Etaamb.openjustice.be
Arrest van 23 april 2020
gepubliceerd op 13 juli 2020

Bijzonderemachtenbesluit nr. 2020/005 van het Verenigd College houdende machtiging aan het Verenigd College tot het vastleggen, vereffenen en betalen van uitgaven boven de limiet van de begrotingskredieten of, bij ontstentenis van kredieten, ten belope van het door een gemotiveerde beraadslaging vastgesteld bedrag in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19

bron
gemeenschappelijke gemeenschapscommissie van brussel-hoofdstad
numac
2020041906
pub.
13/07/2020
prom.
23/04/2020
ELI
eli/besluit/2020/04/23/2020041906/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD


23 APRIL 2020. - Bijzonderemachtenbesluit nr. 2020/005 van het Verenigd College houdende machtiging aan het Verenigd College tot het vastleggen, vereffenen en betalen van uitgaven boven de limiet van de begrotingskredieten of, bij ontstentenis van kredieten, ten belope van het door een gemotiveerde beraadslaging vastgesteld bedrag in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19


Het Verenigd College, Gelet op de ordonnantie van 21 november 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, zoals tot op heden gewijzigd, en inzonderheid het artikel 25;

Gelet op ordonnantie van 13 december 2019 houdende de Algemene Uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie voor het begrotingsjaar 2020;

Gelet op de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, en inzonderheid het artikel 2;

Gelet op de akkoordbevinding van de leden van het Verenigd College, bevoegd voor de Financiën en de Begroting, gegeven op 23 april 2020;

Overwegende de kwalificatie door de WHO van het coronavirus COVID-19 als een pandemie op datum van 11 maart 2020;

Overwegende dat de huidige en toekomstige maatregelen om de verspreiding van het virus onder de bevolking in te dijken, in het bijzonder de zogenaamde "social distancing-maatregelen" waartoe de Nationale Veiligheidsraad op 12, 17 en 28 maart 2020 besloten heeft, van die aard zijn dat zij elke soort activiteit in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad vertragen, de goede werking van de verschillende overheidsdiensten aantasten, de sociaaleconomische activiteit van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verzwakken en de kwetsbare bevolking in een grotere onzekerheid brengen;

Overwegende dat krachtens artikel 2 van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, het Verenigd College alle passende maatregelen kan nemen om, onder bedreiging van ernstig gevaar, elke situatie die een probleem vormt te voorkomen en met spoed aan te pakken binnen het strikte kader van de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan, met name bij de aanpassing van ordonnanties betreffende de domeinen die de impact van de crisis ondervinden en die onder de bevoegdheden van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vallen of het aanpakken van de sociaaleconomische gevolgen van de pandemie;

Overwegende dat, in deze uitzonderlijke omstandigheden, en met het oog op het verzekeren van de continuïteit van de openbare dienstverlening en de uitvoering van de essentiële opdrachten, niet enkel voor de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie, maar ook voor alle sociaaleconomische actoren en voor alle Brusselaars, het van belang is het Verenigd College toe te laten beraadslagingen van budgettaire aard te nemen die machtiging verlenen tot het vastleggen, vereffenen en betalen van uitgaven boven de limiet van de begrotingskredieten of, bij ontstentenis van kredieten, ten belope van het door de beraadslaging vastgesteld bedrag;

Overwegende dat, ingevolge deze uitzonderlijke dringendheid in deze periode van COVID-19, het absoluut noodzakelijk is geworden om af te wijken van het artikel 25 § 2, van de ordonnantie van 21 november 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, dat vereist dat de door de beraadslagingen bedoelde machtigingen, het voorwerp uitmaken van een ontwerp van ad hoc begrotingsordonnantie waarbij de nodige kredieten worden geopend;

Overwegende dat, ingevolge deze uitzonderlijke dringendheid in deze periode van COVID-19, het absoluut noodzakelijk is geworden om af te wijken van het artikel 28 van de ordonnantie van 21 november 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, opdat de kredieten voorzien op de via dit besluit en via beraadslaging gecreëerde basisallocatie 08.001.99.01.0100 verdeeld kunnen worden tussen basisallocaties van de opdrachten 02, 03, 04, 05 en 06 van de uitgavenbegroting 2020 van de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie;

Overwegende de ongekende gezondheidscrisis waarmee de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en België in zijn geheel worden geconfronteerd, kan het niet worden uitgesloten dat de leden van de Verenigde Vergadering niet langer in staat zullen zijn bijeen te komen, hetzij om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen, hetzij omdat hun gezondheidstoestand hen daartoe niet in staat zou stellen;

Overwegende dat de wettelijk of reglementair vereiste adviezen niet moeten worden ingewonnen, gelet op artikel 2, § 4 van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, wordt het advies van de Inspectie van Financiën niet gevraagd;

Overwegende dat het advies van de Raad van State niet gevraagd moet worden, gelet op artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat de dringendheid wordt gemotiveerd door de absolute noodzaak om de verschillende maatregelen te kunnen financieren die de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie neemt tijdens deze periode van pandemie, krachtens de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19;

Overwegende dat de uitvoering van de maatregelen een onmiddellijke afwijking vereist van de toepassing van artikel 25 § 2, en van artikel 28 van de ordonnantie van 21 november 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle;

Overwegende dat de dringendheid wordt gemotiveerd door het feit dat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn kernopdrachten moet kunnen blijven vervullen ondanks de huidige omstandigheden die verband houden met de gezondheidscrisis ten gevolge van COVID-19 en het bijgevolg van fundamenteel belang is de nodige wijzigingen aan te brengen in de artikelen 25 en 28 van de ordonnantie van 21 november 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle om haar toe te laten snel te reageren op de situaties waarmee zij zal worden geconfronteerd en om de noodzakelijke beslissingen te nemen met de vereiste snelheid en flexibiliteit om aan de behoeften tegemoet te komen;

Op de voordracht van de Voorzitter van het Verenigd College;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Dit besluit regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 135 van de Grondwet.

Art. 2.§ 1. Overeenkomstig artikel 25 § 1, van de ordonnantie van 21 november 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en in afwijking van artikel 25 § 2, van dezelfde ordonnantie, mag het Verenigd College eigenmachtig optreden, wat betreft de maatregelen die worden genomen in het kader van de COVID-19-crisis, en bij gemotiveerde beraadslaging beslissen de nodige kredieten te openen, en machtiging te verlenen tot het vastleggen, vereffenen en betalen van uitgaven boven de limiet van de begrotingskredieten of, bij ontstentenis van kredieten, ten belope van het door de beraadslaging vastgesteld bedrag. § 2. De toepassing van artikel 25 § 2, van de ordonnantie van 21 november 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle wordt opgeschort voor de termijn waarbij bijzondere machten worden toegekend aan het Verenigd College, als vermeld in artikel 5, § 1 van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 .

Art. 3.Er wordt binnen de uitgavenbegroting 2020 van de diensten van het Verenigd College een Opdracht 08 gecreëerd, genaamd "BIJZONDERE MAATREGELEN"; binnen deze opdracht, een programma 001, genaamd "PROVISIES"; binnen dit programma, een activiteit 99, genaamd "RESIDUAIR", en binnen deze activiteit, een basisallocatie 08.001.99.01.0100, genaamd "Provisie".

Art. 4.In afwijking van artikel 28 van de ordonnantie van 21 november 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, kunnen de kredieten die door beraadslaging worden voorzien op de basisallocatie 08.001.99.01.0100 verdeeld worden tussen de basisallocaties van de opdrachten 02, 03, 04, 05 en 06 van de uitgavenbegroting van de diensten van het verenigd College.

Art. 5.De maatregelen die worden getroffen intoepassing van de artikelen 2, 3 en 4 van dit besluit worden bevestigd in het kader van de stemming van de ordonnantie houdende de eerste aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 2020 of uiterlijk binnen de termijn bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking op de datum van zijn goedkeuring door het Verenigd College.

Brussel, 23 april 2020.

Voor het Verenigd College: De Voorzitter van het Verenigd College R. VERVOORT De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor de Gezinsbijslagen, Begroting, Openbaar Ambt en Externe betrekkingen, B. CLERFAYT S. GATZ De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor Welzijn en Gezondheid, A. MARON E. VAN DEN BRANDT

^