Etaamb.openjustice.be
Overeenkomst
gepubliceerd op 18 maart 1999

Overeenkomst tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995. - Zie pagina 4145 tot 4149 van het Belgisch Staatsblad nr. 30 van 13 februari 1998. OVEREENKO(...)

bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
1998015188
pub.
18/03/1999
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING


Overeenkomst tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995. - Lijst met de gebonden Staten Zie pagina 4145 tot 4149 van het Belgisch Staatsblad nr. 30 van 13 februari 1998.

OVEREENKOMST TUSSEN DE STATEN DIE PARTIJ ZIJN BIJ HET NOORD-ATLANTISCH VERDRAG EN DE ANDERE STATEN DIE TOETREDEN TOT HET PARTNERSCHAP VOOR DE VREDE INZAKE HET STATUUT VAN HUN STRIJDKRACHTEN, GEDAAN TE BRUSSEL OP 19 JUNI 1995 Op het einde van de tekst van de Overeenkomst (pagina 4148 van het Belgisch Staatsblad nr. 30 van 13 februari 1998) dient volgende lijst en teksten te worden toegevoegd : LIJST MET DE GEBONDEN STATEN Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Tekst van de verklaringen en voorbehouden : Voorbehoud nr. 1, afgelegd door Finland : « De aanvaarding door Finland van de bevoegdheid van militaire overheden van een Staat van herkomst overeenkomstig artikel VII van het Verdrag tussen de Partijen bij het Noord-Atlantisch Verdrag inzake het statuut van hun krijgsmachten, is niet van toepassing op de uitoefening van de bevoegdheid door rechtbanken van een Staat van herkomst, op het grondgebied van Finland. » Verklaring en voorbehoud nr. 2, afgelegd door Nederland : verklaring : « Aanvaard voor het Koninkrijk in Europa »; en voorbehoud : « Het Koninkrijk der Nederlanden zal alleen gebonden zijn door het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, voor zover deze andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede, niet alleen het Verdrag maar ook het Aanvullend Protocol bij het Verdrag onder de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren. » Voorbehoud nr. 3, afgelegd door Noorwegen : « De Regering van Noorwegen zal alleen gebonden zijn door het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, voor zover deze andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede, niet alleen het Verdrag maar ook het Aanvullend Protocol bij het Verdrag onder de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, bekrachtigen. » Voorbehoud nr. 4, afgelegd door Zweden : « De Regering van Zweden acht zich niet gebonden door Artikel 1 van het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, omdat in dit artikel wordt verwezen naar het bepaalde in artikel VII van het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, dat Staten van herkomst het recht geeft rechtsmacht uit te oefenen op het grondgebied van een Staat van verblijf, ingeval Zweden fungeert als Staat van verblijf. Het voorbehoud behelst niet de passende maatregelen die door de militaire autoriteiten van Staten van herkomst onmiddellijk dienen genomen te worden om de orde en de veiligheid binnen de krijgsmacht te handhaven. » De ondertekening door Griekenland was vergezeld van volgende verklaring : « Met betrekking tot de ondertekening van dit Verdrag door de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verklaart de Helleense Republiek dat haar ondertekening van bedoeld Verdrag geenszins kan worden uitgelegd als een aanvaarding harerzijds dan wel een vormelijke of inhoudelijke erkenning van een andere naam dan die van « voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië » waaronder de Helleense Republiek bedoeld land heeft erkend en waaronder laatstgenoemd land toegetreden tot het NAVO-programma « Partnerschap voor de Vrede », waarbij resolutie 817/93 van de VN-Veiligheidsraad in aanmerking werd genomen; » AANVULLEND PROTOCOL BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE STATEN DIE PARTIJ ZIJN BIJ HET NOORD-ATLANTISCH VERDRAG EN DE ANDERE STATEN DIE TOETREDEN TOT HET PARTNERSCHAP VOOR DE VREDE INZAKE HET STATUUT VAN HUN STRIJDKRACHTEN, GEDAAN TE BRUSSEL OP 19 JUNI 1995 Op het einde van de tekst van het Protocol (pagina 4149 van het Belgisch Staatsblad nr. 30 van 13 februari 1998) dient volgende lijst en teksten toegevoegd te worden : LIJST MET DE GEBONDEN STATEN Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Tekst van de verklaringen en voorbehouden : Verklaring en voorbehoud nr. 1, afgelegd door Nederland : verklaring : « Aanvaard voor het Koninkrijk in Europa »; en voorbehoud : « Het Koninkrijk der Nederlanden zal alleen gebonden zijn door het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, voor zover deze andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede, niet alleen het Verdrag maar ook het Aanvullend Protocol bij het Verdrag onder de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren. » Voorbehoud nr. 2, afgelegd door Noorwegen : « De Regering van Noorwegen zal alleen gebonden zijn door het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, voor zover deze andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede, niet alleen het Verdrag maar ook het Aanvullend Protocol bij het Verdrag onder de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten, bekrachtigen. » De ondertekening door Griekenland was vergezeld van volgende verklaring : « Met betrekking tot de ondertekening van dit Verdrag door de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verklaart de Helleense Republiek dat haar ondertekening van bedoeld Verdrag geenszins kan worden uitgelegd als een aanvaarding harerzijds dan wel een vormelijke of inhoudelijke erkenning van een andere naam dan die van « voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië » waaronder de Helleense Republiek bedoeld land heeft erkend en waaronder laatstgenoemd land is toegetreden tot het NAVO-programma « Partnerschap voor de Vrede », waarbij resolutie 817/93 van de VN-Veiligheidsraad in aanmerking werd genomen; » .

^