Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 26 oktober 2021

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 a. Bij vonnis van 6 juli 2021, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 23 augustus 2021, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Luxemburg, afdeling « Zijn de artikelen 182 en 187, eerste lid, van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veili(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2021204790
pub.
26/10/2021
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/01/1989 pub. 18/02/2008 numac 2008000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet op het Arbitragehof sluiten a. Bij vonnis van 6 juli 2021, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 23 augustus 2021, heeft de Rechtbank van eerste aanleg Luxemburg, afdeling Neufchâteau, de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Zijn de artikelen 182 en 187, eerste lid, van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid sluiten betreffende de civiele veiligheid, geïnterpreteerd in die zin dat zij de minister van Binnenlandse Zaken toestaan maatregelen te nemen inzake verbod op samenscholingen (artikelen 5 en 10, § 1, van de ministeriële besluiten van 18 en 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken) en verbod om zich onnodig op de openbare weg of in openbare plaatsen te bevinden (artikelen 8 en 10, § 1, van de ministeriële besluiten van 18 en 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken), en aldus strafsancties eraan te koppelen, bij opeenvolgende besluiten gedurende de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 april 2020 (datum van de laatste tenlastelegging), in tijden van pandemie, bestaanbaar met de artikelen 12 en 14 van de Grondwet ? ».b. Bij twee vonnissen, van 13 en 20 september 2021, waarvan de expedities ter griffie van het Hof zijn ingekomen op 20 en 23 september 2021, heeft de Franstalige Correctionele Rechtbank te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld : « 1) Eerste vraag Schenden de artikelen 182 en 187 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid sluiten betreffende de civiele veiligheid al dan niet de artikelen 12, tweede lid, en 14 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 7 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en met de algemene beginselen van wettigheid en van rechtszekerheid, alsook met : - de artikelen 12, eerste lid, 15, 16, 22 en 26 van de Grondwet; - de artikelen 5, 8 en 11 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; - artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Verdrag; - artikel 2 van het Vierde Aanvullend Protocol bij het Verdrag; - de artikelen 9, 12, 17 en 21 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, in zoverre zij het geheel of minstens een of meerdere van de volgende elementen onvoldoende verduidelijken : - het begrip ' dreigende omstandigheden '; - de tijd gedurende welke de aan de minister, aan zijn gemachtigde of aan de burgemeester verleende bevoegdheid van bestuurlijke politie kan worden uitgeoefend; - het begrip ' bescherming van de bevolking ' of het soort van maatregelen die zijn bestemd om dat doel te bereiken; - de wijze waarop de minister, zijn gemachtigde of de burgemeester hun beslissingen ter kennis van hun bestuurden moeten brengen; - de nadere regels volgens welke de minister, zijn gemachtigde of de burgemeester de bevolking kunnen verplichten ' zich te verwijderen van plaatsen of streken, die bijzonder blootgesteld, bedreigd of getroffen zijn '; haar ' een voorlopige verblijfplaats [kunnen] aanwijzen ', en ' iedere verplaatsing of elk verkeer van de bevolking [kunnen] verbieden ' ? 2) Tweede vraag Schendt artikel 182 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid sluiten betreffende de civiele veiligheid al dan niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, met de beginselen van wettigheid, van rechtszekerheid en van de scheiding der machten, in zoverre het niet in procedurele waarborgen voorziet, in tegenstelling tot artikel 181 van dezelfde wet of artikel 134 van de Nieuwe Gemeentewet, bepalingen die eveneens van toepassing zijn in situaties van uitzonderlijke en dringende aard ? 3) Derde vraag Schendt artikel 187 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid sluiten betreffende de civiele veiligheid al dan niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, alsook met artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met artikel 14, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en met de beginselen van het persoonlijke karakter, van individualisering en van evenredigheid van de straffen, in zoverre het, enerzijds, de weigering en, anderzijds, het verzuim zich te gedragen naar de op grond van de artikelen 181 en 182 van de wet genomen maatregelen bestraft met dezelfde straffen zonder enig onderscheid ? 4) Vierde vraag Schendt artikel 187 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid sluiten betreffende de civiele veiligheid (eventueel onderzocht in combinatie met artikel 13 van de wet van 20 mei 2020 houdende diverse bepalingen inzake justitie in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 en de artikelen 138 en 140 van het Wetboek van strafvordering) al dan niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met artikel 14, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en met de beginselen van het persoonlijke karakter, van individualisering en van evenredigheid van de straffen, in zoverre het de strafrechter niet de mogelijkheid biedt om de in die bepaling bedoelde geldboete en gevangenisstraf te matigen wanneer er verzachtende omstandigheden bestaan ? 5) Vijfde vraag Schendt artikel 182, in voorkomend geval in samenhang gelezen met artikel 187 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid sluiten betreffende de civiele veiligheid dat voorziet in strafrechtelijke sancties, al dan niet de artikelen 12, tweede lid, en 14 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 7 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, alsook met de algemene beginselen van de scheiding der machten, van de rechtsstaat, van wettigheid en van rechtszekerheid, in samenhang gelezen met : - de artikelen 12, eerste lid, 15, 16, 22 en 26 van de Grondwet; - de artikelen 10 en 11 van de Grondwet; - de artikelen 5, 6, 8, 11 en 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; - artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Verdrag; - artikel 2 van het Vierde Aanvullend Protocol bij het Verdrag; - de artikelen 9, 12, 14, 17, 21 en 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, 1) indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het de minister van Binnenlandse Zaken ertoe zou machtigen aan elke persoon ouder dan twaalf jaar de verplichting op te leggen om de mond en de neus met een mondkapje of met elk ander stoffen alternatief te bedekken vanaf de binnenkomst in de luchthaven, het station, op het perron of aan een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoermiddel dat door een overheid wordt georganiseerd ? 2) indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het de minister van Binnenlandse Zaken ertoe zou machtigen maatregelen te nemen tijdens de volledige duur van de aanwezigheid van een virus dat als pandemie is aangemerkt, en zulks zonder beperking in de tijd, ongeacht de duur van de aanwezigheid van dat virus in het land ? 3) indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het de minister van Binnenlandse Zaken ertoe zou machtigen maatregelen te nemen tijdens de volledige duur van de aanwezigheid van een virus dat als pandemie is aangemerkt, en zulks zelfs verscheidene maanden nadat dat virus het land is binnengekomen en terwijl de indicatoren betreffende de verspreiding van het virus dalen, met name wat betreft het aantal in de ziekenhuizen opgenomen personen en het aantal personen op intensieve zorg ? ». Die zaken, ingeschreven onder de nummers 7626, 7635 en 7641 van de rol van het Hof, werden samengevoegd.

De griffier, P.-Y. Dutilleux

^