Etaamb.openjustice.be
Decreet van 24 mei 2007
gepubliceerd op 18 juni 2007

Decreet betreffende de overtredingen en de straffen inzake stedenbouw

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2007201979
pub.
18/06/2007
prom.
24/05/2007
ELI
eli/decreet/2007/05/24/2007201979/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

24 MEI 2007. - Decreet betreffende de overtredingen en de straffen inzake stedenbouw (1)


Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.In artikel 134 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium worden, na de woorden "waarbij wordt aangekondigd dat de vergunning is verleend", de woorden "of dat de handelingen en werken het voorwerp uitmaken van het beschikkende gedeelte van het vonnis bedoeld in artikel 155, § 5," ingevoegd.

In hetzelfde artikel, tweede volzin, worden de woorden "of het vonnis bedoeld in artikel 155, § 5," ingevoegd tussen de woorden " voor echt verklaard afschrift van deze documenten" en de woorden "permanent ter beschikking liggen".

Art. 2.Artikel 155, § 6, eerste lid, 1, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door volgende tekst : "§ 6. Wanneer de handelingen en de werken die uitgevoerd of in stand gehouden zijn in overtreding van de bepalingen de vereiste stedenbouwkundige vergunning zouden kunnen krijgen op grond ofwel van de regelgeving die gold bij de voltooiing van de handelingen en de werken ofwel van de regelgeving die gold bij de indiening van de aanvraag, in voorkomend geval overeenkomstig de artikelen 110 tot en met 113 of 127, § 3, en rekening houdend met de algemene gebiedsbestemming of het architectonisch karakter van dat gebied, stelt de Regering of de gemachtigd ambtenaar, in overeenstemming met het gemeentecollege, een vergelijk voor met de overtreder." Na lid 1 van dezelfde paragraaf worden twee leden ingevoegd, luidend als volgt : "Indien de inbreuk bestaat in de uitvoering en de instandhouding van handelingen en werken onderworpen aan de voorafgaande stedenbouwkundige verklaring bedoeld in artikel 84, § 2, lid 2, 4°, of aan de voorafgaande aangifte bedoeld in artikel 129, § 3, en bij ontstentenis van een verklaring resp. aangifte, stelt de gemachtigd ambtenaar, in overeenstemming met het gemeentecollege, een vergelijk aan de overtreder voor.

De beslissing van het gemeentecollege over het vergelijk wordt binnen de zestig dagen na het verzoek van de Regering of de gemachtigd ambtenaar overgemaakt. Bij ontstentenis wordt de beslissing gunstig geacht." Lid 3 van dezelfde paragraaf wordt lid 4.

Lid 2 van dezelfde paragraaf wordt vervangen door volgende tekst : "Het vergelijk wordt getroffen via de betaling van een geldsom waarvan het bedrag bepaald wordt volgens de door de Regering vastgelegde regels, zonder dat dit bedrag minder mag bedragen dan tweehonderdvijftig euro of meer dan vijfentwintigduizend euro.

De storting van het bedrag van het vergelijk moet voorafgaan aan de indiening van de vergunningsaanvraag of de verklaring resp. aangifte.

De storting van het bedrag van het vergelijk geschiedt : - ofwel in handen van de gemeenteontvanger indien de overtreding is vastgesteld door de ambtenaren en agenten van de lokale politie of door de technische ambtenaren en personeelsleden van de gemeenten, aangewezen door de provinciegouverneur; - ofwel in handen van de ontvanger der registratie op een bijzondere rekening van de gewestbegroting in de andere gevallen.

De strafvordering en het recht van de overheid om enig verder herstel te eisen, vervallen door de betaling." Lid 4 van dezelfde paragraaf wordt geschrapt.

Art. 3.Artikel 156, lid 1, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt : "Het proces-verbaal van vaststelling wordt zo spoedig mogelijk opgestuurd naar de bouwheer, naar elke houder van een zakelijk recht op het onroerend goed, hypotheek en genotspand uitgezonderd, naar elke persoon die gebruik maakt van het onroerend goed, naar het gemeentecollege, naar de gemachtigd ambtenaar en naar de procureur des Konings. De Regering kan de vorm van het proces-verbaal bepalen."

Art. 4.In artikel 157 van hetzelfde Wetboek wordt, na lid 1, een lid ingevoegd luidend als volgt : "Indien de procureur des Konings niet binnen de negentig dagen na het aan hem gericht verzoek blijk geeft van het voornemen om vervolging in te stellen, vervolgt de gemachtigd ambtenaar voor de burgerlijke rechtbank één van de betaalwijzen bedoeld in lid 1 indien de handelingen en werken die in overtreding zijn uitgevoerd of in stand gehouden, niet voorzien zouden kunnen worden van de stedenbouwkundige vergunning vereist in de zin van artikel 155, § 6, lid 1." In lid 2 van hetzelfde artikel worden de woorden "artikel 155, § 1, § 3, § 4, § 5 en § 6" vervangen door de woorden "artikel 155, § 1 en §§ 3 tot en met 7".

Art. 5.In artikel 158 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° na lid 1wordt een lid ingevoegd luidend als volgt : "Zodra het bevel gegeven is, wordt er een proces-verbaal van vaststelling van de overtreding opgesteld."; 2° in lid 3 van hetzelfde artikel worden de woorden "bij aangetekend schrijven met ontvangbewijs" vervangen door de woorden "per zending";3° in hetzelfde lid wordt tussen de woorden "verstuurd naar" en "de gemachtigde ambtenaar" de woorden "de procureur des Konings en" ingevoegd.

Art. 6.Er wordt in hetzelfde Wetboek een artikel 159bis ingevoegd, luidend als volgt : "

Art. 159bis.Voor de handelingen en werken die, al naar gelang het geval, uitgevoerd of in stand gehouden worden zonder de voorafgaande stedenbouwkundige verklaring bedoeld in artikel 84, § 2, lid 2, 4°, of zonder de voorafgaande aangifte bedoeld in artikel 129, § 3, en waarvoor het proces-verbaal van vaststelling bedoeld in artikel 156, lid 1, is opgesteld, zijn de vergunningsaanvraag of de aangifte die ingediend zijn na de kennisgeving bedoeld in artikel 156, lid 1, onontvankelijk indien : 1° ofwel het vonnis bedoeld in artikel 155, § 2, niet in kracht van gewijsde is getreden; 2° ofwel indien de betaling van het vergelijk niet is geschied."

Art. 7.Artikel 6 is niet van toepassing op de handelingen en werken die, al naar gelang het geval, uitgevoerd of in stand gehouden worden zonder de voorafgaande stedenbouwkundige verklaring bedoeld in artikel 84, § 2, lid 2, 4°, of zonder de voorafgaande aangifte bedoeld in artikel 129, § 3, en waarvoor het proces-verbaal van vaststelling bedoeld in artikel 156, lid 1, is opgesteld en waarvan kennis is gegeven vóór de inwerkingtreding van dit decreet.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 24 mei 2007.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën, Uitrusting en Patrimonium, M. DAERDEN De Minister van Vorming, Mevr. M. ARENA De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Economie, Tewerkstelling en Buitenlandse Handel, J.-C. MARCOURT De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. Ch. VIENNE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN _______ Nota (1) Zitting 2006-2007. Stukken van het Waals Parlement 594 (2006-2007). Nrs. 1 tot 8.

Volledig verslag, openbarer vergadering van 16 mei 2007.

Bespreking - Stemmingen.

^