Etaamb.openjustice.be
Beschikking van 05 juli 2001
gepubliceerd op 09 april 2002

Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 27 april 1995 houdende invoering van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2002031196
pub.
09/04/2002
prom.
05/07/2001
ELI
eli/ordonnantie/2001/07/05/2002031196/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

5 JULI 2001. - Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 27 april 1995 houdende invoering van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen


De Brusselse Hoofdstedelijke Raad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Art. 2.In artikel 2 van de ordonnantie van 27 april 1995 houdende invoering van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen wordt § 2 vervangen door de volgende bepaling : « § 2. Wanneer niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld onder § 1, stuurt de minister onder wiens bevoegdheid het betreffende adviesorganen ressorteert de kandidaturen terug naar de voordragende instantie. Zolang niet aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, blijft het te begeven mandaat vacant. »

Art. 3.In dezelfde ordonnantie van 27 april 1995 wordt een artikel 3 toegevoegd, luidend als volgt : «

Art. 3.§ 1. Ten hoogste twee derden van de leden van een adviesorgaan is van hetzelfde geslacht. § 2. Wanneer niet werd voldaan aan de in paragraaf 1 gestelde voorwaarde, kan het betrokken adviesorgaan niet op rechtsgeldige wijze advies uitbrengen behalve wanneer de minister onder wiens bevoegdheid het betrokken adviesorgaan ressorteert, een voldoende gemotiveerde aanvraag met betrekking tot de onmogelijkheid om te voldoen aan de in § 1 gestelde voorwaarde voorlegt aan de Ministerraad. Het betrokken adviesorgaan kan slechts opnieuw op rechtsgeldige wijze advies uitbrengen nadat de bedoelde motivering als afdoende beschouwd wordt.

Deze motivering wordt als afdoende beschouwd, behoudens andersluidend advies in de Regering binnen de twee maanden volgend op de voorlegging. »

Art. 4.In dezelfde ordonnantie van 27 april 1995 wordt een artikel 4 toegevoegd, luidend als volgt : «

Art. 4.De Regering legt jaarlijks verslag voor aan de Raad over de uitvoering van onderhavige ordonnantie. »

Art. 5.In dezelfde ordonnantie van 27 april 1995 wordt een artikel 5 toegevoegd, luidend als volgt : «

Art. 5.Voor de adviesorganen die voor de inwerkingtreding van deze wijziging werden opgericht, passen de ministers onder wiens bevoegdheden de betreffende adviesorganen ressorteren hun samenstelling aan overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 bij de eerstvolgende hernieuwing van de mandaten en uiterlijk tegen 30 juni 2002. » Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Brussel, 5 juli 2001.

De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek, F.-X. DE DONNEA De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken, Vervoer, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, J. CHABERT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werkgelegenheid, Economie, Energie en Huisvesting, E. TOMAS De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Ambtenarenzaken en Externe Betrekkingen, G. VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse handel, D. GOSUIN _______ Nota Documenten van de Raad : Gewone zitting 2000-2001 : Ontwerp van ordonnantie, nr. A - 149/1. - Verslag, nr. A - 149/2.

Volledig verslag : Bespreking en aanneming. Vergadering van vrijdag 29 juni 2001.

^