Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 12 mei 2000
gepubliceerd op 18 juli 2000

Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1992 tot vaststelling van de criteria, modaliteiten en bedragen van de tussenkomsten voor individuele materiële bijstand tot sociale integratie ten gunste van personen met een handicap

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2000035658
pub.
18/07/2000
prom.
12/05/2000
ELI
eli/besluit/2000/05/12/2000035658/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

12 MEI 2000. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1992 tot vaststelling van de criteria, modaliteiten en bedragen van de tussenkomsten voor individuele materiële bijstand tot sociale integratie ten gunste van personen met een handicap


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap, inzonderheid op artikel 52, 1° en op artikel 53;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1992 tot vaststelling van de criteria, modaliteiten en bedragen van de tussenkomsten voor individuele materiële bijstand tot sociale integratie ten gunste van personen met een handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 20 juli 1994, 21 december1994, 28 februari 1996, 17 juni 1997, 24 juni 1997, 10 maart 1998, 23 juli 1998, 18 december 1998 en 8 juni 1999;

Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap, gegeven op 30 november 1999;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 12 mei 2000;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat zonder uitstel de aanpassing van de criteria voor financiële tegemoetkoming van individuele materiële bijstand ten gunste van personen met een handicap moet worden doorgevoerd om de financiële middelen die beschikbaar zijn doelmatig en zuinig aan te wenden;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1992 tot vaststelling van de criteria, modaliteiten en bedragen van de tussenkomsten voor individuele materiële bijstand tot sociale integratie ten gunste van personen met een handicap, wordt § 1bis, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997, opgeheven.

Art. 2.In artikel 11, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998, worden de woorden « datum van de beslissing » vervangen door het woord « factuurdatum ».

Art. 3.In punt 2.1 van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998, worden de woorden "Bouwen van een aangepaste woning, ombouwen van of aanbouwen aan een bestaande woning" vervangen door de woorden "Ombouwen van of aanbouwen aan een bestaande woning".

Art. 4.De bepalingen, vermeld in de punten 2.1.1., 2.1.1.1. en 2.1.1.2., van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, worden opgeheven.

Art. 5.Punt 3.1.1.e) van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 25 februari 1996 en 17 juni 1997, wordt vervangen door wat volgt : « 3.1.1.e) Het Fonds neemt het bedrag boven de nomenclatuurwaarde van een elektronische rolstoel enkel ten laste als de aankoop van een elektronische rolstoel : 1° de persoon in staat stelt een beroep voort te zetten, waardoor hij ofwel onder de sociale zekerheid van de werknemers ofwel onder het sociaal statuut van de zelfstandige staat;2° de persoon in staat stelt een vakomscholing voort te zetten die door het college van geneesheer-directeurs is goedgekeurd en waarvan het programma uitdrukkelijk het gebruik van een elektronisch wagentje omvat; 3° de persoon de mogelijkheid biedt verder naar school te gaan, d.w.z. regelmatig de lessen te volgen van het lager, middelbaar, hoger, beroeps- of technisch onderwijs. Die lessen moeten overdag worden gegeven en mogen niet beperkt zijn tot een gedeelte van het jaar; 4° de persoon in staat stelt een leercontract te vervullen waarvan de afsluiting is geregistreerd en de uitvoering wordt gecontroleerd door een erkend leersecretariaat;5° aangewezen is voor een persoon met een aangeboren spierdystrofie of osteogenesis imperfecta, waarbij aangetoond is dat het gebruik van een toestel met persoonlijke aandrijving tegenaangewezen is en die fysiek en psychisch bekwaam is het elektronisch toestel zinvol te gebruiken. De bekwaamheid tot zinvol gebruik moet blijken uit een uitgebreid verslag van de zorgverstrekker over de testresultaten van een vijfdaags gebruik; 6° aangewezen is voor een persoon, die jonger is dan 65 jaar op het ogenblik van de aanvraag, en die niet verblijft in een verzorgingsinrichting en die door middel van het toestel zelfstandig in haar/zijn thuismilieu kan blijven functioneren als alleenstaande of binnen het gezin en permanente afhankelijkheid van derden of opname in een verzorgingsinrichting dankzij de elektronische rolstoel kan vermijden;7° aangewezen is voor een persoon die bij een vorige aflevering van een elektronisch wagentje verzekeringstegemoetkoming ontvangen heeft die aan de voorwaarden vermeld in de punten 1, 2, 3, 4, en 5, beantwoordde en waarvoor de hernieuwingstermijn van het vorige toestel verstreken is en die niet verblijft in een verzorgingsinrichting en door middel van het toestel zelfstandig in haar/zijn thuismilieu kan blijven functioneren als alleenstaande of binnen het gezin. In de in 1° tot en met 7° vermelde gevallen neemt het Fonds nooit de nomenclatuurwaarde ten laste. »

Art. 6.In punt 3.1.2. van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 20 juli 1994, 21 december 1994 en 17 juni 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in a) wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « In afwijking van de bepalingen van het eerste lid worden de kosten van aankoop van elektronische rolstoelen, inbegrepen de bijzondere aanpassingen en uitrusting, ten laste genomen ten belope van de factuurprijs met een maximum van 272.665 frank, BTW inbegrepen, als blijkt uit de goedkeuring door een arts van het Fonds dat deze aankoop noodzakelijk is met het oog op de sociale integratie van personen met een handicap. Dit maximum van 272.665 frank wordt verhoogd tot 454.442 Fr., BTW inbegrepen, voor de personen met een handicap die onmogelijk of zeer moeilijk gebruik kunnen maken van de bovenste ledematen en/of uitgesproken houdingsafwijkingen vertonen. Deze afwijkingen zijn niet van toepassing op elektronische scooters. » 2° er wordt een d) toegevoegd die luidt als volgt : « d) voor de aanvragers die niet behoren tot één van de in punt 3.1.1.e) opgesomde categorieën zijn het bedrag van de tenlasteneming, de hernieuwingstermijn en de cumulatieregeling voor elektronische scooters dezelfde als degene die in de ZIV-nomenclatuur voor deze prestatie bepaald zijn. »

Art. 7.Aan punt 4 van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, wordt de zin « Het Fonds komt in geen geval tegemoet in de kosten van aankoop, herstelling, gebruik, vervanging of onderhoud van een draadloze telefoon voor gebruik binnenshuis, van een autotelefoon of van een gsm-toestel » toegevoegd.

Art. 8.In punt 4.4.1. van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in c) worden de woorden « en het didactische doel » geschrapt;2° in d) wordt de zin « voor de toestellen voor gebruik in familiaal milieu moeten volgende documenten ingediend worden« vervangen door de zin « volgende documenten moeten worden ingediend ».

Art. 9.De bepalingen, vermeld in de punten 4.8., 4.8.1., 4.8.2. en 4.8.3. van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 28 februari 1996, worden opgeheven.

Art. 10.De bepalingen, vermeld in de punten 4.10., 4.10.1. en 4.10.2. van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998, worden opgeheven.

Art. 11.In punt 6.2. van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998 worden 1° en 2° vervangen door wat volgt : « 1° a) verzorgingsbed (met hoofdeinde, voeteinde, bodem en met inbegrip van manuele rugverstelling) 12.000 BEF b) onrusthekken, per stuk 3000 BEF c) hydraulisch regelbaar in de hoogte 15.000 BEF d) elektrisch regelbaar in de hoogte 22.500 BEF e) elektrisch regelbaar ruggedeelte 3750 BEF f) manueel regelbaar beengedeelte 1500 BEF g) elektrisch regelbaar bovenbeengedeelte 3750 BEF h) elektrisch regelbaar onderbeengedeelte 3750 BEF i) bedverlengstuk 3750 BEF j) statische lifter op bed 2625 BEF k) andere noodzakelijke onderdelen (o.a. plooibare matras, elektrisch verstelbaar hoofdgedeelte) 3750 BEF 2° elektrisch regelbaar hoofdgedeelte, ruggedeelte, bovenbeengedeelte en onderbeengedeelte a) per elektrisch regelbaar onderdeel 3.750 BEF b) maximaal toe te kennen voor de elektrisch regelbare onderdelen 11.250 BEF ».

Art. 12.In punt 7.1 en 7.1.1 van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, worden de woorden « of schapevacht » geschrapt.

Art. 13.In punt 10.2.1. van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 18 december 1998, wordt in a) het woord « douchestoel » vervangen door het woord « doucherolstoel ».

Art. 14.In punt 11.1.1. van de bijlage, gevoegd bij hetzelfde besluit, wordt de zin « De medische noodzaak van het hulpmiddel moet minstens om de twee jaar door een geneeskundig getuigschrift herbevestigd worden » geschrapt.

Art. 15.Bij wijze van overgangsmaatregel worden de aanvragen die vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingediend zijn, voor financiële tenlasteneming van hulpmiddelen die in dit besluit worden geregeld, en waarover op die dag nog geen beslissing is genomen, onderzocht en afgehandeld overeeenkomstig de regels die op het ogenblik van indiening gelden regels.

Art. 16.Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 5 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1998.

Art. 17.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 12 mei 2000 De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mevr. M. VOGELS

^