Etaamb.openjustice.be
Beschikking van 13 oktober 2023
gepubliceerd op 01 december 2023

Ordonnantie betreffende de steun voor de economische ontwikkeling en transitie van ondernemingen

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2023046393
pub.
01/12/2023
prom.
13/10/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

13 OKTOBER 2023. - Ordonnantie betreffende de steun voor de economische ontwikkeling en transitie van ondernemingen


Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen verstaat men onder: 1° steun: de financiële ondersteuning die wordt verleend in het kader van deze ordonnantie in de vorm van een premie, een terugvorderbaar voorschot, een lening, een garantie of een deelneming;2° Regering: de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;3° Gewest: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;4° onderneming: de entiteit bedoeld in artikel 1 van de bijlage bij de aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;5° micro-onderneming: de onderneming bedoeld in artikel 2, derde lid, van de bijlage bij de aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen;6° kleine onderneming: de onderneming bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de bijlage bij de aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, die geen micro-onderneming is;7° middelgrote onderneming: de onderneming bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de bijlage bij de aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, die geen micro- of kleine onderneming is;8° grote onderneming: de onderneming die geen micro-, kleine of middelgrote onderneming is;9° investering: de investering in materiële of immateriële vaste activa;10° begunstigde: de natuurlijke of rechtspersoon die steun aanvraagt of ontvangt. HOOFDSTUK 2. - Gemeenschappelijke steunbepalingen Afdeling 1. - Algemene machtigingen aan de Regering

Art. 3.De Regering verleent de steun bedoeld in deze ordonnantie binnen de beschikbare begrotingskredieten.

De Regering kan regels invoeren om de begrotingslimieten na te leven.

Art. 4.§ 1. De Regering bepaalt voor elk van de steunmaatregelen van deze ordonnantie: 1° het bedrag, de vorm, de intensiteit, de verhogingen en de duur van de steun;2° de uitgaven of investeringen die in aanmerking komen;3° de ontvankelijkheidsvoorwaarden en de toekenningscriteria van de steun en de verhogingen;4° voor de steun bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, 25 en 26, de consultancyopdrachten en opleidingen die in aanmerking komen;5° het maximumbedrag van de steun en het maximumaantal steunmaatregelen per begunstigde voor een bepaalde periode;6° de uitgesloten of in aanmerking komende sectoren of activiteiten, rekening houdend met de Europese regelgeving, de bevoegdheidsverdelende regels, hun impact op sociaal of milieuvlak en haar economisch beleid;7° de voorwaarden betreffende de kwaliteit en de deskundigheid van de derde die gesubsidieerde diensten levert aan de begunstigde;8° de toepasselijke Europese regelgeving inzake staatssteun;9° de procedure en de termijnen voor de behandeling van de steunaanvraagdossiers en de vereffening van steun. § 2. De Regering kan, per begunstigde, het maximaal aantal en het totaalbedrag aan toegekende steun voor een bepaalde periode bepalen. § 3. De Regering kan steunverhogingen toekennen als de begunstigde voldoet aan een of meer van de volgende voorwaarden: 1° sinds minder dan vier jaar ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen;2° erkend zijn als voorbeeldig op sociaal vlak;3° erkend zijn als voorbeeldig op milieuvlak;4° een vestigingseenheid hebben in de ontwikkelingszone of daar een investering verwezenlijkt;5° voor de steun bedoeld in artikel 16, de verwezenlijking van een investering in een vestigingseenheid die zich bevindt in het terrein van een werf van niveau 2, in de zin van artikel 85, tweede lid, van de ordonnantie van 3 mei 2018 betreffende de bouwplaatsen op de openbare weg. De Regering bakent de ontwikkelingszone af op basis van de Belgische regionale steunkaart die op grond van de Europese richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen door de Europese Commissie wordt goedgekeurd.

De Regering kan andere verhogingen toekennen voor zover zij de doelstellingen bepaald in artikel 5, §§ 2 en 3, beogen. Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de toekenning en het behoud

van de steun

Art. 5.§ 1. Vanaf 1 januari 2030 komen enkel ondernemingen die voorbeeldig zijn op sociaal of milieuvlak in aanmerking voor de steun voorzien in deze ordonnantie.

Het eerste lid is niet van toepassing op: 1° de ondernemingen die sinds minder dan vier jaar ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen;2° de steun bedoeld in de artikelen 15, 19, 21, 26, 27, 29, 30 en 31;3° de natuurlijke personen bedoeld in artikel 28;4° voor de steun bedoeld in artikel 16, de begunstigden die de investering verwezenlijken in een vestigingseenheid die zich bevindt in het terrein van een werf van niveau 2, in de zin van artikel 85, tweede lid, van de ordonnantie van 3 mei 2018 betreffende de bouwplaatsen op de openbare weg. § 2. Een onderneming is voorbeeldig op sociaal vlak wanneer zij in aanzienlijke mate bijdraagt tot een van de volgende doelstellingen: 1° een voldoende hoge levensstandaard voor de categorieën van personen die kwetsbaarder zijn of bijzondere behoeften hebben, met inbegrip van: a) de verbetering van de toegang tot producten en diensten die beantwoorden aan de fundamentele menselijke behoeften, zoals water, met inbegrip van afvalwaterbeheer, voeding, huisvesting, gezondheidszorg, met inbegrip van zorgverlening in het kader van het werk, onderwijs, met inbegrip van beroepsopleiding;b) de verbetering van de toegang tot economische basisinfrastructuren, met inbegrip van duurzaam vervoer, telecommunicatie en internet, elektriciteit en financiële inclusie;2° de ontwikkeling van kwaliteitsvolle tewerkstelling, rekening houdend met al zijn waardeketens binnen en buiten België;3° de ontwikkeling van sociaal en democratisch ondernemerschap;4° de ontwikkeling van een meer inclusieve samenleving. § 3. Een onderneming is voorbeeldig op milieuvlak wanneer zij in aanzienlijke mate bijdraagt tot een van de volgende doelstellingen: 1° een rationeler gebruik van hulpbronnen, met name door recyclage, de praktijk van de circulaire economie of de verbetering van de energieprestaties, met inbegrip van koolstofneutraliteit;2° de verbetering van de milieu-impact, met name wat betreft de verontreinigende emissies, de mobiliteit, de biodiversiteit en de ecosystemen;3° de aanpassing aan de klimaatverandering. § 4. Om als voorbeeldig beschouwd te worden, mag een onderneming geen significante schade toebrengen aan een van de doelstellingen opgenomen in de paragrafen 2 en 3, en evenmin tot gevolg hebben dat het werkgelegenheidspeil in het Gewest afneemt. § 5. De Regering kan de criteria voor voorbeeldige ondernemingen op sociaal of milieuvlak nader bepalen.

Zij kan bij besluit de paragrafen 2 en 3 wijzigen om de omzetting te verzekeren van de bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met inbegrip van de Europese taxonomie van duurzame economische activiteiten. Deze wijzigingen zijn onderhevig aan een wettelijke bevestiging binnen een jaar na hun inwerkingtreding. § 6. De Regering bepaalt de modaliteiten en de voorwaarden van de evaluatie van het voorbeeldige karakter op sociaal of milieuvlak.

Daartoe kan de Regering: 1° een systeem inrichten voor de erkenning van labels, certificering, erkenningen en andere hypothesen die getuigen van een aanzet naar de voorbeeldigheid op sociaal of milieuvlak en die aldus worden geacht het voorbeeldige karakter op sociaal of milieuvlak van een onderneming, een vestigingseenheid of een project aan te tonen;2° een systeem inrichten voor de erkenning van het voorbeeldige karakter op sociaal of milieuvlak van een onderneming, een vestigingseenheid of een project;3° de criteria en bewijsmiddelen bepalen die toelaten vast te stellen dat een onderneming, een vestigingseenheid of een project voorbeeldig is op sociaal of milieuvlak;4° een comité oprichten dat: a) de werking van de bepalingen onder 1°, 2° en 3°, opvolgt en evalueert;b) richtlijnen uitwerkt voor de beoordeling van het voorbeeldige karakter op sociaal of milieuvlak;c) desgevallend beslist over de erkenningen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2° of een advies geeft ter voorbereiding van die beslissingen;5° een databank oprichten waarin de gegevens worden opgenomen betreffende de ondernemingen, vestigingseenheden en projecten waarvoor een beslissing betreffende hun voorbeeldig karakter op sociaal of milieuvlak is genomen. Ter uitvoering van het eerste lid bepaalt de Regering: 1° de werking van de erkenningssystemen;2° de voorwaarden voor de erkenning en de intrekking ervan;3° de bijzondere voorwaarden verbonden aan de erkende labels, certificeringen, erkenningen en andere hypothesen;4° de werking, samenstelling en vergoeding van het comité;5° een voorlopige lijst van labels, certificeringen, erkenningen en andere hypothesen die worden erkend in afwachting van de uitvoering van het erkenningssysteem;6° de gegevens die worden opgenomen in de databank, alsook de bewaartermijn ervan, onder voorbehoud van artikel 36, § 5;7° de organismen die toegang hebben tot de databank en de regels inzake het uitwisselen van gegevens. § 7. De Regering bepaalt, afhankelijk van het soort steun, of de evaluatie van het voorbeeldige karakter op sociaal of milieuvlak betrekking heeft op de onderneming in haar geheel, een van haar vestigingseenheden of een van haar projecten.

Art. 6.§ 1. De begunstigde voldoet, onverminderd artikel 4, § 1, aan de volgende voorwaarden: 1° een natuurlijke of rechtspersoon zijn die ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen;2° beschikken over een vestigingseenheid in het Gewest die ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen, er een economische activiteit uitoefenen en er beschikken over menselijke middelen en goederen die specifiek voor hem bestemd zijn;3° noch een publieke onderneming zijn, noch een onderneming die een opdracht van openbaar nut vervult, of waarvan het maatschappelijk doel geen economisch en commercieel karakter heeft, of waarvan de financiering van publieke oorsprong het percentage bepaald door de Regering overstijgt;4° in orde te zijn met betrekking tot de verplichtingen inzake bekendmaking en neerlegging van de jaarrekeningen overeenkomstig Boek III van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de natuurlijke personen die een project dragen als bedoeld in de artikelen 15 en 30 en de natuurlijke personen bedoeld in de artikelen 28 en 29. In die gevallen voldoet de begunstigde, onverminderd artikel 4, § 1, aan de volgende voorwaarden: 1° zijn hoofdverblijfplaats hebben in het Gewest;2° voor de artikelen 15 en 29, niet ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen als onderneming, of als oprichter, mandataris of lasthebber van een onderneming;3° in de gevallen bedoeld in de artikelen 15, 28 en 30, een project dragen om een onderneming op te richten of over te nemen of het grondgebied van het Gewest.

Art. 7.De begunstigde cumuleert geen steun bedoeld in deze ordonnantie voor dezelfde uitgaven.

Art. 8.§ 1. Wat betreft de steun bedoeld in hoofdstuk 4, afdeling 1, leeft de begunstigde tijdens een periode van vijf jaar vanaf de einddatum van de verwezenlijking van de investeringen die aanleiding hebben gegeven tot de toekenning van de steun, de volgende voorwaarden na: 1° een vestigingseenheid en de investering op het grondgebied van het Gewest behouden;2° de bestemming van de activa die het voorwerp uitmaken van de steun behouden;3° de activa gebruiken voor de voorziene doeleinden;4° de voorwaarden bepaald in deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten naleven. De periode bedoeld in het eerste lid bedraagt vijftien jaar voor de steun of de delen van steun die worden toegekend voor de verwerving van een gebouw of een grond. De periode blijft echter vijf jaar indien de begunstigde het gebouw of de grond vervreemdt in het kader van een investering in onroerende goederen op het grondgebied van het Gewest met het oog op zijn uitbreiding.

De periode bedoeld in het eerste lid bedraagt vier jaar voor de steun of het deel van de steun dat betrekking heeft op een investering die verwezenlijkt wordt met een financieringshuur van minder dan vijf jaar. § 2. De Regering kan de begunstigde toelaten om af te wijken van paragraaf 1 en de verouderde of defecte investeringen te vervangen, voor zover de begunstigde een vestigingseenheid en de economische activiteit tijdens een periode van vijf jaar op het grondgebied van het Gewest behoudt vanaf de einddatum van de verwezenlijking van de investeringen die aanleiding hebben gegeven tot de toekenning van de steun.

Art. 9.§ 1. Wat betreft de steun bedoeld in hoofdstuk 4, afdelingen 2 en 3, en de hoofdstukken 5 en 8, behoudt de begunstigde tijdens een periode van drie jaar vanaf de datum van de toekenning van de steun, een vestigingseenheid en de economische activiteit op het grondgebied van het Gewest. § 2. Wat betreft de steun bedoeld in hoofdstuk 6, behoudt de begunstigde zijn hoofdverblijfplaats en zijn economische activiteit op het grondgebied van het Gewest tijdens een periode van drie jaar vanaf de datum van de toekenning van de steun.

De begunstigde kan zijn hoofdverblijfplaats verplaatsen buiten het Gewest, op voorwaarde dat hij ten laatste zes maanden na zijn verhuis een onderneming vestigt met een vestigingseenheid op het grondgebied van het Gewest. In dat geval behoudt hij een vestigingseenheid op het grondgebied van het Gewest tijdens de periode bedoeld in het eerste lid.

Art. 10.De begunstigde leeft tijdens de periodes bedoeld in de artikelen 8 en 9, naar gelang het geval, alle toepasselijke verplichtingen op het gebied van het milieu- sociaal en arbeidsrecht na, tenzij de steun bedoeld is om die normen te kunnen naleven. Afdeling 3. - Voorwaarden in verband met het tewerkstellings-, sociaal

en diversiteitsbeleid

Art. 11.De begunstigde van de steun verbindt zich ertoe al zijn vacatures aan Actiris mee te delen.

Begunstigden die, in het kader van eenzelfde dossier, meer steun ontvangen dan het door de Regering vastgestelde bedrag, verbinden zich ertoe gebruik te maken van de gratis dienst van Actiris voor de preselectie- en aanwervingsprocedures voor vacatures waarvan de standplaats zich in het Gewest bevindt.

Art. 12.Indien de begunstigde over een ondernemingsraad beschikt, legt hij overeenkomstig artikel 15, a), van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven de volgende steunaanvragen voor advies voor aan de ondernemingsraad: 1° die voor algemene investeringen bedoeld in artikel 16, indien de in aanmerking komende kosten 500.000 euro of meer bedragen; 2° die voor industriële omschakeling bedoeld in artikel 26.

Art. 13.De begunstigde bij wie meer dan vijftig personen werkzaam zijn, beschikt over een goedgekeurd diversiteitsplan of een diversiteitslabel als bedoeld in respectievelijk de hoofdstukken II en III van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 mei 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 07/05/2009 pub. 02/06/2009 numac 2009031279 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de diversiteitsplannen en het diversiteitslabel sluiten betreffende de diversiteitsplannen en het diversiteitslabel, of over een getuigschrift van Actiris dat een dergelijk plan in uitwerking of in consolidatie is.

In het geval van een diversiteitsplan in uitwerking, dient de begunstigde het plan in ter goedkeuring binnen de door de Regering bepaalde termijn. Afdeling 4. - Uitsluitingsgevallen

Art. 14.Wordt uitgesloten van het genot van steun, de begunstigde die: 1° het voorwerp uitmaakte van een strafrechtelijke veroordeling, uitgesproken door een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde, voor een van de volgende misdrijven: a) deelname aan een criminele organisatie;b) terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten, dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit;c) witwassen van geld en financiering van terrorisme;d) kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel;2° het voorwerp heeft uitgemaakt van een strafrechtelijke veroordeling uitgesproken door een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde, binnen de vijf jaar ervan, wegens tekortkoming aan de nationale en internationale verplichtingen niet opgenomen onder 1° op het gebied van het milieu-, sociaal, fiscaal en arbeidsrecht;3° in staat van faillissement of van vereffening verkeert, zijn werkzaamheden heeft gestaakt, een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of aangifte heeft gedaan van faillissement, voor hem een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of hij in een vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;4° geen gezonde of financieel gezonde onderneming is;5° een van de volgende activiteiten uitoefent: a) activiteit die opzettelijk de sociale, fiscale en milieuwetgeving en de fundamentele ethische normen schendt;b) activiteit die in strijd is met of een schending vormt van de fundamentele mensenrechten;c) activiteit met nefaste gevolgen voor de volksgezondheid of het milieu, ongeacht of ze in overeenstemming is met de wet- en regelgeving;d) activiteit die betrokken is bij corruptie en omkoping;e) activiteit met betrekking tot de exploratie, winning, verwerking, het vervoer of de opslag van steenkool, aardolie of andere fossiele brandstoffen;6° gebruik maakt van een financiële of vermogensmaatschappij die is gevestigd in een belastingparadijs dat is opgenomen op de pan-Europese lijst van landen die hebben geweigerd een dialoog met de Europese Unie aan te gaan of tekortkomingen op het gebied van goed bestuur in belastingzaken te verhelpen, aangenomen door de Raad van de Europese Unie;7° onder zijn bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen gemachtigd om de begunstigde te verbinden, natuurlijke of rechtspersonen telt die, in de loop van de afgelopen tien jaar, in een gelijkaardige functie betrokken zijn geweest bij vier faillissementen, vereffeningen of gelijkaardige verrichtingen;8° opzettelijk onjuiste inlichtingen verstrekt, gedurende vijf jaar vanaf de kennisgeving van de beslissing tot toekenning of weigering van de steun;9° ter uitvoering van de ordonnantie van 8 oktober 2015 houdende algemene regels betreffende de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie, gehouden is een subsidie terug te betalen, zolang hij die subsidie niet terugbetaalt. De Regering kan de in het eerste lid, 1°, 2° en 4°, bedoelde misdrijven en voorwaarden verduidelijken. HOOFDSTUK 3. - Opstartsteun voor een ondernemingsproject

Art. 15.De Regering kan steun verlenen aan natuurlijke personen die een project dragen om een onderneming op te richten voor de uitgaven en investeringen die verbonden zijn aan het project, op voorwaarde dat zij zich laten begeleiden door een door de Regering aangewezen organisme. HOOFDSTUK 4. - Steun voor de economische ontwikkeling en groei van een onderneming Afdeling 1. - Steun voor investeringen

Onderafdeling 1. - Steun voor algemene investeringen

Art. 16.De Regering kan steun verlenen aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die een investering verrichten op het grondgebied van het Gewest.

Onderafdeling 2. - Steun voor investeringen om aan normen te voldoen

Art. 17.De Regering kan steun verlenen aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die investeren met het oog op de naleving van milieu-, kwaliteits-, veiligheids- en hygiënenormen.

De Regering stelt de normen bedoeld in het eerste lid vast.

Onderafdeling 3. - Steun voor investeringen voor beveiliging

Art. 18.De Regering kan steun verlenen aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die investeren in de installatie van een beveiligings- of brandveiligheidssysteem.

Onderafdeling 4. - Steun voor investeringen ter ondersteuning van de economische transitie

Art. 19.De Regering kan steun verlenen aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen die betrekking hebben op de economische transitie, door bij te dragen tot de doelstellingen bedoeld in artikel 5, §§ 2 en 3. Afdeling 2. - Steun voor de inschakeling van externe deskundigheid en

diensten Onderafdeling 1. - Steun voor consultancy

Art. 20.De Regering kan steun verlenen aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen voor externe consultancyopdrachten.

Onderafdeling 2. - Steun voor de economische transitie

Art. 21.De Regering kan steun verlenen aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen voor: 1° externe consultancyopdrachten die betrekking hebben op de economische transitie van de begunstigde, door bij te dragen tot de doelstellingen bedoeld in artikel 5, §§ 2 en 3;2° de kosten voor het behalen van een label, certificering, erkenning of andere hypothese erkend krachtens artikel 5, § 6, eerste lid, 1° ;3° de kosten voor het behalen van een label of certificering van een product of dienst van de begunstigde, in verband met de economische transitie. De Regering bepaalt de labels en certificeringen bedoeld in het eerste lid, 3°, die in aanmerking komen.

Onderafdeling 3. - Steun voor digitalisering

Art. 22.De Regering kan steun verlenen aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen voor externe consultancyopdrachten met betrekking tot de digitalisering van de onderneming.

Onderafdeling 5. - Steun voor coworking

Art. 23.De Regering kan steun verlenen aan micro-ondernemingen die sinds minder dan twee jaar zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen voor de ingebruikname van een erkende coworkingruimte.

De Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de erkenning van de coworkingruimtes. Afdeling 3. - Steun voor aanwerving en opleiding

Onderafdeling 1. - Steun voor aanwerving

Art. 24.De Regering kan steun verlenen aan micro- of kleine ondernemingen voor de aanwerving van een bijkomende werknemer in het kader van de verwezenlijking van een project van economische ontwikkeling van de onderneming.

Onverminderd artikel 4, § 3, kan de Regering steunverhogingen toekennen als de bijkomende werknemer behoort tot een categorie die moeilijker toegang heeft tot werkgelegenheid.

Onderafdeling 2. - Steun voor opleiding

Art. 25.De Regering kan steun verlenen aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen voor de opleiding, door een externe deskundige, van het personeel van de onderneming.

Onderafdeling 3. - Steun voor industriële omschakeling

Art. 26.De Regering kan steun verlenen aan industriële ondernemingen voor de opleiding van hun werknemers in het kader van een omschakelingsproject, en voor de investeringen verbonden aan die opleiding.

De Regering bepaalt wat wordt verstaan onder omschakelingsproject en industriële onderneming.

Onderafdeling 4. - Steun voor de erkenning van competenties

Art. 27.De Regering kan steun verlenen aan ondernemingen erkend op grond van het samenwerkingsakkoord van 21 maart 2019 betreffende de erkenning van competenties, gesloten tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie of op grond van het Vlaams decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, voor de validering of de erkenning van competenties van personen.

De Regering kan het aantal, het profiel en het statuut bepalen van de personen die hun competenties laten valideren of erkennen en die het voorwerp van de steun uitmaken. HOOFDSTUK 5. - Steun voor de overdracht of overname van een onderneming

Art. 28.De Regering kan steun verlenen voor consultancy-opdrachten aan natuurlijke personen of micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die een onderneming overnemen of overdragen. HOOFDSTUK 6. - Steun voor ondernemers die actief zijn in een tewerkstellingscoöperatie

Art. 29.De Regering kan steun verlenen aan natuurlijke personen die een economische activiteit uitoefenen in het kader van een tewerkstellingscoöperatie voor uitgaven met betrekking tot investeringen, externe consultancyopdrachten, consultancyopdrachten met betrekking tot de digitalisering van de onderneming, opleiding en ingebruikname van een coworkingruimte. HOOFDSTUK 7. - Projectoproepen die de economische transitie beogen

Art. 30.Onder de voorwaarden bepaald door de Regering, kunnen er projectoproepen die de economische transitie beogen, door bij te dragen tot de doelstellingen bedoeld in artikel 5, §§ 2 en 3, worden georganiseerd voor natuurlijke personen die een project dragen om een onderneming op te richten of over te nemen in het Gewest of voor ondernemingen.

De ingediende projecten worden gerangschikt en geselecteerd op basis van ontvankelijkheidsvoorwaarden en toekenningscriteria door een jury benoemd onder de voorwaarden bepaald door de Regering. HOOFDSTUK 8. - Steun aan ondernemingen getroffen door een natuurramp, een ernstige verstoring in de economie of een buitengewone gebeurtenis

Art. 31.De Regering kan steun verlenen aan ondernemingen waarvan de economische activiteit is getroffen door een natuurramp, een ernstige verstoring in de economie of een buitengewone gebeurtenis, voor het herstel van de materiële schade, de herlanceringsinvesteringen en -uitgaven, het inkomensverlies en de vaste uitbatingskosten.

De Regering kan in het kader van deze steun: 1° bepalen wat wordt verstaan onder natuurramp, ernstige verstoring in de economie en buitengewone gebeurtenis of bepaalde gebeurtenissen als dusdanig erkennen;2° de in aanmerking komende of uitgesloten ondernemingen bepalen;3° afwijken van de artikelen 8, 9, 14, eerste lid, 3° en 35. HOOFDSTUK 9. - Toezicht op en terugbetaling van de steun

Art. 32.De door de Regering aangewezen ambtenaren controleren de uitvoering van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen, en houden toezicht op de naleving ervan.

Bij de uitoefening van hun opdrachten maken de door de Regering aangewezen ambtenaren zich kenbaar aan de hand van een legitimatiekaart waarvan de inhoud en de vorm door de Regering wordt bepaald.

Art. 33.Met het oog op het opsporen en vaststellen van de schendingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen hebben de in artikel 32 bedoelde ambtenaren de volgende bevoegdheden: 1° zich tijdens de gewone openings- of werkuren toegang verschaffen tot of zich toegang laten verschaffen tot alle plaatsen waarvan zij op redelijke gronden van oordeel zijn dat de betreding ervan voor het vervullen van hun taak noodzakelijk is, tenzij het bewoonde lokalen betreft, die niettemin kunnen worden betreden na de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner.2° alle nuttige vaststellingen doen, alle onderzoeken, controles en opsporingen uitvoeren en alle informatie verzamelen die zij noodzakelijk achten voor het verzekeren van een daadwerkelijke naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen;3° elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis ervan nuttig is voor de opsporing of de vaststelling;4° zich alle inlichtingen, documenten, stukken, boeken, bescheiden, gegevensbestanden en geïnformatiseerde dragers van gegevens laten verstrekken die zij tot het volbrengen van hun taken nodig achten en hiervan gratis afschrift nemen, of ze gratis meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs;5° vaststellingen doen door middel van het maken van beeld- en geluidsmateriaal, ongeacht de drager ervan, en eveneens beeldmateriaal van derden gebruiken, voor zover deze personen dit materiaal rechtmatig hebben gemaakt of verkregen.

Art. 34.De bepalingen van de ordonnantie van 8 oktober 2015 houdende algemene regels betreffende de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de steun geregeld door deze ordonnantie.

Art. 35.De Regering bepaalt, afhankelijk van de duur of de aard van de schending, de gevallen waarin de begunstigde slechts een deel van de steun terugbetaalt.

In elk geval wordt de steun volledig terugbetaald in de gevallen bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1°, d), f), en g), van de ordonnantie van 8 oktober 2015 houdende algemene regels betreffende de inhouding, de terugvordering en de niet-vereffening van subsidies op het vlak van werkgelegenheid en economie. HOOFDSTUK 1 0. - Advies, gegevens en evaluatie

Art. 36.§ 1. De verwerkingen van persoonsgegevens voorzien in het kader van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen hebben tot doel het volgende mogelijk te maken: 1° de uitvoering van de steunmaatregelen;2° het onderzoek en het beheer van de steundossiers;3° het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen en de terugbetaling van steun;4° de communicatie naar ondernemingen over de steunmaatregelen;5° het werk ter voorbereiding van het economisch beleid op het vlak van steun aan ondernemingen en de macro- en micro-economische analyses die daartoe bijdragen;6° de evaluatie van de steunmaatregelen;7° het opstellen van anonieme statistieken;8° de beoordeling van het voorbeeldig karakter op sociaal of milieuvlak van een onderneming, een vestigingseenheid of een project en de oprichting van een databank daarvoor. § 2. De categorieën persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor het bereiken van de doelen bedoeld in paragraaf 1, en de categorieën van de personen, zijn de volgende: 1° de identificatie- en contactgegevens van de personen die namens de begunstigden de aanvraag indienen;2° de identificatie-, adres- en contactgegevens en het bankrekeningnummer van de begunstigden;3° in het kader van de opdrachten en procedures bedoeld in paragraaf 1, 2° en 3°, de gegevens betreffende strafrechtelijke en administratieve sancties en feiten of situaties van de personen bedoeld in artikel 14;4° de gegevens bepaald door de Regering die noodzakelijk zijn om de naleving van de ontvankelijkheidsvoorwaarden en toekenningscriteria na te gaan en om het bedrag van de steun te bepalen;5° de identificatie- en contactgegevens van de personen die, in eender welke hoedanigheid, tussenkomen in het kader van de opdrachten en procedures bedoeld in paragraaf 1, 2° en 3°, en de gegevens die volgen uit die opdrachten en procedures, voor zover die gegevens daarvoor noodzakelijk zijn;6° de identificatie-, adres- en economische gegevens van de ondernemingen die actief zijn in het Gewest die noodzakelijk zijn voor het werk en de analyses bedoeld in paragraaf 1, 5° ;7° de gegevens bepaald door de Regering die noodzakelijk zijn om de naleving van de voorwaarden en verplichtingen bedoeld in deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen na te gaan. § 3. De door de Regering aangewezen dienst is de verantwoordelijke voor de in paragraaf 1 bedoelde verwerkingen van de in paragraaf 2 bedoelde persoonsgegevens. § 4. In het kader van deze bepaling, is de door de Regering aangewezen dienst gemachtigd om rijksregisternummers op te vragen en te gebruiken, overeenkomstig artikel 8, § 1, derde lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. § 5. De persoonsgegevens met betrekking tot de begunstigden die in het kader van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen worden verzameld en verwerkt door de door de Regering aangewezen dienst worden bewaard gedurende tien jaar vanaf de dag van de weigering of de vereffening van de steun. Deze periode bedraagt vijftien jaar in de gevallen bedoeld in artikel 8, § 1, tweede lid.

De persoonsgegevens met betrekking tot de andere personen bedoeld in paragraaf 2 en die in het kader van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen worden verzameld en verwerkt door de door de Regering aangewezen dienst worden bewaard in de mate dat en zolang die gegevens noodzakelijk blijken om de in paragraaf 1 bedoelde doeleinden te verwezenlijken, zonder dat die periode de periode bedoeld in het eerste lid mag overschrijden.

Persoonsgegevens die nodig zijn voor de behandeling van een geschil in het kader van dit dispositief worden echter bewaard gedurende de tijd die nodig is om een dergelijk geschil te behandelen en eventuele daaropvolgende rechterlijke beslissingen uit te voeren. § 6. De instellingen van het Gewest die het krachtens artikel 5, § 6, aangenomen besluit toepassen, hebben toegang tot de in paragraaf 1, 8°, bedoelde databank.

De andere instellingen van het Gewest kunnen toegang krijgen tot deze databank wanneer die toegang noodzakelijk is voor de uitvoering van hun opdrachten van algemeen belang of hun wettelijke verplichtingen.

Art. 37.De gegevens verzameld in het kader van deze ordonnantie en haar uitvoeringsmaatregelen kunnen worden verkregen van de volgende organismen: 1° Leefmilieu Brussel, het Brussels Agentschap voor Bedrijfsondersteuning, Actiris, de FOD Economie, de FOD Financiën, de FOD Justitie, de Nationale Bank van België, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen en Statbel, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen bedoeld in artikel 36, § 1, 1° tot en met 6° ;2° de organismen betrokken bij de beoordeling van het voorbeeldig karakter op sociaal of milieuvlak van een onderneming, een vestigingseenheid of een project, voor het beheer en het aanvullen van de bijhorende databank;3° de organismen bedoeld in artikel 15, de coworkingruimtes bedoeld in artikel 23 en de tewerkstellingscoöperaties bedoeld in artikel 29, voor de uitvoering van en de controle op die steunmaatregelen;4° de gewestelijke dienstenintegrator, overeenkomstig artikel 12 van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende de oprichting en organisatie van een gewestelijke dienstenintegrator, voor de vervulling van zijn dienstenintegratieopdrachten.

Art. 38.De Regering bezorgt jaarlijks aan het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en aan Brupartners een activiteitenverslag over de toepassing van deze ordonnantie tijdens het vorig kalenderjaar.

De Regering stelt het verslag eveneens ter beschikking van het publiek.

Het verslag bevat met name een statistische uiteenzetting met betrekking tot: 1° de ingediende steunaanvragen en de toekenningsbeslissingen per steunmaatregel;2° de verdeling volgens de ligging, de grootte en de activiteitensector van de begunstigden;3° de toegekende steunverhogingen;4° de uitgevoerde controles. De Regering voegt om de twee jaar bij het verslag een samenvatting van: 1° de ontwikkeling van de begunstigden en hun bijdrage aan de gewestelijke economie;2° de punten van vooruitgang en obstakels bij de uitvoering van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten;3° eventuele evoluties in de Europese regelgeving inzake staatssteun;4° de te ondernemen acties op grond van de lessen getrokken uit de voorbije periode. HOOFDSTUK 1 1. - Slotbepalingen

Art. 39.De ordonnantie van 3 mei 2018 betreffende de steun voor de economische ontwikkeling van ondernemingen, gewijzigd door de ordonnantie van 15 juli 2021, wordt opgeheven.

De ordonnantie bedoeld in het eerste lid blijft echter van toepassing op de steun die werd verleend op grond van die ordonnantie.

De Regering bepaalt de overgangsmaatregelen.

Art. 40.De Regering stelt de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van deze ordonnantie vast.

Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 13 oktober 2023.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Territoriale Ontwikkeling en Stadsvernieuwing, Toerisme, de promotie van het Imago van Brussel en Biculturele zaken van gewestelijk belang, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid, E. VAN DEN BRANDT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie, A. MARON De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt, de Promotie van Meertaligheid en van het Imago van Brussel, S. GATZ De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering en de Plaatselijke Besturen, B. CLERFAYT _______ Nota Documenten van het Parlement: Gewone zitting 2022-2023 A-742/1 Ontwerp van ordonnantie Gewone zitting 2023-2024 A-742/2 Verslag Integraal verslag: Bespreking en aanneming: vergadering van vrijdag 13 oktober 2023

^