Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 19 november 1998
gepubliceerd op 09 december 1998

Besluit van de Waalse Regering tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens rondreiskosten aan sommige ambtenaren van het bosbeheer

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
1998027664
pub.
09/12/1998
prom.
19/11/1998
ELI
eli/besluit/1998/11/19/1998027664/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

19 NOVEMBER 1998. - Besluit van de Waalse Regering tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens rondreiskosten aan sommige ambtenaren van het bosbeheer


De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 87, § 3, gewijzigd bij de wetten van 8 augustus 1988 en 16 juli 1993;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfkosten toegekend aan de leden van het personeel der ministeries;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 maart 1965 houdende de algemene regeling van de vergoedingen en toelagen van alle aard toegekend aan het personeel der ministeries;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 september 1994 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 17 april 1997 betreffende de ambtenaren van het bosbeheer;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 16 juli 1998;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 10 augustus 1998;

Gelet op het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken;

Gelet op het protocol nr. 278 van het Sectorcomité nr. XVI, opgemaakt op 18 september 1998;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende de inwerkintreding, op 1 januari 1997, van het decreet van 18 juli 1996 tot wijziging van de wet van 19 december 1854 houdende het Boswetboek voor wat betreft de bijdrage van de gemeenten, de openbare instellingen en de eigenaars van onverdeelde bossen in de kosten van instandhouding en van beheer, decreet tot opheffing van de regeling waarbij de ondergeschikte openbare besturen de door de bosbedienden meegedeelde beheers- en bewakingskosten droegen;

Overwegende dat het noodzakelijk is te zorgen voor een eenvoudigere vereffening van de interimtoelagen door de beheersdienst van het budgettaire krediet betreffende de interimtoelagen en de vergoedingen wegens verblijfkosten aan sommige personeelsleden van de buitendiensten van de Afdeling Natuur en Bossen van het Ministerie van het Waalse Gewest;

Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Besluit :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de bosbedienden die belast zijn met de bosgebieden en brigades van de buitendiensten van de Afdeling Natuur en Bossen van het Ministerie van het Waalse Gewest.

Art. 2.De bosbedienden krijgen een forfaitaire vergoeding waarbij de reis- en verblijfkosten voor verplaatsingen in dienstverband worden gedekt.

Art. 3.Elk bosgebied, elke brigade en elke directie krijgen een aantal punten dat als volgt wordt berekend.

A. Bosgebied : 1° a) per hectare bos die onder de bosregeling valt : 2,5 punten;b) per perceel bos dat onder voornoemde regeling valt : 15 punten;c) per hectare natuurreservaat van het Waalse Gewest : 1,2 punten;d) per hectare bos die toebehoort aan particulieren, erkende natuurreservaten, natuurparken en gebieden met een biologisch belang : 0,10 punt;e) per hectare residuaire oppervlakte : 0,08 punt;f) per kilometer visbaan : - bevaarbare en vlotbare waterwegen eerste categorie : 3 punten; - waterwegen tweede en derde categorie : 1 punt; g) per kilometer projectie Noord-Zuid en Oost-West van de omtrek van het bosgebied of van de aparte oppervlakten waaruit het bosgebied bestaat : 20 punten;2° een aantal punten dat gelijk is aan 8 % van het geheel der punten, wordt toegekend volgens de in punt a), 1°, hierboven vermelde wijze van berekening, aan de verschillende bosgebieden waaruit de brigade met het betrokken bosgebied bestaat. B. Brigade: De brigadechef krijgt een aantal punten dat gelijk is aan 10 % van het geheel der punten toegekend, volgens de in punt A hierboven vermelde wijze van berekening, aan de verschillende bosgebieden waaruit de brigade bestaat.

C. Directie: De Directie krijgt een aantal punten dat gelijk is aan 7,5 % van het geheel der punten toegekend, volgens de in punt A en B hierboven vermelde wijze van berekening, aan de verschillende bosgebieden en brigades van de Directie.

Art. 4.Het aantal punten toegekend volgens de in artikel 3 omschreven wijze van berekening, mag niet meer bedragen dan 4 000 punten per bosgebied.

Met de interimpunten mag het jaarlijkse totaal niet meer bedragen dan 6 000 punten per bediende.

Art. 5.De punten toegekend aan de Directie, overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, C, worden herverdeeld onder de bosgebieden en brigades volgens de regels van een omzendbrief die binnen de Afdeling Natuur en Bossen goedgekeurd is.

Het aantal Directiepunten toegekend aan elke bediende wordt berekend in de loop van december door de directeur en wordt ter informatie meegedeeld aan de betrokkene. De mededeling vermeldt de wijze van berekening en het aantal toegekende punten.

Art. 6.Op het punt wordt een tarief van BEF 30,85 toegepast, dat verbonden is aan de mobiliteitsregeling toepasselijk op de bezoldigingen van de personeelsleden van de ministeries en die op 1 mei 1996 gekoppeld is aan de spilindex 119,53. De eerste decimaal wordt afgerond op de hogere eenheid als de tweede decimaal gelijk is aan of hoger is dan 5.

Art. 7.De bosbedienden krijgen een vergoeding wegens rondreiskosten die berekend wordt door het aantal punten toegekend aan de verschillende bosgebieden en brigades volgens de in artikelen 3, 4 en 5 omschreven wijze van berekening, te vermenigvuldigen met het tarief dat van kracht is op de laatste dag van het trimester waarvoor de vergoeding vereffend wordt.

Art. 8.De bosbediende die tijdens ten minste dertig kalenderdagen belast is met het interimaat van een vacant district of van een district waarvan de titularis afwezig is om andere redenen dan de jaarlijkse vakantie, krijgt een twaalfde van de jaarlijkse vergoeding wegens rondreiskosten betreffende het district waar hij het interimaat waarneemt per groep van dertig kalenderdagen. Een daarmee overeenstemmend bedrag wordt afgetrokken van de vergoeding wegens rondreiskosten van de bosbediende van een dienst in het district waarvan in een interim wordt voorzien.

Het recht op de overdracht van de rondreispunten wordt niet onderbroken door een vakantie-, ziekte- of compensatieverlof van minder dan vijftien dagen genomen door de interimaris.

Art. 9.De vergoeding wegens rondreiskosten wordt driemaandelijks vereffend na het verstrijken van de termijn. Het gedeelte van de vergoeding dat overeenstemt met de door de Directie herverdeelde punten, waarvan sprake in artikel 3, punt C, wordt volledig vereffend aan het einde van het vierde trimester.

Als een groep van dertig interimaat-kalenderdagen en twee trimesters elkaar overlappen, wordt het supplement betreffende het interimaat vereffend tegen het tarief dat van kracht is op de laatste dag van het trimester waarvoor de vergoeding vereffend wordt. Hetzelfde geldt voor de overeenstemmende vermindering van de vergoeding toegekend aan de bosbediende die afwezig is wegens ziekte en voor wiens district in een interimaat wordt voorzien.

De vergoeding wegens rondreiskosten wordt verminderd voor de bedienden die een dienstvoertuig hebben naar rata van de perioden waar het voertuig hen ter beschikking wordt gesteld. Een uitzondering wordt gemaakt wanneer het gaat om een voertuig dat ter beschikking wordt gesteld van bedienden die door de rol belast zijn met de bewaking of met de dag- en nachtdienst.

De vergoeding wordt niet toegekend aan de bedienden die belast zijn met bijzondere diensten. Ze komen echter wel in aanmerking voor de vergoeding wegens reis- en verblijfkosten.

Binnen de grenzen van het voertuigenpark, mag een dienstvoertuig toegekend worden aan de bedienden die wensen er gebruik van te maken en in de dalende volgorde van de punten.

Art. 10.Opgeheven worden : 1° het besluit van de Koninklijke Prins van 10 juli 1951 waarbij de bosbeambten en -bedienden van de Oostkantons de toelating verleend wordt om tegen vergoeding deel te nemen aan de uitvoering van boswerken en aan de voorbereiding van de verkoop van bosprodukten in opdracht van de gemeenten;2° het koninklijk besluit van 1 augustus 1960 waarbij de provincies, de gemeenten en de overheidsinstellingen die hen ondergeschikt zijn vergoedingen mogen uitkeren aan de bedienden van het Bestuur Waters en Bossen;3° het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 12 juni 1985 waarbij de toekenning van een toelage wegens rondreiskosten aan de bosbeambten, leden van het Ministerie van het Waalse Gewest, wordt geregeld, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Gewestexecutieve van 15 mei 1986 en 25 maart 1993.

Art. 11.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997.

Art. 12.De Minister van Ambtenarenzaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 19 november 1998.

De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, KMO's, Toerisme en Patrimonium, R. COLLIGNON De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, B. ANSELME

^