Etaamb.openjustice.be
Decreet van 19 mei 2023
gepubliceerd op 27 september 2023

Decreet tot invoeging in de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van bepalingen betreffende de meldingskanalen en de bescherming van personen die melding maken van een inbreuk binnen de diensten of organen van een lokale overheid

bron
waalse overheidsdienst
numac
2023044780
pub.
27/09/2023
prom.
19/05/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

19 MEI 2023. - Decreet tot invoeging in de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van bepalingen betreffende de meldingskanalen en de bescherming van personen die melding maken van een inbreuk binnen de diensten of organen van een lokale overheid (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:

Artikel 1.Dit decreet regelt een in artikel 128 van de Grondwet bedoelde aangelegenheid, overeenkomstig artikel 138 ervan.

Art. 2.Bij dit decreet wordt Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden omgezet, voor wat betreft de diensten of organen van lokale overheden.

Art. 3.In de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende openbare centra voor maatschappelijk welzijn wordt een hoofdstuk XIV ingevoegd met als opschrift "Meldingskanalen en bescherming van personen die een inbreuk melden".

Art. 4.In hoofdstuk XIV, ingevoegd bij artikel 3, wordt een afdeling 1 ingevoegd, met als opschrift "Doel, begripsomschrijving en toepassingsgebied".

Art. 5.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel 152 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 152.Bij dit hoofdstuk wordt richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, omgezet voor wat betreft de diensten en organen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de verenigingen die onder het toepassingsgebied vallen van hoofdstuk XII.".

Art. 6.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel 153 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 153.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° inbreuken : a) handelingen of nalatigheden van een personeelslid van een dienst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bij de uitoefening van zijn functie, of van het orgaan, die : 1) onrechtmatig zijn en betrekking hebben op de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in richtlijn 2019/1937 bedoelde materiële toepassingsgebied vallen, of 2) het doel of de toepassing ondermijnen van de regels in de beleidsterreinen die binnen het in richtlijn (EU) 2019/1937 bedoelde materiële toepassingsgebied vallen of;3) in strijd zijn met Europese, wettelijke, decretale en regelgevende bepalingen die van toepassing zijn onder de nationale wetgeving of;4) een onaanvaardbaar risico inhouden voor het leven, de gezondheid of de veiligheid van de mens of voor het milieu, zoals bij decreet bepaald;b) opdragen of adviseren aan een personeelslid om een inbreuk als bedoeld onder a) te begaan c) geen betrekking hebben op handelingen of nalatigheden die uitsluitend de individuele rechten van een personeelslid raken en waarvoor andere meldingskanalen of -procedures bestaan, zoals morele of seksuele intimidatie op het werk beschermd door de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk of discriminatie in de zin van het decreet van 6 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;d) geen betrekking hebben op zuiver interpersoonlijke conflicten;2° informatie over inbreuken: informatie, waaronder redelijke vermoedens, over feitelijke of mogelijke inbreuken, die hebben plaatsgevonden of zeer waarschijnlijk zullen plaatsvinden binnen de openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of het orgaan waar de melder werkt of heeft gewerkt, alsmede over pogingen tot verhulling van dergelijke inbreuken;3° personeelslid: een statutair personeelslid of een werknemer met een arbeidsovereenkomst, met inbegrip van personen die uit hoofde van hun statuut of beroep belast zijn met de toevertrouwde geheimen, met inbegrip van vakbondsafgevaardigden;4° dienst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn : de administratie van het OCMW, de diensten die afhankelijk zijn van het OCMW of het secretariaat van de voorzitter van het OCMW;5° orgaan : de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en de leden van deze organen;6° melding of melden: het mondeling of schriftelijk verstrekken van informatie over inbreuken;7° interne melding: de mondelinge of schriftelijke mededeling van informatie over inbreuken aan de integriteitsreferent;8° integriteitsreferent: het personeelslid van de gemeentebestuur dat is aangesteld om interne meldingen te ontvangen, te onderzoeken en op te volgen overeenkomstig afdeling 2;9° externe melding: de mondelinge of schriftelijke mededeling van informatie over inbreuken aan de bevoegde autoriteit inzake integriteit;10° bevoegde autoriteit inzake integriteit: de dienst die door de Regering is aangeduid om externe waarschuwingen te ontvangen, te onderzoeken en op te volgen overeenkomstig afdeling 3;11° openbaarmaking of openbaar maken: het publiek toegankelijk maken van informatie over inbreuken;12° melder: een natuurlijke persoon die in de context van zijn werkgerelateerde activiteiten verkregen informatie over inbreuken meldt of openbaar maakt;13° facilitator: een natuurlijke persoon die een melder bijstaat in het meldingsproces in een werkgerelateerde context en wiens bijstand vertrouwelijk moet zijn;14° werkgerelateerde context: huidige of vroegere arbeidsactiviteiten binnen de diensten bedoeld in de punten 4° en 5° waardoor, ongeacht de aard van die activiteiten, personen informatie kunnen verkrijgen over inbreuken en waarbij die personen te maken kunnen krijgen met represailles indien zij dergelijke informatie zouden melden;15° betrokkene: een natuurlijke of rechtspersoon die in de melding of bij de openbaarmaking wordt genoemd als persoon aan wie de inbreuk wordt toegeschreven of met wie die persoon in verband wordt gebracht;16° represaille: een directe of indirecte handeling of nalatigheid die in een werkgerelateerde context plaatsvindt naar aanleiding van een interne of externe melding of openbaarmaking, en die tot ongerechtvaardigde benadeling van de melder leidt of kan leiden;17° opvolging: optreden van de integriteitsreferent of een de bevoegde autoriteit inzake integriteit om de juistheid van de in de melding gedane beweringen na te gaan en de gemelde inbreuk zo nodig aan te pakken, onder meer via maatregelen zoals een intern vooronderzoek, een onderzoek, vervolging, een terugvordering van middelen of het beëindigen van de procedure; 18° feedback: het aan de melder verstrekken van informatie over de als opvolging geplande of genomen maatregelen en over de redenen voor die opvolging.".

Art. 7.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel 154 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 154.§ 1. Dit hoofdstuk bevat gemeenschappelijke minimumnormen voor de bescherming van melders van de volgende inbreuken: 1° inbreuken die vallen binnen het toepassingsgebied van de handelingen van de Europese Unie opgesomd in de bijlage bij richtlijn (EU) 2019/1937 en die betrekking hebben op de volgende gebieden: a) overheidsopdrachten;b) financiële diensten, producten en markten, voorkoming van witwassen van geld en terrorismefinanciering;c) productveiligheid en productconformiteit;d) veiligheid van het vervoer;e) bescherming van het milieu;f) stralingsbescherming en nucleaire veiligheid;g) veiligheid van levensmiddelen en diervoeders, diergezondheid en dierenwelzijn h) volksgezondheid;i) consumentenbescherming;j) bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens, en beveiliging van netwerk- en informatiesystemen;2° inbreuken waardoor de financiële belangen van de Unie als bedoeld in artikel 325 VWEU en nader toegelicht in relevante Uniemaatregelen worden geschaad;3° inbreuken in verband met de interne markt, als bedoeld in artikel 26, lid 2, VWEU, met inbegrip van inbreuken op de Unieregels inzake mededinging en staatssteun;4° inbreuken bedoeld in artikel L1219-2, 1°. § 2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het gebied van de nationale veiligheid, behalve wat betreft meldingen van inbreuken op de regels inzake overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied, voor zover deze regels vallen onder Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG. § 3. Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan : 1° de bepalingen met betrekking tot de melding van inbreuken die zijn voorzien in andere wettelijke of reglementaire bepalingen en in rechtstreeks toepasselijke Europese bepalingen, met inbegrip van de bepalingen ter uitvoering daarvan;2° de bepalingen van Unie- of nationaal recht met betrekking tot een van de volgende elementen: a) de bescherming van gerubriceerde gegevens;b) de bescherming van het beroepsgeheim van advocaten en van het medisch beroepsgeheim;c) de geheimhouding van rechterlijke beraadslagingen;d) strafprocesrecht. § 4. Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de regels betreffende de uitoefening door de personeelsleden van hun recht om hun vakbondsorganisatie te raadplegen en betreffende hun recht op bescherming tegen ongerechtvaardigde benadeling als gevolg van deze raadpleging.".

Art. 8.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel 155 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 155.§ 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op een melder die voor een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn werkt en die informatie over inbreuken heeft verkregen in een professionele context, d.w.z. : 1° het personeelslid dat in de context van zijn werkgerelateerde activiteiten verkregen informatie over inbreuken meldt of openbaar maakt; 2° elke natuurlijke persoon, met inbegrip van ten minste de hieronder bedoelde personen, die informatie over inbreuken meldt die hij in een professionele context heeft verkregen bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of orgaan : a) de stagiair, d.w.z. de persoon die, zonder een personeelslid te zijn, een bezoldigde of onbezoldigde stage uitvoert; b) de vrijwilliger, d.w.z. de persoon die, zonder personeelslid te zijn, onbezoldigde activiteiten uitvoert in de zin van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/2005 pub. 29/08/2005 numac 2005022674 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de rechten van vrijwilligers sluiten betreffende de rechten van vrijwilligers. § 2 Dit hoofdstuk is ook van toepassing op een melder, indien hij informatie over inbreuken die is verkregen in een beëindigde werkrelatie melden of openbaar maken. § 3 De in afdeling 5 vervatte maatregelen ter bescherming van melders zijn, in voorkomend geval, tevens van toepassing op: 1° facilitatoren; 2° derden die verbonden zijn met de melder en die het risico lopen op represailles in een professionele context, zoals collega's of familieleden van de melder.".

Art. 9.In hoofdstuk XIV, ingevoegd bij artikel 3, wordt een afdeling 2 ingevoegd met als titel "Interne meldingskanalen en -procedures".

Art. 10.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 9, wordt een artikel 156 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 156.§ 1. Elke administratie van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van een gemeente met tienduizend of meer inwoners heeft ten minste één integriteitsreferent. § 2. Elk personeelslid van niveau A of, bij gebrek daaraan, niveau B kan na een interne oproep worden aangesteld als integriteitsreferent in overeenstemming met de gemeentelijke statuten en reglementen.

Als er zich na de interne oproep geen kandidaat meldt, is de integriteitsreferent de adjunct-directeur-generaal of, als die er niet is, de directeur-generaal. § 3. De functiebeschrijving van de integriteitsreferent is overeengekomen met de representatieve vakbonden. § 4. Dezelfde integriteitsreferent van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan worden gedeeld met een of meer openbare centra voor maatschappelijk welzijn, verenigingen die vallen onder hoofdstuk XII of lokale overheden zoals bedoeld in artikel L1219-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie. § 5 Het bestaan, de identiteit, de beschikbaarheid, de toegankelijkheid en de opdracht van de integriteitsreferent, evenals de vertrouwelijkheidsregels, worden ter kennis gebracht van de personeelsleden en hun vertegenwoordigers, alsook van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau, en de diensten die vallen onder het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. § 6. Duidelijke en gemakkelijk toegankelijke informatie over interne en externe meldingskanalen en procedures wordt beschikbaar gesteld aan alle personen die onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallen.".

Art. 11.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 157 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 157.§ 1. De integriteitsreferent heeft als opdracht : 1° luisteren, informeren en adviseren van mensen die overwegen te melden, van mensen die gemeld hebben of van mensen die het melden vergemakkelijkt hebben;2° het ontvangen, onderzoeken van alle meldingen en, indien nodig, het behandelen;3° opvolging informatie overeenkomstig deze afdeling;4° de communicatie met de melder onderhouden en, indien nodig, nadere informatie opvragen en feedback geven;5° informatie verstrekken over het bestaan van en de voorwaarden voor externe melding. § 2 Als er meerdere integriteitsreferenten zijn, is het mogelijk om aan te geven dat degene die bevoegd is om de meldingen op te volgen niet degene is die de meldingen ontvangt, die de communicatie met de melder onderhoudt en, indien nodig, om nadere informatie vraagt en feedback geeft.".

Art. 12.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 158 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 158.De integriteitsreferent voert zijn opdrachten onafhankelijk en onpartijdig uit.

Hiervoor biedt de raad voor maatschappelijk welzijn of het vast bureau als de bevoegdheid aan hem is gedelegeerd, de nodige garanties: 1° door hem te beschermen tegen ongepaste beïnvloeding of druk, van welke aard ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, en in het bijzonder tegen druk om informatie te verkrijgen die verband houdt of kan houden met de uitoefening van zijn functie;2° door hem de nodige middelen ter beschikking te stellen om zijn taken in alle vertrouwelijkheid te kunnen uitvoeren;3° door hem toe te laten alle contacten te onderhouden die nodig zijn voor de uitoefening van zijn opdrachten; 4° door hem in staat te stellen de vaardigheden en kennis te verwerven of te verbeteren die nodig zijn voor de uitvoering van zijn functie, door middel van opleiding.".

Art. 13.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 159 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 159.De integriteitsreferent is niet onderworpen aan represailles die geheel of gedeeltelijk gebaseerd zijn op acties die hij tijdens de uitoefening van zijn functie heeft ondernomen, met inbegrip van bedreigingen of pogingen tot represailles.

De in lid 1 bedoelde represailles zijn met name voor zover zij geheel of gedeeltelijk gebaseerd zijn op handelingen die zijn verricht in het kader van de functie van integriteitreferent : 1° ontslag;2° disciplinaire maatregelen;3° elke negatieve beoordeling als onderdeel van een procedure die hem in staat stelt vooruitgang te boeken in zijn loopbaan;4° overdracht van taken of verandering van locatie van de arbeidsplaats;5° weigering of onthouden van opleidingen 6° een negatieve beoordeling of een negatieve evaluatie van de feiten met betrekking tot de melding;7° dwang, intimidatie, pesterijen of uitsluiting; 8° elke vorm van discriminatie, nadelige of oneerlijke behandeling.".

Art. 14.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 160 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 160.§ 1. Elk personeelslid dat in een professionele context informatie verkrijgt over een inbreuk die is begaan of wordt begaan, kan dit onmiddellijk melden aan zijn hiërarchische meerdere. Als hij het gepaster vinden, kan hij de integriteitsreferent rechtstreeks op de hoogte brengen.

Een voormalig personeelslid, d.w.z. een persoon die niet langer in dienst is, een stagiair, d.w.z. een persoon die, zonder personeelslid te zijn, een betaalde of onbetaalde stage loopt, of een vrijwilliger, d.w.z. een persoon die, zonder personeelslid te zijn, onbetaalde activiteiten uitvoert in de zin van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/2005 pub. 29/08/2005 numac 2005022674 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de rechten van vrijwilligers sluiten betreffende de rechten van vrijwilligers, die in een professionele context informatie verkrijgt over een inbreuk die gepleegd is of gepleegd wordt, kan dit melden aan de directeur-generaal wanneer hij niet de integriteitsreferent is. Als hij het gepaster vinden, kan hij de integriteitsreferent rechtstreeks op de hoogte brengen. § 2. De hiërarchische meerdere of de directeur-generaal, indien hij niet de integriteitsreferent is, die een melding ontvangt, stuurt het dossier onmiddellijk ongewijzigd door naar de integriteitsreferent.

In het in lid 1 bedoelde geval eerbiedigt de hiërarchische meerdere of de directeur-generaal de vertrouwelijkheid van de identiteit van de melder en van elke persoon die in de melding wordt genoemd of ermee in verband wordt gebracht. § 3. Er wordt geen rekening gehouden met anonieme meldingen.".

Art. 15.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 161 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 161.De melding aan de integriteitsreferent wordt schriftelijk en/of mondeling ingediend.

Mondelinge melding is mogelijk via de telefoon of via andere spraakberichtsystemen, en op verzoek van de melder door middel van een fysieke ontmoeting binnen een redelijke termijn.

Als de melding mondeling gebeurt, wordt er een verslag opgesteld door de integriteitsreferent. De melder krijgt ook de kans om het verslag van het gesprek te controleren en te corrigeren. Het verslag wordt door de melder ondertekend.

Een bevestiging van ontvangst van de melding wordt aan de melder gestuurd, uiterlijk binnen zeven dagen na ontvangst van de melding.".

Art. 16.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 162 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 162.§ 1. De integriteitsreferent gaat na of de melding ontvankelijk is onder de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden en of de melder te goeder trouw handelt.

De melder wordt op de hoogte gesteld van de ontvankelijkheid van zijn melding.

De melding is onontvankelijk: 1° als de integriteitsreferent onbevoegd is;2° als de identiteit van de melder onbekend is, aangezien anonieme meldingen van een vermoedelijke inbreuk niet in aanmerking worden genomen;3° als de melder te kwader trouw handelt;4° in het geval van herhaalde meldingen die geen significante nieuwe informatie bevatten met betrekking tot een eerdere, afgesloten melding. Een persoon die te goeder trouw handelt, is iemand die redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de informatie die over inbreuken werd gerapporteerd, waar was op het moment dat de melding werd gedaan en dat deze informatie binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt. § 2. Als de integriteitsreferent over voldoende aanwijzingen beschikt om te concluderen dat hij kennis heeft gekregen van een misdaad of misdrijf, past hij onverwijld de procedure van artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering toe. § 3. Indien een melding niet ontvankelijk is of artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, stelt de integriteitsreferent de melder en de directeur-generaal daarvan schriftelijk in kennis.

Als blijkt dat de directeur-generaal direct of indirect betrokken is, informeert de integriteitsreferent schriftelijk de raad of, indien dit is gedelegeerd, het vast bureau. In het laatste geval is de directeur-generaal niet aanwezig bij de vergadering van de raad of het vast bureau waarop deze informatie wordt besproken.

Als blijkt dat de directeur-generaal, die direct of indirect betrokken is, de rol van integriteitsreferent op zich heeft genomen, neemt de melder rechtstreeks contact op met de raad of, indien dit is gedelegeerd, het vast bureau en, indien nodig, met de bevoegde autoriteit inzake integriteit.

Indien het voorwerp van de vastgestelde of de vermoede inbreuk of de status van de betrokken persoon een gebrek aan vertrouwelijkheid of waarborging van onafhankelijkheid bij de behandeling van de melding met zich meebrengt, zendt de integriteitsreferent het dossier door naar de bevoegde autoriteit inzake integriteit.".

Art. 17.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 163 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 163.§ 1. Als de melding ontvankelijk is, voert de integriteitsreferent een onderzoek uit.

Opneming en onderzoek van een melding schort de verjaringstermijn of een lopende administratieve of gerechtelijke procedure met betrekking tot dezelfde feiten niet op, noch onderbreekt deze.

In het geval van een gerechtelijk onderzoek naar de ingediende melding, schort de integriteitsreferent zijn onderzoek op. § 2. De integriteitsreferent past de algemene beginselen van behoorlijk bestuur toe en eerbiedigt de rechten van de verdediging. § 3. De integriteitsreferent stelt de bij de melding betrokken persoon in de gelegenheid zijn of haar argumenten naar voren te brengen met betrekking tot de ten laste gelegde feiten, indien hij over voldoende informatie beschikt om te kunnen concluderen dat er sprake is van een inbreuk, nadat hij of zij de documenten en informatie heeft ontvangen die hij noodzakelijk acht. In dit stadium waarborgt zij de anonimiteit van deze persoon.".

Art. 18.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 164 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 164.§ 1. De integriteitsreferent kan ter plaatse opmerkingen maken, documenten en informatie opvragen die hij nodig acht en belangstellenden horen.

Hij kan verplichte termijnen opleggen voor antwoorden aan betrokkenen aan wie hij vragen stelt. § 2. Artikel 458 van het strafwetboek is van toepassing op de integriteitsreferent.

Het geheime of vertrouwelijke karakter van de opgevraagde documenten kan de verzoeker niet worden tegengeworpen, behalve in zaken van beroepsgeheim van advocaten, medisch geheim en geheimhouding van gerechtelijke beraadslagingen, alsmede in zaken van geheimhouding die verband houden met de landsverdediging, de staatsveiligheid of het buitenlands beleid.

Elk personeelslid dat wordt geraadpleegd in het kader van het onderzoek van de integriteitsreferent is vrijgesteld van elke geheimhoudingsplicht.".

Art. 19.In dezelfde afdeling 2 wordt een artikel 165 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 165.§ 1. Aan het einde van het onderzoek stuurt de integriteitsreferent de directeur-generaal, of de raad, of, indien dit is gedelegeerd, het vast bureau, in het geval bedoeld in artikel 162, § 3, tweede lid, een gedetailleerd verslag, eventueel vergezeld van aanbevelingen aan de betrokkene.

Tenzij zijn opdracht is opgeschort, overeenkomstig artikel L1219-12, § 1, lid 3, stelt de integriteitsreferent de melder binnen drie maanden na de ontvangstbevestiging van de interne melding, of bij ontbreken van een ontvangstbevestiging aan de melder, binnen drie maanden na het verstrijken van de termijn van zeven dagen volgend op de melding, in kennis van het gevolg dat aan zijn interne melding is gegeven.

In een met redenen omkleed besluit kan de integriteitsreferent de in lid 2 bedoelde termijn met drie maanden verlengen. De melder wordt van deze beslissing op de hoogte gesteld. § 2. Dit verslag bevat de beslissing van de integriteitsreferent : 1° om de afwezigheid of het bestaan van een inbreuk vast te stellen;2° aan de directeur-generaal, of aan de raad of het vast bureau in het geval bedoeld in artikel 162, § 3, tweede lid, elke aanbeveling en, in voorkomend geval, elk voorstel te richten om de vastgestelde inbreuk te verhelpen; 3° aan de bevoegde lokale overheid voor te stellen om een tucht- of ontslagprocedure in te leiden tegen het personeelslid dat een inbreuk heeft gepleegd.".

Art. 20.In hoofdstuk XIV, ingevoegd bij artikel 3, wordt een afdeling 3 ingevoegd met als titel "Externe meldingskanalen en -procedures".

Art. 21.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 20, wordt een artikel 166 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 166.§ 1. Het externe meldingskanaal voor vastgestelde of vermoede inbreuken binnen de diensten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of orgaan wordt opgezet met de bevoegde autoriteit inzake integriteit. § 2. De bevoegde overheid integriteit beschikt over de nodige middelen om haar opdracht uit te voeren. § 3. De personeelsleden die door de bevoegde autoriteit inzake integriteit zijn aangewezen om meldingen in ontvangst te nemen en te verwerken, zijn met name verantwoordelijk voor : 1° het verstrekken van informatie over de meldingsprocedures aan elke geïnteresseerde persoon;2° het ontvangen en opvolgen van meldingen overeenkomstig deze afdeling;3° contact onderhouden met de melder om feedback te geven en indien nodig nadere informatie op te vragen. De in lid 1 bedoelde personeelsleden krijgen een specifieke opleiding voor de verwerking van meldingen.".

Art. 22.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 20, wordt een artikel 167 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 167.De bevoegde autoriteit inzake integriteit voert haar opdracht onafhankelijk en autonoom uit.

Het wordt op zodanige wijze georganiseerd dat de volledigheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de informatie gewaarborgd zijn en dat onbevoegd personeel van de bevoegde autoriteit geen toegang heeft tot deze informatie.

Het maakt het mogelijk om informatie op lange termijn op te slaan in overeenstemming met artikel 182 om verder onderzoek mogelijk te maken.".

Art. 23.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 20, wordt een artikel 168 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 168.De bevoegde autoriteit inzake integriteit publiceert in een afzonderlijk, gemakkelijk herkenbaar en toegankelijk gedeelte van haar website ten minste de volgende informatie: 1° de voorwaarden om bescherming te genieten krachtens dit hoofdstuk;2° de nodige contactgegevens voor externe meldingskanalen, in het bijzonder e-mail- en postadressen, en de telefoonnummers van deze kanalen, waarbij wordt aangegeven of telefoongesprekken al dan niet worden opgenomen;3° de procedures die van toepassing zijn op de melding van inbreuken, met inbegrip van de wijze waarop de bevoegde autoriteit inzake integriteit de melder kan verzoeken de gemelde informatie te verduidelijken of aanvullende informatie te verstrekken, de termijn voor het geven van feedback, alsook het soort feedback en de inhoud ervan;4° de vertrouwelijkheidsregeling die van toepassing is op waarschuwingen, en in het bijzonder informatie over de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, de artikelen 5 en 13 van Verordening (EU) 2016/679, artikel 13 van Richtlijn (EU) 2016/680 en artikel 15 van Verordening (EU) 2018/1725, voor zover van toepassing;5° de aard van de opvolging die aan meldingen moet worden gegeven;6° de rechtsmiddelen en procedures met betrekking tot de bescherming tegen represailles en de mogelijkheid voor personen die overwegen een melding te doen om vertrouwelijk advies te krijgen; 7° een mededeling waarin duidelijk wordt uitgelegd onder welke voorwaarden de aansprakelijkheid van personen die een melding doen aan de bevoegde autoriteit inzake integriteit niet in het geding is wegens een inbreuk op de vertrouwelijkheid overeenkomstig artikel L1219-29, maar ook in welke gevallen deze aansprakelijkheid in het geding kan komen indien de melding niet in overeenstemming met de geldende voorschriften is gedaan.".

Art. 24.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 20, wordt een artikel 169 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 169.§ 1. Vastgestelde of vermoede inbreuken binnen de diensten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of orgaan worden ingediend bij de bevoegde autoriteit inzake integriteit door: 1° de integriteitsreferent;2° de melder bedoeld in artikel L1219-4 in de volgende gevallen : a) er is binnen de voorgeschreven termijn geen passende actie ondernomen naar aanleiding van de interne melding;b) hij, vanwege het voorwerp van de vastgestelde of vermoede inbreuk of vanwege de hoedanigheid van de betrokkene, kan vrezen dat de vertrouwelijkheid of de garantie van onafhankelijkheid bij de behandeling van de interne melding in het gedrang komt;c) bij afwezigheid van een integriteitsreferent. § 2. Er wordt geen rekening gehouden met anonieme meldingen.".

Art. 25.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 170 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 170.§ 1. De melder maakt een schriftelijke of mondelinge melding.

Mondelinge melding is mogelijk via de telefoon of via andere spraakberichtsystemen, en op verzoek van de melder door middel van een fysieke ontmoeting binnen een redelijke termijn.

Als de melding mondeling gebeurt, wordt er een verslag opgesteld door de bevoegde autoriteit inzake integriteit. De melder krijgt ook de kans om het verslag van het gesprek te controleren en te corrigeren.

Het verslag wordt door de melder ondertekend. § 2. Uiterlijk zeven dagen na ontvangst van de melding wordt de melder ervan een ontvangstbevestiging toegezonden, tenzij de melder uitdrukkelijk om een andere ontvangstbevestiging verzoekt of de bevoegde autoriteit gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de ontvangstbevestiging de bescherming van de identiteit van de melder in gevaar zou brengen.".

Art. 26.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 171 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 171.Wanneer een melding via andere kanalen dan externe meldingskanalen of door andere personeelsleden dan met de verwerking van meldingen belaste personen wordt ontvangen, onthouden de ontvangende personeelsleden zich van elke onthulling van informatie op grond waarvan de melder of de betrokken persoon kan worden geïdentificeerd, en geven zij de melding onmiddellijk ongewijzigd door aan de met de verwerking van meldingen belaste personeelsleden.".

Art. 27.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 172 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 172.§ 1. De bevoegde autoriteit inzake integriteit gaat na of de melding ontvankelijk is onder de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden en of de melder te goeder trouw handelt. De melder wordt op de hoogte gesteld van de ontvankelijkheid van zijn melding.

De melding is onontvankelijk: 1° als de bevoegde autoriteit inzake integriteit onbevoegd is;2° als de identiteit van de melder onbekend is, aangezien anonieme meldingen van een vermoedelijke inbreuk niet in aanmerking worden genomen;3° als de melder te kwader trouw handelt;4° in het geval van herhaalde meldingen die geen significante nieuwe informatie bevatten met betrekking tot een eerdere, afgesloten melding. Een persoon die te goeder trouw handelt, is iemand die redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de informatie die over inbreuken werd gerapporteerd, waar was op het moment dat de melding werd gedaan en dat deze informatie binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt. § 2. Als de bevoegde autoriteit inzake integriteit over voldoende aanwijzingen beschikt om te concluderen dat zij kennis heeft gekregen van een misdaad of misdrijf, past zij onverwijld de procedure van artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering toe. § 3. Indien een melding niet ontvankelijk is of artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, stelt de bevoegde autoriteit inzake integriteit de melder en de directeur-generaal daarvan schriftelijk in kennis.

Als blijkt dat de directeur-generaal direct of indirect betrokken is, informeert de bevoegde autoriteit inzake integriteit schriftelijk het vast bureau. In het laatste geval is de directeur-generaal niet aanwezig bij de vergadering van het vast bureau waarop deze informatie wordt besproken.".

Art. 28.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 173 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 173.§ 1. De bevoegde autoriteit inzake integriteit kan, na grondige overweging, beslissen dat een gerapporteerde inbreuk duidelijk onbeduidend is en geen verdere opvolging vereist in het kader van deze afdeling, behalve de afsluiting van de procedure.

Dit heeft geen invloed op andere verplichtingen of andere toepasselijke procedures die gericht zijn op het verhelpen van de gemelde inbreuk, noch op de bescherming die dit hoofdstuk biedt met betrekking tot interne of externe meldingen. In dergelijke gevallen stelt de bevoegde autoriteit inzake integriteit de melder in kennis van haar beslissing en de redenen voor dat beslissing. § 2. De bevoegde autoriteit inzake integriteit kan beslissen procedures af te sluiten met betrekking tot herhaalde meldingen die geen significante nieuwe informatie bevatten over inbreuken met betrekking tot een eerdere meldingen naar aanleiding waarvan de betrokken procedures zijn afgesloten, tenzij nieuwe juridische of feitelijke elementen een ander gevolg rechtvaardigen. In dergelijke gevallen stelt de bevoegde autoriteit inzake integriteit de melder in kennis van haar beslissing en de redenen voor deze beslissing.

Art. 29.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 174 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 174.§ 1. Als de melding ontvankelijk is, of met uitzondering van de gevallen waarnaar wordt verwezen in artikel L1219-21, voert de bevoegde autoriteit inzake integriteit een onderzoek uit.

Opneming en onderzoek van een melding schort de verjaringstermijn of een lopende administratieve of gerechtelijke procedure met betrekking tot dezelfde feiten niet op, noch onderbreekt deze.

In het geval van een gerechtelijk onderzoek naar de ingediende melding, schort de bevoegde autoriteit inzake integriteit haar onderzoek op. § 2. De bevoegde autoriteit inzake integriteit past de algemene beginselen van behoorlijk bestuur toe en eerbiedigt de rechten van de verdediging. § 3. De bevoegde autoriteit inzake integriteit stelt de bij de melding betrokken persoon in de gelegenheid zijn of haar argumenten naar voren te brengen met betrekking tot de ten laste gelegde feiten, indien zij over voldoende informatie beschikt om te kunnen concluderen dat er sprake is van een inbreuk, nadat hij of zij de documenten en informatie heeft ontvangen die hij noodzakelijk acht. In dit stadium waarborgt zij de anonimiteit van deze persoon.".

Art. 30.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 175 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 175.§ 1. De bevoegde autoriteit inzake integriteit kan ter plaatse opmerkingen maken, documenten en informatie opvragen die zij nodig acht en belangstellenden horen.

Zij kan verplichte termijnen opleggen voor antwoorden aan betrokkenen aan wie zij vragen stelt. § 2. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op personeelsleden die belast zijn met de uitvoering van de opdracht van de bevoegde autoriteit inzake integriteit.

Het geheime of vertrouwelijke karakter van de opgevraagde documenten kan de verzoeker niet worden tegengeworpen, behalve in zaken van beroepsgeheim van advocaten, medisch geheim en geheimhouding van gerechtelijke beraadslagingen, alsmede in zaken van geheimhouding die verband houden met de landsverdediging, de staatsveiligheid of het buitenlands beleid.

Elk personeelslid dat wordt geraadpleegd in het kader van het onderzoek van de bevoegde autoriteit inzake integriteit is vrijgesteld van elke geheimhoudingsplicht.".

Art. 31.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 176 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 176.§ 1. Na onderzoek van de melding stelt de bevoegde autoriteit inzake integriteit een gedetailleerd verslag op dat, indien nodig, vergezeld gaat van aanbevelingen aan de betrokkene.

De bevoegde autoriteit inzake integriteit stelt de melder binnen drie maanden na de ontvangstbevestiging van de externe melding, of bij ontbreken van een ontvangstbevestiging aan de melder, binnen drie maanden na het verstrijken van de termijn van zeven dagen volgend op de melding, in kennis van het gevolg dat aan zijn externe melding is gegeven. § 2. Dit verslag bevat het besluit van de bevoegde autoriteit inzake integriteit : 1° om de afwezigheid of het bestaan van een inbreuk vast te stellen;2° om aan de lokale overheid binnen dewelke de inbreuk werd vastgesteld elke aanbeveling en, in voorkomend geval, elk voorstel te richten om de vastgestelde inbreuk te verhelpen of om de werking van haar dienst of orgaan te verbeteren;3° om aanbevelingen te doen aan de in 2° bedoelde lokale overheid, indien zij vaststelt dat de toepassing van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen tot onbillijkheden leidt, teneinde met inachtneming van haar bevoegdheden een billijke oplossing te vinden voor de situatie van de melder; 4° om aan de bevoegde lokale overheid voor te stellen om een tucht- of ontslagprocedure in te leiden tegen het personeelslid dat een inbreuk heeft gepleegd.". § 3. Bij een met redenen omkleed beslissing kan de bevoegde autoriteit inzake integriteit de in paragraaf 1 bedoelde termijn met ten hoogste zes maanden verlengen.".

Art. 32.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 177 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 177.De bevoegde autoriteit inzake integriteit kan de gegrondheid van een rechterlijke beslissing niet in twijfel trekken, maar kan wel aanbevelingen doen aan de betrokken lokale overheid.

In geval van niet-naleving van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing kan zij de betrokken lokale overheid gelasten zich binnen een door haar vast te stellen termijn naar de beslissing te voegen. Als het gerechtelijk bevel niet wordt nageleefd, wordt er een speciaal verslag opgesteld over de niet-naleving van het gerechtelijk bevel.".

Art. 33.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 178 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 178.De bevoegde autoriteit inzake integriteit wordt op de hoogte gesteld van de ondernomen actie.

Indien de bij de melding betrokken lokale overheid van oordeel is dat zij een aanbeveling van de bevoegde autoriteit inzake integriteit niet in aanmerking moet nemen, zendt zij binnen drie maanden een met redenen omkleed antwoord aan de bevoegde autoriteit inzake integriteit.

De lokale overheid informeert de melder periodiek over de maatregelen die naar aanleiding van de melding zijn genomen.".

Art. 34.In dezelfde afdeling 3 wordt een artikel 179 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 179.De bevoegde autoriteit inzake integriteit toetst haar procedures voor het ontvangen en opvolgen van meldingen regelmatig en ten minste om de drie jaar. Bij de herziening van deze procedures houdt zij rekening met haar eigen ervaringen en die van andere bevoegde autoriteiten en past zij haar procedures dienovereenkomstig aan.".

Art. 35.In hoofdstuk IX, ingevoegd bij artikel 3, wordt een afdeling 4 ingevoegd met als opschrift "Gemeenschappelijke bepalingen voor interne en externe melding".

Art. 36.In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 35, wordt een artikel 180 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 180.§ 1. De integriteitsreferent en de bevoegde autoriteit inzake integriteit respecteren de geheimhouding van de identiteit van de partijen die bij het onderzoek betrokken zijn.

Deze geheimhoudingsplicht geldt ook voor alle andere informatie waaruit de identiteit van de melder direct of indirect kan worden afgeleid. § 2 In afwijking van paragraaf 1 kunnen de identiteit van de melder en van eenieder die de melder bijstaat of bij het onderzoek betrokken is, en alle overige informatie waaruit die identiteit direct of indirect kan worden afgeleid, worden bekendgemaakt indien de bovengenoemde personen daarvoor uitdrukkelijk toestemming geven of indien zulks noodzakelijk en evenredig blijkt in het kader van onderzoeken die door de met het onderzoek naar strafbare feiten belaste autoriteiten worden gevoerd of in het kader van gerechtelijke procedures, teneinde de rechten van de verdediging van de betrokken personen te vrijwaren. § 3. Voor bekendmakingen op grond van de in paragraaf 2 bedoelde afwijking gelden passende waarborgen volgens de toepasselijke Unie- en Belgische voorschriften. In het bijzonder wordt de melder vooraf in kennis gesteld van de bekendmaking van zijn of haar identiteit, tenzij deze informatie het onderzoek of de gerechtelijke procedure in gevaar kan brengen. Wanneer de integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit de melders informeert dat hun identiteit bekend zal worden gemaakt, moeten zij hen een schriftelijke uitleg sturen van de redenen voor het bekendmaken van de betreffende vertrouwelijke gegevens. § 4. De integriteitsreferent en de bevoegde autoriteit inzake integriteit die informatie ontvangen over inbreuken op bedrijfsgeheimen, mogen deze informatie niet gebruiken of bekendmaken voor andere doeleinden dan hetgeen noodzakelijk is voor een gedegen opvolging.".

Art. 37.In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 181 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 181.§ 1. . De integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit verwerkt persoonsgegevens voor de uitvoering van de opdrachten waarmee hij uit hoofde van dit hoofdstuk is belast, met name bij de ontvangstbevestiging van de melding, de kennisname van de melding en het onderzoek van de melding.

De administratie van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waar de integriteitsreferent zijn functie uitvoert of de bevoegde autoriteit inzake integriteit is de verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens.

De integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit verwerkt de volgende persoonsgegevens: 1° de identiteit, d.w.z. de namen, voornamen, contactgegevens en dienst van toewijzing van elke melder; 2° de identiteit van elke persoon die het voorwerp uitmaakt van een melding van een inbreuk en zijn contactgegevens en dienst van toewijzing;3° de identiteit van elke persoon die mogelijk heeft bijgedragen tot, getuige is geweest van of het slachtoffer is geweest van een inbreuk, of die informatie kan verstrekken in het kader van het onderzoek dat wordt uitgevoerd door de integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit, alsook hun contactgegevens en hun dienst van toewijzing. De integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit kan de bovenstaande contactgegevens opvragen bij de personeelsdienst. § 2. De integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit zendt deze gegevens alleen : a) indien de betrokken persoon uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de bekendmaking;b) als artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast;c) indien dit noodzakelijk en evenredig lijkt in het kader van onderzoeken die worden uitgevoerd door de autoriteiten die bevoegd zijn voor het onderzoeken van strafbare feiten of in het kader van gerechtelijke procedures om het recht op verdediging van verdachten te waarborgen. § 3 Alle op grond van dit hoofdstuk verzamelde persoonsgegevens worden binnen vijf jaar na het einde van het onderzoek vernietigd, behalve in geval van strafrechtelijke vervolging of rechtsvervolging, in welk geval de gegevens tot tien jaar na het einde van de vervolging of rechtsvervolging worden bewaard. § 4. Wanneer de melding per computer of telefonisch wordt gegeven, waarborgt de integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit dat deze op een veilige manier wordt verwerkt met betrekking tot de geheimhouding van de identiteit van de persoon die de melding geeft, de betrokken persoon en alle andere bij de melding betrokken personen.".

Art. 38.In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 182 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 182.§ 1. .De integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit archiveert alle ontvangen meldingen met inachtneming van de geheimhoudingsvereisten van artikel 180. § 2. Wanneer voor het melden, met instemming van de melder, een telefoonlijn met gespreksopname of een ander spraakberichtsysteem met gespreksopname wordt gebruikt, hebben de integriteitsreferent en de bevoegde autoriteit inzake integriteit het recht om de mondelinge melding te registreren op een van de volgende wijzen: a) door het maken van een opname van het gesprek in een duurzame, opvraagbare vorm, of;b) door een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van het gesprek, opgesteld door de voor het behandelen van de melding verantwoordelijke personeelsleden De integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake autoriteit bieden de melder de mogelijkheid de schriftelijke weergave van het telefoongesprek te controleren en te corrigeren.De weergave van het telefoongesprek is ondertekend door de melder. § 3. Indien voor de melding een telefoonlijn zonder gespreksopname of een ander spraakberichtsysteem zonder gespreksopname wordt gebruikt, heeft de integriteitsreferent of de bevoegde autoriteiten inzake integriteit het recht om de mondelinge melding te registreren in de vorm van een nauwkeurig verslag van het gesprek, opgesteld door het voor het behandelen van de melding verantwoordelijke personeelslid. De integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit integriteit bieden de melder de mogelijkheid het verslag van het gesprek te controleren, te corrigeren en voor akkoord te tekenen. § 4. Wanneer de melding volgt op een onderhoud tussen de melder en de integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit, wordt van het onderhoud een volledig en nauwkeurig verslag bijgehouden in een duurzame en opvraagbare vorm.

De integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit heeft het recht om het onderhoud te registreren op een van de volgende wijzen: a) door het maken van een opname van het gesprek in een duurzame, opvraagbare vorm, of;b) door een nauwkeurig verslag van het onderhoud, opgesteld door de voor het behandelen van de melding verantwoordelijke personeelsleden. De integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit bieden de melder de mogelijkheid de schriftelijke weergave van het verslag van het onderhoud te controleren, te corrigeren en voor akkoord te tekenen.".

Art. 39.In hoofdstuk XIV, ingevoegd bij artikel 3, wordt een afdeling 5 ingevoegd met als opschrift "Bescherming van de melder".

Art. 40.In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 39, wordt een artikel 183 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 183.Elke vorm van represailles, inclusief dreigingen met en pogingen tot represailles tegen de melder voor het melden van een inbreuk is verboden.

Met name de volgende punten vormen een represaillemaatregel: 1° een beslissing tot ontslag of ambtshalve ontslag nemen;2° een personeelslid verplaatsen of een verzoek daartoe weigeren;3° een ordemaatregel nemen;4° een interne ordemaatregel nemen;5° een disciplinaire maatregel nemen;6° een opleidingsopschortende maatregel nemen;7° het ontnemen van een loonsverhoging aan een personeelslid;8° een personeelslid kansen op benoeming, bevordering of loopbaanontwikkeling ontnemen;9° een contractueel personeelslid de omzetting van een tijdelijke arbeidsovereenkomst in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur ontzeggen, wanneer de werknemer terecht mocht verwachten dat hem een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur zou worden aangeboden;10° een personeelslid faciliteiten ontzeggen die andere personeelsleden wel genieten;11° verlof weigeren;12° een ongunstige evaluatie geven;13° de stage vervroegd beëindigen;14° het vrijwilligerswerk vervroegd beëindigen;15° maatregelen nemen van dwang, intimidatie, pesterijen of uitsluiting; 16° discriminerende maatregelen nemen of nadelige of ongelijke behandeling van een personeelslid.".

Art. 41.In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 39, wordt een artikel 184 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 184.De melder geniet de bescherming waarin dit hoofdstuk voorziet, mits : 1° hij redelijke gronden had om aan te nemen dat de op de inbreuken gemelde informatie waar was op het ogenblik dat de melding werd gedaan en dat deze informatie binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk viel en; 2° hij een melding gedaan had, hetzij intern overeenkomstig afdeling 2, hetzij extern overeenkomstig afdeling 3, hetzij openbaar gemaakt overeenkomstig artikel 185.".

Art. 42.In dezelfde afdeling 5 wordt een artikel 185 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 185.§ 1. Een persoon die openbaarmakingen doet, geniet de bescherming die door dit hoofdstuk wordt geboden als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1° de persoon heeft eerst een interne en externe melding uitgebracht, of heeft rechtstreeks een externe melding uitgebracht overeenkomstig de afdelingen 2 en 3, maar aan de melding is geen gevolg gegeven binnen de termijn bedoeld in artikel 165, § 1, tweede lid, of in artikel 176, § 1, tweede lid, en § 3;2° de vermoedelijke inbreuk die het voorwerp uitmaakt van de openbaarmaking beantwoordt aan de definitie van artikel 153, 1°. § 2. Dit artikel is niet van toepassing op gevallen waarin een persoon informatie rechtstreeks aan de pers verstrekt op grond van specifieke nationale bepalingen waarbij een systeem van bescherming met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting en informatie is ingesteld.".

Art. 43.In dezelfde afdeling 5 wordt een artikel 186 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 186.§ 1. § 1. De beschermingsperiode begint : 1° voor de melder op de datum van ontvangst van de melding;2° voor het personeelslid dat de melder heeft bijgestaan, op de datum waarop hij als zodanig wordt erkend door de integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit;3° voor de integriteitsreferent, op de datum van zijn indiensttreding. § 2. Het voordeel van de bescherming gaat niet verloren om de enkele reden dat een te goeder trouw opgenomen melding onjuist of ongegrond is gebleken of dat te goeder trouw doorgegeven informatie onjuist of ongegrond is gebleken.".

Art. 44.In dezelfde afdeling 5 wordt een artikel 187 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 187.§ 1. Bescherming wordt niet verleend aan een personeelslid dat een inbreuk meldt zonder de procedures in dit hoofdstuk te hebben gevolgd. § 2. Er wordt geen bescherming verleend aan een personeelslid dat een melder is, wanneer uit het schriftelijk verslag van het onderzoek blijkt : 1° dat hij handelde in de volle wetenschap dat deze aanklacht niet oprecht was;2° dat hij zelf betrokken is bij de verweten inbreuk. § 3 Er wordt geen bescherming verleend aan het personeelslid dat betrokken is bij het onderzoek indien uit het schriftelijk verslag van het onderzoek blijkt : 1° dat hij opzettelijk oneerlijke, onjuiste en kennelijk onvolledige informatie heeft verstrekt aan de integriteitsreferent of de bevoegde autoriteit inzake integriteit; 2° dat hij zelf betrokken is bij de verweten inbreuk.".

Art. 45.In dezelfde afdeling 5 wordt een artikel 188 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 188.De in artikel 155 bedoelde personen komen in voorkomend geval in aanmerking voor ondersteuningsmaatregelen zoals volledige en onafhankelijke voorlichting en advies, die gemakkelijk toegankelijk zijn voor het publiek en kosteloos zijn, over de beschikbare procedures en rechtsmiddelen, over bescherming tegen represailles en over de rechten van de betrokkene.".

Art. 46.In hoofdstuk XIV, ingevoegd bij artikel 3, wordt een afdeling 6 ingevoegd met als opschrift "Bescherming van betrokkenen".

Art. 47.In afdeling 6, ingevoegd bij artikel 46, wordt een artikel 189 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 189.§ 1. § 1. De integriteitsreferent en de bevoegde autoriteit inzake autoriteit zorgen ervoor dat de identiteit van de betrokkenen wordt beschermd zolang onderzoeken naar aanleiding van de melding of openbaarmaking lopen. § 2. De in de afdeling 4 uiteengezette regels met betrekking tot de bescherming van de identiteit van melders zijn ook van toepassing op de bescherming van de identiteit van de betrokkenen.".

Art. 48.In hoofdstuk XIV, ingevoegd bij artikel 3, wordt een afdeling 7 ingevoegd, met als opschrift "Sancties".

Art. 49.In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 48, wordt een artikel 190 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 190.Het is niet strafbaar voor een persoon die uit hoofde van zijn hoedanigheid of beroep in het bezit is van geheimen, om deze te melden of openbaar te maken overeenkomstig de voorwaarden van dit hoofdstuk. Deze bepaling geldt onverminderd de bescherming van de nationale veiligheid, de bescherming van gerubriceerde informatie in de zin van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999009051 bron ministerie van justitie Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, de bescherming van het beroepsgeheim van advocaten en het medisch geheim, het geheim van gerechtelijke beraadslagingen en de regels van de strafrechtelijke procedure.".

Art. 50.In hoofdstuk IX, ingevoegd bij artikel 3, wordt een afdeling 8 ingevoegd getiteld "Geen afstand van rechten en remedies".

Art. 51.In afdeling 8, ingevoegd bij artikel 50, wordt een artikel 191 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 191.Er wordt op toegezien dat van de rechten en remedies waarin dit hoofdstuk voorziet, geen ontheffing of beperking mogelijk is bij overeenkomst, door beleid, of door arbeidswijze of arbeidsvoorwaarden, en evenmin door aan geschillen voorafgaande arbitrageovereenkomsten.

Alle contractuele of wettelijke bepalingen die in strijd zijn met dit hoofdstuk of met de bepalingen die zijn aangenomen voor de uitvoering ervan, zijn nietig, evenals alle contractuele clausules die voorzien in een verklaring van afstand van de bescherming die dit hoofdstuk of de bepalingen die zijn aangenomen voor de uitvoering ervan biedt.".

Art. 52.In hetzelfde hoofdstuk XIV, ingevoegd bij artikel 3, wordt een afdeling 9 ingevoegd met als opschrift "Diverse bepalingen".

Art. 53.In afdeling 9, ingevoegd bij artikel 52, wordt een artikel 192 ingevoegd, luidend als volgt: "

Art. 192.De artikelen 152 tot 191 betreffende meldingskanalen en de bescherming van personen die een inbreuk melden, zijn mutatis mutandis van toepassing op verenigingen die vallen onder hoofdstuk XII van deze wet.

De term "orgaan" gedefinieerd in artikel 153, 5°, moet worden begrepen als de algemene bijeenkomst, de raad van bestuur, beperkte bestuursorganen en hun leden. § 2. Elk personeelslid van niveau A of, bij gebrek daaraan, niveau B kan na een interne oproep worden aangesteld als integriteitsreferent in overeenstemming met de statuten en reglementen van de vereniging.

Als er geen kandidaat-vrijwilliger is na de interne oproep, is de integriteitsreferent de lokale leidinggevende functie.

De functiebeschrijving van de integriteitsreferent is overeengekomen met de representatieve vakbonden.

Een integriteitsreferent is verplicht als de vereniging ten minste vijftig personeelsleden heeft.

De integriteitsreferent kan worden gedeeld met een of meer openbare centra voor maatschappelijk welzijn, verenigingen die vallen onder hoofdstuk XII of lokale overheden zoals bedoeld in artikel L1219-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie.".

Art. 54.De Regering stelt, indien nodig, werkings- en procedureregels vast om de uitvoering van dit decreet te waarborgen.

Art. 55.Dit decreet treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 19 mei 2023.

De Minister-President, E. DI RUPO De Vice-Minister-President en Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", en de Vaardigheidscentra, W. BORSUS De Vice-Minister-President en Minister van Klimaat, Energie, Mobiliteit en Infrastructuren, P. HENRY De Vice-Minister-President en Minister van Tewerkstelling, Vorming, Gezondheid, Sociale Actie en Sociale Economie, Gelijke Kansen en Vrouwenrechten, Ch. MORREALE De Minister van Ambtenarenzaken, Informatica, Administratieve Vereenvoudiging, belast met Kinderbijslag, Toerisme, Erfgoed en Verkeersveiligheid, V. DE BUE De Minister van Huisvesting, Plaatselijke Besturen en Stedenbeleid, Ch. COLLIGNON De Minister van Begroting en Financiën, Luchthavens en Sportinfrastructuren, A. DOLIMONT De Minister van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn, C. TELLIER _______ Nota (1) Zitting 2022-2023. Stukken van het Waalse Parlement 1245 (2022-2023) Nrs. 1 tot 6.

Volledig verslag, plenaire vergadering van 17 mei 2023.

Bespreking.

Stemming.

^