Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 24 oktober 2003
gepubliceerd op 29 december 2003

Besluit van de Vlaamse regering betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2003036177
pub.
29/12/2003
prom.
24/10/2003
ELI
eli/besluit/2003/10/24/2003036177/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

24 OKTOBER 2003. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken


De Vlaamse regering, Gelet op de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, inzonderheid op artikel 2, § 1, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1998 en 5 februari 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 november 1971 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal van wijnstokken gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 november 1982);

Gelet op richtlijn 68/193/EEG van de Raad van 9 april 1968 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken, gewijzigd bij richtlijn 71/140/EEG van de Raad van 22 maart 1971, bij richtlijn 74/648/EEG van de Raad van 9 december 1974, bij richtlijn 77/629/EEG van de Raad van 28 september 1977, bij richtlijn 78/55/EEG van de Raad van 19 december 1977, bij richtlijn 78/692/EEG van de Raad van 25 juli 1978, bij richtlijn 82/331/EEG van de Commissie van 6 mei 1982, bij verordening (EEG) nr. 3768/85 van de Raad van 20 december 1985, bij richtlijn 86/155/EG van de Raad van 22 april 1986, bij richtlijn 88/332/EG van de Raad van 13 juni 1988, bij richtlijn 90/654/EG van de Raad van 4 december 1990, bij richtlijn 2002/11/EG van de Raad van 14 februari 2002, en bij richtlijn 2003/61/EG van de Raad van 18 juni 2003;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor Begroting, gegeven op 10 juni 2003;

Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de Federale Overheid op 14 april 2003 waarvan het verslag op 29 september 2003 door de Interministeriële Conferentie Landbouw is goedgekeurd;

Gelet op het advies 35. 707/1/V van de Raad van State, gegeven op 4 september 2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit heeft betrekking op vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken, hierna « teeltmateriaal » te noemen, dat binnen de Europese Unie is verkregen en in de handel wordt gebracht.

Dit besluit geldt niet voor teeltmateriaal waarvan is aangetoond dat het is bestemd voor de uitvoer naar derde landen.

Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° Wijnstokrassen : planten van het geslacht Vitis (L.), bestemd voor de voortbrenging van druiven of het gebruik als teeltmateriaal voor dezelfde planten. 2° ras : een plantengroep van één enkele botanische taxon, van de laagste bekende rang, die aan de drie volgende voorwaarden voldoet : a) kan worden omschreven met de kenmerken die verband houden met een bepaald genotype of een bepaalde combinatie van genotypen;b) van elke andere plantengroep kan worden onderscheiden met ten minste één van de genoemde kenmerken;c) kan worden beschouwd als een éénheid, op grond van zijn geschiktheid voor vermeerdering zonder veranderingen;3° kloon : een vegetatieve afstamming van een ras, overeenstemmend met een wijnstok die op grond van de identiteit van de plantengroep, de fenotypische kenmerken en zijn fytosanitaire toestand is geselecteerd;4° teeltmateriaal : a) wijnstokken, gereed voor het planten : 1) met wortels : delen van stekken of loten van de wijnstok;met wortels en niet-geënt, bestemd voor het planten of voor gebruik als entmateriaal; 2) entwijnstokken : door enting verbonden delen van stekken of loten van de wijnstok, waarvan het deel onder de grond wortels heeft;b) delen van de wijnstok : 1) stekken : eenjarige delen;2) loten : niet-verhoute stengeldelen;3) delen van de wijnstok onder de grond, bestemd voor de veredeling : delen van stekken of loten van de wijnstok, die bij de teelt van entwijnstokken bestemd zijn voor de kweek van delen onder de grond;4) entrijs : delen van stekken of loten van de wijnstok, die bij de teelt van entwijnstokken en bij veredeling bestemd zijn voor de delen boven de grond;5) blindhout : delen van stekken of loten van de wijnstok, bestemd voor de teelt van wijnstokken met wortels;5° moederplanten : opstanden van wijnstokken, bestemd voor de teelt van voor veredeling in aanmerking komende delen van de wijnstok onder de grond, van blindhout of van entrijs;6° kweekwijnstokken : opstanden van wijnstokken, bestemd voor de teelt van wijnstokken met wortels of van entwijnstokken;7° oorspronkelijk teeltmateriaal : teeltmateriaal : a) dat onder verantwoordelijkheid van de kweker is voortgebracht volgens algemeen erkende methoden voor de instandhouding van de identiteit van het ras en, in voorkomend geval, van de kloon, en voor de preventie van ziekten;b) dat bestemd is voor voortbrenging van basisteeltmateriaal of van gecertificeerd teeltmateriaal;c) dat voldoet aan de in de bijlagen I en II voor basisteeltmateriaal opgenomen voorwaarden;d) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld;8° basisteeltmateriaal : teeltmateriaal : a) dat onder de verantwoordelijkheid van de kweker is voortgebracht volgens algemeen erkende methoden voor de instandhouding van de identiteit van het ras en, in voorkomend geval, van de kloon, en voor de preventie van ziekten, en dat direct afkomstig is van oorspronkelijk teeltmateriaal door vegetatieve voortplanting;b) dat bestemd is voor de voortbrenging van gecertificeerd teeltmateriaal;c) dat voldoet aan de in de bijlagen I en II voor basisteeltmateriaal opgesomde voorwaarden;d) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld;9° gecertificeerd teeltmateriaal : teeltmateriaal : a) dat rechtstreeks afkomstig is van basisteeltmateriaal of van oorspronkelijk teeltmateriaal;b) dat bestemd is voor een van de volgende teelten : 1.de teelt van pootgoed of plantendelen die dienen voor de voortbrenging van druiven; 2. de voortbrenging van druiven;c) dat voldoet aan de in de bijlagen I en II voor gecertificeerd teeltmateriaal opgesomde voorwaarden;d) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld;10° standaardteeltmateriaal : teeltmateriaal : a) dat rasecht en raszuiver is;b) dat bestemd is voor een van de volgende teelten : 1.de teelt van pootgoed of plantendelen die dienen voor de voortbrenging van druiven; 2. de voortbrenging van druiven;c) dat voldoet aan de in de bijlagen I en II voor standaardteeltmateriaal opgesomde voorwaarden;d) waarvan bij een officieel onderzoek is gebleken dat bovenbedoelde voorwaarden zijn vervuld;11° minister : de Vlaamse minister bevoegd voor het landbouwbeleid;12° dienst : de Vlaamse dienst, bevoegd voor het toezicht op het in de handel brengen en op de kwaliteit van vegetatief teeltmateriaal van wijnstokken;13° officiële maatregelen : maatregelen die genomen zijn door een van de volgende instanties : a) de autoriteiten van een staat;b) onder de verantwoordelijkheid van een staat door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen die geen bijzonder voordeel hebben bij het resultaat van de maatregelen;c) voor hulpwerkzaamheden, eveneens onder toezicht van een staat, door beëdigde natuurlijke personen die geen bijzonder voordeel hebben bij het resultaat van de maatregelen;14° afzet : De verkoop, het bezit met het oog op de verkoop, het aanbieden voor verkoop en iedere beschikbaarstelling, levering of overdracht van teeltmateriaal aan derden, al dan niet tegen vergoeding, met het oog op commercieel gebruik. Onder afzet wordt niet verstaan, de uitwisseling van teeltmateriaal dat niet bestemd is voor commercieel gebruik van het ras, zoals : a) het leveren van teeltmateriaal aan experimenterende en controlerende instanties;b) het leveren van teeltmateriaal aan dienstverleners met het oog op de verwerking en verpakking, mits de dienstverlener geen aanspraak op het geleverde product verwerft. § 2. De minister kan als overgangsmaatregel bepalen dat het teeltmateriaal dat gebruikt is voor de teelt van moederplanten of kweekwijnstokken, gelijkwaardig is aan het teeltmateriaal dat is goedgekeurd of gecontroleerd volgens de bepalingen van dit besluit, als dat teeltmateriaal vóór het gebruik dezelfde waarborgen bood als het overeenkomstig de bepalingen van dit besluit goedgekeurde of gecontroleerde teeltmateriaal.

Art. 3.§ 1. Teeltmateriaal voor wijnstokken mag alleen in de handel worden gebracht indien aan de volgende twee voorwaarden is voldaan : 1° het officieel goedgekeurd is als « oorspronkelijk teeltmateriaal », « basisteeltmateriaal » of « gecertificeerd teeltmateriaal », dan wel, in het geval van ander teeltmateriaal dan dat wat is bestemd om te worden gebruikt als wijnstokken onder de grond, als het officieel gecontroleerd standaardmateriaal betreft;2° het voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in bijlage II van dit besluit. § 2. De minister mag voorlopig tot 1 januari 2005 toestemming verlenen voor het in de handel brengen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest in afwijking van § 1, van standaardteeltmateriaal dat is bestemd om te worden gebruikt als wijnstokken onder de grond en dat afkomstig is van op 23 februari 2002 reeds bestaande moederplanten. § 3. Voor met behulp van in vitro teelttechnieken geproduceerd teeltmateriaal kan de minister de volgende voorschriften vaststellen overeenkomstig de beslissingen van de Europese Unie : 1° afwijking van de specifieke bepalingen van dit besluit;2° de voor dergelijk teeltmateriaal geldende voorwaarden;3° de voor dergelijk teeltmateriaal geldende benamingen;4° voorwaarden inzake de waarborg dat in de eerste plaats de authenticiteit van de rassen wordt getoetst.

Art. 4.De minister kan,wat de productie in het Vlaamse Gewest betreft, ten aanzien van de in bijlagen I en II opgesomde voorwaarden, aanvullende of strengere voorwaarden vaststellen voor de goedkeuring en voor de controle van standaardteeltmateriaal.

In geval van enting is deze bepaling niet van toepassing op teeltmateriaal dat is geproduceerd in de andere Gewesten, of in een andere lidstaat of in een derde land dat als gelijkwaardig is erkend overeenkomstig artikel 24. HOOFDSTUK II. - Opstellen van een lijst van wijnstokrassen

Art. 5.§ 1. De minister stelt een lijst op van de wijnstokrassen die in het Vlaamse Gewest officieel voor certificering en controle van standaardmateriaal worden toegelaten. Deze lijst mag door iedereen geraadpleegd worden en wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad .

De lijst bevat een omschrijving van de belangrijkste morfologische en fysiologische kenmerken aan de hand waarvan de rassen van elkaar onderscheiden kunnen worden. Voor de rassen die reeds op 31 december 1971 toegelaten waren, kan verwezen worden naar de omschrijving in de officiële publicaties op wijnstokgebied). § 2. De minister ziet erop toe dat de in de lijsten van de andere Gewesten en lid-Staten opgenomen rassen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest voor goedkeuring en voor controle van standaardmateriaal worden toegelaten, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen in Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt. § 3. De minister stelt in voorkomend geval een lijst op van de klonen die in het Vlaamse Gewest officieel voor certificering zijn toegelaten.

De minister ziet erop toe dat klonen die in een ander gewest of een andere lid-Staat voor certificering zijn toegelaten, ook op het grondgebied van het Vlaamse Gewest daarvoor worden toegelaten.

Art. 6.Een ras wordt alleen toegelaten als het onderscheidbaar, bestendig en voldoende homogeen is.

Art. 7.§ 1. Een ras wordt als onderscheidbaar beschouwd als het zich, door kenmerken die verband houden met een genotype of een combinatie van bepaalde genotypes, duidelijk onderscheidt van elk ander ras waarvan het bestaan algemeen bekend is in de Europese Gemeenschap.

Als in de Europese Gemeenschap bekend ras wordt beschouwd, ieder ras dat, op het moment waarop de aanvraag tot toelating van dat ras volgens de voorschriften wordt ingediend, opgenomen is op de lijst van het Vlaamse Gewest of van een andere Gewest of een andere lid-Staat, of het voorwerp is van een aanvraag tot toelating in het betrokken gewest, of in ander gewest of in een andere lidstaat, tenzij voor het besluit inzake de aanvraag tot toelating van het te beoordelen ras niet meer in alle betrokken lidstaten aan de in de eerste zin genoemde voorwaarden wordt voldaan. § 2. Een ras wordt als bestendig beschouwd als de kenmerken die in het onderzoek naar de onderscheidbaarheid worden betrokken alsmede alle andere kenmerken die voor de beschrijving van het ras worden gebruikt, na opeenvolgende vermeerderingen ongewijzigd blijven. § 3. Een ras wordt als homogeen beschouwd als het,behoudens veranderingen die verband kunnen houden met de specifieke bijzonderheden van de vermeerdering ervan, voldoende homogeen is wat betreft de kenmerken die worden betrokken in het onderzoek naar de onderscheidbaarheid en alle andere kenmerken die voor de beschrijving van het ras worden gebruikt.

Art. 8.§ 1. In het geval van een genetisch gemodificeerd wijnstokras- een organisme zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 18 december 1998, tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of producten die er bevatten - mag dit alleen worden toegelaten als alle passende maatregelen zijn genomen ter voorkoming van negatieve effecten voor de volksgezondheid en het milieu, zoals voorzien in het koninklijk besluit van 18 december 1998. § 2. Als producten die afkomstig zijn van teeltmateriaal voor wijnstokrassen bestemd zijn om te worden gebruikt als voedingsmiddel of voedselingrediënt dat binnen de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten valt, moet, voordat de genetisch gemodificeerde wijnstokrassen worden geaccepteerd, erop worden toegezien dat de daarvan afgeleide voedingsmiddelen of voedselingrediënten; 1° geen gevaar opleveren voor de consument, 2° de consument niet misleiden, 3° niet zodanig verschillen van de voedingsmiddelen en voedselingrediënten ter vervanging waarvan zij zijn bedoeld, dat de normale consumptie ervan uit voedingsoogpunt nadelig zou zijn voor de consument. Wanneer teeltmateriaal dat van een van de in dit besluit bedoelde rassen afkomstig is, bestemd is om te worden gebruikt als voedingsmiddel of voedselingrediënt waarop de Verordening (EG) nr. 258/97 van toepassing is, wordt het ras alleen toegelaten als voor het voedingsmiddel of voedselingrediënt al een vergunning is afgegeven overeenkomstig genoemde verordening.

Art. 9.De minister draagt er zorg voor dat uit andere lid-Staten afkomstige rassen en klonen met name wat de procedure van toelating betreft, onderworpen worden aan dezelfde voorwaarden als die welke voor de binnenlandse rassen gelden.

Art. 10.§ 1. Een ras kan slechts worden toegelaten na officieel onderzoek door de dienst, dat in het bijzonder op het veld is verricht en betrekking heeft op een voldoende groot aantal kenmerken om het ras te kunnen beschrijven. Voor het vaststellen van deze kenmerken moeten nauwkeurige en betrouwbare methoden worden gebruikt. § 2. Door de minister worden vastgesteld : 1° de kenmerken waarop het onderzoek tenminste betrekking moet hebben;2° de minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek. § 3. Indien bekend is dat het teeltmateriaal van een bepaald ras in een ander land onder een andere benaming in de handel is, wordt ook deze benaming in de lijst opgenomen.

Art. 11.§ 1. De toegelaten rassen worden regelmatig officieel gecontroleerd door de dienst. Als aan één van de voorwaarden voor toelating tot goedkeuring of tot controle niet meer wordt voldaan, wordt de toelating ingetrokken en wordt het ras van de lijst geschrapt. § 2. Aanvragen tot toelating van een ras of intrekkingen van dergelijke aanvragen, opnemingen in een rassenlijst,alsmede de verschillende wijzigingen ervan worden onverwijld ter kennis gebracht van de andere lidstaten en van de Commissie.

Art. 12.De toegelaten genetisch gemodificeerde rassen worden duidelijk als zodanig in de rassenlijst vermeld. Eenieder die een dergelijk ras in de handel brengt, moet duidelijk in zijn verkoopcatalogus vermelden dat het een genetisch gemodificeerd ras betreft, en moet het doel van de modificatie omschrijven. HOOFDSTUK III. - Toezicht op de handel en de productie van teeltmateriaal

Art. 13.§ 1. De rassen of, in voorkomend geval, klonen die in de lijst opgenomen zijn, moeten stelselmatig in stand worden gehouden. § 2. De stelselmatige instandhouding moet altijd kunnen worden gecontroleerd aan de hand van registraties verricht door de personen die verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van het ras of de kloon. § 3. Aan de persoon die verantwoordelijk is voor de instandhouding van het ras kan de dienst vragen monsters ter beschikking te stellen voor de verificatie van de rasechtheid. Indien nodig kan de bemonstering langs officiële weg door de dienst gebeuren. § 4. Als de instandhouding in een andere lid-Staat verwezenlijkt is dan de lidstaat waar het ras is toegelaten, verlenen de betrokken lidstaten elkaar administratieve bijstand bij de controle.

Art. 14.Het teeltmateriaal moet tijdens de oogst, de bewerking, de opslag, het vervoer en de teelt in partijen gescheiden worden gehouden en worden aangeduid volgens het ras en, in voorkomend geval voor basisteeltmateriaal, oorspronkelijk teeltmateriaal, en gecertificeerd teeltmateriaal, volgens de kloon.

Art. 15.Teeltmateriaal mag alleen in de handel worden gebracht in voldoende homogene partijen en in gesloten verpakkingen of bundels, die overeenkomstig artikelen 16 en 17 zijn voorzien van een sluitingssysteem en een aanduiding. De bewerking gebeurt overeenkomstig de bepalingen van bijlage III.

Art. 16.Verpakkingen en bundels van teeltmateriaal worden officieel of onder officieel toezicht zodanig gesloten dat ze niet kunnen worden geopend zonder dat het sluitingssysteem wordt beschadigd, of dat het in artikel 17, § 1, bedoelde officiële etiket of - bij verpakkingen - de verpakking sporen van manipulatie vertoont. Ter wille van een goede sluiting wordt ten minste gebruikgemaakt van een officieel etiket dan wel van een officiële verzegeling.

Een eventuele herhaalde, nieuwe sluiting mag uitsluitend officieel of onder officieel toezicht gebeuren.

Art. 17.§ 1. Verpakkingen en bundels van teeltmateriaal worden aan de buitenkant voorzien van een officieel etiket dat beantwoordt aan de vereisten van bijlage IV en dat gesteld is in een van de officiële talen van de Europese Gemeenschap. Dit etiket wordt vastgehecht door middel van de sluiting. De kleur van het etiket is wit met een diagonale paarse streep voor oorspronkelijk teeltmateriaal, wit voor basisteeltmateriaal, blauw voor gecertificeerd teeltmateriaal en donkergeel voor standaardteeltmateriaal. § 2. De minister kan echter toestaan dat de producenten, gevestigd op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, verschillende verpakkingen of bundels entwijnstokken of wortelwijnstokken met dezelfde eigenschappen, die met één enkel etiket worden aangeduid als bedoeld in bijlage IV, in de handel brengen. In dat geval worden de verpakkingen of bundels in kwestie zodanig met elkaar verbonden dat de band bij de eventuele scheiding wordt verbroken en niet opnieuw kan worden gebruikt. Het etiket wordt door middel van deze band bevestigd). Er mag geen nieuwe sluiting worden aangebracht. § 3. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 23, tweede lid,van Verordening (EG) nr. 1493/1999, kan de minister voorschrijven dat iedere levering van materiaal geproduceerd op het grondgebied van het Vlaamse Gewest tevens wordt begeleid door een uniform document waarin de volgende vermeldingen staan : aard van de goederen, het ras en eventueel de kloon, de categorie, de hoeveelheid, de verzender en de ontvanger. § 4. Het officiële etiket bedoeld in § 1, kan ook de begeleidende fytosanitaire documenten bevatten, die bedoeld worden in het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. Alle voorwaarden die toepasselijk zijn op de officiële etikettering en op de plantenpaspoorten worden vastgesteld en moeten worden erkend als gelijkwaardig. § 5. De ontvanger van het vegetatieve teeltmateriaal voor wijnstokken moet de officiële etiketten gedurende ten minste één jaar bewaren en ter beschikking houden van de officiële controledienst.

Art. 18.Bij teeltmateriaal van een genetisch gemodificeerd ras moet op alle etiketten die aangebracht zijn op de partijen teeltmateriaal en op de begeleidende documenten die in het kader van dit besluit bij de partijen teeltmateriaal gevoegd zijn, officieel of niet-officieel, duidelijk worden vermeld dat het een genetisch gemodificeerd ras betreft en moet de naam van de genetisch gemodificeerde organismen worden genoemd.

Art. 19.§ 1. De minister draagt er zorg voor dat van de oogst tot de aflevering aan de laatste gebruiker de identiteit van het teeltmateriaal wordt verzekerd met behulp van een door hem voorgeschreven of erkende officiële controleregeling. Hij treft alle dienstige maatregelen om ten minste door steekproeven officieel te kunnen nagaan of het in de handel gebrachte teeltmateriaal beantwoordt aan de in dit besluit gestelde voorwaarden. § 2. Onverminderd het vrije verkeer van materiaal in de Europese Gemeenschap neemt de minister de nodige maatregelen zodat de volgende gegevens aan de bevoegde dienst verstrekt worden als teeltmateriaal uit een derde land in de handel wordt gebracht : 1° soort (botanische naam); 2° ras c.q. kloon : voor entwijnstokken is dat op de onderstam en op de entrijs van toepassing; 3° categorie;4° aard van het teeltmateriaal;5° land van productie en officiële controledienst;6° land van verzending, als dat niet het land van productie is;7° importeur;8° hoeveelheid materiaal.

Art. 20.Het teeltmateriaal dat overeenkomstig dit besluit in de handel wordt gebracht, op grond van verplichte of facultatieve maatregelen, kan alleen worden onderworpen aan de beperkingen voor het in de handel brengen die bij dit besluit zijn vastgesteld met betrekking tot eigenschappen, onderzoek, aanduiding en sluiting.

Art. 21.Voor teeltmateriaal van wijnstokrassen en, in voorkomend geval, van wijnstokklonen die in een van de lidstaten officieel zijn toegelaten voor de goedkeuring en voor de controle op het standaardmateriaal overeenkomstig het bepaalde in dit besluit, gelden op het grondgebied van het Vlaamse Gewest geen handelsbeperkingen die het ras c) q. de kloon betreffen, onder voorbehoud van toepassing van Verordening (EG) nr. 1493/1999.

Art. 22.Teeltmateriaal dat rechtstreeks afkomstig is van basisteeltmateriaal dat goedgekeurd is in een bepaalde lidstaat en in een andere lidstaat is geoogst, kan worden goedgekeurd in het Vlaams Gewest die het basisteeltmateriaal produceert,als het op het vermeerderingsperceel werd onderworpen aan een veldkeuring overeenkomstig de voorwaarden gesteld in bijlage I, en als bij een officieel onderzoek is geconstateerd dat aan voorwaarden, gesteld in bijlage II, is voldaan.

Art. 23.§ 1. Om tijdelijke moeilijkheden op te heffen die zich bij de voorziening met teeltmateriaal in de Europese Gemeenschap voordoen, en die niet anderszins kunnen worden overwonnen, kan voor een bepaalde periode toegestaan worden om de vereiste hoeveelheden teeltmateriaal van een categorie waaraan minder strengere eisen worden gesteld, in de handel worden gebracht. § 2. Als het een categorie teeltmateriaal van een bepaald ras betreft, is de kleur van het etiket die voor de overeenkomstige categorie is vastgesteld, en in alle andere gevallen bruin. In elk geval wordt op het etiket vermeld dat het teeltmateriaal betreft dat tot een categorie behoort waaraan minder strengere eisen zijn gesteld.

Art. 24.§ 1. Vegetatief teeltmateriaal van wijnstokken dat in een land is geproduceerd dat geen lid is van de Europese Gemeenschap, mag enkel in de handel gebracht worden indien de Raad vooraf heeft vastgesteld dat het in dit land geoogst materiaal wat de voorwaarden voor de toelating ervan en de maatregelen voor de productie met het oog op het in de handel brengen ervan betreft, dezelfde waarborgen biedt als vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken dat in de Europese Gemeenschap wordt geproduceerd en aan de bepalingen van dit besluit voldoet. § 2. Bovendien bepaalt de Raad ook welk typemateriaal en welke categorieën vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken uit hoofde van de bepalingen in § 1. van de Europese Gemeenschap in de handel mogen worden gebracht. § 3. Totdat de Raad op grond van de bepalingen in § 1 een besluit heeft genomen en onverminderd de naleving van de bepalingen van het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen, kan de minister zulke besluiten nemen.

De minister ziet er op toe dat het in te voeren materiaal garanties biedt die in alle opzichten gelijkwaardig zijn aan die van vegetatief teeltmateriaal voor wijnstokken dat overeenkomstig dit besluit in de Europese Gemeenschap is geproduceerd) In het bijzonder moet het ingevoerde materiaal vergezeld gaan van een document waarin de gegevens, opgenomen in artikel 17, zijn vermeld.

Art. 25.De minister kan een technisch controlereglement opstellen, op voorstel van de dienst. Dat reglement bepaalt het controlesysteem zodat het teeltmateriaal, afgeleid van de individuele toegelaten eenheden of partijen, duidelijk identificeerbaar blijft gedurende het hele proces van oogst tot aflevering aan de eindgebruiker. Hiertoe worden eveneens bij geregistreerde leveranciers geregeld inspecties verricht. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 26.Overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt.

Art. 27.De minister wordt gemachtigd om de bijlagen aan te passen overeenkomstig de wijzigingen die de Europese Commissie aanbrengt in de bijlagen bij richtlijn 68/193/EEG als gevolg van de ontwikkeling van de technische en wetenschappelijke kennis.

Art. 28.Het koninklijk besluit van 8 november 1971, gewijzigd door het koninklijk besluit van 17 november 1982 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal van wijnstokken, wordt opgeheven.

Art. 29.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid,is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 24 oktober 2003.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking, L. SANNEN

Bijlage I. - Voorwaarden met betrekking tot het gewas I. Algemene voorwaarden. 1. Het gewas moet rasecht en raszuiver zijn.2. De staat waarin het vermeerderingsperceel zich bevindt en de stand van het gewas moeten een voldoende controle van de rasechtheid en de raszuiverheid mogelijk maken.3. Er moet een zo groot mogelijke waarborg bestaan dat de grond voor de teelt van kweekwijnstokken en van moedergewassen die voor de voortbrenging van basisteeltmateriaal en gecertificeerd teeltmateriaal bestemd zijn, bij het planten niet besmet is met schadelijke organismen of de vectoren ervan, in het bijzonder nematoden die virusziekten overbrengen.4. De aanwezigheid van schadelijke organismen die de waarde van het teelmateriaal nadelig beïnvloeden,moet zo veel mogelijk beperkt worden.5. Op percelen die bestemd zijn voor de productie van basisteeltmateriaal moeten schadelijke virussen,met name besmettelijke degeneratie en krulziekte worden verwijderd.De percelen die bestemd zijn voor de productie van teeltmateriaal van de andere categorieën moeten vrijgehouden worden van planten die symptomen van schadelijke virussen vertonen. 6. Het percentage mislukkingen bij de moedergewassen dat te wijten is aan schadelijke organismen, mag niet groter zijn dan : a) 5 procent bij de moedergewassen, bestemd voor de productie van gecertificeerd teeltmateriaal, en b) 10 procent bij de moedergewassen, bestemd voor de productie van standaardteeltmateriaal. Als de mislukkingen te wijten zijn aan andere redenen dan plantenziektekundige redenen en als het aandeel van de mislukkingen groter is dan voornoemde percentages, moeten deze redenen in het dossier worden vermeld. 7. Jaarlijks vindt ten minste één veldkeuring plaats.Kan bij een omstreden uitslag de oorzaak daarvan uit de weg worden geruimd zonder dat de kwaliteit van het teeltmateriaal hierdoor nadelig wordt beïnvloed, dan vindt een tweede veldkeuring plaats.

II. Bijzondere voorwaarden. 1. Kweekwijnstokken mogen niet geplaatst zijn in wijngaarden voor de productie van druiven, noch binnen een afstand van 3 meter van zodanige wijngaarden.2. De voor de kweek van wortelwijnstokken en entwijnstokken gebruikte delen moeten afkomstig zijn van goedgekeurde moedergewassen. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2003 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal van wijnstokken.

Brussel, 24 oktober 2003.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking, L. SANNEN

BIJLAGE II. - Voorwaarden met betrekking tot het teeltmateriaal I. Algemene voorwaarden. 1. Het teeltmateriaal moet rasecht en raszuiver zijn;bij het in de handel brengen is voor standaardteeltmateriaal een tolerantie tot 1 % toegestaan. 2. Mechanische zuiverheid : ten minste 96 %. Als mechanisch onzuiver wordt beschouwd : a) teeltmateriaal dat geheel of gedeeltelijk verdord is, zelfs wanneer het na uitdrogen in water gedompeld is;b) vernield, kromgegroeid of beschadigd, inzonderheid door hagel of vorst beschadigd teeltmateriaal, alsmede ineengedrukt of gebroken teeltmateriaal.3. De aanwezigheid van schadelijke organismen die de waarde van het teeltmateriaal nadelig beïnvloeden, moet zoveel mogelijk zijn beperkt. II. Bijzondere voorwaarden. 1. Entwijnstokken : a) entwijnstokken, verkregen uit de enting van basisteeltmateriaal op basisteeltmateriaal en uit de enting van basisteeltmateriaal op gecertificeerd teeltmateriaal, worden ingedeeld in de categorie basisteeltmateriaal.b) entwijnstokken, verkregen door enting van gecertificeerd teeltmateriaal op basisteeltmateriaal en door enting van gecertificeerd teeltmateriaal op gecertificeerd teeltmateriaal worden ingedeeld als gecertificeerd teeltmateriaal.Alle overige combinaties worden als standaardteeltmateriaal ingedeeld. 2. Delen van wijnstokken : De stekken moeten voldoende houtvorming vertonen.Deze moet, gelet op het ras, in normale verhouding staan tot de kern.

III. Sortering. 1. Delen van de wijnstok onder de grond, bestemd voor veredeling, blindhout en entrijzen : A.Middellijn : gemeten wordt de grootste middellijn van de kleinste doorsnee. a) delen van de wijnstok onder de grond, bestemd voor veredeling, en entrijzen : 1) middellijn aan het zwakkere einde : i) bij Vitis rupestris en kruisingen met Vitis vinifera : 6 - 12 mm; ii) bij andere wijnstokrassen : 6,5 - 12 mm.

Het aandeel van de stekken met een middellijn van ten hoogste 7 mm bij de Vitis rupestris en kruisingen met Vitis vinifera en van ten hoogste 7,5 mm bij andere wijnstokrassen mag niet meer dan 25 procent van de partij omvatten. 2) maximummiddellijn aan het sterkere einde 14 mm, behalve als het entrijzen betreft die bestemd zijn voor enting ter plaatse.Het oculeren moet ten minste 2 cm beneden het onderste oog plaatsvinden. b) blindhout : minimummiddellijn aan het zwakkere einde : 3,5 mm. B. Lengte : 1) delen van de wijnstok onder de grond bestemd voor veredeling : minimumlengte 1,05 m vanaf de basis van de onderste knoop met inachtneming van het bovenste stengellid;2) blindhout : minimumlengte 55 cm vanaf de basis van de onderste knoop met inachtneming van het bovenste stengellid;voor Vitis vinifera : 30 cm; 3) entrijs : als er vijf bruikbare ogen zijn, minimumlengte 50 cm vanaf de basis van de onderste knoop met inachtneming van het bovenste stengellid; als er één bruikbaar oog is, minimumlengte 6,5 cm; het oculeren moet ten minste; - 1,5 cm boven het oog plaatsvinden; - 5 cm onder het oog plaatsvinden. 2. Wortelwijnstokken : A.Middellijn : De middellijn, gemeten in het midden van het stengellid onder de bovenste loot,bedraagt ten minste 5 mm.

B. Lengte : De minimumlengte vanaf de wortels tot het begin van de bovenste loot bedraagt : 1) bij wijnstokdelen onder de grond, 30 cm;2) bij overige wijnstokken met wortels, 22 cm. C. Wortels : Iedere plant moet ten minste drie goed ontwikkelde en behoorlijk verdeelde wortels hebben. Ras 420 A hoeft echter slechts twee goed ontwikkelde wortels te hebben, mits ze tegenover elkaar staan. 3. Entwijnstokken : A.De stam moet ten minste 20 cm lang zijn;

B. Wortels : iedere plant moet ten minste drie goed ontwikkelde en behoorlijk verdeelde wortels hebben. Ras 420 A hoeft echter slechts twee goed ontwikkelde wortels te hebben, mits ze tegenover elkaar staan.

C. Entingsplaats : iedere plant moet een toereikende, regelmatige en stevige entingsplaats hebben.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2003 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal van wijnstokken.

Brussel, 24 oktober 2003.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking, L. SANNEN

Bijlage III. - Bewerking De verpakkingen of de bundels moeten de volgende hoeveelheden bevatten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2003 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal van wijnstokken.

Brussel, 24 oktober 2003.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking, L. SANNEN

Bijlage IV. - Etiket A. Te vermelden gegevens; 1. E.G.-norm 2. naam en adres van de persoon die verantwoordelijk is voor de sluiting of zijn identificatienummer 3.keurings- of controledienst en lid-Staat; 4. referentienummer van de partij;5. ras en, in voorkomend geval, kloon voor de entwijnstokken betreffende de wijnstokdelen onder de grond en entrijs;6. categorie;7. land van productie;8. hoeveelheid;9. lengte - voor delen van de wijnstok onder de grond, bestemd voor veredeling, als afwijkingen betreffende de minimumlengte zijn toegestaan (artikel 5, 2°). Voor teeltmateriaal van wortelwijnstokken en entwijnstokken volstaan de aanduidingen bedoeld in alinea a) punt 1, 2, 5, 6 en 7.

B. Aanvullende aanduidingen, toegelaten voor teeltmateriaal van de categorieën « basisteeltmateriaal » en « gecertificeerd teeltmateriaal ».

Het basisteeltmateriaal/teeltmateriaal van een vroeger vegetatief stadium dan het basismateriaal werd onderzocht door ........... (aangewezen dienst) en werd vrij van ........... (virusziekte) bevonden volgens ................ (onderzoekmethode). » Deze aanduidingen mogen op al het materiaal van de categorieën « basisteeltmateriaal » of « gecertificeerd teeltmateriaal » betrekking hebben ten aanzien van krulziekte en besmettelijke degeneratie en, ter aanvulling, op entwijnstokken voor vlekziekte. De tests moeten officieel erkend zijn en gedurende een periode van ten minste drie jaar door een officieel erkende en gecontroleerde dienst verricht zijn.

De volgende onderzoekmethoden mogen worden toegepast : a) voor alle virusziekten : de indicatormethoden met wijnstokplanten;b) voor besmettelijke degeneratie, behalve voornoemde methoden : de indicatormethoden met kruidachtige planten, alsmede de serologische methode.c) Minimumafmetingen : 1) 110 mm x 67 mm voor de delen van de wijnstok onder de grond, bestemd voor veredeling, entrijs en blindhout;2) 80 mm x 70 mm voor wortelwijnstokken en entwijnstokken. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 oktober 2003 betreffende het in de handel brengen van vegetatief teeltmateriaal van wijnstokken.

Brussel, 24 oktober 2003.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking, L. SANNEN

^