2, 3°, artikelen 11 tot en met 15 en artikel 27 die in werking treden vanaf het academiejaar 2027-2028;2° artikelen 19 tot en met 21, 32 en 33 die in werking treden op 1 januari 2027. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 24 september 2026.

De Minister-Presidente, belast met Begroting, Hoger Onderwijs, Cultuur, Permanente Opvoeding, en Internationale en Intra-Franstalige Betrekkingen, E. DEGRYSE De Eerste Vice-Presidente en Minister van Onderwijs en Volwassenenonderwijs, V. GLATIGNY De Vice-Presidente en Minister van Kind, Jeugd, Hulpverlening aan de Jeugd en Justitiehuizen, V. LESCRENIER De Minister van Sport, Ambtenarenzaken, Administratieve Vereenvoudiging en Media, J. GALANT De Minister van Onderzoek, B. DILLIES De Minister van Volksgezondheid, Vrouwenrechten en Gelijke Kansen, Y. COPPIETERS _______ Nota (1) Zitting 2025-2026 Bescheiden van het Parlement.- Ontwerp van decreet, nr. 310-1 - Amendement(en) in de commissie, nr. 310-2 - Verslag van de commissie, nr. 310-3 - Tekst aangenomen binnen de commissie, nr. 310-4 - Amendement(en) ter zitting, nr. 310-5 - Tekst aangenomen in plenaire vergadering, nr. 310-6 Integraal verslag. - Bespreking en aanneming - Zitting van 23 september 2026.


^