Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Franse Gemeenschapscommissie van 23 maart 2006
gepubliceerd op 07 mei 2007

Besluit 2005/840 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende uitvoering van het decreet van 16 juni 2005 van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de erkenning en de toekenning van toelagen aan instellingen die representatief zijn voor de maatschappelijke actie en het gezin

bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2007031141
pub.
07/05/2007
prom.
23/03/2006
ELI
eli/besluit/2006/03/23/2007031141/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

23 MAART 2006. - Besluit 2005/840 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende uitvoering van het decreet van 16 juni 2005 van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de erkenning en de toekenning van toelagen aan instellingen die representatief zijn voor de maatschappelijke actie en het gezin


Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, Gelet op het decreet van 16 juni 2005 van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de erkenning en de toekenning van toelagen aan instellingen die representatief zijn voor de maatschappelijke actie en het gezin, inzonderheid op de artikelen 8, 11, derde lid en 13, derde lid;

Gelet op het advies van de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid, gegeven op 14 september 2005;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 november 2005;

Gelet op het akkoord van het Lid van het College bevoegd voor Begroting, gegeven op 23 november 2005;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 10 januari 2006 met toepassing van het artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de samengeordende wetten op de Raad van State;

Op voorstel van het Lid van het College bevoegd voor Maatschappelijke Actie en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit regelt, krachtens het artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid zoals bedoeld in het artikel 128 van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder : 1° College : het College van de Franse Gemeenschapscommissie;2° Minister : het Lid van het College bevoegd voor Maatschappelijke Actie en Gezin;3° Decreet : het decreet van 16 juni 2005 van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de erkenning en de toekenning van toelagen aan instellingen die representatief zijn voor de maatschappelijke actie en het gezin;4° Centrum : het krachtens het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 7 november 1997 tot vaststelling van de regels voor de erkenning en de toekenning van subsidies aan de centra voor globale sociale actie erkend of voorlopig erkend centrum voor globale sociale actie of het krachtens het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 16 juli 1994 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor gezinsplanning erkend centrum voor gezinsplanning;5° Dienst : de krachtens het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 27 mei 1999 betreffende de erkenning en subsidiëring van de diensten voor thuishulp erkende dienst voor thuishulp of de krachtens het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 7 november 2003 betreffende de erkenning en de toekenning van subsidies aan de diensten voor bijstand aan, enerzijds, slachtoffers en hun naasten, en anderzijds, aan verdachten, in vrijheid gestelde veroordeelden, ex-gevangenen en hun naasten, erkende dienst voor opdrachten inzake bijstand aan slachtoffers en hun naasten en aan verdachten, in vrijheid gestelde veroordeelden, ex-gevangenen en hun naasten;6° Tehuis : het krachtens het decreet van 27 mei 1999 betreffende de toekenning van de erkenning en van subsidies aan opvangtehuizen, erkend tehuis;7° Adviesraad : de Brusselse Franstalige Adviesraad voor Welzijnszorg en Gezondheid;8° Administratie : de diensten van het College. HOOFDSTUK II. - De erkenningsprocedure Afdeling 1. - De toekenning en de weigering van de erkenning

Art. 3.De aanvraag om erkenning als representatieve instelling wordt ingediend bij de Minister en de Administratie met een ter post aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs. Aan de bij de Administratie ingediende aanvraag moet een dossier worden toegevoegd waarin, naast de door het artikel 8, § 1, derde lid van het Decreet opgelegde documenten, ook nog opgenomen zijn : 1° een document waarin de Raad van Bestuur de persoon aanwijst die gemachtigd is de instelling bij de Administratie te vertegenwoordigen;2° de lijst van de leden die zich verbonden hebben tot het naleven van de statuten van de representatieve instelling en, in voorkomend geval, de lijst van de andere leden die niet behoren tot de door de Franse Gemeenschapscommissie erkende centra, diensten en tehuizen;3° een document waarin de doelstellingen van de representatieve instelling en hun wijze van realisatie beschreven worden.Indien de instelling ook erkend is door andere overheden of indien ze leden vertegenwoordigd die door andere overheden zijn erkend, moet de wijze waarop de scheiding wordt verzekerd tussen de uitoefening van de opdrachten die door het Decreet worden bepaald en de uitoefening van opdrachten die steunen op andere erkenningen of vertegenwoordigingen, in detail in dit document worden uiteengezet; 4° de lijst van de personeelsleden die instaan voor het uitvoeren van de opdrachten als erkende representatieve instelling, met vermelding van hun kwalificaties en van de werktijd die ze aan het uitoefenen van deze opdrachten besteden;

Art. 4.Na de ontvangst van een volledig en dus ontvankelijk dossier, maakt de Administratie een ontvangstbewijs aan de representatieve instelling over. Binnen drie maanden na de vaststelling van de ontvankelijkheid van het dossier behandelt de Administratie de aanvraag, voert ze een inspectie uit en maakt ze haar besluiten aan de Minister over. Bij ontvangst van een onvolledig dossier meldt de Administratie aan de aanvragende instelling welke gegevens ontbreken of onvolledig zijn.

De Minister legt binnen de twee maanden de aanvraag van de representatieve instelling, het advies van de administratie en het inspectieverslag voor advies aan de Adviesraad voor. De Adviesraad bespreekt de aanvraag om erkenning en maakt zijn advies binnen de twee maanden volgend op de adviesaanvraag aan de Minister over.

Het College beslist over de aanvraag om erkenning en deelt zijn beslissing aan de Administratie mede.

In het besluit van het College betreffende de erkenning wordt het bedrag vermeld van de toelage die, krachtens artikel 11 van het Decreet, aan de representatieve instelling wordt toegekend.

De Administratie betekent de toekenning of weigering van de erkenning aan de instelling. Afdeling 2. - De wijziging en de hernieuwing van de erkenning

Art. 5.De aanvraag om wijziging van de erkenning wordt ingediend volgens de modaliteiten die voor de aanvraag om erkenning in het artikel 3 van dit besluit werden bepaald. Ze bevat de gegevens die de aanvraag om wijziging van de erkenning verantwoorden, zoals bedoeld in het artikel 8, § 2 van het Decreet.

Art. 6.De aanvraag om hernieuwing van de erkenning wordt ten laatste zes maanden voor het aflopen van de lopende erkenning door de representatieve instelling ingediend, volgens de modaliteiten die voor de aanvraag om erkenning in het artikel 3 van dit besluit werden bepaald. Ze bevat dezelfde gegevens als de aanvraag om erkenning.

Art. 7.De procedures voor de wijziging en de hernieuwing van de erkenning zijn dezelfde als deze die voor de aanvraag om erkenning in het artikel 4 van dit besluit worden bepaald. Afdeling 3. - De intrekking van de erkenning

Art. 8.Als een als representatief erkende instelling de in de artikelen 5 tot 7 van het decreet opgenomen erkenningsvoorwaarden of de in de artikelen 9 en 10 van het decreet opgenomen werkingsnormen niet langer naleeft, stuurt de administratie een gemotiveerde aangetekende brief aan deze instelling, waarin ze wordt uitgenodigd om zich binnen een termijn van twee maanden in orde te stellen.

Na verloop van deze termijn en in geval de instelling zich niet in order stelde en ook geen aanvraag om wijziging van zijn erkenning indiende, stelt de administratie aan de minister de intrekking of de wijziging van de erkenning voor.

Art. 9.De Minister deelt aan de representatieve instelling mede, onder aangetekende omslag met ontvangstbewijs, dat er een procedure voor de intrekking of de wijziging van de erkenning loopt.

Vanaf de dag van deze betekening beschikt de representatieve instelling over een termijn van dertig dagen om een verantwoordingsmemorie aan de Minister over te maken. De Minister maakt een kopie van deze memorie aan de Adviesraad over.

De Adviesraad nodigt de representatieve instelling uit om gehoord te worden. Hij stelt de dag en uur van deze hearing vast en deelt dit mede aan de betrokken representatieve instelling. De persoon die door de representatieve instelling als vertegenwoordiger wordt aangeduid kan zich laten bijstaan door één andere persoon.

De Adviesraad hoort de representatieve instelling en bespreekt het voorstel tot intrekking of wijziging van de erkenning. Hij maakt zijn advies aan de Minister over binnen de maand volgend op de hearing of binnen de twee maanden na de kennisname van het dossier indien de representatieve instelling niet wenste gehoord te worden.

Art. 10.De beslissing van het College houdende intrekking of wijziging van de erkenning wordt met een aangetekende brief met ontvangstbewijs aan de representatieve instelling betekend. Deze beslissing tot intrekken of wijzigen van de erkenning heeft drie maanden na de datum van de betekening van de beslissing de stopzetting of de beperking van de subsidies tot gevolg. Onmiddellijk na de ontvangst van de betekening deelt de representatieve instelling de beslissing aan zijn aangesloten leden mede.

Art. 11.Als een representatieve instelling alle activiteiten stopzet, deelt ze deze beslissing ten laatste drie maanden voor de datum van het ingaan ervan aan de Minister mede. HOOFDSTUK III. - De werking

Art. 12.De representatieve instelling legt om de vijf jaar het in het artikel 10, § 1 van het Decreet bedoelde rapport voor. De eerste voorlegging wordt twee jaar na de aanvang van de eerste erkenning verricht.

Het in § 2 van hetzelfde artikel bedoelde rapport wordt overgemaakt binnen een termijn van zes maanden volgend op de voorlegging van het in het eerste lid bedoelde rapport. HOOFDSTUK IV. - De betoelaging

Art. 13.De toelage bedoeld in het artikel 11 van het Decreet wordt jaarlijks aangepast op 1 januari door toepassing van de volgende formule : Basisbedrag x gezondheidsindex van december van het vorige jaar Gezondheidsindex van december 2005

Art. 14.De weddenschalen en de sociale voordelen die de loonkost vormen die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de toelage zijn de weddenschalen die opgenomen zijn in de Bijlage I NM bij het Besluit van 18 oktober 2001 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie tot wijziging van diverse wetgevingen inzake de toekenning van subsidies in de sectoren gezondheidszorg en bijstand aan personen en tot wijziging van diverse uitvoeringsbesluiten voor de sectoren bijstand aan personen, gezondheidszorg, gehandicapte personen en socio-professionele inschakeling.

Deze weddenschalen worden geïndexeerd volgens de regels die van toepassing zijn voor de bezoldigingen in het openbaar ambt.

De werkgeversbijdragen en diverse andere voordelen die eveneens in aanmerking komen voor de berekening van de toelage zijn deze die opgenomen zijn in de Bijlage V NM bij hetzelfde Besluit, op basis van de anciënniteit vastgesteld in de Bijlage IV NM bij hetzelfde besluit.

De weddenschalen die met elke functie overeenstemmen worden bepaald in de Bijlage II NM bij hetzelfde besluit.

Art. 15.De types van kosten bedoeld in het artikel 12 van het Decreet worden opgesomd in de Bijlage I bij dit besluit.

Art. 16.De representatieve instellingen leggen jaarlijks tegen 30 april van het volgende jaar de verantwoordingsstukken voor die betrekking hebben op de toegekende jaarsubsidie. Deze verantwoordingsstukken zijn : - de lijst van de voorgelegde verantwoordingsstukken conform het door de administratie opgelegde model; - de bezoldigingsfiches van de personeelsleden die door de erkenning aanvaarde opdrachten uitvoeren en volledig of gedeeltelijk worden gesubsidieerd; - de attesten waaruit de betaling blijkt van de RSZ bijdragen en de voorheffingen voor deze personeelsleden; - de afschriften van de diploma's van deze personeelsleden en de attesten waaruit hun anciënniteit blijkt; - de werkgeversattesten, voor elk betrokken personeelslid, met vermelding van de werktijd die aan de door de erkenning aanvaarde opdrachten wordt besteed; - de afschriften van overeenkomsten met losse medewerkers, van de hen uitbetaalde schuldvorderingen, van de fiscale fiches 281.50 en de samenvattende fiche 325.50; - de schulvorderingsnota's van de uitbetaalde honoraria; - de betaalde facturen, de bankuittreksels, de kassaticketten en de uitreksels uit het kasboek die betrekking hebben op de werkingskosten; - een afschrift van de huurovereenkomst; - de tabellen van de afschrijving van investeringen die door subsidies worden gedragen; - de goedgekeurde rekeningen van de ontvangsten en uitgaven en de goedgekeurde balans, met het bewijs van deze goedkeuring; - het goedgekeurd jaarverslag en het bewijs van deze goedkeuring. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 17.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2006.

Voor het College : B. Cérexhe, Voorzitter van het College.

E. Kir, Lid van het College, bevoegd voor Maatschappelijke Actie en Gezin.

Bijlage I. - Lijst van de in aanmerking komende uitgaven 61/ 1Uitgaven voor huur en lasten 1Huur permanente infrastructuur 2Huur tijdelijke infrastructuur 3Lasten (water, gas, elektriciteit) 4Onderhoud 5Verzekeringen 6Andere 61/ 2 Uitgaven voor promotie en publicaties 1Realisatiekosten 2Drukkosten 3Distributiekosten 4Receptie, public relations 5Andere 61/ 3 Uitgaven voor de administratie 1Klein materiaal 2Specifiek en pedagogisch materiaal 3Kantoorbenodigheden, documentatie 4Telefoon, fax 5Post 6Fotokopieën 7Beheerskosten, sociaal secretariaat 8Verzekeringen 9Andere 61/ 4 Uitgaven voor voertuigen en verplaatsingen 4Verplaatsingen personeel met openbaar vervoer 5Verplaatsingen personeel met privaat vervoer 61/ 5 Bezoldiging van derden, onder-aanneming, honoraria, losse medewerkers 1Honoraria boekhouders, advocaten,... 2Losse medewerkers,... 3Andere 62/ 1 Uitgaven voor personeel 1Bruto bezoldigingen 1Kaderpersoneel 2Administratief personeel 3Technisch personeel 4Andere... 2Werkgeversbijdragen RSZ en sociale verzekeringen 1Kaderpersoneel 2Administratief personeel 3Technisch personeel 4Andere... 3Vakantiegeld, eindejaarspremie 1Kaderpersoneel 2Administratief personeel 3Technisch personeel 4Andere... 4Bijdrage in de bezoldiging van Geco, Dac, Ibf, Maribel, 5Verplichte verzekeringen 6Extralegale verzekeringen 7Andere 63/ 1 Afschrijvingen en investeringen 64/ 1 Belastingen en taksen 1Taksen 2Registratierechten 3Niet aftrekbare BTW 4Belastingen 5Andere 65/ 1 Financiële lasten Gezien om als bijlage I toegevoegd te worden aan het Besluit 2005/840 (van ... 2005) van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende uitvoering van het decreet van 16 juni 2005 van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de erkenning en de toekenning van toelagen aan instellingen die representatief zijn voor de maatschappelijke actie en het gezin.

B. Cérexhe, Voorzitter van het College.

E. Kir, Lid van het College, bevoegd voor Maatschappelijke Actie en Gezin.

^