gepubliceerd op 15 januari 2004
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof Bij vonnis van 18 november 2003 in zake G. De Fleurquin en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 1 decem « Schendt artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Gron(...)
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/01/1989
pub.
18/02/2008
numac
2008000108
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet op het Arbitragehof
sluiten op het Arbitragehof Bij vonnis van 18 november 2003 in zake G. De Fleurquin en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 1 december 2003, heeft de beslagrechter in de Rechtbank van eerste aanleg te Gent de volgende prejudiciële vraag gesteld : « Schendt artikel 1675/13, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het aan de beslagrechter de mogelijkheid van kwijtschelding van schulden van de gefailleerde die overblijven na het faillissement ingevolge het feit dat de gefailleerde niet verschoonbaar werd verklaard bij toepassing van de faillissements
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten ontzegt, terwijl aan de beslagrechter wel de mogelijkheid werd verleend om schulden van een gefailleerde die overblijven na een faillissement waarvan de sluiting is uitgesproken met toepassing van de wet van 18 april 1851 op het faillissement kwijt te schelden, en dit terwijl pas ingevolge de wet van 4 september 2002 houdende wijziging van de faillissements
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten, de verschoonbaarheid de regel is geworden zodat de beoogde categorie gefailleerden al evenmin van deze gunstmaatregel hebben kunnen genieten ? » Die zaak is ingeschreven onder nummer 2849 van de rol van het Hof.
De griffier, L. Potoms.