Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 20 december 2002
gepubliceerd op 21 januari 2003

Omzendbrief GPI 31 betreffende de overdracht van functieuitrusting bij mobiliteit

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2003000012
pub.
21/01/2003
prom.
20/12/2002
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN


20 DECEMBER 2002. - Omzendbrief GPI 31 betreffende de overdracht van functieuitrusting bij mobiliteit


Aan de Dames en Heren Provinciegouverneurs, Aan Mevrouw de Gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, Aan de Dames en Heren Voorzitters van de Politiecolleges, Aan de Dames en Heren Burgemeesters, Ter informatie : Aan de Dames en Heren Arrondissementscommissarissen, Aan de Dames en Heren Korpschefs van de Lokale Politie, Aan de Heer Commissaris-generaal van de Federale Politie, Aan de Heer Voorzitter van de Vaste Commissie van de Lokale Politie, Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, Mevrouw, Mijnheer de Voorzitter van het Politiecollege, Mevrouw, Mijnheer de Burgemeester, 1. Inleiding Met de nota DGP/DPM van 29-03-2002 nr.200201 betreffende de mobiliteit was voor de eerste maal mobiliteit tussen federale en lokale politie mogelijk. Het doel van deze omzendbrief is richtlijnen te geven met betrekking tot de overname van de basis- en functieuitrusting bij mobiliteit. 2. Categorieën van uitrustingen De volgende categorieën van uitrustingen worden onderscheiden : 2.1 De basisuitrusting Met basisuitrusting wordt, overeenkomstig de omzendbrief GPI12, bedoeld : alle uitrustingsstukken die ter beschikking werden gesteld van de politiefunctionarissen ten individuelen titel en dit onafhankelijk van de functie die zij uitoefenen.

Deze uitrusting blijft altijd eigendom van het korps waartoe het personeelslid behoort, zelfs indien de overheid dit materieel als verbruikt beschouwt.

Principe in geval van mobiliteit Deze uitrusting die door het personeelslid wordt verworven door middel van punten, zal ALTIJD en GRATIS meegenomen worden door het personeelslid in geval van mobiliteit. Deze regel geldt eveneens voor de eerste inplaatsstelling van de zones, conform het koninklijk besluit betreffende de inplaatsstelling van de lokale politie. 2.2 De functieuitrusting Met functieuitrusting worden, eveneens overeenkomstig de omzendbrief GPI12, de uitrustingsstukken bedoeld, die niet tot de basisuitrusting behoren maar die gezien de specifieke taken van het personeelslid (politiefunctionarissen en CALOG-personeel (administratief en logistiek personeel)) ter beschikking gesteld worden door de werkgever. Deze uitrustingsstukken kunnen NIET definitief verworven worden door de personeelsleden.

Er bestaan twee types van functieuitrusting : - de algemene functieuitrusting waarvan de lijst begrepen is in de GPI12 (cfr. bijlage 1 aan deze omzendbrief). Deze uitrusting is identiek voor alle politiefunctionarissen (een apart lijst is voorzien voor een aspirant in opleiding). Er is geen algemene functieuitrusting voorzien voor CALOG- personeel. - de specifieke functieuitrusting is strikt bepaald door de uitgeoefende functie en/of door de eenheid. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om : - HO-kledij (kledij voor handhaving openbare orde) - Motorijderskledij - Kledij voor hondengeleiders - Cavaleriekledij - Specifieke fietskledij - enz....

Deze uitrusting kan ter beschikking gesteld worden van zowel politiefunctionarissen als van CALOG-personeel.

Principe in geval van mobiliteit De functieuitrusting blijft ten allen tijde eigendom van het korps waartoe de persoon behoort.

Uitgezonderd de eerste inplaatsstelling van de politiezones, zal deze uitrusting het personeelslid NIET vergezellen in geval van mobiliteit. 3. Toegepaste regels in geval van mobiliteit 3.1 Mutatie van een personeelslid (operationeel of CALOG) 3.1.1 De betrokkene dient automatisch zijn VOLLEDIGE functieuitrusting (zowel algemene als specifieke) af te geven, uitgezonderd een beperkte lijst van materieel dat om hygiënische redenen toch niet kan gerecupereerd worden en dus GRATIS overgaat naar het ontvangende korps.

Het betreft hier : - schoenen, interventieschoenen en laarzen - kousen - ondergoed - polo - bivakmutsen. 3.1.2 Indien het afstaande en het ontvangende korps overeenkomen dat betrokkene zijn functieuitrusting mag meenemen, dient de financiële afhandeling tussen deze korpsen onderling te worden geregeld. 3.1.3 Voor de zone die de functieuitrusting wil verkrijgen voor personeel afkomstig uit de federale politie, dient steeds een uitdrukkelijke, schriftelijke aanvraag te worden overgemaakt aan het Federaal Logistiek Invalspunt (FLIP). 3.2 Mutatie van een aspirant naar de lokale politie - Van zodra de bestemming van de aspirant gekend is, zal de Directie van de Materiële Middelen/Dienst van de Persoonlijke Uitrusting (DGM/DMPE) een brief sturen naar de betrokken zone om haar te vragen of ze de functieuitrusting waarover de aspirant beschikt, wenst te kopen aan de vigerende aankoopprijs. - In geval van een positief antwoord van de zone aan DGM/DMPE, zullen, in samenwerking met het FLIP, in een verkoopsovereenkomst alle modaliteiten van de overdracht worden geregeld. De algemene voorwaarden vindt men terug in het protocol « Logistieke Steun » dat reeds aan de zones werd overgemaakt.

De overname van functieuitrusting geschiedt steeds per volledig pakket' is. D.w.z. dat per aspirant steeds ofwel de volledige algemene functieuitrusting wordt overgenomen, ofwel de volledige HO-kledij (voor zover de betrokken aspirant hiervan in het bezit is); men kan dus niet uitkiezen welke artikelen men wel en welke men niet overneemt.

Werd de functieuitrusting om een of andere reden reeds gerecupereerd, dan kan een nieuwe aanvraag worden gericht aan het FLIP overeenkomstig punt 3.1.

Indien de zone beslist om deze uitrustingen over te nemen, dient zij er terdege rekening mee te houden dat deze beslissing binnen de veertien dagen na ontvangst van de brief van DGM/DMPE, schriftelijk aan deze dienst dient overgemaakt te worden op het faxnummer 02-642 79 49.

Indien DGM/DMPE binnen de gestelde periode geen antwoord ontvangt van de zone, dan gaat zij ervan uit dat het materieel niet wordt aangekocht. In dit geval, en in het geval van een expliciet negatief antwoord van de zone, dient de zone het personeelslid aan te manen om dit materieel, binnen de maand na ontvangst van de brief van DGM/DMPE, persoonlijk binnen te leveren bij het gedeconcentreerde dienstencentrum (SER) van de provincie waarin de zone gelegen is.

De niet-binnenlevering zal aanleiding geven tot facturatie aan het personeelslid (factuur op officiële, persoonlijke verblijfplaats). Bij niet-betaling zal het dossier aanleiding kunnen geven tot gerechtelijke en/of disciplinaire stappen. 3.3 Verwerven van functieuitrusting bij de federale politie buiten mobiliteit Aanvragen voor aankoop van functieuitrusting bij de federale politie kunnen gericht worden aan het FLIP. Een tweeledige oplossing kan geboden worden : - Ofwel kan de zone zich aansluiten bij een bestaande overheidsopdracht van de Directie van de Materiële Middelen/Directie van de Aankopen (DGM/DMA) (de zone bestelt rechtstreeks bij de firma en de firma factureert rechtstreeks aan de zone). DGM/DMA zal de lijst van de beschikbare overheidsopdrachten kortelings ter beschikking stellen van de zones via een internetwebsite. - Ofwel beschikt de federale politie over voldoende stock van NIEUW materieel, dan zal het FLIP, na consultatie van de Directie van de Materiële Middelen/Directie van uitrusting (DGM/DME), overgaan tot verkoop van het materieel aan de AANKOOPPRIJS, gezien het feit dat de federale politie haar stock opnieuw moet aanvullen (ook aan de AANKOOPPRIJS). In een verkoopsovereenkomst zullen de modaliteiten worden geregeld. De algemene voorwaarden vindt men terug in het protocol « Logistieke Steun » dat reeds aan de zones werd overgemaakt. 3.4 Binnenleveren van materieel dat niet overgenomen wordt Indien de eenheid van bestemming beslist om het materieel niet over te nemen, dient het betrokken personeelslid zijn uitrusting persoonlijk binnen te leveren bij de eenheid van oorsprong. Materieel dat het personeelslid in de federale politie gekregen heeft, dient steeds te worden binnen geleverd in het gedeconcentreerde dienstencentrum (SER) van de provincie waarin de eenheid van oorsprong ligt. 4. In voege treding Deze omzendbrief is van toepassing vanaf de mobiliteit 2002/01 van 29 maart 2002. Ik zou u dankbaar zijn indien u alle politiezones die onder uw gezag staan op de hoogte brengt van het voorgaande.

Ik verzoek U, Mevrouw, Mijnheer de Gouverneur, te willen toezien op de naleving van deze omzendbrief en de datum waarop deze in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd, in het bestuursmemoriaal te vermelden.

De Minister, A. DUQUESNE Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^