Etaamb.openjustice.be
Bericht
gepubliceerd op 03 juni 2009

Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 25 maart 2009 in zake Daum Reuwen en de nv « Orthopedie Lucas » tegen de Belgische Staat en het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekerin « Schendt artikel 4 van de wet van 25 juli 2008 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de geco(...)

bron
grondwettelijk hof
numac
2009202370
pub.
03/06/2009
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GRONDWETTELIJK HOF


Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 Bij vonnis van 25 maart 2009 in zake Daum Reuwen en de nv « Orthopedie Lucas » tegen de Belgische Staat en het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 3 april 2009, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 4 van de wet van 25 juli 2008 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State, in die zin geïnterpreteerd dat het een verjaringstuitende werking verleent aan het beroep tot nietigverklaring van een administratieve handeling voor de Raad van State, zonder onderscheid naargelang de schuldvorderingen onder de gelding van de wetgeving vóór de bekendmaking ervan al dan niet zijn verjaard, zodat het schuldvorderingen doet herleven die vóór de aanneming ervan ' voorgoed vervallen ' waren krachtens en volgens de bewoordingen van artikel 100 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit, de artikelen 10 en 11 alsook 16 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 6.1 en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag, het beginsel van niet-retroactiviteit, het beginsel van rechtszekerheid, van de voorrang van het recht en van het recht op een eerlijk proces ? ».

Die zaak, ingeschreven onder nummer 4677 van de rol van het Hof, werd samengevoegd met de zaak met rolnummer 4663.

De griffier, P.-Y. Dutilleux.

^