Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 09 oktober 2026
gepubliceerd op 21 oktober 2026

Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de financieringsvoorwaarden voor de onderzoeksopdrachten van de Hogescholen

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2026007710
pub.
21/10/2026
prom.
09/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

9 OKTOBER 2026. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de financieringsvoorwaarden voor de onderzoeksopdrachten van de Hogescholen


Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, zoals gewijzigd, artikel 20;

Gelet op het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen, artikel 7quinquies, § 1, vierde lid, en § 5, ingevoegd bij het decreet van 20 december 2023;

Gelet op de "gendertest" van 27 juni 2026 uitgevoerd met toepassing van artikel 4, tweede lid, 1°, van het decreet van 7 januari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/01/2016 pub. 12/02/2016 numac 2016029074 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap sluiten houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 mei 2026;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 5 juni 2026;

Gelet op het protocol van de vakbondsonderhandeling binnen het Onderhandelingscomité van sector IX, het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - afdeling II en het Onderhandelingscomité voor de statuten van het personeel van het gesubsidieerd vrij onderwijs volgens de procedures van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en van het decreet van 19 mei 2004 betreffende de onderhandeling in de Franse Gemeenschap, afgesloten op 8 juli 2026;

Gelet op het onderhandelingsprotocol binnen het Onderhandelingscomité tussen de Regering van de Franse Gemeenschap, Wallonie-Bruxelles Enseignement en de federaties van inrichtende machten volgens de procedure van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, artikelen 1.6.5-11, § 1, eerste lid, en 1.6.5-14, eerste lid, gesloten op 3 juli 2026;

Gelet op het advies 80.012/17 van de Raad van State, gegeven op 28 september 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Onderzoek;

Na beraadslaging, Besluit :

HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, dient te worden verstaan onder: 1° decreet: het decreet van 25 juli 1996 betreffende de opdrachten en betrekkingen in de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen;2° Hogeschool: elke instelling bedoeld in artikel 11 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studie;3° administratie: het Directoraat-generaal Hoger Onderwijs, Levenslang Leren en Wetenschappelijk Onderzoek;4° onderzoeksopdracht: activiteit die wordt uitgeoefend in het kader van een onderzoeksproject dat voldoet aan de definitie bedoeld in artikel 1, 22°, van het decreet van 4 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2024 pub. 30/05/2024 numac 2024004444 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs sluiten inzake de financiering van onderzoek, en die is toevertrouwd aan een personeelslid of aan een persoon die daartoe door de Hogeschool is aangesteld. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor financieringsaanvragen

Art. 2.Elk jaar deelt de administratie uiterlijk op 31 januari aan de inrichtende machten, voor elke Hogeschool, het bedrag mee dat is berekend overeenkomstig artikel 7quinquies, § 1, leden 1, 2 en 3, van het decreet.

Bij wijze van uitzondering zorgt de administratie voor het jaar 2026 voor deze kennisgeving uiterlijk op de tiende werkdag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Art. 3.Uiterlijk op 15 oktober van het betrokken jaar sturen de inrichtende machten de administratie de documenten en stukken waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden en de procedure genoemd in artikel 7 quinquies, § 4 van het decreet, alsook een lijst, overeenkomstig het door de administratie toegezonden model, van de personeelsleden die sinds 1 januari van het betrokken jaar een onderzoeksopdracht met volledige of onvolledige uitvoering hebben gekregen, de omvang van de werkbelasting, de duur van de opdracht en, indien van toepassing, hun vervanger.

Art. 4.De Minister die bevoegd is voor onderzoek stelt aan de Hogescholen, zodra de in artikel 3 bedoelde lijst aan de administratie is toegezonden en uiterlijk op 15 december van het betreffende jaar, een voorschot ter hoogte van 80% van de verwachte kosten zoals meegedeeld krachtens artikel 2, dat overeenkomt met de wedden en patronale en sociale bijdragen die ten laste komen van het eigen vermogen of het vermogen van de Hogescholen ter vergoeding van docenten-onderzoekers of, in voorkomend geval, de vervangers van personeelsleden aan wie een onderzoeksopdracht is toegewezen of personen die door de Hogeschool zijn aangeworven om een onderzoeksopdracht uit te voeren.

De Minister die bevoegd is voor onderzoek past het eerste lid niet toe op Hogescholen waarvoor de in artikel 3 bedoelde termijnen niet zijn nageleefd.

Art. 5.De in artikel 3 bedoelde lijst van personeelsleden kan volgende personeelsleden omvatten: 1° personeelsleden van wie de Hogeschool de werkbelasting heeft verminderd zodat zij zich aan een onderzoeksopdracht kunnen wijden en voor wie de Hogeschool zorgt voor vervanging;2° personeelsleden met een werklastverlies en aan wie een onderzoeksopdracht is toegewezen;3° mensen die specifiek door de Hogeschool worden aangeworven om een onderzoeksopdracht uit te voeren. De inrichtende machten voegen bij de verzending van de in artikel 6 bedoelde geconsolideerde lijst de bewijsstukken toe met betrekking tot de wedden en patronale en sociale bijdragen van de docenten-onderzoekers die worden betaald uit eigen middelen of uit het vermogen.

Art. 6.De Hogescholen stellen de geconsolideerde lijst op van de docenten-onderzoekers en, indien van toepassing, hun vervangers, evenals van de personen die door de Hogeschool zijn aangesteld om een onderzoeksopdracht uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 3, vergezeld van een verslag op basis van het door de administratie opgestelde model en, in voorkomend geval, de bewijsstukken met betrekking tot de wedden en patronale en sociale bijdragen die door hen zijn betaald uit eigen middelen of uit het vermogen van de vervangers van de personeelsleden aan wie een onderzoeksopdracht is toegewezen en van de personen die door de Hogeschool zijn aangesteld om een onderzoeksopdracht uit te voeren gedurende het betreffende jaar. Ze sturen deze uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar door naar de administratie.

De administratie controleert de geconsolideerde lijst van de docenten-onderzoekers en, indien van toepassing, hun vervangers, evenals de personen die door de Hogeschool zijn aangesteld om een onderzoeksopdracht uit te voeren, en de bewijsstukken voor de personeelsleden die worden betaald uit eigen middelen of uit het vermogen, die bij het verslag zijn gevoegd, en berekent het verschil tussen het gerechtvaardigde bedrag en het meegedeelde bedrag voor elke Hogeschool overeenkomstig artikel 2.

De administratie vereffent het saldo van het in artikel 2 bedoelde bedrag, geheel of gedeeltelijk, of vordert het bedrag terug dat niet gerechtvaardigd is in verhouding tot de enveloppe die krachtens artikel 4 is vereffend.

HOOFDSTUK III. - Looptijd, verlenging en beëindiging van opdrachten

Art. 7.Overeenkomstig artikel 7quinquies, § 3, leden 1 tot 3, van het decreet heeft de aan het geselecteerde personeelslid toevertrouwde onderzoeksopdracht een looptijd van minimaal 6 maanden en maximaal 3 jaar, onder voorbehoud van de in het derde lid bedoelde mogelijkheid tot verlenging. Deze onderzoeksopdracht komt overeen met een minimale werkbelasting van 2/10 voltijds personeel.

Overeenkomstig artikel 7quinquies, § 3, leden 1 tot 3, van het decreet komen de in het vorige lid bedoelde twee tienden overeen met het deel van de werktijd dat aan de uitvoering van het onderzoeksproject wordt besteed.

In afwijking van het eerste lid kan, om tegemoet te komen aan de behoeften van het onderzoeksproject, de opdracht worden verlengd voor een niet verlengbare periode van maximaal 6 maanden door de inrichtende macht, uiterlijk één maand voor het einde van de onderzoeksopdracht van het betrokken personeelslid, op een met redenen omkleed voorstel van de academische autoriteiten van de Hogeschool.

De opdracht kan, onverminderd de toepassing van andere statutaire bepalingen, in de volgende gevallen worden opgeschort: 1° het optreden van een geval van overmacht;2° moederschaps-, vaderschaps-, ouderschaps- of adoptieverlof voor het personeelslid dat verantwoordelijk is voor de onderzoeksopdracht;3° ziekteverlof van meer dan 30 dagen voor het personeelslid dat verantwoordelijk is voor de onderzoeksopdracht;4° de periode tussen 14 juli en 13 september die niet onder de uitgestelde wedde valt voor personeelsleden met een tijdelijk contract. In de in het vorige lid bedoelde gevallen wordt de duur van de opdracht verlengd met de periode van opschorting.

Op gemotiveerd voorstel van de academische autoriteiten kan de inrichtende macht van de Hogeschool de onderzoeksopdracht beëindigen, onverminderd de toepassing van andere statutaire bepalingen, in de volgende gevallen: 1° het personeelslid stopt met zijn onderzoeksopdracht;2° de onderzoeksopdracht wordt ongunstig beoordeeld door de academische autoriteiten;3° in geval van overmacht. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 8.De Minister bevoegd voor Onderzoek is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 9 oktober 2026.

Voor de Regering van de Franse Gemeenschap: De Minister-Presidente, belast met Begroting, Hoger Onderwijs, Cultuur, Permanente Educatie en Internationale en Intra-Franstalige Betrekkingen, E. DEGRYSE De Minister van Onderzoek, B. DILLIES


^