gepubliceerd op 30 oktober 2026
Wet tot omzetting van Richtlijn 2025/872 van de Raad van 14 april 2025 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot wijziging van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen (1)
25 OKTOBER 2026. - Wet tot omzetting van Richtlijn (EU) 2025/872 van de Raad van 14 april 2025 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot wijziging van de wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2023 pub. 28/12/2023 numac 2023048529 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen sluiten houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2.De hoofdstukken 2 en 3 van deze wet verzekeren de omzetting van de Richtlijn 2025/872 (EU) van de Raad van 14 april 2025 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2023 pub. 28/12/2023 numac 2023048529 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen sluiten houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen
Art. 3.Artikel 3 van de wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2023 pub. 28/12/2023 numac 2023048529 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen sluiten houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2025Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2025 pub. 26/10/2026 numac 2026007755 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen. - Duitse vertaling sluiten, wordt aangevuld met de bepalingen onder 68° tot en met 74°, luidende: "68° automatische uitwisseling: automatische uitwisseling zoals bedoeld in artikel 338, § 2, 11°, a) en b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992; 69° te rapporteren verslagjaar: het verslagjaar waarop het informatierapport betrekking heeft;70° uitvoerende lidstaat: een lidstaat die voor het gegeven te rapporteren verslagjaar een gekwalificeerde regel inzake inkomeninclusie (IIR) of een gekwalificeerde regel inzake onderbelaste winst (UTPR), zoals bedoeld in artikel 3, punt 18) respectievelijk 43), van Richtlijn (EU) 2022/2523, of beide heeft uitgevoerd;71° lidstaat die alleen een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing toepast (QDMTT): een lidstaat die voor het gegeven te rapporteren verslagjaar enkel een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing, zoals bedoeld in artikel 3, punt 28), van Richtlijn (EU) 2022/2523 heeft ingevoerd;72° informatierapport: het rapport met informatie betreffende de IIR-bijheffing of de UTPR-bijheffing dat wordt ingediend door een uiteindelijke moederentiteit, een aangewezen indienende entiteit, een aangewezen lokale entiteit of een groepsentiteit;73° algemeen deel: het deel van het informatierapport dat algemene informatie bevat over de MNO-groep als geheel, met inbegrip van haar vennootschapsstructuur en een samenvatting op hoog niveau van de toepassing van Richtlijn (EU) 2022/2523, en dat overeenkomt met deel 1 van het model voor het informatierapport; 74° jurisdictiedelen: de delen van het informatierapport die informatie bevatten over de gedetailleerde toepassing van de gekwalificeerde IIR, de gekwalificeerde UTPR en de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing met betrekking tot elke jurisdictie waar de MNO-groep actief is, en die overeenkomen met de delen 2 en 3 van het model voor het informatierapport."
Art. 4.In artikel 54 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 december 2025Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2025 pub. 26/10/2026 numac 2026007755 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen. - Duitse vertaling sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt: "a) de uiteindelijke moederentiteit die in een jurisdictie is gevestigd die, voor het verslagjaar, een van kracht zijnde kwalificerende overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten heeft gesloten met België of de uiteindelijke moederentiteit die in België is gevestigd;of"; 2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt: "b) de aangewezen indienende entiteit die in een jurisdictie is gevestigd die, voor het verslagjaar, een van kracht zijnde kwalificerende overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten heeft gesloten met België of de aangewezen indienende entiteit die in België is gevestigd."; 3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3 luidende: " § 3.De uiteindelijke moederentiteit die in België is gevestigd of de aangewezen indienende entiteit die in België is gevestigd en die het informatierapport indient, bepaalt, via het elektronische platform van de Federale Overheidsdienst Financiën, de relevante onderdelen en de betrokken lidstaten aan wie de informatie wordt verspreid, overeenkomstig de verspreidingsaanpak zoals uiteengezet in artikel 62/4."
Art. 5.In dezelfde wet wordt een artikel 57/2 ingevoegd, luidende: "
Art. 57/2.Wanneer de uiteindelijke moederentiteit die in België is gevestigd of de aangewezen indienende entiteit die in België is gevestigd een verzoek tot correctie bedoeld in artikel 62/7, § 1, tweede lid, of § 2, tweede lid, ontvangt, dient zij het gecorrigeerde informatierapport in, op dezelfde wijze als voor de oorspronkelijke indiening, binnen een termijn van één maand na ontvangst van het verzoek tot correctie.
Het aan de in België gevestigde uiteindelijke moederentiteit of aan de in België gevestigde aangewezen indienende entiteit gerichte verzoek tot correctie wordt vermoed te zijn ontvangen op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending onder gesloten omslag of op de datum van elektronische terbeschikkingstelling van het verzoek."
Art. 6.Artikel 61 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "
Art. 61.§ 1. In afwijking van artikel 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, kan de door de bevoegde adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar voor een inbreuk op de bepalingen van de afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 11, alsook de ter uitvoering ervan genomen besluiten, die bestaat uit het onvolledig of onjuist indienen van de aangifte of het informatierapport bedoeld in dezelfde bepalingen, een boete opleggen van 1250 tot 62.500 euro. Voor dergelijke overtredingen gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden wordt een boete van 2500 euro tot 125.000 euro opgelegd. § 2. In afwijking van artikel 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, kan de door de bevoegde adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar voor een inbreuk op de bepalingen van de afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 11, alsook de ter uitvoering ervan genomen besluiten, die bestaat uit het niet of laattijdig indienen van de aangifte of het informatierapport bedoeld in dezelfde bepalingen, een boete opleggen van 2500 tot 125.000 euro. Voor dergelijke overtredingen gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden wordt een boete van 5000 euro tot 250.000 euro opgelegd. § 3. In afwijking van artikel 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, kan de door de bevoegde adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar, in geval van het niet naleven van de verplichting van een entiteit om haar deel van de bijheffing te betalen of om een extra contante belastinglast te dragen, een boete opleggen van 2500 euro tot 125.000 euro. Voor dergelijke overtredingen gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden wordt een boete van 5000 euro tot 250.000 euro opgelegd. § 4. Bij ontstentenis van kwade trouw kan worden afgezien van de toepassing van de in de paragrafen 1 tot 3 bedoelde boetes. § 5. De Koning legt de schaal van de in de paragrafen 1 tot 3 bedoelde administratieve geldboetes vast, bepaalt het bedrag dat specifiek van toepassing is naargelang de herhaling van de inbreuk en de ernst ervan, en regelt hun toepassingsmodaliteiten. § 6. De Koning kan voor de geldboeten die Hij bepaalt, voorzien in de toepassingsmodaliteiten van de maatregelen tot individualisering van de sanctie door de bevoegde rechter. § 7. Indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn kan de administratieve geldboete, door de bevoegde rechter, worden verminderd tot een bedrag onder het minimumbedrag bepaald bij de wet en haar uitvoeringsbesluiten, waarbij het evenwel niet lager mag zijn dan 40 % van het voorgeschreven bedrag volgens de boeteschaal, naargelang de ernst en de herhaling van de inbreuk."
Art. 7.In titel II van dezelfde wet wordt een hoofdstuk 11bis ingevoegd, luidende: "Hoofdstuk 11bis. - Automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot het informatierapport".
Art. 8.In hoofdstuk 11bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 62/4 ingevoegd, luidende: "
Art. 62/4.§ 1. Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit het in artikel 54 bedoelde informatierapport ontvangt, deelt zij, door middel van automatische uitwisseling en overeenkomstig de volgende verspreidingsaanpak, het volgende mee: a) het algemene deel van het informatierapport, aan de uitvoerende lidstaat waar de uiteindelijke moederentiteit of groepsentiteiten van de MNO-groep is of zijn gevestigd; b) het algemene deel van het informatierapport, met uitzondering van de samenvatting op hoog niveau in punt 1.4 van het rapport, aan de lidstaten die alleen een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing toepassen: i) waar groepsentiteiten van de MNO-groep zijn gevestigd; ii) waar een joint venture of een met joint venture gelieerde partij van de MNO-groep is gevestigd, indien de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing wordt opgelegd met betrekking tot joint ventures in de lidstaat; iii) indien de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing wordt opgelegd in de lidstaat met betrekking tot een staatloze groepsentiteit of een staatloze joint venture van de MNO-groep; c) een of meer jurisdictiedelen van het informatierapport, worden overgemaakt aan lidstaten die heffingsbevoegdheid hebben op grond van de Richtlijn (EU) 2022/2523, met inbegrip van de gekwalificeerde binnenlandse bijheffing, met betrekking tot de lidstaten waarop die jurisdictiedelen betrekking hebben. § 2. In afwijking van paragraaf 1, punt c), wordt aan UTPR-lidstaten met een UTPR-percentage van nul alleen het deel van het informatierapport verstrekt dat informatie bevat over de toerekening van de UTPR-bijheffing voor die jurisdictie, waarbij die informatie in overeenstemming is met een uittreksel van punt 3.4.3 van het informatierapport; aan de uitvoerende lidstaat waar de uiteindelijke moederentiteit is gevestigd, worden alle jurisdictiedelen verstrekt."
Art. 9.In hoofdstuk 11bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 62/5 ingevoegd, luidende: "
Art. 62/5.De Belgische bevoegde autoriteit deelt het op grond van artikel 54 ontvangen informatierapport mee uiterlijk drie maanden na het verstrijken van de indieningstermijn voor het te rapporteren verslagjaar of als het informatierapport na het verstrijken van de indieningstermijn is ontvangen, uiterlijk drie maanden na de datum van ontvangst."
Art. 10.In hoofdstuk 11bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 62/6 ingevoegd, luidende: "
Art. 62/6.De in de artikelen 62/4 en 62/5 bedoelde overdracht van inlichtingen gebeurt via een door de Europese Commissie aangenomen standaard elektronisch formaat."
Art. 11.In hoofdstuk 11bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 62/7 ingevoegd, luidende: "
Art. 62/7.§ 1. Indien de Belgische bevoegde autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat in de informatie in een informatierapport dat door een uiteindelijke moederentiteit of aangewezen indienende entiteit die in de jurisdictie van een andere lidstaat is gevestigd, is ingediend en is meegedeeld op grond van de automatische uitwisseling van inlichtingen, kennelijke fouten moeten worden gecorrigeerd, stelt zij binnen een maand na deze vaststelling de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat daarvan in kennis.
Nadat de bevoegde autoriteit van een lidstaat de Belgische bevoegde autoriteit ervan in kennis heeft gesteld dat de informatie in een informatierapport opgesteld door een uiteindelijke moederentiteit die in België is gevestigd of een aangewezen indienende entiteit die in België is gevestigd, moet worden gecorrigeerd, en indien de Belgische bevoegde autoriteit ermee instemt dat de informatie in het informatierapport moet worden gecorrigeerd, richt zij binnen een maand na die kennisgeving, aan de uiteindelijke moederentiteit die in België is gevestigd, of aan de aangewezen indienende entiteit die in België is gevestigd, en die het informatierapport heeft ingediend een verzoek tot correctie van het informatierapport.
De Belgische bevoegde autoriteit wisselt binnen een termijn van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving de gecorrigeerde inlichtingen uit met alle bevoegde autoriteiten waarmee die inlichtingen overeenkomstig artikel 62/4 moeten worden uitgewisseld. § 2. Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van een of meer op haar grondgebied gevestigde groepsentiteiten een kennisgeving heeft ontvangen dat het informatierapport voor die groepsentiteiten zou worden ingediend door de uiteindelijke moederentiteit of de aangewezen indienende entiteit die in een andere lidstaat is gevestigd, maar de informatie in het informatierapport niet binnen de in artikel 62/5 bedoelde termijnen is meegedeeld, stelt zij de andere bevoegde autoriteit in kennis van het feit dat de informatie niet is ontvangen.
Indien de Belgische bevoegde autoriteit van een andere bevoegde autoriteit een kennisgeving ontvangt zoals deze bedoeld in het vorige lid, stelt zij onverwijld vast waarom het betrokken informatierapport niet is meegedeeld en stelt zij de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat van die reden in kennis binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving, met opgave van de verwachte datum waarop het informatierapport zal worden uitgewisseld, indien van toepassing. De verwachte uitwisselingsdatum valt uiterlijk drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de ontbrekende uitwisseling."
Art. 12.In hoofdstuk 11bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 62/8 ingevoegd, luidende: "
Art. 62/8.België verstrekt de Europese Commissie jaarlijks statistieken over de omvang van de automatische uitwisseling van inlichtingen bedoeld in de artikelen 62/4 en 62/5, alsmede gegevens betreffende administratieve en andere relevante kosten en baten voor belastingdiensten en derden die betrekking hebben op de verrichte uitwisselingen, en mogelijke veranderingen."
Art. 13.In hoofdstuk 11bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 62/9 ingevoegd, luidende: "
Art. 62/9.De registers met gegevens die via automatische uitwisseling van inlichtingen door de Belgische bevoegde autoriteit worden ontvangen, worden gedurende een periode van zeven jaar na de datum van ontvangst ervan bewaard opdat deze laatste de in deze wet bedoelde bepalingen kan respecteren.
In voorkomend geval worden deze gegevens langer bewaard dan deze termijn, indien dit noodzakelijk is voor de behandeling van een geschil."
Art. 14.In hoofdstuk 11bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 7, wordt een artikel 62/10 ingevoegd, luidende: "
Art. 62/10.De Belgische bevoegde autoriteit maakt de inlichtingen voor de eerste keer over op grond van artikel 62/4, ten vroegste op 1 december 2026."
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 16 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2015 pub. 31/12/2015 numac 2015003461 bron federale overheidsdienst financien Wet tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiële rekeningen, door de Belgische financiële instellingen en de FOD Financiën, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden sluiten tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiële rekeningen, door de Belgische financiële instellingen en de FOD Financiën, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden
Art. 15.In artikel 5, § 2, van de wet van 16 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/12/2015 pub. 31/12/2015 numac 2015003461 bron federale overheidsdienst financien Wet tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiële rekeningen, door de Belgische financiële instellingen en de FOD Financiën, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden sluiten tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiële rekeningen, door de Belgische financiële instellingen en de FOD Financiën, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden, gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, wordt de bepaling onder (b) aangevuld met de woorden: "en, wanneer de Verenigde Staten van Amerika niet het aan rapportering onderworpen rechtsgebied zijn, of voor elke rekeninghouder een geldige verklaring is verstrekt;".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2023 pub. 28/12/2023 numac 2023048529 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen sluiten houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen
Art. 16.In artikel 3 van de wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2023 pub. 28/12/2023 numac 2023048529 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen sluiten houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2025Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2025 pub. 26/10/2026 numac 2026007755 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen. - Duitse vertaling sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in punt 8° worden de woorden "artikel 53 of 57/1" vervangen door de woorden "artikel 53, 54 of 57/1";b) in punt 44° worden de woorden "in de artikelen 50 tot 57" vervangen door de woorden "in artikel 54".
Art. 17.In artikel 40 van dezelfde wet, wordt de paragraaf 7, vervangen als volgt: " § 7. De uiteindelijke moederentiteiten van de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep met verschillende moedermaatschappijen worden verplicht het informatierapport overeenkomstig artikel 53 in te dienen, tenzij zij één aangewezen indienende entiteit in de zin van artikel 54, aanwijzen. Dat rapport bevat informatie over elk van de groepen waaruit de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep met verschillende moedermaatschappijen bestaat."
Art. 18.In artikel 47 van dezelfde wet wordt het woord "belastingen" telkens vervangen door het woord "bijheffingen".
Art. 19.Artikel 52, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt: "
Art. 52.§ 1. De uiterste datum van indiening van de aangifte bedoeld in artikel 50, § 1, wordt vastgesteld op de laatste dag van de vijftiende maand volgend op het afsluiten van het verslagjaar. § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de uiterste datum van indiening van de aangifte bedoeld in artikel 50, § 1, vastgesteld op de laatste dag van de achttiende maand volgend op het afsluiten van het verslagjaar dat ten laatste aanvangt op 31 december 2024."
Art. 20.Artikel 57/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 mei 2024Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/05/2024 pub. 30/05/2024 numac 2024003880 bron federale overheidsdienst financien Wet tot digitalisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, de bedrijven, de rechtspersonen en bepaalde derden en tot opheffing van de wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten type wet prom. 12/05/2024 pub. 29/05/2024 numac 2024004641 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 12/05/2024 pub. 10/07/2024 numac 2024006654 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen inzake het aanklampend terugkeerbeleid sluiten, wordt vervangen als volgt: "
Art. 57/1.De in België aan de IIR-bijheffing onderworpen groepsentiteit dient binnen de in artikel 57 bedoelde termijnen een aangifte in de IIR-bijheffing in. Het formulier daarvan wordt bepaald door de Koning en verstrekt door de door de Koning aangewezen dienst, en vermeldt het in België verschuldigde bedrag aan IIR-bijheffing.
De in België aan de UTPR-bijheffing onderworpen groepsentiteit of de algemeen vertegenwoordiger dient binnen de in artikel 57 bedoelde termijnen een aangifte in de UTPR-bijheffing in. Het formulier daarvan wordt bepaald door de Koning en verstrekt door de door de Koning aangewezen dienst, en vermeldt het in België verschuldigde bedrag aan UTPR-bijheffing."
Art. 21.Artikel 60 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "
Art. 60.Artikel 342 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vindt geen toepassing voor de overeenkomstig deze wet geheven bijheffingen."
Art. 22.In artikel 62/3, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 december 2025Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2025 pub. 26/10/2026 numac 2026007755 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen. - Duitse vertaling sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in § 1, het eerste lid wordt aangevuld met een zin luidende: "De aanwijzing van de vertegenwoordiger is tegenwerpelijk aan de administratie vanaf de datum van de kennisgeving."; b) in § 1, derde lid wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt: "2° indien geen enkele uiteindelijke moederentiteit van de groep in België is gevestigd, de in België gevestigde moederentiteit die rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming houdt in al deze groepsentiteiten of joint ventures en aan joint ventures gelieerde entiteiten die in België zijn gevestigd.Indien meerdere moederentiteiten aan deze voorwaarde voldoen, die moederentiteit die beantwoordt aan het criterium bedoeld in de bepaling onder 3° hierna;"; c) in paragraaf 3 wordt een tweede lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de als vertegenwoordiger aangewezen entiteit niet de entiteit is die het informatierapport heeft ingediend, blijft zij niettemin, in haar hoedanigheid van vertegenwoordiger, de referentie-entiteit voor het beantwoorden van elke vraag om inlichtingen met betrekking tot genoemd informatierapport."
Art. 23.In artikel 67, paragraaf 5, van dezelfde wet worden de woorden "in artikel 50 of 53 bedoelde" vervangen door de woorden "in artikel 54 bedoelde".
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Art. 24.Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 oktober 2026.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. JAMBON Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, A. VERLINDEN _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : K56-1719 Integraal verslag: 22 oktober 2026.