Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 23 mei 2006
gepubliceerd op 02 juni 2006

Omzendbrief betreffende de voorlopige arbeidsvergunningen voor de Afghaanse onderdanen die in België een asielaanvraag hebben ingediend vóór 1 januari 2003

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006012150
pub.
02/06/2006
prom.
23/05/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


23 MEI 2006. - Omzendbrief betreffende de voorlopige arbeidsvergunningen voor de Afghaanse onderdanen die in België een asielaanvraag hebben ingediend vóór 1 januari 2003


Deze omzendbrief vervangt de vorige omzendbrief van 31 augustus 2005. 1. Deze omzendbrief heeft tot doel de modaliteiten vast te leggen waaronder een voorlopige arbeidsvergunning kan worden afgeleverd aan een werkgever voor de tewerkstelling van onderdanen van Afghanistan die vóór 1 januari 2003 een asielaanvraag hebben ingediend en die een negatieve beslissing hebben ontvangen over hun asielaanvraag : - hetzij een onontvankelijkheidsbeslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken waartegen geen beroep werd ingediend bij de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen; - hetzij een bevestigende beslissing van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen; - hetzij een weigeringsbeslissing ten gronde door de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen; - hetzij een weigeringsbeslissing ten gronde van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen waartegen geen beroep werd ingediend bij de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen. 2. Wanneer bij toepassing van de omzendbrief van 24 augustus 2004 van de Directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken, de termijn om het grondgebied te verlaten van de personen bedoeld in punt 1 zal verlengd worden tot 1 september 2006, kan een voorlopige arbeidsvergunning worden afgeleverd aan de werkgever die een van die personen wenst aan te werven.In dat geval is volgende regelgeving van toepassing.

De voorlopige arbeidsvergunning afgeleverd aan de werkgever gaat niet gepaard met de aflevering van een arbeidskaart aan de werknemer, maar de werkgever moet een afschrift van de voorlopige arbeidsvergunning aan de werknemer overhandigen.

De toekenning van de voorlopige arbeidsvergunning is niet onderworpen aan de voorwaarden bepaald in Hoofdstuk IV, Afdeling 1, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 (Belgisch Staatsblad van 26 juni 1999) houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers. Evenmin is er sprake van de toepassing van artikel 4, § 2 van bovengenoemde wet van 30 april 1999.

Een geschreven arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, is evenwel vereist om de voorlopige arbeidsvergunning te bekomen. In geval van tewerkstelling in de tuinbouwsector als seizoenarbeider moet die arbeidsovereenkomst de bepalingen bevatten vermeld in de bijlage bij de omzendbrief van 1 juli 1994 (Belgisch Staatsblad van 14 juli 1994) tot wijziging van de omzendbrief van 26 april 1994 (Belgisch Staatsblad van 30 april 1994) betreffende de voorlopige toelatingen tot tewerkstelling voor kandidaat-vluchtelingen (asielzoekers).

De voorlopige arbeidsvergunning wordt afgeleverd voor een periode die de duur van de verlenging van het bevel om het grondgebied te verlaten niet mag overschrijden (1 september 2006). 3. Met betrekking tot de indiening van de aanvragen om een voorlopige arbeidsvergunning moeten volgende documenten worden voorgelegd : - het aanvraagformulier om arbeidsvergunning voor de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer; - een afschrift van de arbeidsovereenkomst; - een afschrift van het document waaruit blijkt dat, bij toepassing van voornoemde omzendbrief van 24 augustus 2004 van de Directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken, de verlenging van de termijn om het grondgebied te verlaten wordt bevestigd. 4. Vanaf de indiening van de aanvraag om voorlopige arbeidsvergunning levert de overheid bevoegd voor de ontvangst ervan (VDAB, FOREm, BGDA, Arbeitsamt) een document af aan de aanvrager, waarin vastgesteld wordt of de aanvraag alle vereiste stukken bevat. Indien het dossier volledig is, kan de betrokkene onmiddellijk worden tewerkgesteld, op basis van het document dat dit vaststelt.

Wanneer de bevoegde overheid geen negatieve beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van indiening van een volledige aanvraag, wordt de arbeidsvergunning geacht als zijnde toegekend. 5. Deze omzendbrief treedt in werking op de dag van de ondertekening. Brussel, 23 mei 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^