Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 14 juni 2002
gepubliceerd op 08 augustus 2002

Besluit van de Vlaamse regering betreffende de provinciale en gemeentelijke milieuplanning en de milieuraad, ter uitvoering van de artikelen 2.1.18, 2.1.24, 2.1.16 en 2.1.22, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2002035978
pub.
08/08/2002
prom.
14/06/2002
ELI
eli/besluit/2002/06/14/2002035978/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

14 JUNI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de provinciale en gemeentelijke milieuplanning en de milieuraad, ter uitvoering van de artikelen 2.1.18, 2.1.24, 2.1.16 en 2.1.22, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, inzonderheid op de artikelen 2.1.16, 2.1.18, 2.1.22 en 2.1.24;

Overwegende de evaluatie, uitgevoerd in de loop van het jaar 2001,conform de artikelen 2.1.18, § 2 en 2.1.24, § 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, waaruit blijkt dat een verplichte milieuplanning aangewezen is omdat enerzijds de gemeenten de nodige onderlegdheid bezitten maar niet steeds alle met een planning werken, en anderzijds het milieubeleid hoofdzakelijk lokaal gerealiseerd moet worden;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 november 2001;

Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 14 december 2001 betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een maand;

Gelet op het advies nummer 32.795/3 van de Raad van State, gegeven op 15 mei 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.§ 1. De provincies en gemeenten zijn verplicht hun milieubeleid te voeren op basis van een milieubeleidsplan, op te stellen conform de bepalingen van Titel II, hoofdstuk I, afdelingen 3 en 4 van het decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid. § 2. De eerste verplichte milieubeleidsplannen worden afgestemd op het gewestelijk milieubeleidsplan vanaf het moment dat het nieuwe gewestelijk milieubeleidsplan is vastgesteld.

Het provinciaal milieubeleidsplan moet uiterlijk op 1 mei 2004 worden vastgesteld.

Het gemeentelijk milieubeleidsplan moet uiterlijk op 1 mei 2005 worden vastgesteld.

Art. 2.§ 1. Bij het ontwerpen van de provinciale milieubeleidsplannen zorgt de bestendige deputatie, overeenkomstig artikel 2.1.16, § 2, van het voornoemde decreet van 5 april 1995, voor inspraak door de naar haar oordeel meest belanghebbende overheidsorganen, instellingen en privaatrechtelijke organisaties te betrekken.

Zij verenigt deze te consulteren instanties in een provinciale milieuraad, waarin in ieder geval de administraties zetelen die vertegenwoordigd zijn in de provinciale milieuvergunningencommissies en de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij. De leden van de provincieraad en de gouverneur kunnen geen stemhebbend lid of voorzitter zijn van de milieuraad, evenmin als de milieuambtenaren van het provinciebestuur. § 2. De milieuraad brengt advies uit over het ontwerp van milieubeleidsplan. De bestendige deputatie motiveert haar van dit advies afwijkende beslissingen in een begeleidende nota bij dit plan.

Art. 3.§ 1. Bij het ontwerpen van de gemeentelijke milieubeleidsplannen zorgt het college van burgemeester en schepenen, overeenkomstig artikel 2.1.22, § 2, van het voornoemde decreet van 5 april 1995, voor inspraak door de naar zijn oordeel meest belanghebbende overheidsorganen, instellingen en privaatrechtelijke organisaties te betrekken.

Zij verenigt deze te consulteren instanties in een gemeentelijke milieuraad, waarvan de leden van de gemeenteraad geen stemhebbend lid of voorzitter kunnen zijn, evenmin als de milieuambtenaar van de gemeente.

De Vlaamse minister, bevoegd voor leefmilieu, kan aan een gemeente, die op het ogenblik van de aanvraag minder dan 5 000 inwoners telt, een vrijstelling geven voor het hebben van een milieuraad zoals bedoeld in het tweede lid. De gemeente dient daartoe een aangetekende en gemotiveerde aanvraag in te dienen bij de Vlaamse minister, bevoegd voor leefmilieu. Bij een uitblijven van een antwoord binnen de zestig kalenderdagen wordt de betrokken gemeente geacht een milieuraad op te richten. § 2. De milieuraad brengt advies uit over het ontwerp van milieubeleidsplan. Het college van burgemeester en schepenen motiveert zijn van dit advies afwijkende beslissingen in een begeleidende nota bij dit plan.

Art. 4.De Vlaamse minister, bevoegd voor Leefmilieu, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 14 juni 2002.

De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, V. DUA

^