Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 07 december 2001
gepubliceerd op 15 januari 2002

Besluit van de Vlaamse regering houdende de subsidiëring van de kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen die door de gemeenten uitgevoerd worden

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2002035013
pub.
15/01/2002
prom.
07/12/2001
ELI
eli/besluit/2001/12/07/2002035013/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

7 DECEMBER 2001. - Besluit van de Vlaamse regering houdende de subsidiëring van de kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen die door de gemeenten uitgevoerd worden


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001, inzonderheid op artikel 2;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 18 april 2001;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de belangrijkste schade door erosieproblemen zich voordoet in het voorjaar wanneer hevige neerslag valt op de onbedekte tot weinig bedekte bodem; opdat een gemeente vóór het voorjaar 2002 nog tijdig erosiebestrijdingswerken zou kunnen uitvoeren wordt de invoering van de voorgestelde subsidieregeling dringend; het ontwerpbesluit werd opnieuw voorgelegd aan de Vlaamse regering met de bedoeling dit keer het advies van de Raad van State binnen een termijn van drie dagen te vragen;

Gelet op advies 32.532/3 van de Raad van State, gegeven op 20 november 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° het decreet : het decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001;2° de administratie : de afdeling Land van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;3° de kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen : maatregelen met het oog op een brongerichte aanpak van de beheersing van bodemerosie en de eventueel daarmee gepaard gaande modderoverlast.De maatregelen zijn gericht op het afremmen of opvangen van het oppervlakkig afstromend water op de percelen of zo snel mogelijk na het verlaten van de percelen, zodat bodemerosie voorkomen wordt en de sedimentlast van het afstromende water beperkt wordt; 4° het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan : een plan voor het hele grondgebied van de gemeente, of voor een deel ervan, waarin de probleemstelling van de bodemerosie en de eventueel daarmee gepaard gaande modderoverlast, de prioritaire knelpunten en de brongerichte aanpak ervan, worden beschreven.Het plan bestaat uit een tekstgedeelte en bijbehorende kaarten; 5° de erosiebestrijdingswerken : inrichtingswerken, verspreid over het hele grondgebied van de gemeente, of over een deel ervan, met het oog op een brongerichte aanpak van de beheersing van bodemerosie en de eventueel daarmee gepaard gaande modderoverlast.Vanaf 1 januari 2005 gebeuren de werken ter uitvoering van een door de administratie goedgekeurd gemeentelijk erosiebestrijdingsplan; 6° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de landinrichting;7° code van goede praktijk erosiebestrijdingsplan : de code van goede praktijk voor het opmaken van een gemeentelijk erosiebestrijdingsplan, vastgesteld door de administratie.De code wordt door de administratie ter beschikking gesteld van de gemeente; 8° code van goede praktijk erosiebestrijdingswerken : de code van goede praktijk voor het uitvoeren van erosiebestrijdingswerken, vastgesteld door de administratie.De code wordt door de administratie ter beschikking gesteld van de gemeente; 9° NTMB-richtlijn erosiebestrijdingswerken : de richtlijn inzake natuurtechnische milieubouw bij het uitvoeren van erosiebestrijdingswerken, vastgesteld door de administratie.De richtlijn wordt door de administratie ter beschikking gesteld van de gemeente; 10° de gunningsprocedure : de procedure waarbij wordt overgegaan tot een van de wijzen van gunning van een opdracht, krachtens de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, tot aan het voorstel van gunning van de opdracht;11° het project : de in een goedgekeurd investeringsprogramma opgenomen principeaanvraag voor het opmaken van een gemeentelijk erosiebestrijdingsplan of het uitvoeren van erosiebestrijdingswerken.

Art. 2.Binnen de grenzen van de daartoe bestemde begrotingskredieten kan de minister, volgens de bepalingen die vastgesteld zijn in het decreet en in dit besluit, een subsidie verlenen aan de gemeenten voor het uitvoeren van kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen, nadat ze een aanvraag tot subsidiëring hebben ingediend bij de administratie.

Art. 3.De subsidie voor de uitvoering van kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen kan niet gecumuleerd worden met andere subsidies van het Vlaamse Gewest, met uitzondering van de subsidies die vastgelegd zijn in het investeringsfonds, opgericht bij het decreet van 20 maart 1991 betreffende het investeringsfonds ter verdeling van de subsidies voor bepaalde onroerende investeringen die in de Vlaamse Gemeenschap of in het Vlaamse Gewest door of op initiatief van de provincies, de gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden gedaan. Bij cumulatie met de subsidies die in het investeringsfonds zijn vastgelegd, kan de totale subsidie voor het uitvoeren van erosiebestrijdingswerken maximaal 100 % bedragen van het totale bedrag van de investeringskosten, bepaald volgens artikel 7. HOOFDSTUK II. - Aard van de maatregelen en bepaling van de subsidie

Art. 4.De gemeente maakt het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan op in eigen beheer of via een overeenkomst met een dienstverlener.

Het plan wordt opgemaakt overeenkomstig de methodiek zoals voorgeschreven door de code van goede praktijk erosiebestrijdingsplan.

Tijdens het opmaken van het plan kan de gemeente het advies vragen van de administratie.

Art. 5.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor het opmaken van het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan is evenredig met de oppervlakte van het plangebied, en bedraagt 12,50 euro per ha.

Art. 6.De gemeente maakt het ontwerpdossier van de erosiebestrijdingswerken op in eigen beheer of via een overeenkomst met een dienstverlener.

Voor de erosiebestrijdingswerken waarvoor een code van goede praktijk erosiebestrijdingswerken of een NTMB-richtlijn erosiebestrijdingswerken bestaat, wordt de code of de richtlijn toegepast bij het opmaken van het ontwerpdossier.

Tijdens het opmaken van het ontwerp kan de gemeente het advies vragen van de administratie.

Art. 7.De subsidie van het Vlaamse Gewest voor het uitvoeren van de erosiebestrijdingswerken bedraagt 75 % van het totale bedrag van de investeringskosten.

Het totale bedrag van de investeringskosten omvat : 1° het bedrag van de goedgekeurde gedetailleerde kostenraming van de werken, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde;2° een forfait van 7 % van het bedrag, bedoeld in 1°, ter compensatie van de algemene kosten van de aanneming, met onder meer de honoraria voor de ontwerper en eventueel voor de milieueffectrapportage, de kosten voor geotechnische proeven en studies, de kosten voor publicatie en aanbesteding, de kosten voor proeven op materialen, de kosten voor teeltschade, afbraak van onroerende goederen en genotsderving bij de uitvoering van de werken, en de kosten voor het verplaatsen van leidingen;3° de kosten van de grondinname en de kosten van de vergoeding van de gebruikers. De subsidie voor grondinname via onteigening of aankoop moet onmiddellijk worden terugbetaald bij vervreemding van het via subsidie verworven goed binnen een termijn van 20 jaar na het verkrijgen van de subsidie. HOOFDSTUK III. - De procedure

Art. 8.§ 1. Om in aanmerking te komen voor een subsidie wordt door de gemeente een principeaanvraag voor opname van kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen in het investeringsprogramma in tweevoud ingediend bij de administratie. § 2. De principeaanvraag voor het opmaken van het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan omvat : 1° de afbakening en de oppervlakte van het gebied waarvoor het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan wordt opgemaakt;2° een korte probleemstelling inzake bodemerosie en de eventueel daarmee gepaard gaande modderoverlast;3° de garantie dat het definitief gemeentelijk erosiebestrijdingsplan ter goedkeuring aan de administratie zal worden voorgelegd binnen twee jaar na de dag waarop beslist is tot het verlenen van de subsidie, overeenkomstig artikel 12, § 1;4° de beslissing van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat de code van goede praktijk voor het opmaken van een gemeentelijk erosiebestrijdingsplan onderschreven wordt. § 3. De principeaanvraag voor het uitvoeren van de erosiebestrijdingswerken omvat : 1° de probleemstelling en een verantwoording van de voorgenomen werken, in voorkomend geval passend in een door de administratie goedgekeurd gemeentelijk erosiebestrijdingsplan;2° een beschrijving van het concept van de werken;3° een raming van het totale bedrag van de investeringskosten, zoals bedoeld in artikel 7;4° een overzicht van de planologische bestemmingen en de gebiedsspecifieke beschermingsstatuten van de gronden en hun omgeving;5° een overzicht van de vergunningen en machtigingen die eventueel nodig zijn om de werken te kunnen uitvoeren, of de aanvragen die daartoe werden ingediend;6° een uittreksel uit de topografische kaart (schaal 1/10 000 of 1/25 000), waarop de werken worden gesitueerd. § 4. De principeaanvraag voor opname van de kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen in het investeringsprogramma wordt ingediend vóór 31 mei van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het investeringsprogramma betrekking heeft.

Erosiebestrijdingswerken die niet beschreven zijn in een goedgekeurd gemeentelijk erosiebestrijdingsplan worden niet opgenomen in het investeringsprogramma.

Art. 9.§ 1. De administratie legt uiterlijk op 1 juli van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het investeringsprogramma betrekking heeft, een voorstel van investeringsprogramma ter goedkeuring voor aan de minister.

De dossiers die aan de vereisten van dit besluit voldoen, worden volgens prioriteit opgenomen in het investeringsprogramma. Het investeringsprogramma bestaat uit een basisprogramma en een reserveprogramma. Het investeringsprogramma wordt opgemaakt binnen de grenzen van het dubbel van de kredieten daartoe voorzien in de begroting. § 2. Dat voorstel van investeringsprogramma is gebaseerd op de adviezen van een ambtelijke werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van : 1° de administratie;2° de afdeling Water van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;3° de Inspectie van Financiën. § 3. De evaluatie van de projecten gebeurt aan de hand van de volgende criteria : 1° de inpasbaarheid in een planmatige aanpak van de bodemerosieproblematiek in het gebied;2° de inpasbaarheid in een brongerichte en geïntegreerde aanpak van bodemerosie;3° de inpasbaarheid in een intergemeentelijke aanpak van bodemerosie;4° de kosteneffectiviteit;5° de aanpak van acute problemen van modderoverlast voor dorpskernen, wegen en bebouwde percelen;6° de vermindering van de sedimentafvoer naar de waterlopen;7° de instandhouding van de basisbodemkwaliteit. § 4. De minister keurt het investeringsprogramma goed. De administratie stelt de gemeenten hiervan in kennis vóór 15 december van het jaar dat voorafgaat aan het investeringsjaar.

De opname in het investeringsprogramma impliceert geen verbintenis van het Vlaamse Gewest. Bij het definitief verlenen van de subsidie voor het uitvoeren van de erosiebestrijdingswerken kan het bedrag zowel hoger als lager zijn dan de raming van de principeaanvraag.

Art. 10.§ 1. Zodra de gemeente op de hoogte is gebracht van de opname van het project in het goedgekeurde investeringsprogramma, kan ze de definitieve aanvraag van de subsidie indienen. De aanvraag wordt in tweevoud ingediend bij de administratie.

Voor werken waarvoor een of meer vergunningen of machtigingen vereist zijn, kan de definitieve aanvraag van de subsidie worden ingediend nadat de bedoelde vergunningen of machtigingen aangevraagd zijn. Op grond van de definitieve aanvraag van de subsidie kan een principiële beslissing genomen worden over de toekenning van de subsidie, kan de subsidie worden aangerekend ten laste van de begroting en kan aan de gemeente worden meegedeeld dat de subsidie kan worden toegekend op voorwaarde dat ze de vereiste vergunningen of machtigingen verkrijgt. § 2. De definitieve aanvraag van de subsidie voor het opmaken van het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan bevat een ontwerp van overeenkomst met een dienstverlener, waaruit blijkt dat de inhoud van het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan zal overeenstemmen met de bepalingen van artikel 14, § 2, en dat de termijn, opgelegd in artikel 8, § 2, 3°, zal worden gerespecteerd. De bewijzen inzake de kwalificatie en de deskundigheid van het door de dienstverlener voor de opdracht ingezet personeel moeten worden voorgelegd aan de administratie.

Als de gemeente zelf instaat voor het opmaken van het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan, dan moeten de bewijzen inzake de kwalificatie en de deskundigheid van het voor die opdracht ingezet personeel worden voorgelegd aan de administratie. § 3. De definitieve aanvraag van de subsidie voor het uitvoeren van de erosiebestrijdingswerken omvat : 1° het ontwerpdossier van de werken, voorzien van de bijbehorende plannen, het bestek, de samenvattende opmetingsstaat en een gedetailleerde kostenraming van de werken;2° de vergunningen of machtigingen die eventueel nodig zijn om de werken te kunnen uitvoeren, of de aanvragen die daartoe werden ingediend;3° in voorkomend geval, de in het decreet bedoelde overeenkomsten met de eigenaars, de vruchtgebruikers en de houders van zakelijke rechten;4° in voorkomend geval, een gedetailleerde raming van de kosten van de grondinname via onteigening of aankoop of via de in het decreet bedoelde overeenkomsten met de eigenaars, de vruchtgebruikers en de houders van zakelijke rechten;5° in voorkomend geval, een gedetailleerde raming van de kosten van de vergoeding van de gebruikers. § 4. De gemeente dient de definitieve aanvraag van de subsidie in vóór 1 oktober van het jaar waarop het investeringsprogramma betrekking heeft.

Indien die aanvraag niet vóór 1 oktober wordt ingediend, kan de minister het project schrappen van het investeringsprogramma van het lopende jaar. In dat geval wordt het project gevoegd bij de principeaanvragen voor het volgende investeringsprogramma. Het wordt dan samen met de vóór 31 mei ingediende principeaanvragen gerangschikt naar prioriteit, volgens de criteria bepaald in artikel 9, § 3.

Na 1 oktober kan de minister het saldo van de begroting besteden aan de reserve van projecten, opgenomen in het goedgekeurde investeringsprogramma, in volgorde van de rangschikking. § 5. Indien uit de definitieve aanvraag van de subsidie blijkt dat de gegevens niet in overeenstemming zijn met de principeaanvraag van artikel 8, § 2 en § 3, kan de minister het project van het goedgekeurde investeringsprogramma schrappen. § 6. In afwijking van artikel 2 wordt de subsidie verleend door de administratie voorzover de gevraagde subsidie niet meer dan 10 % afwijkt van het bedrag, opgenomen in het goedgekeurde investeringsprogramma. § 7. De projecten waarvoor in het investeringsjaar geen subsidie wordt verleend, worden door de administratie gevoegd bij de principeaanvragen voor het volgende investeringsprogramma. Ze worden dan samen met de nieuw ingediende principeaanvragen gerangschikt naar prioriteit, volgens de criteria bepaald in artikel 9, § 3.

Art. 11.Uit de in het decreet bedoelde overeenkomsten met de eigenaars, de vruchtgebruikers en de houders van zakelijke rechten moet blijken welke partijen de goederen die met de subsidies ingericht zullen worden, gedurende een periode van 20 jaar in stand zullen houden en beheren naar gelang van de beoogde doelstelling, en hoe de in de overeenkomsten opgenomen verplichtingen overgaan op de nieuwe eigenaars, de vruchtgebruikers en de houders van zakelijke rechten.

Art. 12.§ 1. Binnen 60 dagen na de ontvangst van de definitieve aanvraag van de subsidie wordt een beslissing genomen over het al dan niet verlenen van de subsidie. Bij een positieve beslissing legt de administratie onverwijld het definitieve bedrag van de subsidie vast ten laste van de begroting. § 2. Voor het opmaken van het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan kan de subsidie niet afwijken van het bedrag, vastgesteld in het goedgekeurd investeringsprogramma. § 3. Voor het uitvoeren van de erosiebestrijdingswerken wordt het definitieve bedrag van de subsidie bepaald op basis van : 1° de goedgekeurde gedetailleerde kostenraming van de werken, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde;2° een forfait van 7 % van het bedrag, bedoeld in 1°, ter compensatie van de algemene kosten van de aanneming;3° de goedgekeurde raming van de kosten van de grondinname en de kosten van de vergoeding van de gebruikers. Bij de goedkeuring van de gedetailleerde kostenraming van de werken wordt bepaald voor welke posten van het ontwerpdossier een subsidie wordt verleend.

De goedgekeurde subsidie is een geplafonneerd bedrag, bepaald volgens artikel 7. Er wordt geen subsidie verleend op het bedrag van de positieve prijsherzieningen. Bij negatieve prijsherzieningen wordt de subsidie naar verhouding verminderd. § 4. Na aanrekening van de goedgekeurde subsidie ten laste van de begroting, en in voorkomend geval na ontvangst van een afschrift van de vereiste vergunningen of machtigingen, wordt de subsidie door de administratie aan de gemeente schriftelijk toegezegd. § 5. De gemeente kan de gunningsprocedure voor het uitvoeren van de erosiebestrijdingswerken inzetten zodra de beslissing tot het verlenen van de subsidie haar overeenkomstig § 4 ter kennis is gebracht.

Art. 13.De gemeente stuurt de administratie vóór de aanvang van de erosiebestrijdingswerken een afschrift van de gunning van de werken en het bevel tot aanvang van de werken. HOOFDSTUK IV. - Betaling van de subsidie

Art. 14.§ 1. De subsidie voor de opmaak van het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan wordt betaald na goedkeuring van het plan door de administratie. Het plan en de aanvraag voor de betaling van de subsidie worden in tweevoud ingediend bij de administratie. § 2. Het gemeentelijk erosiebestrijdingsplan bevat minimaal : 1° een grondige beschrijving van de knelpunten inzake bodemerosie en de eventueel daarmee gepaard gaande modderoverlast;2° maatregelen voor een brongerichte en geïntegreerde aanpak.Naast de door de gemeente uit te voeren erosiebestrijdingswerken omvat het plan ook andere effectief geachte maatregelen. Er wordt duidelijk aangegeven waar, hoe en door wie de maatregelen moeten worden uitgevoerd. Waar nodig worden de maatregelen gefaseerd over verschillende jaren. De maatregelen zijn voldoende concreet uitgewerkt om een realistische kostenraming voor de uitvoering mogelijk te maken; 3° een kostenraming van de uit te voeren erosiebestrijdingswerken.

Art. 15.§ 1. Een voorschot van 60 % van de goedgekeurde subsidie voor het uitvoeren van de erosiebestrijdingswerken wordt betaald aan de gemeente, zodra ze aan de administratie een eensluidend afschrift in tweevoud voorlegt van : 1° de goedgekeurde inschrijving;2° de melding van het dossier aan de directie bestrijding van economische en financiële delicten van de algemene directie gerechtelijke politie;3° in voorkomend geval, het bewijs van borgstelling;4° het bewijs van betaling, samen met de vorderingsstaten en facturen, waaruit blijkt dat 20 % van de werken waarop de subsidie slaat, uitgevoerd is. Het bedrag van het voorschot wordt afgerond tot het lager gelegen tiental. § 2. Het saldo van de subsidie voor het uitvoeren van de erosiebestrijdingswerken wordt betaald aan de gemeente op basis van de goedgekeurde eindafrekening.

Het eindafrekeningsdossier wordt in tweevoud ingediend bij de administratie, en omvat een eensluidend verklaard afschrift van de hierna vermelde documenten : 1° de eindafrekening betreffende de uitgevoerde hoeveelheden;2° de eindvorderingsstaat;3° de factuur van de aannemer, die hoort bij de eindvorderingsstaat;4° het proces-verbaal van voorlopige oplevering;5° het overzicht van de uitvoeringstermijn;6° in voorkomend geval, de stavende stukken van de kosten van de grondinname en de kosten van de vergoeding van de gebruikers. § 3. Wijzigingen die na het indienen van het ontwerpdossier noodzakelijk zijn gebleken, die in overeenstemming zijn met de bepalingen van artikel 1, 5°, en die vóór de uitvoering ervan de schriftelijke goedkeuring van de administratie hebben gekregen, komen in aanmerking voor de subsidie, mits het bedrag van de goedgekeurde gedetailleerde kostenraming van de werken niet wordt overschreden. § 4. Indien bij de eindafrekening blijkt dat het bedrag van de uitgevoerde goedgekeurde werken, met uitsluiting van de prijsherzieningen, kleiner is dan het bedrag van de goedgekeurde gedetailleerde kostenraming van de werken, zal de subsidie naar verhouding worden verminderd. Ook het forfait ter compensatie van de algemene kosten van de aanneming wordt naar verhouding verminderd.

De subsidie voor de grondinname en voor de vergoeding van de gebruikers wordt betaald tot het bedrag van de voorgelegde stavende stukken, binnen het bedrag dat daarvoor werd vastgesteld bij de goedkeuring van de subsidie.

Indien het bedrag van de goedgekeurde eindafrekening meer dan 40 % lager is dan het bedrag waarop de goedgekeurde subsidie werd verleend, wordt de te veel betaalde subsidie van de gemeente teruggevorderd.

Art. 16.De administratie gaat na of de gemeente de krachtens dit besluit opgelegde voorwaarden naleeft. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 17.Vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2001 geldt in de plaats van het bedrag van « 12,50 euro per ha », vermeld in artikel 5, het bedrag van « 500 frank per ha ».

Art. 18.Voor de jaren 2001 en 2002 worden geen investeringsprogramma's opgemaakt. Om in 2001 of in 2002 in aanmerking te komen voor een subsidie van het Vlaamse Gewest vraagt de gemeente de subsidie aan overeenkomstig de bepalingen van artikel 10, § 2 en § 3. De gemeente dient de aanvraag van de subsidie in tweevoud in bij de administratie vóór respectievelijk 11 december 2001 en 30 november 2002. De kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen die aan de vereisten van dit besluit voldoen, worden gesubsidieerd volgens de volgorde van indienen, en binnen de grenzen van de begrotingskredieten van respectievelijk het jaar 2001 en het jaar 2002.

De kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen die aan de vereisten van dit besluit voldoen en waarvoor in 2001 en 2002 geen subsidie wordt verleend, worden door de administratie gevoegd bij de principeaanvragen voor het investeringsprogramma voor het jaar 2003.

Ze worden dan samen met de ingediende principeaanvragen gerangschikt naar prioriteit, volgens de criteria bepaald in artikel 9, § 3.

Art. 19.In afwijking van artikel 8, § 4, eerste lid, gebeurt het verzoek tot opname van de principeaanvraag in het investeringsprogramma voor het jaar 2003 vóór 30 november 2002.

In afwijking van artikel 8, § 4, tweede lid, worden voor de jaren 2003 en 2004 ook erosiebestrijdingswerken die niet beschreven zijn in een goedgekeurd gemeentelijk erosiebestrijdingsplan opgenomen in het investeringsprogramma.

Art. 20.In afwijking van artikel 9, § 1, legt de administratie uiterlijk op 1 januari 2003 een voorstel van investeringsprogramma voor het jaar 2003 ter goedkeuring voor aan de minister. In afwijking van artikel 9, § 4, stelt de administratie de gemeenten vóór 1 februari 2003 in kennis van het goedgekeurde programma voor het jaar 2003.

Art. 21.Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 22.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Landinrichting, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 7 december 2001.

De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw, Mevr. V. DUA

^