Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 18 juni 1998
gepubliceerd op 14 juli 1998

Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering, wat de opvangcentra voor volwassenen betreft, van het programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
1998027403
pub.
14/07/1998
prom.
18/06/1998
ELI
eli/besluit/1998/06/18/1998027403/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

18 JUNI 1998. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering, wat de opvangcentra voor volwassenen betreft, van het programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren


De Waalse Regering, Gelet op het decreet II van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;

Gelet op het programmadecreet van 17 december 1997 houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 11 mei 1998;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 14 mei 1998;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, speciaal gemotiveerd door het feit dat de uitvoeringsmaatregelen van het op 1 januari 1998 in werking getreden programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren zo spoedig mogelijk vastgelegd moeten worden omdat het de Waalse Regering namelijk machtigt om de subsidiëringsregels van de erkende opvangcentra voor volwassenen te bepalen;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 29 mei 1998, op grond van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128, § 1, van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° "decreet" : het programmadecreet van 17 december 1997 houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren;2° "Minister" : de Minister van Sociale Actie;3° "centrum" : opvangcentrum voor volwassenen dat krachtens het decreet erkend is;4° "bestuur" : de Algemene Directie Sociale Actie en Gezondheid van het Ministerie van het Waalse Gewest. HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen Afdeling 1. - Algemene subsidieringsvoorwaarden

Art. 3.Binnen de perken van de begrotingskredieten van het Gewest kan de Minister, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, toelagen verlenen aan de erkende opvangcentra.

De toelagen dekken tot 95% van : 1° het brutoloon van het personeel dat de in artikel 5, 6° van het decreet bedoelde minimale personeelsformatie vormt, verminderd met een halftijdse opvoeder wanneer het gaat om een centrum van de categorieën I en II, en met een voltijdse opvoeder voor een centrum van de categorieën III, IV en V;2° de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid en die betreffende het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de andere diverse personeelskosten, tot maximum 50% van de in 1° bedoelde personeelsuitgaven.

Art. 4.Het brutoloon en de anciënniteit van het personeel worden slechts in aanmerking genomen binnen de perken van de weddeschalen die overeenstemmen met de in artikel 5, 6°, van het decreet bedoelde functies en bij dit besluit gevoegd zijn.

De weddeschalen zijn gekoppeld aan de schommelingen van de gezondheidsindex overeenkomstig de regels van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.

De weddeschalen zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 138.01 van 1 januari 1990.

Art. 5.§ 1. Er kunnen tussentijdse verhogingen worden toegekend voor effectieve diensten die als nuttige ervaring kunnen worden beschouwd en die het personeel vroeger heeft gepresteerd bij instellingen die erkend of gesubsidieerd zijn door een overheid van Belgisch, buitenlands of internationaal recht.

De Minister beslist dat de in het eerste lid bedoelde diensten al dan niet als nuttige ervaring beschouwd kunnen worden. § 2. De tussentijdse verhogingen worden zowel aan de deeltijds als aan de voltijds in dienst genomen personeelsleden toegekend.

Als een personeelslid dat deeltijds in dienst is genomen door een opvangcentrum, voortaan voltijds werkt, zullen de deeltijds gepresteerde diensten, vanaf het ogenblik dat het lid voltijds werkt, berekend worden op grond van een voltijdse werkrooster voor de bepaling van zijn geldelijke anciënniteit.

De effectieve diensten die een personeelslid in een ander bezoldigd ambt heeft gepresteerd en die in aanmerking mogen worden genomen voor de berekening van de tussentijdse verhogingen, zoals bedoeld in § 1, worden ook berekend op grond van een voltijdse werkrooster om zijn geldelijke anciënniteit te bepalen voor de periode die voorafgaat aan zijn indiensttreding bij een centrum. § 3. De toelaatbare diensten die volle maanden betreffen, worden rechtstreeks in de geldelijke anciënniteit gevaloriseerd.

De toelaatbare diensten die maandgedeelten betreffen, worden aan het einde van het jaar opgeteld. Maandgedeelten van dertig dagen worden in de geldelijke anciënniteit gevaloriseerd tot één maand per periode van dertig dagen. § 4. De anciënniteiten worden in aanmerking genomen binnen de maand van de overlegging van juist verklaarde stukken met o.a. de volgende gegevens : de naam en de geboortedatum van het personeelslid, de naam van de werkgevers, het doel van de dienst en het soort baan, het statuut en het aantal gepresteerde uren, alsook het bewijs dat deze diensten erkend of gesubsidieerd waren door de in § 1 bedoelde overheid of instellingen.

Art. 6.De centra moeten het bestuur onmiddellijk in kennis stellen van elke personeelswijziging.

Art. 7.De toekenning van de toelagen maakt het voorwerp uit van vier driemaandelijkse voorschotten die gelijk zijn aan het vierde van de toelage die overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 wordt berekend.

De driemaandelijkse voorschotten worden betaald als volgt : uiterlijk 15 februari voor het eerste trimester, 15 mei voor het tweede trimester, 15 augustus voor het derde trimester en 15 november voor het vierde trimester.

Het saldo van het afgelopen jaar wordt bij de betaling van het tweede voorschot vereffend. Afdeling 2. - Normen voor de lokalen

Art. 8.De lokalen worden regelmatig onderhouden. Ze moeten tegen vochtigheid en inwatering beschermd zijn.

Art. 9.De temperatuur moet steeds 22° bereiken in de woonkamers en slaapkamers en 18° in de andere lokalen, ongeacht de weersomstandigheden.

Het verwarmingssysteem mag geen open vlam noch gas- of stofontwikkeling toelaten.

Art. 10.Alle lokalen moeten voorzien zijn van luchtverversing en verlichting. Alle lokalen die voor de gehuisveste personen toegankelijk zijn, moeten voorzien zijn van de nodige elektrische verlichting en van de geschikte noodverlichting. De verlichting moet beantwoorden aan de behoeften, al naar gelang de activiteiten die in de lokalen plaatsvinden.

Art. 11.Het gebouw moet voorzien zijn van drinkwater.

Art. 12.De algemene diensten, met name de keuken en de wasserij, moeten zodanig ingericht worden dat geuren, dampen en geluiden geen hinder vormen voor de gehuisveste personen.

Art. 13.De dieren die toegelaten worden overeenkomstig de bepalingen van het huishoudelijk reglement, zoals goedgekeurd door de Minister, mogen in geen geval toegang krijgen tot de keukens, de lokalen waar voedingsmiddelen bewaard worden, de eetkamer, noch de eventuele verzorgingslokalen.

Art. 14.Het gebouw moet uitgerust zijn met voldoende sanitaire voorzieningen.

De lokalen moeten uitgerust zijn met een luchtverversing.

Elk centrum moet ten minste beschikken over : - 1 WC voor 10 gehuisveste personen; - 1 douche of bad voor 12 gehuisveste personen.

Elke WC moet van binnen afgesloten kunnen worden.

De baden of douches moeten dagelijks gebruikt kunnen worden door de gehuisveste personen.

De waterstraal van de douche moet richtbaar zijn.

De sanitaire voorzieningen moeten met antislipmiddelen uitgerust zijn.

Er worden voorzorgsmaatregelen getroffen om te voorkomen dat de watertoevoer of -afvoerapparatuur ongevallen veroorzaakt.

Het afvalwater wordt steeds overeenkomstig de hygiëneregels afgevoerd.

Art. 15.Er moet worden voorzien in één of meer slaapkamers.

Wanneer een slaapkamer verschillende bedden telt, moeten deze op ten minste 60 cm van elkaar staan als de personen meer dan 10 dagen verblijven.

Bovendien moet elk bed op minimum 50 cm van een venster staan.

Er moet voorzien worden in eventueel verplaatsbare scheidingswanden om een minimum privacy te verzekeren.

Art. 16.De centra met gemeenschappelijke slaapkamers beschikken over een isoleerkamer.

Art. 17.Elke kamer beschikt ten minste over één bed per persoon en over één kleerkast per niet verwante persoon.

Art. 18.Het beddegoed wordt constant schoon gehouden en, hoe dan ook, ten minste één keer om de veertien dagen en telkens als het nodig is vervangen.

De vuile was wordt in hermetisch sluitende vaten opgestapeld en dagelijks weggevoerd.

Art. 19.De gangen en trappen moeten breed genoeg zijn om een snelle ontruiming van de lokalen toe te laten, overeenkomstig de in artikel 12, 1°, g), van het decreet bedoelde wetgeving inzake brandbestrijding.

Art. 20.Alle centra van de categorieën IV en V, zoals bedoeld in artikel 4 van het decreet, beschikken over een woonkamer die gescheiden is van de andere lokalen.

Art. 21.In geval van overmacht kan de Minister, na advies van de erkennings- en adviescommissie en voor zover de veiligheid van de gehuisveste personen verzekerd blijft, een centrum vrijstellen van de naleving van één of meer normen bedoeld in deze afdeling voor de duur die nodig is om orde op zaken te stellen. Afdeling 3 - Vergoedingen voor de leden van de erkennings- en

adviescommissie

Art. 22.De leden die de door de erkennings- en adviescommissie belegde werkvergaderingen bijwonen, hebben recht op presentiegeld, namelijk : 1° 600 BEF voor de voorzitter;2° 500 BEF voor elk lid. Op vertoon van bewijsstukken of, bij gebreke daarvan, van een staat van de onkosten, worden de reiskosten van de voorzitter en de leden van de Commissie terugbetaald onder de volgende voorwaarden : 1. bij gebruik van het openbaar vervoer worden de reiskosten terugbetaald op basis van de officiële tarieven.Als het openbaar vervoer verschillende klassen telt, wordt de prijs van een kaartje eerste klas terugbetaald; 2. het gebruik van een eigen wagen geeft recht op een bepaalde kilometervergoeding op grond van het tarief vastgesteld in de reglementering die van toepassing is op de gewestelijke ambtenaren van rang A 4;3. de aan het gebruik van een eigen wagen inherente risico's worden niet door het Gewest gedekt. Afdeling 4. - Slotbepalingen

Art. 23.De Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

Art. 24.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1998.

Namen, 18 juni 1998.

De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, K.M.O.'s, Toerisme en Patrimonium, R. COLLIGNON De Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid, W. TAMINIAUX

Bijlage Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 18 juni 1998 tot uitvoering, wat de opvangcentra voor volwassenen betreft, van het programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake sociale actie en sportinfrastructuren.

Namen, 18 juni 1998.

De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, K.M.O.'s, Toerisme en Patrimonium, R. COLLIGNON De Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid, W. TAMINIAUX

^