Etaamb.openjustice.be
Wet van 31 mei 1999
gepubliceerd op 24 juni 1999

Wet tot oprichting van een Federale Commissie voor het zeehavenbeleid

bron
ministerie van economische zaken
numac
1999011059
pub.
24/06/1999
prom.
31/05/1999
ELI
eli/wet/1999/05/31/1999011059/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

31 MEI 1999. - Wet tot oprichting van een Federale Commissie voor het zeehavenbeleid (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.De Koning richt een « Federale Commissie voor het zeehavenbeleid » op, hierna de commissie genoemd.

Art. 3.De commissie heeft als opdracht de doelmatigheid van de federale regelgeving alsook de doelmatige toepassing van de Europese regelgeving die gevolgen hebben voor de Belgische zeehavens te onderzoeken en hieromtrent advies te geven aan de federale regering, op eigen initiatief of op verzoek van deze laatste. Zij heeft geen bevoegdheid in aangelegenheden die rechtstreeks de relaties tussen werkgevers en werknemers betreffen.

Art. 4.§ 1. De commissie wordt voorgezeten door de minister bevoegd voor Economische Zaken. § 2. Behalve de voorzitter, telt de commissie de volgende leden : 1° zes vertegenwoordigers van de havenbesturen van Antwerpen, Brussel, Gent, Luik, Oostende en Zeebrugge, die elk een lid voordragen;2° zes vertegenwoordigers van de werkgevers van de havengebieden, voorgedragen door de havengemeenschappen;3° zes vertegenwoordigers van de werknemers van de havengebieden, voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties in de Centrale Raad voor het bedrijfsleven;4° vier vertegenwoordigers van instellingen bevoegd voor respectievelijk het zeevervoer, het spoorvervoer, het wegvervoer en de binnenscheepvaart, voorgedragen door de minister bevoegd voor het Verkeer. De leden worden door de Koning benoemd voor een termijn van vier jaar.

Hun mandaat is hernieuwbaar.

Art. 5.De commissie vergadert minstens twee keer per jaar.

Afhankelijk van de agenda wordt de federale minister onder wiens bevoegdheid de te behandelen materie valt, uitgenodigd om de bijeenkomst van de commissie met raadgevende stem bij te wonen.

De voorzitters van de Vlaamse Havencommissie en de gebeurlijke gelijkaardige overheidsorganen van de andere gewesten kunnen de bijeenkomsten van de commissie met raadgevende stem bijwonen.

Art. 6.De adviezen en de aanbevelingen van de commissie worden uitgebracht aan de federale regering. De goedkeuring geschiedt bij gewone meerderheid van de aanwezige leden. De voorzitter neemt niet deel aan de stemming.

De federale overheid motiveert haar beslissing indien deze afwijkt van een eensluidend advies van de commissie.

Art. 7.De commissie stelt jaarlijks een verslag op van haar activiteiten. Het verslag wordt overgezonden aan de federale regering en de wetgevende kamers.

Art. 8.De commissie stelt na haar installatie een huishoudelijk reglement op, dat onder meer voorziet in : 1° de wijze van bijeenroeping en beraadslaging van de commissie;2° de wijze waarop voorstellen op de agenda van de commissie geplaatst worden;3° de voorwaarden waaronder de commissie in haar schoot werkgroepen voor de bestudering van bijzondere problemen kan oprichten en beroep kan doen op de medewerking van externe deskundigen of, door bemiddeling van de bevoegde minister, op de administraties van de federale regering;4° de bevoegdheden van de voorzitter.

Art. 9.Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door de administratie van de minister bevoegd voor Economische Zaken.

Art. 10.De Koning bepaalt het bedrag van de vergoedingen toegekend aan de leden van de commissie.

Art. 11.De werkingskosten van de commissie vallen ten laste van de begroting van de federale overheid.

Art. 12.Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 31 mei 1999.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Telecommunicatie, belast met Buitenlandse Handel, E. DI RUPO De Minister van Vervoer, M. DAERDEN Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS _______ Nota (1) Gewone zitting 1997-1998. Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementaire stukken. - Wetsvoorstel ingediend door de heren J. Van Eetvelt en J. Ansoms, nr. 1499/1. - Amendementen, nrs. 1499/2 tot 5. - Verslag, nr. 1499/6. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 1499/7. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1499/8.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 13 januari 1999. - Aanneming.Vergadering van 14 januari 1999.

Gewone zitting 1998-1999.

Senaat.

Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-1234/1. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, nr. 1-1234/2.

Parlementaire Handelingen. - Aanneming. Vergadering van 2 februari 1999.

^