Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 31 maart 2017
gepubliceerd op 27 april 2017

Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 16 februari 2001 tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing, met het oog op het aanpassen van de bosbehoudsbijdrage en het toevoegen van een procedure tot afwijking op het verbod tot ontbossen, zoals vermeld in artikel 90ter van het Bosdecreet

bron
vlaamse overheid
numac
2017040203
pub.
27/04/2017
prom.
31/03/2017
ELI
eli/besluit/2017/03/31/2017040203/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

31 MAART 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 16 februari 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 16/02/2001 pub. 23/03/2001 numac 2001035281 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing sluiten tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing, met het oog op het aanpassen van de bosbehoudsbijdrage en het toevoegen van een procedure tot afwijking op het verbod tot ontbossen, zoals vermeld in artikel 90ter van het Bosdecreet


DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het Bosdecreet van 13 juni 1990, artikel 90bis, § 4, derde lid, vervangen bij het decreet van 9 mei 2014,, en artikel 90ter, § 7, vierde en zevende lid, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 16/02/2001 pub. 23/03/2001 numac 2001035281 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing sluiten tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 10 juni 2016;

Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening-Onroerend Erfgoed, gegeven op 31 augustus 2016;

Gelet op advies nr. 2016/022 van de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, gegeven op 15 september 2016;

Gelet op advies 60.913/1 van de Raad van State, gegeven op 24 februari 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat een noodzaak bestaat tot de vaststelling van een procedure tot het bekomen van de in artikel 90ter van het Bosdecreet van 13 juni 1990 beschreven afwijking van het verbod tot ontbossen, en dat het aangewezen is om die procedure af te stemmen op de procedure tot bekomen van een ontheffing op het verbod tot ontbossen zoals beschreven in artikel 90bis van het voormelde decreet, teneinde geen uiteenlopende procedures te kennen;

Overwegende dat een noodzaak bestaat tot aanpassen van de bosbehoudsbijdrage teneinde de boscompensatie in staat te stellen de bosoppervlakte op peil te houden;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Aanpassing van de bosbehoudsbijdrage

Artikel 1.In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 16/02/2001 pub. 23/03/2001 numac 2001035281 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing sluiten tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod tot ontbossing worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "80 frank/m²" vervangen door de woorden "3,50 euro/m²";2° in het tweede lid worden de woorden "80 frank/m²" vervangen door de woorden "3,50 euro/m²".

Art. 2.Aan artikel 5 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 2. Het in paragraaf 1 vermelde bedrag in euro/m² wordt in de maand juli van het jaar 2017 en vervolgens in de daaropvolgende jaren in de maand juli jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex, volgens de formule: zx = (z*ix)/i2017 De variabelen in de formule vermeld in het eerste lid moeten als volgt worden begrepen: 1° zx: geïndexeerde financiële boscompensatie voor het werkingsjaar x;2° z: bedrag in euro/m², vermeld in paragraaf 1;3° ix: gezondheidsindex van de maand juni van het jaar x;4° i2017: gezondheidsindex van de maand juni van het jaar 2017. Onder de gezondheidsindex, vermeld in het eerste lid, wordt verstaan: het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.". HOOFDSTUK 2. - Procedure tot het bekomen van een afwijking vermeld in artikel 90ter, § 7, van het Bosdecreet

Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IIIbis, dat bestaat uit artikel 16/1 tot en met 16/3, ingevoegd, dat luidt als volgt: "HOOFDSTUK IIIbis. - Afwijking op het verbod tot ontbossen geldig voor de meest kwetsbare waardevolle bossen

Art. 16/1.§ 1. Het gemotiveerd verzoek tot het bekomen van de in artikel 90ter, § 7, van het Bosdecreet vermelde afwijking moet via een beveiligde zending worden ingediend bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Als beveiligde zending worden beschouwd: een aangetekende brief, afgifte tegen ontvangstbewijs, een elektronisch aangetekende zending, elektronische communicatie via een elektronisch loket van het Agentschap voor Natuur en Bos. Om als volledig te kunnen worden beschouwd moet het gemotiveerd verzoek de volgende elementen bevatten: 1° een grondige motivatie voor afwijking van het verbod op ontbossing, met inbegrip van een beschrijving van het project of de activiteit waarvoor ontbossing nodig is; 2° een door de aanvrager ondertekende situatietekening op een kopie van een stafkaart met schaal 1/25.000, met vermelding van een straatnaam of een gangbare plaatsnaam voor de identificatie van het perceel of de percelen in kwestie; 3° de volgende gegevens inzake het perceel of de percelen in kwestie: a) een uittreksel uit de kadastrale legger;b) de bestemming volgens het geldende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan;c) de eventueel geldende beschermingsbepalingen overeenkomstig het Onroerenderfgoed decreet van 12 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/07/2013 pub. 17/10/2013 numac 2013035861 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onroerend erfgoed sluiten; d) een beschrijving en een situering op een kaart met een schaal 1/5.000 van de geplande werken met argumentatie of, in voorkomend geval, het beheerplan dat van toepassing is op het perceel of de percelen; e) de vermelding of het perceel of de percelen al dan niet gelegen zijn binnen de contouren van een managementplan of een managementplan Natura 2000, vermeld in respectievelijk artikel 48 en 50septies, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, aangevuld met een motivatie hoe de ontbossing zich verhoudt ten opzichte van de bepalingen uit de vermelde plannen;f) de te ontbossen oppervlakte, uitgedrukt in m², waarvoor de afwijking wordt aangevraagd;4° een ecologische evaluatie van de gevolgen van de gevraagde ontbossing en de hieraan gekoppelde maatregelen die worden voorgesteld ter naleving van de zorgplicht, vermeld in artikel 14, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, alsook een motivatie dat er geen alternatief bestaat voor de aangevraagde ontbossing;5° een voorstel tot compensatie van de aangevraagde ontbossing overeenkomstig artikel 3, ingevuld op een formulier, waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website van het Agentschap voor Natuur en Bos. § 2. Het Agentschap voor Natuur en Bos onderzoekt het gemotiveerd verzoek tot afwijking van het verbod op ontbossing op haar ontvankelijkheid en volledigheid overeenkomstig paragraaf 1.

Als het gemotiveerd verzoek onontvankelijk of onvolledig wordt bevonden, wordt de aanvrager binnen 14 kalenderdagen na de indiening van het gemotiveerd verzoek hiervan door het Agentschap voor Natuur en Bos schriftelijk in kennis gesteld, met vermelding van de reden van onontvankelijkheid of met vermelding van gegevens en/of documenten die ontbreken of nadere toelichting vereisen.

Als het gemotiveerd verzoek ontvankelijk en volledig wordt bevonden, dan wordt de aanvrager binnen 14 kalenderdagen na de indiening van het gemotiveerd verzoek hiervan door het Agentschap voor Natuur en Bos schriftelijk in kennis gesteld. De behandelingstermijn van het gemotiveerd verzoek vangt aan op de datum van de verzending van voormelde brief.

Indien binnen de termijn van 14 kalenderdagen na de indiening van het gemotiveerd verzoek geen schriftelijke kennisgeving door het Agentschap voor Natuur en Bos is bezorgd, wordt het gemotiveerd verzoek als ontvankelijk en volledig bevonden. § 3. Het Agentschap voor Natuur en Bos onderzoekt de ecologische gevolgen van de afwijking tot ontbossing, mede rekening houdend met de in artikel 16/1, § 1, aangeleverde informatie.

Art. 16/2.De Vlaamse Regering maakt een integrale en geïntegreerde afweging op basis van het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos en de elementen vermeld in artikel 90ter, § 7, vierde lid van het Bosdecreet, en stelt op basis daarvan binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de in artikel 16/1, § 2, derde en vierde lid, vermelde aanvangsdatum van de behandelingstermijn, een besluit vast over het gemotiveerd verzoek tot afwijking van het verbod op ontbossing in functie van het in artikel 16/1, § 1, 1°, beschreven project of activiteit, eventueel gekoppeld aan voorwaarden. Deze beslissing wordt per beveiligde zending meegedeeld aan de aanvrager van de afwijking van het verbod op ontbossing.

Bij het vaststellen van het in het eerste lid vermelde besluit neemt de Vlaamse Regering, in uitvoering van artikel 90ter, § 7, vierde lid, van het Bosdecreet, alleen een gunstige beslissing als wordt aangetoond: 1° dat de gevraagde ontbossing te verantwoorden is in functie van het algemeen belang, en dat het project of de activiteit zorgt voor een duurzame ruimtelijke en ecologische ontwikkeling, waarbij het louter privaat belang van de aanvrager overschreden wordt;2° dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat voor de te realiseren activiteit zonder ontbossing;3° hoe schade aan het omliggende, overblijvende bos wordt vermeden, dan wel beperkt of hersteld. In geval er geen beslissing wordt genomen binnen de voormelde termijn van drie maanden wordt het gemotiveerd verzoek tot afwijking van het verbod tot ontbossing geacht te zijn afgewezen.

Art. 16/3.Indien een afwijking van het verbod op ontbossing werd verleend moet de aanvrager van de in artikel 2, eerste lid bedoelde stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning tot ontbossing en de in artikel 13, eerste lid, bedoelde verkavelingsvergunning, naast het voorstel tot compensatie, vermeld in artikel 3, ook een kopie van de beslissing tot afwijking voorleggen aan de vergunningverlenende overheid.

Art. 16/4.De vergunningverlenende overheid neemt de eventuele voorwaarden geformuleerd in de beslissing tot afwijking op in de vergunning.". HOOFDSTUK 3. - Slotbepaling

Art. 4.De Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 31 maart 2017.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE

^