Etaamb.openjustice.be
Decreet van 07 juni 2013
gepubliceerd op 04 juli 2013

Decreet tot vaststelling van de regels inzake de verdeling van het Vlaams Plattelandsfonds

bron
vlaamse overheid
numac
2013203796
pub.
04/07/2013
prom.
07/06/2013
ELI
eli/decreet/2013/06/07/2013203796/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

7 JUNI 2013. - Decreet tot vaststelling van de regels inzake de verdeling van het Vlaams Plattelandsfonds (1)


Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet tot vaststelling van de regels inzake de verdeling van het Vlaams Plattelandsfonds. HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewest- en een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° lokale beleidscyclus : beleidscyclus van zes jaar die gekoppeld is aan de lokale bestuursperiode en die begint in het tweede jaar dat volgt op de lokale verkiezingen en eindigt op het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen;2° lokale verkiezingen : de verkiezingen van de leden van de gemeenteraad die van rechtswege om de zes jaar op de tweede zondag van oktober plaatsvinden;3° projecten met een plattelandsdoelstelling : projecten als vermeld in artikel 3, die : - inspanningen leveren tot het vrijwaren en ontwikkelen van de open ruimte; - bijzondere aandacht hebben voor de kwetsbare gebieden, meer bepaald de natuurgebieden; - een functioneel wegennet op het platteland verder onderhouden, herstellen of heraanleggen; - rurale ondernemers ondersteunen; - de landbouw op het platteland versterken en verbreden; - toerisme en recreatie op het platteland kansen geven; - aandacht hebben voor kwetsbare groepen op het platteland; - de leefbaarheid van de dorpen stimuleren; - bijdragen tot het beheren en onderhouden van het waterstelsel van lokaal belang.

Art. 3.Het Vlaams Plattelandsfonds is een specifiek jaarlijks vastgesteld budget dat aangewend wordt om projecten met een plattelandsdoelstelling te financieren.

Art. 4.De middelen voor het Vlaams Plattelandsfonds worden voorzien op de begroting van het Vlaamse Gewest.

Art. 5.Het Vlaams Plattelandsfonds wordt jaarlijks verdeeld over de doelgemeenten, vermeld in artikel 7, voor de projecten als vermeld in artikel 3.

Art. 6.Alle bedragen die berekend zijn met toepassing van dit decreet, worden afgerond op de euro. HOOFDSTUK 2. - Lijst van de doelgemeenten

Art. 7.§ 1. Voor de toepassing van dit decreet wordt een doellijst vastgesteld van de gemeenten van het Vlaamse Gewest op grond van hun plattelandskenmerken. De eerste 50 gerangschikte gemeenten op deze lijst zijn de doelgemeenten. § 2. De doellijst wordt opgesteld rekening houdend met de volgende criteria om een rangschikking te bekomen tussen de gemeenten op deze lijst : 1° het gemiddeld aantal inwoners per km2 van de betrokken gemeente;2° het percentage bebouwde oppervlakte van de betrokken gemeente. De lijst van doelgemeenten wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering met de volgende formule : x = inw/GinwVL + % bebO/G % bebOVL waarbij : - inw = aantal inwoners per km2 van de betrokken gemeente bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI); - GinwVL = gemeentelijk gemiddeld aantal inwoners per km2 van alle Vlaamse gemeenten bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI); - % bebO = percentage bebouwde oppervlakte van de betrokken gemeente bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI); - G % bebOVL = gemeentelijk gemiddelde percentage bebouwde oppervlakte van alle Vlaamse gemeenten bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI).

Elke Vlaamse gemeente krijgt een waarde x toegekend op grond van de formule als vermeld in het eerste lid. De volgorde op de lijst wordt vastgesteld beginnende met de laagste waarde x en afsluitend met de hoogste waarde x.

Art. 8.De doellijst, vermeld in artikel 7, § 1, wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering voor een periode van zes jaar die overeenstemt met de lokale beleidscyclus.

Indien geen nieuwe doellijst wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering, geldt de laatste door de Vlaamse Regering vastgestelde doellijst. HOOFDSTUK 3. - Vaststelling van de prioritiseringslijst

Art. 9.§ 1. Voor de verdeling van het Vlaams Plattelandsfonds wordt een prioritiseringslijst vastgesteld door de Vlaamse Regering. § 2. De prioritiseringslijst, vermeld in § 1, wordt gemaakt enkel rekening houdend met de in artikel 7 aangeduide doelgemeenten. § 3. De prioritiseringslijst wordt opgesteld rekening houdend met de volgende criteria om een rangschikking te bekomen tussen de doelgemeenten : 1° het onroerend inkomen van de doelgemeente;2° de aanvullende personenbelasting van de doelgemeente;3° het aantal inwoners van de doelgemeente. § 4. De prioritiseringslijst wordt opgesteld op basis van de volgende formule : y = 1 % APB + 100 OOV/inwTOT waarbij : - 1 % APB = de opbrengst van 1 % aanvullende personenbelasting voor de betrokken gemeente, volgens de laatst beschikbare raming door de FOD Financiën; - 100 OOV = de opbrengst van 100 opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de betrokken gemeente, volgens de laatst beschikbare raming door de Vlaamse Belastingdienst; - inw TOT = totaal aantal inwoners van de betrokken gemeente bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI).

Elke doelgemeente krijgt een waarde y toegekend op grond van de formule als vermeld in het eerste lid. De volgorde op de prioritiseringslijst wordt vastgesteld beginnende met de laagste waarde y en afsluitend met de hoogste waarde y.

Art. 10.De prioritiseringslijst, vermeld in artikel 9, § 1, wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering voor een periode van zes jaar die overeenstemt met de lokale beleidscyclus.

Indien geen nieuwe prioritiseringslijst wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering, geldt de laatste door de Vlaamse Regering vastgestelde prioritiseringslijst. HOOFDSTUK 4. - Verdeling van de trekkingsrechten

Art. 11.Het Vlaams Plattelandsfonds, vermeld in artikel 3, wordt verdeeld via trekkingsrechten onder gemeenten die voorkomen op de prioritiseringslijst te beginnen bij de hoogst gerangschikte gemeente.

Art. 12.§ 1. Het jaarlijks trekkingsrecht per gemeente wordt bepaald op basis van de vermenigvuldiging van het aantal kilometer lokaal verhard wegennet waarvoor de betrokken gemeente exclusief bevoegd is met : 1° factor N, die bij de eerste goedkeuring 1.200 euro/km bedraagt indien de waarde y, vermeld in artikel 9, lager is dan 40; 2° factor M, die bij de eerste goedkeuring 1.000 euro/km bedraagt indien de waarde y, vermeld in artikel 9, gelijk is aan of hoger is dan 40. § 2. Indien het bedrag dat het resultaat is van een berekening op grond van § 1, hoger is dan 250.000 euro, wordt het bedrag beperkt tot 250.000 euro. § 3. Het bedrag dat het resultaat is van de berekening op grond van § 1 en § 2, wordt aan de betrokken gemeenten uitgekeerd beginnende met de gemeente met de laagste waarde y, vermeld in artikel 9, en dit totdat het specifiek jaarlijks vastgesteld budget, vermeld in artikel 3, is uitgeput. § 4. De Vlaamse Regering kan de factoren N en M wijzigen. § 5. Het aantal kilometer lokaal verhard wegennet waarvoor de betrokken gemeente exclusief bevoegd is als vermeld in § 1, wordt bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI).

Art. 13.Een trekkingsgerechtigde doelgemeente kan haar trekkingsrecht als vermeld in artikel 12, enkel uitoefenen indien ze jaarlijks één of meerdere projecten met een plattelandsdoelstelling indient bij de Vlaamse Landmaatschappij, die een marginale toetsing van de ingediende projecten uitvoert. De trekkingsrechten kunnen geactiveerd worden a rato van de kosten van de ingediende projecten.

Art. 14.De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks op basis van het beschikbare budget de hoogte van het trekkingsrecht als vermeld in artikel 12, en brengt de doelgemeenten die hiervoor in aanmerking komen op de hoogte tegen 30 april van het jaar waarvoor het trekkingsrecht wordt verleend. HOOFDSTUK 5. - Slot- en overgangsbepalingen

Art. 15.De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast onder meer wat betreft de indiening en de beoordeling van de subsidieaanvragen, de toekenning van de subsidies, de rapportering over de aanwending van de subsidies en de terugvordering.

Art. 16.In afwijking van de datum, vermeld in artikel 14, brengt de Vlaamse Regering voor het kalenderjaar 2013 de doelgemeenten die hiervoor in aanmerking komen op de hoogte van de toegekende trekkingsrechten tegen 31 oktober 2013.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 7 juni 2013.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS _______ Nota

(1) Zitting 2012-2013. Stukken:

-

Ontwerp van decreet

:

1947 - Nr. 1

-

Amendementen

:

1947 - Nrs. 2 en 3

-

Verslag

:

1947 - Nr. 4

-

Tekst aangenomen door de plenaire vergadering

:

1947 - Nr. 5

Handelingen - Bespreking en aanneming : vergadering van 29 mei 2013.

^