gepubliceerd op 02 oktober 2026
Besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot wijziging van het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 2 september 2026 tot invoering van enkele bestuurlijke politiemaatregelen die bedoeld zijn om overlast als gevolg van de in het gewest vastgestelde geweldplegingen die te maken hebben met drugshandel, -verkoop en -gebruik, te voorkomen en het herstel van de openbare orde te bevorderen
18 SEPTEMBER 2026. - Besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot wijziging van het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 2 september 2026 tot invoering van enkele bestuurlijke politiemaatregelen die bedoeld zijn om overlast als gevolg van de in het gewest vastgestelde geweldplegingen die te maken hebben met drugshandel, -verkoop en -gebruik, te voorkomen en het herstel van de openbare orde te bevorderen
De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Gelet op artikel 166, § 2 van de Grondwet;
Gelet op artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, gewijzigd door de bijzondere wet van 6 januari 2014;
Gelet op artikel 128 van de provinciewet;
Gelet op artikel 4, § 2 quater, 1° van de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten, gewijzigd door de wet van 6 januari 2014;
Gelet op artikelen 11, 28, 30 en 34 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt;
Gelet op het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 2 september 2026 tot invoering van enkele bestuurlijke politiemaatregelen die bedoeld zijn om overlast als gevolg van de in het gewest vastgestelde geweldplegingen die te maken hebben met drugshandel, -verkoop en -gebruik, te voorkomen en het herstel van de openbare orde te bevorderen, in het bijzonder artikel 6;
Overwegende artikel 3, § 1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, waarin bepaald is dat de ontwerpen van reglementen en besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering of van het Verenigd College die betrekking hebben op de bevoegdheden van de Brusselse Agglomeratie niet aan het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State worden onderworpen;
Overwegende de Gewestelijke Strategie ter bestrijding van de drugshandel en de impact ervan op de veiligheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, goedgekeurd op 27 februari en 11 maart 2024 door de leden van de Gewestelijke VeiligheidsRaad (daarna, « GVR »), die naar aanleiding daarvan werd uitgebreid tot alle burgemeesters van de Brusselse gemeenten die hieraan op vrijwillige basis deelnemen, en waarin de maatregelen en administratieve sancties zijn opgenomen die werden vastgesteld in het besluit van 2 april 2024;
Herinnerend dat de Gewestelijke Strategie werd beslist om een gecoördineerd antwoord te bieden van alle actoren van de Brusselse preventie- en veiligheidsketen op de toename van het geweld en de overlast die door de drugshandel op het Brusselse grondgebied worden veroorzaakt;
Dat deze Strategie daartoe berust op een nauwe samenwerking tussen de gewestelijke en gemeentelijke overheden, de associatieve en institutionele partners, en is gebaseerd op drie complementaire en onderling afhankelijke pijlers, namelijk veiligheid, preventie en het leven in de wijk;
Overwegende dat de opstellers van de Gewestelijke Strategie, om deze nauwe samenwerking tot stand te brengen, gezamenlijk een bestuursstructuur hebben uitgewerkt die over drie niveaus is verdeeld en aldus zowel politieke als strategische en operationele coördinatie mogelijk maakt;
Dat deze bestuursstructuur als volgt wordt vastgesteld: 1° Het beleidsniveau: de GVR, bijeengeroepen overeenkomstig artikel 37bis van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003673 bron ministerie van financien Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » type wet prom. 07/12/1998 pub. 19/01/1999 numac 1998003674 bron ministerie van financien Wet houdende zevende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », en 18 - « Ministerie van Financiën » type wet prom. 07/12/1998 pub. 23/12/1998 numac 1998011349 bron ministerie van economische zaken Wet tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, samengesteld uit de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het parket van Brussel, de bestuurlijke directeur-coördinator, de gerechtelijk directeur van de federale politie van Brussel, de voorzitters van de politiecolleges en de korpschefs van de Brusselse politiezones, en uitgebreid tot alle burgemeesters van de Brusselse gemeenten, de gewestministers wier bevoegdheden betrekking hebben op aangelegenheden die onder de strategie vallen, de hoge ambtenaar van de Brusselse Agglomeratie en de leidend ambtenaren van de relevante overheidsdiensten en instellingen van openbaar nut; 2° Het strategisch niveau: de gewestelijke veiligheidscel, gecoördineerd door de Hoge Ambtenaar van de Brusselse Agglomeratie, samengesteld uit relevante federale actoren, zoals het Nationaal Drugscommissariaat en de federale politie, gewestelijke actoren, zoals safe.brussels, de MIVB, Leefmilieu Brussel, Vivalis, de GOB, en relevante lokale actoren, zoals de gemeenten en de politiezones; 3° Het operationele niveau: de Lokale Task Forces, bijeengeroepen door de burgemeesters op basis van de identificatie en analyse van de gevoelige plaatsen op het grondgebied van hun gemeente en van de daarmee samenhangende fenomenen, en samengesteld uit overheden, diensten en partners die op gemeentelijk niveau Actief zijn binnen de drie voormelde pijlers; Dat binnen de hierboven beschreven bestuursstructuur de behoeften vanuit het terrein kunnen worden overgemaakt aan de besluitvormende overheden, zodat deze gezamenlijk en op coherente wijze kunnen beslissen over nieuwe te nemen maatregelen of, in voorkomend geval, reeds genomen maatregelen kunnen aanpassen ter bestrijding van de drugshandel;
Dat zij de wil van de opstellers van de Gewestelijke Strategie weerspiegelt om de voormelde problematiek op globale en flexibele wijze aan te pakken, rekening houdend met het fenomeen dat daaraan inherent is van de verplaatsing van criminaliteit van de ene wijk naar de andere;
Overwegende dat in deze context de noodzaak is ontstaan om een gemeenschappelijke basis van bestuurlijke politiemaatregelen vast te stellen die van toepassing zijn op het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
Dat deze gemeenschappelijke basis werd vastgelegd in het besluit van 2 april 2024, aangenomen op grond van de bevoegdheden die aan de Minister-President worden toegekend als gewestelijk orgaan dat belast is met de uitoefening van bepaalde bevoegdheden van de Brusselse Agglomeratie, in het bijzonder inzake de handhaving van de openbare orde, en hernomen in het besluit van 2 september 2026;
Dat een deel van deze voormelde bestuurlijke politiemaatregelen rechtstreeks van toepassing is op het volledige Brusselse grondgebied, zoals de verboden op de verkoop van lachgas; op elke handeling ter voorbereiding van het aansteken, het bezit, het vervoer, het uitstallen en de verkoop van bepaalde soorten pyrotechnisch materiaal;
Dat de andere voormelde maatregelen, namelijk het verbod op de verkoop van alcoholische dranken voor meeneemverbruik door handelszaken gedurende bepaalde uren, het verbod op het nuttigen van alcoholische dranken op de openbare weg en op automaten voor alcoholische dranken in openbare plaatsen, het verbod om zich naar openbare ruimten en naar de voor het publiek toegankelijke aangrenzende zones te begeven met als enig doel illegale drugs aan te kopen, alsook de machtiging die aan de politiediensten wordt verleend om, onder bepaalde voorwaarden, identiteitscontroles en veiligheidsfouilleringen uit te voeren en administratieve inbeslagnemingen te verrichten, geografisch moeten worden afgebakend in politieverordeningen die door de betrokken burgemeesters worden vastgesteld;
Dat daartoe een lijst is opgesteld van de wijken waar de bedreigingen van en de aantastingen van de openbare orde bijzonder geconcentreerd zijn en is opgenomen in artikel 6 van het besluit van 2 september 2026;
Dat deze lijst een evolutief karakter heeft om rekening te kunnen houden met het verplaatsingsfenomeen dat eigen is aan de aan drugs gerelateerde criminaliteit; dat zij daartoe kan worden aangepast door de toevoeging of schrapping van wijken, met name naar aanleiding van een verzoek van de betrokken burgemeester via de voormelde bestuursstructuur;
Dat op die manier de wijken "Aumale", "Elisabethpark" en "Marbotin" aan die lijst respectievelijk werden toegevoegd bij besluiten van 25 oktober 2024, 26 februari 2025 en 12 december 2025.
Overwegende dat de Minister-President op 28 augustus 2026 een verzoek heeft ontvangen van de burgemeester van de gemeente Elsene, strekkende tot de toevoeging van een nieuwe wijk aan de lijst bedoeld in artikel 6 van het besluit van 2 september 2026;
Dat dit verzoek wordt ondersteund door een administratief verslag opgesteld door de politiezone Brussel HOOFDSTAD Elsene (PZ 5339), dat op 7 september 2026 aan de diensten van safe.brussels werd overgemaakt en dat de veiligheidssituatie in de wijk "Gray" objectief beschrijft op basis van twee complementaire gegevensbronnen, namelijk enerzijds de oproepen aan de noodcentrale (101) en anderzijds de processen-verbaal opgesteld door de politiediensten, van 1 januari tot en met 27 augustus 2025 en de overeenkomstige periode in 2026;
Dat de vaststellingen die zowel voortvloeien uit de meldingen aan de centrale (101) als uit de door de politiediensten geobjectiveerde feiten, eensluidend wijzen op een verslechtering van de veiligheidssituatie in de wijk "Gray", hetgeen de vaststelling van bestuurlijke politiemaatregelen rechtvaardigt die ertoe strekken aldaar de openbare orde te herstellen;
Dat het voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 27 augustus 2026 220 oproepen met betrekking tot verdovende middelen registreert, waarvan 77,7 % betrekking hebben op de as gevormd door de Giststraat en de Brouwerijstraat;
Dat het overgrote deel van deze oproepen betrekking heeft op het gebruik van verdovende middelen in groep (67,3 %) en op handel of dealen (28,6 %), zodat het fenomeen zich hoofdzakelijk in de openbare ruimte manifesteert;
Dat 57,3 % van deze oproepen wordt geregistreerd tussen 18.00 uur en 24.00 uur, met een bijzonder uitgesproken concentratie tussen 19.00 uur en 22.00 uur;
Dat deze vaststellingen worden bevestigd door de processen-verbaal, waarin 1.675 afzonderlijke feiten worden geteld, waarvan 122 kwalificaties inzake verdovende middelen, hetzij 7,28 % van het geheel van de vastgestelde feiten; dat deze kwalificaties voornamelijk betrekking hebben op onwettig bezit (61,5 %), de algemene kwalificaties inzake verdovende middelen (19,7 %) en de verkoop zonder vergunning (13,9 %);
Dat het aantal oproepen inzake verdovende middelen in 2026 weliswaar daalt ten opzichte van 2025, maar dat deze daling samenvalt met een versterkte politionele aanwezigheid en met herhaalde controles in de betrokken straten, zodat zij niet kan worden gelezen als een verdwijning van het fenomeen, maar wel als een mogelijk gevolg van de uitgeoefende druk door de politiediensten;
Dat bij een vermindering van die druk het risico kan ontstaan op een snelle herinplanting van de handel en op een nieuwe toe-eigening van bepaalde openbare ruimten;
Overwegende dat het verslag voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 27 augustus 2026 479 oproepen met betrekking tot geweld of bedreigingen registreert, en dat het aantal daarvan voor de identieke periode, van 1 januari tot en met 27 augustus, is gestegen van 166 in 2025 naar 236 in 2026, hetzij een toename met 42,2 %;
Dat deze stijging bijzonder uitgesproken is in juni 2026, met 66 oproepen tegenover 21 in juni 2025, hetzij een stijging van 214 %;
Dat het onder meer gaat om opzettelijke slagen en vechtpartijen (42 %), bedreigingen (16,5 %), bedreigingen met een wapen (4,8 %), vechtpartijen in bende (3,8 %) en vechtpartijen met een steekwapen (3,5 %);
Dat de stijging van de geweldsfeiten eveneens haar weerslag vindt in de processen-verbaal, waarin 245 geweldsfeiten worden geteld op een totaal van 1.675 vastgestelde feiten, hetzij 14,6 %; dat deze feiten voornamelijk bestaan uit fysiek geweld tegen personen (36,7 %), bedreigingen, feiten van belaging of aantasting van de waardigheid (35,1 %), alsook diefstallen met geweld of afpersingen (10,2 %);
Dat de geweldsfeiten geografisch geconcentreerd zijn op de Boondaalsesteenweg (50,3 %), de Graystraat (10,9 %), de Maria Malibranstraat (6,9 %) en de Dijkstraat (6,9 %);
Dat 61,4 % van deze oproepen wordt geregistreerd tussen 18.00 en 06.00 uur; dat het fenomeen van geweld sterk aanwezig blijft nas middernacht en tot 03.00 uur, in tegenstelling tot het fenomeen van verdovende middelen, dat zich hoofdzakelijk in de avond concentreert;
Overwegende dat de incivielheden, wanorde en aantastingen van de openbare rust 17,4% vertegenwoordigen van de oproepen die in de onderzochte periode en perimeter zijn geregistreerd;
Dat het onder meer gaat om nachtlawaai (47,6 %), hinderlijke of lastigvallende personen (13,5 %), moeilijkheden in verband met dronkenschap (12,4 %) en daden van vandalisme (2,8 %);
Dat voor een identieke periode, die loopt van 1 januari tot en met 27 augustus, het aantal van deze oproepen stabiel is gebleven - 417 in 2025 tegenover 419 in 2026 - maar op een bijzonder hoog niveau, hetgeen wijst op een aanhoudende en structurele druk op de openbare ruimte;
Dat, voor de oproepen waarvoor een uurregistratie beschikbaar is, ongeveer 83 % wordt geregistreerd tussen 18.00 uur en 06.00 uur, met een bijzonder uitgesproken kern tussen 21.00 uur en 03.00 uur;
Dat de Boondaalsesteenweg het voornaamste aandachtspunt blijft, met 200 geregistreerde oproepen tussen 1 januari en 27 augustus 2026 (47,7 % van het totaal), een stijging met 29,9 % ten opzichte van de overeenkomstige periode van 2025; dat de Maria Malibranstraat 9,5 % vertegenwoordigt van de tijdens diezelfde periode geregistreerde oproepen, waarbij het aantal oproepen is gestegen van 13 naar 40 (+207,7 %); dat de Dijkstraat 2,4 % vertegenwoordigt van de geregistreerde oproepen, waarbij het aantal ervan is gestegen van 1 naar 10 (+900 %); dat de stijging van de oproepen een zorgwekkende ontwikkeling onthult die toezicht rechtvaardigt;
Overwegende dat uit deze gegevens blijkt dat de situatie in de wijk "Gray" niet kan worden herleid tot één enkel fenomeen, maar berust op de samenloop van drie met elkaar verbonden vaststellingen: een territoriaal ingeplant drugsfenomeen dat een aanhoudende politionele druk vereist, een betekenisvolle toename van de geweldsfeiten, en een structureel hoog niveau van overlast en wanorde in de avond en de nacht;
Dat deze fenomenen elkaar kunnen versterken, doordat het samenscholen in verband met de handel in of het gebruik van verdovende middelen, de langdurige bezetting van bepaalde plaatsen, het alcoholgebruik en interpersoonlijke conflicten zich op eenzelfde grondgebied opstapelen en aldus bijdragen tot een geleidelijke aantasting van de openbare rust;
Dat de wijk "Gray" bijgevolg moet worden beschouwd als een plaats waar de openbare orde wordt bedreigd in de zin van artikel 28, § 1, 4° van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt;
Overwegende dat de toevoeging van de wijk "Gray" aan de lijst van artikel 6 van het besluit van 2 september 2026 toelaat er dezelfde bestuurlijke politiemaatregelen toepasselijk te maken als in de overige wijken die in het kader van de Gewestelijke Strategie werden aangeduid, en aldus een samenhangend en gecoördineerd antwoord verzekert op het gehele gewestelijke grondgebied;
Dat deze maatregelen beperkt blijven tot wat noodzakelijk is om de openbare orde te herstellen, dat zij territoriaal begrensd zijn en dat zij in de tijd beperkt zijn tot de geldingsduur van het besluit van 2 september 2026, dat overeenkomstig artikel 8 ervan van toepassing is tot en met 2 maart 2027;
Dat het overeenkomstig artikel 6 van hetzelfde besluit aan de burgemeester van de gemeente Elsene toekomt om de exacte perimeter van de wijk "Gray" in een politieverordening vast te stellen, en dat de aldus vastgestelde maatregelen onderscheiden en complementair zijn ten aanzien van die welke op gemeentelijk niveau worden genomen;
Dat er, gelet op wat voorafgaat, aanleiding toe bestaat de wijk « Gray » toe te voegen aan de lijst van wijken bedoeld in artikel 6 van het besluit van 2 september 2026, Besluit :
Artikel 1.Artikel 6 van het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 2 september 2026 tot invoering van enkele bestuurlijke politiemaatregelen die bedoeld zijn om overlast als gevolg van de in het gewest vastgestelde geweldplegingen die te maken hebben met drugshandel, -verkoop en -gebruik, te voorkomen en het herstel van de openbare orde te bevorderen, wordt aangevuld met een punt 19° dat luidt als volgt: "19e wijk « Gray ».
Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 18 september 2026.
Art. 3.De bevoegde bestuurlijke overheden in de Brusselse Agglomeratie zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit.
Het is de verantwoordelijkheid van de politie om ervoor te zorgen dat dit besluit wordt nageleefd, indien nodig met dwang en, of geweld.
Art. 4.Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad krachtens artikel 52, derde lid van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen. Dit besluit zal per e-mail worden meegedeeld aan alle burgemeesters van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die ertoe gehouden zijn dit uit te hangen en de dag na de kennisgeving op de website van hun gemeente te publiceren.
Ook Safe Brussels staat in voor een zo breed mogelijke verspreiding.
Het Nationaal Crisiscentrum (NCCN) wordt eveneens van dit besluit op de hoogte gebracht.
Art. 5.In overeenstemming met artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een beroep tot nietigverklaring van dit besluit worden ingediend bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht. Een verzoek tot nietigverklaring moet binnen 60 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad worden ingediend, op straffe van onontvankelijkheid. Het verzoekschrift wordt gestuurd naar de griffie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel, hetzij per aangetekende post, hetzij via de elektronische procedure met de identiteitskaart op de beveiligde website van de Raad van State: http://eproadmin.raadvst-consetat.be. Er kan ook een vordering tot schorsing van het besluit worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 december 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State.
Brussel, 18 september 2026.
De Minister-President, B. DILLIES