gepubliceerd op 01 april 2025
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 4 april 2024 inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs
14 MAART 2025. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 4 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2024 pub. 30/05/2024 numac 2024004444 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs sluiten inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs
De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, artikel 20, laatst gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993;
Gelet op het decreet van 4 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2024 pub. 30/05/2024 numac 2024004444 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs sluiten inzake de financiering van Onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs, artikelen 6, § 2, 13, derde lid, 16, vierde lid, 20, tweede lid, 24, vierde lid, 25, § 1, derde lid, en 50, vierde lid;
Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 december 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 19/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014029151 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 17 juli 2013 betreffende de financiering van het Onderzoek door het "Fonds national de la Recherche scientifique" sluiten tot uitvoering van het decreet van 17 juli 2013 betreffende de financiering van het onderzoek door het "Fonds national de la Recherche scientifique";
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 12 juli 2024;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 20 september 2024;
Gelet op het advies nr. 77.407/2 van de Raad van State, gegeven op 18 februari 2025, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende het advies gegeven op 23 oktober 2024 door de Stichting van openbaar nut "Fonds de la Recherche scientifique - FNRS";
Overwegende het advies gegeven op 29 oktober 2024 door de "Conseil interréseaux de Concertation des Hautes Ecoles - CIC-HE";
Overwegende het advies gegeven op 4 november 2024 door de "Conseil des rectrices et recteurs - CRef";
Op de voordracht van de Minister van Onderzoek;
Na beraadslaging, Besluit :
HOOFDSTUK I. - Definities
Artikel 1.In de zin van dit besluit wordt verstaan onder: 1° "Regeringscommissaris en afgevaardigde van de Minister van Begroting": de persoon benoemd door de Regering overeenkomstig het decreet van 12 juli 1990 op de controle van de universitaire instellingen;2° "decreet": het decreet van 4 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2024 pub. 30/05/2024 numac 2024004444 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs sluiten inzake de financiering van Onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs;3° "aanvraag voor steun": alle documenten die zijn afgegeven door een of meer rechtspersonen die bevoegd zijn om steun aan te vragen overeenkomstig het decreet en waarin, met betrekking tot het product, het proces of de dienst, de nagestreefde doelstellingen en de daarvoor vereiste personele en materiële middelen worden beschreven;4° "Minister": de Minister bevoegd voor wetenschappelijk onderzoek;5° "ondersteunend personeel": ondersteunende personen omvatten ondersteunend personeel op het niveau van onderzoeksondersteunende entiteiten (bv.coördinatoren van onderzoeksprojecten) of op het niveau van de centrale administratie (bv. personeel dat gedeeltelijk wordt gefinancierd uit het FSR-budget) en technisch personeel.
HOOFDSTUK II. - De steun voor de instellingen voor hoger onderwijs Afdeling 1. - Speciale fondsen voor onderzoek in de universiteiten
Art. 2.Onder voorbehoud van de verstrekking van de gegevens vereist voor de berekening van de verdeling vastgelegd in artikelen 7 en 8 van het decreet wordt vijfennegentig procent van het bedrag van de subsidie bedoeld in artikel 6, § 1, vierde lid, van het decreet betaald vóór 31 maart van het betrokken begrotingsjaar.
Als de relevante gegevens niet voor 15 maart worden verstrekt, wordt een voorschot ten belope van zeventig procent van de met toepassing van artikelen 7 en 8 berekende bedragen, verdeeld volgens de verdeelsleutel van het voorgaande jaar, aan de universiteiten betaald.
Het saldo van de bedragen van de subsidie wordt betaald in de loop van het laatste kwartaal van hetzelfde begrotingsjaar, na indiening van het volledige verslag opgesteld door de onderzoeksraad bedoeld in artikel 69, § 5, van het decreet.
Het bedrag dat niet wordt uitgegeven aan het eind van een jaar N wordt goedgekeurd door de Regeringscommissaris en de Afgevaardigde van de Minister van Begroting en meegedeeld aan de Minister en de Minister van Begroting uiterlijk op 30 juni. Dit bedrag kan worden overgedragen naar het volgende jaar, maar moet worden uitgegeven voor 31 december van het jaar N+5. Anders moet het bedrag terugbetaald worden uiterlijk op 31 januari van het jaar N+6.
Art. 3.De volgende subsidiabele kosten worden gedekt door de in artikel 6, § 1, vierde lid, van het decreet bedoelde subsidie: 1° personeelskosten met betrekking tot de beurs-, statutaire en contractuele onderzoekers, onderzoekslogistiekers en andere ondersteunende personeelsleden, voor zover zij voltijds of deeltijds bij het onderzoeksproject betrokken zijn;2° kosten met betrekking tot de instrumenten, het materiaal, de verlenging van de garantie, het onderhoud, de herstellingen, de leveringen en producten gebruikt voor het uitvoeren van het onderzoeksproject;3° kosten van het onderzoek dat wordt uitbesteed aan derden, van de technische kennis en de patenten die bij externe bronnen tegen marktprijzen zijn aangekocht of waarvoor een licentie is verleend, mits de transactie onder normale concurrentievoorwaarden plaatsvindt en er geen sprake is van collusie, alsmede de advieskosten en kosten van soortgelijke diensten die uitsluitend voor het uitvoeren van het onderzoeksproject worden gebruikt;4° bijkomende algemene kosten die rechtstreeks voortvloeien uit het uitvoeren van het onderzoeksproject, zoals de kosten met betrekking tot de werking van de gebouwen, het informaticamateriaal, de uitrusting voor kantoorautomatisering, het verbruiksmateriaal, beperkt tot vijftien procent van de totale kosten van het onderzoeksproject. Afdeling 2. - Onderzoeksfonds Hogescholen (FRHE)
Art. 4.De volgende subsidiabele kosten worden gedekt door de in artikel 16, eerste lid, van het decreet bedoelde subsidie: 1° personeelskosten met betrekking tot de onderzoekers en andere ondersteunende personeelsleden, voor zover zij voltijds of deeltijds bij het onderzoeksproject betrokken zijn;2° kosten met betrekking tot de instrumenten, het materiaal, de verlenging van de garantie, het onderhoud, de herstellingen, de leveringen en producten gebruikt voor het uitvoeren van het onderzoeksproject;3° kosten van het onderzoek dat wordt uitbesteed aan derden, van de technische kennis en de patenten die bij externe bronnen tegen marktprijzen zijn aangekocht of waarvoor een licentie is verleend, mits de transactie onder normale concurrentievoorwaarden plaatsvindt en er geen sprake is van collusie, alsmede de advieskosten en kosten van soortgelijke diensten die uitsluitend voor het uitvoeren van het onderzoeksproject worden gebruikt;4° bijkomende algemene kosten die rechtstreeks voortvloeien uit het uitvoeren van het onderzoeksproject, zoals de kosten met betrekking tot de werking van de gebouwen, het informaticamateriaal, de uitrusting voor kantoorautomatisering, het verbruiksmateriaal, beperkt tot vijftien procent van de totale kosten van het onderzoeksproject. De projectoproep kan de lijst van de in het eerste lid bedoelde subsidiabele kosten aangeven. Afdeling 3. - Aanschaf van onderzoeksinfrastructuren
Art. 5.De volgende subsidiabele kosten worden gedekt door de in artikel 18, eerste lid, van het decreet bedoelde subsidie: 1° kosten van de instrumenten en het materiaal gebruikt voor het uitvoeren van het aanschafsproject;2° kosten van de eventuele licenties en patenten, alsmede kosten van de opleiding voorafgaand aan het gebruik van het materiaal gekocht voor het uitvoeren van het aanschafsproject, mits de transactie onder normale concurrentievoorwaarden plaatsvindt en er geen sprake is van collusie;3° bijkomende algemene kosten en elke belasting die rechtstreeks voortvloeien uit het uitvoeren van het aanschafsproject;4° andere exploitatiekosten, bijvoorbeeld de kosten van de materialen, leveringen en vergelijkbare producten, die rechtstreeks voortvloeien uit het uitvoeren van het aanschafsproject;5° aanschafskosten van de onderzoekinfrastructuur, alsmede de eventueel gerelateerde infrastructuur- en installatiekosten. Afdeling 4. - Financiering van onderzoek in instellingen voor hoger
onderwijs via het F.R.S.-FNRS
Art. 6.Voor de subsidie bedoeld in artikel 24, eerste lid, van het decreet worden vier vereffeningen gedaan, dus één aan het begin van elk kwartaal van het betreffende kalenderjaar. Elke vereffening is gelijk aan 25% van het totale bedrag van de subsidie. De vereffening die in het vierde kwartaal moet plaatsvinden, is echter verdeeld in 2 tranches: 1° een eerste tranche die gelijk is aan vijftien procent van het totale bedrag van de subsidie wordt betaald aan het begin van het vierde kwartaal;2° een tweede tranche die gelijk is aan tien procent van het totale bedrag van de subsidie wordt betaald na ontvangst van het jaarlijkse activiteitenverslag bedoeld in artikel 44, § 4, van het decreet en na controle van de rekeningen, met toepassing van artikel 44, § 5, van het decreet.
Art. 7.De Minister geeft toestemming om het plafond van acht procent voor werkingskosten te overschrijden.
Deze overschrijding: 1° wordt beperkt tot maximaal twee bijkomende procent, dus tien procent in totaal;2° kan worden aangevraagd in geval van een ongewone toename van het aantal aanvragen, lancering van nieuwe oproepen op verzoek van de Regering of voor een uitzonderlijke investering in IT;3° en elke andere uitzonderlijke uitgave die door onvoorziene omstandigheden wordt gerechtvaardigd.
Art. 8.Voor de subsidie bedoeld in artikel 24, eerste lid, wordt het bedrag dat niet wordt uitgegeven aan het eind van een jaar N goedgekeurd door de Regeringscommissaris en de Afgevaardigde van de Minister van Begroting en meegedeeld aan de Minister en de Minister van Begroting. Dit bedrag kan worden overgedragen naar het volgende jaar, maar moet worden uitgegeven voor 31 december van het jaar N+5.
Anders moet het bedrag terugbetaald worden uiterlijk op 31 januari van het jaar N+6. Afdeling 5. - Financiering van eenmalige bewustmakingsacties rond
STEAM
Art. 9.De projectleider die een subsidie bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het decreet wil verkrijgen, dient een project in bij de Administratie.
Het indienen van de aanvraag voor steun leidt tot een ontvangstbevestiging die wordt gestuurd naar de projectleider binnen vijf werkdagen en die de datum van ontvangst en de naam van het personeelslid verantwoordelijk voor het onderzoeken van het dossier vermeldt.
Art. 10.Als de Administratie niet over alle elementen beschikt die noodzakelijk zijn voor het onderzoeken van de aanvraag voor steun, vraagt zij de projectleider bijkomende elementen te verstrekken binnen dertig dagen.
Als de aanvraag voor steun, na opeenvolgende verzoeken om bijkomende informatie, onvolledig is binnen zestig dagen na de ontvangstbevestiging, wordt de aanvraag voor steun geacht te zijn ingetrokken door de projectleider.
Art. 11.De in artikelen 9 en 10 bedoelde perioden worden elk jaar geschorst van 16 juli tot 15 augustus en van 21 december tot 31 december.
Als een periode bedoeld in artikelen 9 en 10 afloopt op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, wordt deze verlengd tot de eerste volgende werkdag.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen
Art. 12.Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 december 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 19/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014029151 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 17 juli 2013 betreffende de financiering van het Onderzoek door het "Fonds national de la Recherche scientifique" sluiten tot uitvoering van het decreet van 17 juli 2013 betreffende de financiering van het onderzoek door het "Fonds national de la Recherche scientifique" wordt opgeheven.
Art. 13.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2025.
Art. 14.De Minister van wetenschappelijk onderzoek is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 14 maart 2025.
Voor de Regering van de Franse Gemeenschap: De Minister-Presidente, belast met Begroting, Hoger Onderwijs, Cultuur en Internationale en Intra-Franstalige Betrekkingen, E. DEGRYSE De Minister van Onderzoek, A. DOLIMONT