Etaamb.openjustice.be
Wet van 31 juli 2023
gepubliceerd op 16 augustus 2023

Wet tot wijziging van de artikelen VII.2, VII.3, VII.100, VII.148, VII.150, VII.153 en VII.154 van het Wetboek van economisch recht

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2023044122
pub.
16/08/2023
prom.
31/07/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

31 JULI 2023. - Wet tot wijziging van de artikelen VII.2, VII.3, VII.100, VII.148, VII.150, VII.153 en VII.154 van het Wetboek van economisch recht


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1 - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2 - Wijzigingen van boek VII van het Wetboek van economisch recht

Art. 2.In artikel VII.2 van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 september 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "op de datum van het sluiten van de kredietovereenkomst" ingevoegd tussen de woorden "met een consument die" en de woorden "in België zijn gewone verblijfplaats heeft";2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende: " § 2/1.De artikelen VII.148, § 1, eerste lid, 2° en 3°, tweede lid, en §§ 2 en 3, VII.149, § 2, en VII.150 tot VII.155, zijn van toepassing op kredietovereenkomsten waarbij geen enkele van de betrokken consumenten zijn gewone verblijfplaats in België heeft op de datum van het sluiten van de kredietovereenkomst, met een kredietgever die zijn beroepsactiviteit uitoefent in België, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op België of op verscheidene landen, met inbegrip van België, en de overeenkomst onder die activiteiten valt."

Art. 3.In artikel VII.3, § 3, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten en gewijzigd bij de wet van 29 juni 2016, worden de woorden "VII.148, VII.149, § 2, VII.150 tot VII.155," ingevoegd tussen de woorden "VII.114 tot VII.122," en de woorden "VII.158 tot VII.188".

Art. 4.In artikel VII.100 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten en gewijzigd bij de wetten van 26 oktober 2015 en 20 september 2018, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt: " § 1. Wanneer een debetstand zich voordoet in het raam van een kredietopening of een betaalrekening terwijl de kredietgever iedere debetstand die het toegestane kredietbedrag te boven gaat uitdrukkelijk verboden heeft, schort de kredietgever de kredietopnemingen op en eist hij de terugstorting van het bedrag in niet geoorloofde debetstand binnen een termijn van maximaal vijfenveertig dagen te rekenen vanaf de dag van de niet geoorloofde debetstand.

In het geval van een niet geoorloofde debetstand bedoeld in het eerste lid die zich voordoet in het raam van een kredietopening kunnen slechts de uitdrukkelijk overeengekomen en door dit boek geoorloofde nalatigheidsinteresten en kosten worden gevraagd. De nalatigheidsinteresten worden berekend op het bedrag van de niet geoorloofde debetstand.

In het geval van een debetstand bedoeld in eerste lid die zich voordoet in het raam van een betaalrekening waaraan geen kredietovereenkomst verbonden is, kunnen enkel de volgende bedragen gevraagd worden: 1° de maximale nalatigheidsinterestvoet gelijk aan het maximale jaarlijkse kostenpercentage voor de kredietopening zonder kaart op de datum dat de niet geoorloofde debetstand op een betaalrekening zich voordoet;2° de overeengekomen kosten voor de maanbrieven en de brieven voor ingebrekestelling, a rato van één verzending per maand.Deze kosten bestaan uit een forfaitair maximumbedrag van 7,50 euro, vermeerderd met de op het ogenblik van de verzending geldende portokosten. De Koning kan dat forfaitair bedrag aanpassen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen; 3° een forfaitaire schadevergoeding gelijk aan 5 % van de niet geoorloofde debetstand indien de consument een maand na het versturen van een aangetekende zending met ingebrekestelling zijn verplichtingen niet is nagekomen.Dit schrijven wordt verstuurd wanneer de consument zijn verplichtingen voortvloeiend uit het eerste lid niet is nagekomen.

In het geval van een debetstand bedoeld in het eerste lid wordt de consument onverwijld, op een duurzame gegevensdrager, op de hoogte gebracht van: 1° de niet geoorloofde debetstand;2° het bedrag van de niet geoorloofde debetstand;3° de eventuele boetes, kosten of nalatigheidsinteresten toepasselijk op het bedrag van de niet geoorloofde debetstand.4° de termijn waarin hij de terugstorting van het bedrag van de niet geoorloofde debetstand eist;5° een waarschuwing betreffende de gevolgen van wanbetaling, met inbegrip van de voorwaarden voor registratie in de Centrale. Elke betaling gevraagd met toepassing van het tweede en derde lid wordt omstandig omschreven en verantwoord in een document dat gratis aan de consument overhandigd wordt.

Verboden is en als niet geschreven wordt beschouwd elk beding dat, ingeval de consument zijn verbintenissen niet uitvoert, straffen of schadevergoedingen oplegt waarin dit boek niet voorziet."

Art. 5.In artikel VII.148 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2020, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt: " § 1. De Bank is belast met de registratie in de Centrale van: 1° de kredietovereenkomsten die vallen onder het toepassingsgebied van dit boek (positieve luik);2° de wanbetalingen die uit deze overeenkomsten voortvloeien (negatieve luik) die beantwoorden aan de door de Koning vastgestelde criteria; 3° de niet geoorloofde debetstanden op een betaalrekening waaraan geen kredietovereenkomst verbonden is, bedoeld in artikel VII.100 (negatieve luik).

Het eerste lid is niet van toepassing op de kredietovereenkomsten bedoeld in artikel VII.3, § 3, 2°, met een kredietbedrag lager dan of gelijk aan 1250 euro en op de overschrijdingen, wat betreft het positieve luik."

Art. 6.In artikel VII.150 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden ", in voorkomend geval," ingevoegd tussen de woorden "gebruiken de kredietgevers" en de woorden "het identificatienummer";2° in het derde lid worden de woorden ", in voorkomend geval," ingevoegd tussen de woorden "De Bank is gemachtigd om" en de woorden "het identificatienummer".

Art. 7.In artikel VII.153 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten en gewijzigd bij de wet van 22 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende: " § 2/1.In afwijking van paragraaf 2, zijn de personen bedoeld in artikel VII.119, § 1, 1° en 2°, evenals de personen bedoeld in artikel VII.147/35, § 1, 1° en 2°, in voorkomend geval en onder hun verantwoordelijkheid, gemachtigd de verbonden agenten die tevens de hoedanigheid van agent in bank- en beleggingsdiensten bezitten, over de inlichtingen die door de Bank worden meegedeeld te informeren, in zoverre de raadpleging heeft plaatsgevonden op basis van een concrete kredietaanvraag waarvoor deze kredietbemiddelaar daden van kredietbemiddeling stelt."; 2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt: " § 4.Onverminderd de toepassing van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG en de wet van 30 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/2018 pub. 05/09/2018 numac 2018040581 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging 30 JULI 2018 - Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens sluiten betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, is de Bank gemachtigd de in de Centrale geregistreerde gegevens te gebruiken voor wetenschappelijke of statistische doeleinden of in het raam van haar activiteiten uitgevoerd overeenkomstig de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, alsmede om deze gegevens voor wetenschappelijke of statistische doeleinden door te geven in een vorm waarin individuele natuurlijke personen niet langer kunnen worden geïdentificeerd door de ontvanger van de gegevens. Het gebruik en de overdracht van de gegevens bedoeld in onderhavige paragraaf gebeurt onder gepseudonimiseerde vorm."

Art. 8.Artikel VII.154 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten en gewijzigd bij de wet van 26 oktober 2015, wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende: "3° kan deze worden vervolledigd met gegevens uit het Register van kredieten aan ondernemingen betreffende kredietinstrumenten die gecreëerd zijn op basis van overeenkomsten zoals gedefinieerd in artikel 2, 5°, van de wet van 28 november 2021 tot organisatie van een Register van kredieten aan ondernemingen en waarbij een natuurlijke persoon of een onderneming natuurlijke persoon debiteur is. De Koning bepaalt de gegevens die kunnen worden meegedeeld en de nadere regels van deze aanvullende raadpleging."

Art. 9.In boek VII, titel 4, hoofdstuk 3, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014011266 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek VII "Betalings- en kredietdiensten" in het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van de definities eigen aan boek VII en van de straffen voor de inbreuken op boek VII, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere bepalingen type wet prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011298 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende invoeging van boek XI, "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek sluiten, wordt een afdeling 2/1 ingevoegd die de artikelen VII.154/1 en VII.154/2 omvat, luidende "Afdeling 2/1. Bewaartermijnen".

Art. 10.In afdeling 2/1, ingevoegd bij artikel 9, wordt een artikel VII.154/1 ingevoegd, luidende: "Art. VII.154/1. § 1. Met het oog op hun raadpleging worden de gegevens bedoeld in artikel VII.148, § 1, eerste lid, 1°, bewaard: 1° tot drie maanden en acht werkdagen na de datum van het einde van de kredietovereenkomst;2° in voorkomend geval, tot de datum waarop de mededeling wordt verricht van de terugbetaling van het nog verschuldigde bedrag in geval dat het krediet vervroegd wordt terugbetaald of wanneer de kredietopeningsovereenkomst wordt opgezegd en in zoverre er na terugbetaling geen nieuwe kredietopneming meer mogelijk is. § 2. Bij het verstrijken van de bewaartermijnen worden alle gegevens verwijderd uit de Centrale.

Evenwel, wanneer er wanbetaling is, wordt de registratie verlengd ten belope van de daartoe bepaalde termijnen in artikel VII.154/2. § 3. Met het oog op de verwerking voor de doeleinden bedoeld in artikel VII.153, § 4, kan de Bank de gegevens bewaren tot dertig jaar na het einde van de overeenkomst. Indien de gegevens natuurlijke personen betreffen, geschiedt de in deze paragraaf bedoelde bewaring ervan in gepseudonimiseerde vorm."

Art. 11.In dezelfde afdeling 2/1 wordt een artikel VII.154/2 ingevoegd, luidende: "Art. VII.154/2. § 1. Met het oog op hun raadpleging worden de gegevens bedoeld in artikel VII.148, § 1, eerste lid, 2° en 3°, bewaard: 1° tot twaalf maanden vanaf de datum van regularisatie van de kredietovereenkomst;2° maximaal tien jaar vanaf de datum van de eerste wanbetaling, ongeacht of de kredietovereenkomst in de tussentijd al dan niet werd geregulariseerd. Indien na afloop van deze maximale termijn van tien jaar een nieuwe wanbetaling zich voordoet, wordt een nieuwe tienjarige bewaartermijn opgestart vanaf de datum waarop de registratiecriteria van deze nieuwe wanbetaling zijn vervuld. § 2. Bij het verstrijken van de bewaartermijnen worden alle gegevens verwijderd uit de Centrale. § 3. Met het oog op de verwerking voor de doeleinden bedoeld in artikel VII.153, § 4, kan de Bank de gegevens bewaren tot dertig jaar na het schrappen van de wanbetaling. Indien de gegevens natuurlijke personen betreffen, geschiedt de in deze paragraaf bedoelde bewaring ervan in gepseudonimiseerde vorm." HOOFDSTUK 3 - Informatieplicht

Art. 12.Voor de gegevens met betrekking tot kredietovereenkomsten die gesloten werden vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet en die ingevolge deze wet aan de Centrale moeten worden meegedeeld, gebeurt er een kennisgeving ten aanzien van de betrokkenen in de vorm van een niet-nominatief bericht in het Belgisch Staatsblad, uitgaande van de minister bevoegd voor Economie. Wat betreft de niet geoorloofde debetstanden op betaalrekeningen waaraan geen kredietovereenkomst is verbonden, geldt dit niet-nominatief bericht voor alle rekeningen die werden geopend vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet.

Deze kennisgeving bevat de volgende informatie: 1° de naam van de Centrale, het beheer van de Centrale door de Bank en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming van de Bank; 2° het feit dat de gegevens met betrekking tot de kredietovereenkomst van de betrokkene en de eventuele wanbetalingen in de Centrale worden geregistreerd overeenkomstig artikel VII.148 van het Wetboek van economisch recht; 3° de doeleinden van de registratie in de Centrale; 4° het bestaan van een recht op toegang en op verbetering van de gegevens, overeenkomstig artikel VII.152 van het Wetboek van economisch recht; 5° de bewaartermijnen die van toepassing zijn op de in de Centrale geregistreerde gegevens;6° het recht van de betrokkene om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit. HOOFDSTUK 4 - Overgangsbepaling

Art. 13.De in de Centrale geregistreerde gegevens tussen 1 januari 2024 en 30 april 2024 kunnen door de kredietgevers worden geraadpleegd teneinde de raadplegingsfunctionaliteiten van de nieuwe informaticatoepassing van de Centrale te testen. De kredietgevers treffen de nodige maatregelen om het vertrouwelijk karakter van de gegevens te waarborgen. De kredietgevers en de Bank worden vrijgesteld om de betrokken consumenten te informeren over deze tijdelijke verwerking.

De Bank wordt gemachtigd om tussen 31 augustus 2023 en 31 december 2023 een extract van de gegevens uit de Centrale te nemen en om kredietgevers daartoe toegang te verlenen teneinde de meldingsfunctionaliteiten van de nieuwe informaticatoepassing van de Centrale te testen. De Bank en de kredietgevers gebruiken deze gegevens enkel voor dit doel en treffen de nodige maatregelen om het vertrouwelijk karakter van de gegevens te waarborgen. De kredietgevers en de Bank worden vrijgesteld om de betrokken consumenten te informeren over deze tijdelijke verwerking. Deze gegevens worden uiterlijk op 30 april 2024 geschrapt. HOOFDSTUK 5 - Inwerkingtreding

Art. 14.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2024, met dien verstande dat: 1° voor zover ze bestaan op 1 januari 2024 of ontstaan tussen 1 januari 2024 en 30 april 2024, de personen die onderworpen zijn aan de mededelingsplicht, uiterlijk op 30 april 2024 of binnen de door de Koning vastgelegde meldingstermijn indien deze 30 april 2024 overschrijdt, de volgende gegevens registreren: a) de geoorloofde debetstanden op een rekening die binnen een maand moeten worden afgelost en met een kredietbedrag groter dan 1250 euro, evenals de wanbetalingen die hieruit voortvloeien, b) de wanbetalingen met betrekking tot kredietovereenkomsten waarbij geen enkele van de betrokken consumenten zijn gewone verblijfplaats in België heeft op de datum van het sluiten van de kredietovereenkomst, met een kredietgever die zijn beroepsactiviteit uitoefent in België, of op welke manier dan ook, deze activiteit richt op België of meerdere landen waaronder België, en het contract in het kader van deze activiteit past, c) de wanbetalingen met betrekking tot geoorloofde debetstanden op een rekening die binnen een maand moeten worden afgelost en met een kredietbedrag lager dan of gelijk aan 1250 euro, d) de niet geoorloofde debetstanden op een betaalrekening waaraan geen kredietovereenkomst is verbonden, bedoeld in artikel VII.100 van het Wetboek van economisch recht; 2° de gegevens die overeenkomstig de bepaling onder 1° tussen 1 januari 2024 en 30 april 2024 geregistreerd werden, slechts vanaf 1 mei 2024 kunnen worden geraadpleegd voor de doeleinden bepaald in de artikelen VII.149, § 1, en VII.153 van het Wetboek van economisch recht.

De overeenkomstig het eerste lid, 1°, te registreren gegevens betreffen de toestand op 1 januari 2024 of op het moment dat de registratiecriteria vervuld zijn, evenals de wijzigingen die zich in die periode voordoen. Vanaf 1 mei 2024 zijn de door de Koning bepaalde meldingstermijnen van toepassing.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Motril, 31 juli 2023.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Economie, P.-Y. DERMAGNE Met 's Lands zegel gezegeld: Voor de Minister van Justitie, afwezig, De Minister van Binnenlandse Zaken, A. VERLINDEN _______ Nota Kamer van volksvertegenwoordigers : (www.dekamer.be) Stukken : 55-3459 (2022/2023) Integraal Verslag : 20 juli 2023

^