Etaamb.openjustice.be
Beschikking
gepubliceerd op 03 juni 2020

Afwijking op de ordonnantie van 1 maart 2012 bettrefende het natuurbehoud Afwijking van artikel 68, § 1, 1° en 2° en van artikel 88, § 1, 1° van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud AANHEF : Overwegende de aanvraag van 10 januari 2020 waarbij de heer Didier Vangeluwe een afwijk(...)

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2020041466
pub.
03/06/2020
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


Afwijking op de ordonnantie van 1 maart 2012 bettrefende het natuurbehoud Afwijking van artikel 68, § 1, 1° en 2° en van artikel 88, § 1, 1° van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud (hierna « de ordonnantie » genoemd) betreffende het vangen van in het wild levende beschermde vogelsoorten om ze te ringen op het hele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het gebruik van verboden vangstmiddelen AANHEF : Overwegende de aanvraag van 10 januari 2020 waarbij de heer Didier Vangeluwe een afwijking vraagt in naam van de erkende medewerkers-ringers van het Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Operationele Directie Natuurlijk Milieu, BeBirds - Belgisch Ringwerk, Vautierstraat 29, 1000 Brussel, om in het wild levende beschermde vogelsoorten te vangen en te houden in de zin van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud en verboden vangstmiddelen te gebruiken;

Gelet op de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud, meer in het bijzonder haar artikelen 68, § 1, 1° en 2°, 83, § 1, 84, 85 en 88, § 1, 1° ;

Gelet op het gunstig advies van de Brusselse Hoge Raad voor Natuurbehoud van 30 januari 2020;

Overwegende de aanvraag tot afwijking voor alle in het wild levende beschermde vogelsoorten op het hele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Overwegende dat de afwijking zal toelaten de wilde vogelpopulaties te volgen, en in het bijzonder de verplaatsingen, op basis van het individueel merken van de specimens in het kader van een programma dat op Europees niveau wordt gevoerd (sinds 1927 georganiseerd in België);

Overwegende het verbod om invasieve exotische soorten bewust te introduceren, te herintroduceren of vrij te laten in de natuur in de zin van artikel 77 van de ordonnantie van 1 maart 2012 en de verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 22 oktober 2014;

Overwegende dat het individueel merken het mogelijk zal maken te beschikken over informatie betreffende de dynamiek van de populaties, de verplaatsingen en de migratiewijzen (met inbegrip van de evolutie van deze gedragingen in functie van de evolutie van de omgeving, de weersomstandigheden en het klimaat);

Overwegende dat dit initiatief ook zal toelaten toezicht uit te oefenen op opkomende virussen, zoals het griepvirus, het West Nile-, Newcastle- en Usutuvirus;

Overwegende dat de medewerkers-ringers voor wie deze afwijking wordt aangevraagd gediplomeerd zijn en allen minstens 2 jaar stage hebben gelopen onder toezicht van een ervaren medewerker, gevolgd door een examen;

Overwegende dat de vangmethode toelaat het storen van de specimens zoveel mogelijk te beperken en dat hun manipulatie en het ringen verlopen volgens een strikte procedure die opgesteld werd door het Belgisch Ringwerk;

Overwegende dat het houden wordt beperkt tot de tijd die nodig is voor het ringen, aangezien de vogel onmiddellijk wordt vrijgelaten;

Overwegende dat er geen andere toereikende oplossing bestaat om deze doelen te bereiken;

Overwegende dat de maatregel direct noch indirect nadelig is voor het behoud of herstel in een gunstige staat van instandhouding van de populaties van de betrokken soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied, dat de integriteit van de Natura 2000-gebieden niet dreigt te worden aangetast door de nagestreefde doelstellingen en de gebruikte methoden;

Overwegende dat deze aanvraag tot afwijking van de verbodsbepalingen van artikelen 68, § 1, 1° en 2° en 88, § 1, 1° wordt ingediend om redenen van gezondheid, het belang van de bescherming van wilde dier- en plantensoorten; het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs en ze toelaat een beperkt aantal door de bevoegde autoriteiten aangewezen specimens voor de nagestreefde doelstellingen te vangen of te houden;

Overwegende het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 13/05/2016 numac 2016031309 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001 : « Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe » type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 28/04/2016 numac 2016031305 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000003: "Bosgebieden en vochtige gebieden van de Molenbeekvallei in het noordwesten van het Brussels Gewest" sluiten tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001: "Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe" Overwegende het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 september 2015 tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000002: "Bossen en open gebieden in het zuiden van het Brussels Gewest - complex Verrewinkel - Kinsendaal";

Overwegende het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 april 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 13/05/2016 numac 2016031309 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000001 : « Het Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe - complex Zoniënwoud - Vallei van de Woluwe » type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 14/04/2016 pub. 28/04/2016 numac 2016031305 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000003: "Bosgebieden en vochtige gebieden van de Molenbeekvallei in het noordwesten van het Brussels Gewest" sluiten tot aanwijzing van het Natura 2000-gebied - BE1000003: "Bossen en vochtige gebieden van de Molenbeekvallei in het noordwesten van het Brussels Gewest";

Overwegende op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 oktober 2018Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 25/10/2018 pub. 22/11/2018 numac 2018032167 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende een toezichtsschema voor de monitoring van de staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten betreffende een toezichtschema voor de monitoring van de staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, BESLISSING: Leefmilieu Brussel-BIM keurt de volgende afwijkingen goed, mits de onderstaande voorwaarden in acht worden genomen: - artikel 68, § 1, 1° : de in het wild levende beschermde vogelsoorten vangen; - artikel 68, § 1, 2° : de in het wild levende beschermde vogelsoorten houden gedurende de tijd die strikt noodzakelijk is voor het ringen; - Artikel 88, § 1, 1° : de volgende vangstmiddelen gebruiken: o Japanse netten; o Fuiken; o Slagnetten, tentnetten, kapelnetten; o Slagkooien en andere automatische kooien; o Automatisch bediende slagnetjes (klem); o Matoles (vallen); o Bal-chatri; o Schepnetten; o Netten die door een kanon afgeschoten worden (met eender welke voortstuwingsmethode: kruit, springveren, perslucht).

Deze beslissing is individueel, persoonlijk en niet-overdraagbaar.

Deze beslissing moet tijdens elke controle kunnen worden voorgelegd.

VOORWAARDEN: Betrokken diersoort(en)(s) en/of plantensoort(en): alle in het wild levende beschermde vogelsoorten.

Periode waarvoor de afwijking wordt toegestaan : van 10 februari 2020 tot 9 februari 2022.

Plaats waar de afwijking kan worden uitgeoefend: het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Gebruikte middelen, installaties en methodes: - De vangst, het manipuleren en het ringen van de vogels is strikt gebonden aan de ad-hocprocedure van het Belgisch Ringwerk. - De ringer is verantwoordelijk voor het manipuleren van de gevangen vogels. Hij moet alle nodige maatregelen te treffen om het ringen perfect georganiseerd en vlot te laten verlopen om aldus de veiligheid van de vogels te garanderen. - Het manipuleren van vogels mag niet langer duren dan nodig en dient in een geordende volgorde te gebeuren. De vogels moeten zo snel mogelijk in de natuur worden vrijgelaten.

Bestemming van de gejaagde en/of gevangen en/of gedode dieren en hun eventuele stoffelijk overschot: De gevangen dieren worden onmiddellijk na het ringen vrijgelaten, waarbij voorrang wordt gegeven aan de meest gevoelige en zwakste individuen.

Bijzondere voorwaarden: - De medewerkers-ringers die in deze beslissing worden vermeld, moeten de toegekende afwijkingen altijd bij zich hebben voor het geval ze worden gecontroleerd. - In afwachting dat ze geringd worden, mogen vogels niet in zakken of bakken bewaard worden waarvan het grootste gedeelte uit plastiek bestaat. Uitzondering wordt gemaakt voor pluimveemanden. De zakken of bakken waarin vogels in afwachting van het ringen gehouden worden moeten voldoende groot, droog en proper zijn en moeten voldoende luchtdoorlatend zijn. - Het aantal individuen per zak of bak moet zorgvuldig bekeken worden zodat de vogels voldoende verluchting hebben en niet opwarmen. - Zakken en bakken waarin vogels gehouden worden moeten tegen zonnestralen en regen beschermd worden. - De zakken waarin vogels gehouden worden, moeten altijd opgehangen worden en mogen niet tegen elkaar geplaatst worden. Vermijd om vogels van verschillende grootte en soort bijeen in zakken of bakken te plaatsen. - Als veel vogels tegelijk worden gevangen, is het essentieel om een duidelijk systeem aan te houden zodat prioritair de gevoelige soorten en zwakste individu's geringd en losgelaten worden. - Wanneer nestjongen van nestblijvers uit het nest worden gehaald om geringd te worden, mogen ze niet vrij op de grond worden gelegd. Ze dienen, indien nodig, samengehouden te worden in een zak of bak. - Om te wegen moeten de vogels in een zakje of houder geplaatst worden. Dit wordt op de weegschaal geplaatst of vastgemaakt aan de haak van de balans. Vogels mogen nooit gewogen worden door ze met de ring aan het weegtoestel te hangen. - Het fotograferen van vogels in de hand kan noodzakelijk zijn als bewijs of als educatiemateriaal. Dit kan echter geen reden zijn om een vogel veel langer vast te houden dan normaal. De foto's dienen in één ringsessie gemaakt te worden waarna de vogel onmiddellijk losgelaten wordt. - Om geringd te worden, worden vogels niet verder verplaatst dan nodig om de rust van de site niet te verstoren. Ze moeten altijd op de ringplaats losgelaten worden. - Het ringen met publiek in een geplande actie moet altijd gebeuren in de aanwezigheid van minstens 2 ringers. Dit met uitzondering van het ringen van pulli van zangvogels of nachtroofvogels. In deze laatste gevallen is de aanwezigheid van één enkele ringer voldoende. - Vogels worden nooit in de handen van personen gelaten die voor het eerst ringactiviteiten bijwonen. - De dieren die per ongeluk worden gedood worden snel aan Sciensano (voormalig Pasteurinstituut) in Ukkel bezorgd, conform de van kracht zijnde wetgeving betreffende de dierenkadavers en de verwijdering ervan.

Voorwaarden om een eventueel risico te beperken: alle voorzorgen moeten worden getroffen om het verstoren van de specimen zoveel mogelijk te beperken.

Bijkomende beperkingen van toepassing op de gebruikte middelen, installaties en methoden: Het ringen mag de fysieke integriteit van de gevangen individuen niet aantasten en geen risico vormen voor de ringer of leden van het publiek. De toegelaten middelen moeten worden gebruikt volgens de regels van de kunst. De installatiesite, de weersomstandigheden, de frequentie van het bezoek moeten perfect aangepast zijn. Indien een ringer een vangstmiddel wil gebruiken dat niet in de lijst is opgenomen, moet hij het Belgisch Ringwerk raadplegen, dat indien nodig een verzoek tot afwijking zal indienen om een eventueel verboden vangstmiddel te gebruiken.

Personen die bevoegd zijn om deze afwijking uit te voeren :

ADRIAENSEN

Frank

ADRIAENSEN

Frank

BRESEEL

Joachim

BRESEEL

Joachim

ULTEAU

Vincent

ULTEAU

Vincent

CARELS

Charles

CARELS

Charles

DALL'ASTA

Alexis

DALL'ASTA

Alexis

DE BOE

Jan

DE BOE

Jan

ELST

Joris

ELST

Joris

GAILLY

Philippe

GAILLY

Philippe

LECLERCQ

Laurent

LECLERCQ

Laurent

MALLIA

Christopher

MALLIA

Christopher

NINANNE

Mario

NINANNE

Mario

PANSAERS

Didier

PANSAERS

Didier

PIERRARD

Nicolas

PIERRARD

Nicolas

PONCIN

Olivier

PONCIN

Olivier

ROGGEMAN

Walter

ROGGEMAN

Walter

ROOSELAER

Edwin

ROOSELAER

Edwin

VANBOCHAUTE

Hugo

VANBOCHAUTE

Hugo

VANDE WALLE

Aurel

VANDE WALLE

Aurel

VANDEN WYNGAERT

Luc

VANDEN WYNGAERT

Luc

VANGELUWE

Didier

VANGELUWE

Didier

VANHASSEL

Edwig

VANHASSEL

Edwig


CONTROLE: Leefmilieu Brussel is bevoegd om de naleving van de voorwaarden van deze afwijking te controleren en te bepalen of aan alle vereiste voorwaarden voldaan is.

De begunstigde van de afwijking dient bij Leefmilieu Brussel een jaarlijks verslag in Excel-bestand in over de uitvoering van deze afwijking. Dit verslag moet worden bezorgd binnen de drie maanden van elk verstreken jaar. Dit verslag in Excel-bestand zal de getelde soorten, hun exacte aantal of een raming van de hoeveelheid, de gebieden waar ze werden gevangengenomen of geobserveerd, de diersoorten van communautair belang en gewestelijk belang die door een ongeval zijn omgekomen, de datum en de plaats van hun observatie of gevangenneming, zo nauwkeurig mogelijk (Lambertcoördinaten 1972), bevatten.

BEROEP: Bij betwisting van deze beslissing kan beroep worden aangetekend bij het Milieucollege, C.C.N. - Kunstberg 10-13, 1000 Brussel, overeenkomstig artikel 89, § 1 van de ordonnantie. U beschikt over een termijn van 30 dagen, te tellen vanaf deze kennisgeving, om via aangetekend schrijven beroep aan te tekenen.

Opgemaakt te Brussel, op 4 maart 2020.

Barbara DEWULF, Adjunct-Directrice-generaal Frédéric FONTAINE, Directeur-generaal

^