Technisch reglement houdende de aanvaardbaarheidscriteria voor medisch-radiologische uitrusting die gebruikt maakt van röntgenstralen voor eenvoudige dentomaxillofaciale radiografie | Technisch reglement houdende de aanvaardbaarheidscriteria voor medisch-radiologische uitrusting die gebruikt maakt van röntgenstralen voor eenvoudige dentomaxillofaciale radiografie |
---|---|
FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR NUCLEAIRE CONTROLE | FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR NUCLEAIRE CONTROLE |
19 FEBRUARI 2020. - Technisch reglement houdende de | 19 FEBRUARI 2020. - Technisch reglement houdende de |
aanvaardbaarheidscriteria voor medisch-radiologische uitrusting die | aanvaardbaarheidscriteria voor medisch-radiologische uitrusting die |
gebruikt maakt van röntgenstralen voor eenvoudige dentomaxillofaciale | gebruikt maakt van röntgenstralen voor eenvoudige dentomaxillofaciale |
radiografie | radiografie |
Gelet op de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de | Gelet op de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de |
bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen | bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen |
voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor | voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor |
Nucleaire Controle; | Nucleaire Controle; |
Gelet op het besluit medische blootstellingen, artikel 31, § 4, | Gelet op het besluit medische blootstellingen, artikel 31, § 4, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities |
Artikel 1.Toepassingsgebied |
Artikel 1.Toepassingsgebied |
Dit technisch reglement legt de criteria vast die door de erkende | Dit technisch reglement legt de criteria vast die door de erkende |
deskundige in de medische stralingsfysica, met toepassing van artikel | deskundige in de medische stralingsfysica, met toepassing van artikel |
31, § 4, van het besluit medische blootstellingen, gehanteerd dienen | 31, § 4, van het besluit medische blootstellingen, gehanteerd dienen |
te worden bij de periodieke controle van medisch-radiologische | te worden bij de periodieke controle van medisch-radiologische |
uitrusting die gebruikt maakt van röntgenstralen voor eenvoudige | uitrusting die gebruikt maakt van röntgenstralen voor eenvoudige |
dentomaxillofaciale radiografie. | dentomaxillofaciale radiografie. |
Art. 2.Definities |
Art. 2.Definities |
§ 1. De definities van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 | § 1. De definities van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 |
houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de | houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de |
werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende | werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende |
stralingen en het besluit medische blootstellingen zijn van toepassing | stralingen en het besluit medische blootstellingen zijn van toepassing |
op dit technisch reglement. | op dit technisch reglement. |
§ 2. Voor de toepassing van dit technisch reglement wordt verstaan | § 2. Voor de toepassing van dit technisch reglement wordt verstaan |
onder: | onder: |
1° AEC: Automatic Exposure Control: automatisch belichtingssysteem; | 1° AEC: Automatic Exposure Control: automatisch belichtingssysteem; |
2° Afwijking: De waarde in procent die wordt berekend als volgt: | 2° Afwijking: De waarde in procent die wordt berekend als volgt: |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
De afwijking van het buisrendement wordt berekend als volgt: | De afwijking van het buisrendement wordt berekend als volgt: |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
3° Buisrendement: De waarde die uitdrukt hoeveel X-stralendosis de | 3° Buisrendement: De waarde die uitdrukt hoeveel X-stralendosis de |
medisch-radiologische uitrusting genereert op 1 m afstand van de focus | medisch-radiologische uitrusting genereert op 1 m afstand van de focus |
per ingestelde waarde van het CTP. | per ingestelde waarde van het CTP. |
Het buisrendement wordt als volgt berekend: | Het buisrendement wordt als volgt berekend: |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Waarbij | Waarbij |
Dosis: de geabsorbeerde dosis gemeten op afstand D1 | Dosis: de geabsorbeerde dosis gemeten op afstand D1 |
D0: de afstand van 1 m | D0: de afstand van 1 m |
D1: afstand van de detector tot de focus | D1: afstand van de detector tot de focus |
Deze laatste wordt, indien mogelijk, berekend op basis van de | Deze laatste wordt, indien mogelijk, berekend op basis van de |
nominale, ingestelde tijd. | nominale, ingestelde tijd. |
Indien er geen tijdsaanduiding op de medisch-radiologische uitrusting | Indien er geen tijdsaanduiding op de medisch-radiologische uitrusting |
aanwezig is, wordt met de gemeten opnametijd gewerkt; | aanwezig is, wordt met de gemeten opnametijd gewerkt; |
4° CR: computed radiography: digitale radiografie met indirecte | 4° CR: computed radiography: digitale radiografie met indirecte |
uitlezing; | uitlezing; |
5° CTP: current time product: product buisstroom-tijd, uitgedrukt in | 5° CTP: current time product: product buisstroom-tijd, uitgedrukt in |
mAs; | mAs; |
6° DAP: Dose area product: product dosis-oppervlakte; | 6° DAP: Dose area product: product dosis-oppervlakte; |
7° DWP: Dose width product: product dosis-breedte; | 7° DWP: Dose width product: product dosis-breedte; |
8° HVL: half-value layer, halveringsdikte: de dikte van een | 8° HVL: half-value layer, halveringsdikte: de dikte van een |
Aluminium-filter, uitgedrukt in mm Al, nodig om de dosis van de | Aluminium-filter, uitgedrukt in mm Al, nodig om de dosis van de |
x-stralenbundel (in nauwe bundelgeometrie) tot de helft te reduceren. | x-stralenbundel (in nauwe bundelgeometrie) tot de helft te reduceren. |
De HVL kan berekend worden als volgt: | De HVL kan berekend worden als volgt: |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
waarbij | waarbij |
D0: dosis bij 0 mm Al | D0: dosis bij 0 mm Al |
D1: dosis bij filtering van x1 mm Al zodat D1 net boven D0/2 ligt | D1: dosis bij filtering van x1 mm Al zodat D1 net boven D0/2 ligt |
D2: dosis bij filtering van x2 mm Al zodat D2 net onder D0/2 ligt | D2: dosis bij filtering van x2 mm Al zodat D2 net onder D0/2 ligt |
9° IAK: Incident Air Kerma: oppervlakte luchtkerma, exclusief | 9° IAK: Incident Air Kerma: oppervlakte luchtkerma, exclusief |
terugstrooiing; | terugstrooiing; |
10° Lp/mm: eenheid van resolutie in lijnenparen per millimeter; | 10° Lp/mm: eenheid van resolutie in lijnenparen per millimeter; |
11° OD: Optical density: optische densiteit; | 11° OD: Optical density: optische densiteit; |
12° OPG: orthopantomografie, ook wel panoramische radiologie genoemd; | 12° OPG: orthopantomografie, ook wel panoramische radiologie genoemd; |
13° PMMA: polymethyl metacrylaat, ook plexiglas genoemd; | 13° PMMA: polymethyl metacrylaat, ook plexiglas genoemd; |
14° Stappenfantoom: testobject bestaande uit aluminium en mogelijks | 14° Stappenfantoom: testobject bestaande uit aluminium en mogelijks |
PMMA, waarbij elke stap een zwartingstap (OD) geeft tussen 0,1 en 0,2; | PMMA, waarbij elke stap een zwartingstap (OD) geeft tussen 0,1 en 0,2; |
16° Testobject voor spatiale resolutie: een testobject dat toelaat de | 16° Testobject voor spatiale resolutie: een testobject dat toelaat de |
resolutie te bepalen aan de hand van een meting van het zichtbaar | resolutie te bepalen aan de hand van een meting van het zichtbaar |
aantal lijnenparen per millimeter; | aantal lijnenparen per millimeter; |
17° Variatie: de waarde in procent die wordt berekend als volgt: | 17° Variatie: de waarde in procent die wordt berekend als volgt: |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
18° X-stralencontrast: het contrast geeft de relatie tussen de hoge en | 18° X-stralencontrast: het contrast geeft de relatie tussen de hoge en |
lage grijswaarden in een beeld, en wordt gedefinieerd als volgt: | lage grijswaarden in een beeld, en wordt gedefinieerd als volgt: |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
HOOFDSTUK II. - Conformiteitsbeoordeling | HOOFDSTUK II. - Conformiteitsbeoordeling |
Art. 3.Conformiteitsbeoordeling |
Art. 3.Conformiteitsbeoordeling |
§ 1. Indien de medisch-radiologische uitrusting niet beantwoordt aan | § 1. Indien de medisch-radiologische uitrusting niet beantwoordt aan |
één of meerdere aanvaardbaarheidscriteria opgenomen in huidig | één of meerdere aanvaardbaarheidscriteria opgenomen in huidig |
technisch reglement, legt de erkende deskundige in de medische | technisch reglement, legt de erkende deskundige in de medische |
stralingsfysica een termijn op waarbinnen de corrigerende maatregelen | stralingsfysica een termijn op waarbinnen de corrigerende maatregelen |
dienen uitgevoerd te worden door de exploitant. Deze termijn mag in | dienen uitgevoerd te worden door de exploitant. Deze termijn mag in |
geen geval langer zijn dan de periode nodig om de | geen geval langer zijn dan de periode nodig om de |
medische-radiologische uitrusting conform te hebben bij de volgende | medische-radiologische uitrusting conform te hebben bij de volgende |
controle bedoeld in artikel 31, § 4, van het besluit medische | controle bedoeld in artikel 31, § 4, van het besluit medische |
blootstellingen. | blootstellingen. |
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, indien de medisch-radiologische | § 2. In afwijking van paragraaf 1, indien de medisch-radiologische |
uitrusting niet beantwoordt aan de aanvaardbaarheidscriteria bepaald | uitrusting niet beantwoordt aan de aanvaardbaarheidscriteria bepaald |
in artikelen 5, 8, 9, 25, 26, 28, 31, 32, 41, 44, 46, 47, 56 en 57, is | in artikelen 5, 8, 9, 25, 26, 28, 31, 32, 41, 44, 46, 47, 56 en 57, is |
de door de erkende deskundige in de medische stralingsfysica opgelegde | de door de erkende deskundige in de medische stralingsfysica opgelegde |
termijn waarbinnen de corrigerende maatregelen dienen uitgevoerd te | termijn waarbinnen de corrigerende maatregelen dienen uitgevoerd te |
worden door de exploitant maximaal zes maanden. | worden door de exploitant maximaal zes maanden. |
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, indien de medisch-radiologische | § 3. In afwijking van paragraaf 1, indien de medisch-radiologische |
uitrusting niet beantwoordt aan het aanvaardbaarheidscriterium bepaald | uitrusting niet beantwoordt aan het aanvaardbaarheidscriterium bepaald |
in artikel 17, § 2, of wanneer een veilig klinisch gebruik van de | in artikel 17, § 2, of wanneer een veilig klinisch gebruik van de |
medisch-radiologische uitrusting niet gegarandeerd kan worden, dient | medisch-radiologische uitrusting niet gegarandeerd kan worden, dient |
de erkende deskundige in de medische stralingsfysica of het hoofd van | de erkende deskundige in de medische stralingsfysica of het hoofd van |
de dienst medische stralingsfysica de exploitant onmiddellijk te | de dienst medische stralingsfysica de exploitant onmiddellijk te |
adviseren de medisch-radiologische uitrusting buiten gebruik te | adviseren de medisch-radiologische uitrusting buiten gebruik te |
stellen zolang aan de vastgestelde gebreken niet verholpen is. | stellen zolang aan de vastgestelde gebreken niet verholpen is. |
§ 4. Wanneer tijdens twee opeenvolgende controles bedoeld in artikel | § 4. Wanneer tijdens twee opeenvolgende controles bedoeld in artikel |
31, § 4, van het besluit medische blootstellingen niet voldaan wordt | 31, § 4, van het besluit medische blootstellingen niet voldaan wordt |
aan hetzelfde van een van de aanvaardbaarheidscriteria opgenomen in | aan hetzelfde van een van de aanvaardbaarheidscriteria opgenomen in |
dit technisch reglement, is de door de erkende deskundige in de | dit technisch reglement, is de door de erkende deskundige in de |
medische stralingsfysica opgelegde termijn waarbinnen de corrigerende | medische stralingsfysica opgelegde termijn waarbinnen de corrigerende |
maatregelen dienen uitgevoerd te worden door de exploitant maximaal | maatregelen dienen uitgevoerd te worden door de exploitant maximaal |
drie maanden. | drie maanden. |
§ .5. Indien een bepaald aanvaardbaarheidscriterium opgenomen in dit | § .5. Indien een bepaald aanvaardbaarheidscriterium opgenomen in dit |
technisch reglement omwille van de technische specificaties en | technisch reglement omwille van de technische specificaties en |
klinische doeleinden niet van toepassing kan zijn voor een | klinische doeleinden niet van toepassing kan zijn voor een |
medisch-radiologische uitrusting en de erkende deskundige in de | medisch-radiologische uitrusting en de erkende deskundige in de |
medische stralingsfysica van oordeel is dat dit een veilig klinisch | medische stralingsfysica van oordeel is dat dit een veilig klinisch |
gebruik niet in het gedrang brengt, dan kan deze medisch-radiologische | gebruik niet in het gedrang brengt, dan kan deze medisch-radiologische |
uitrusting gebruikt worden mits schriftelijke argumentatie in de | uitrusting gebruikt worden mits schriftelijke argumentatie in de |
rapportering en schriftelijke afspraken tussen de erkende deskundige | rapportering en schriftelijke afspraken tussen de erkende deskundige |
in de medische stralingsfysica en de exploitant. | in de medische stralingsfysica en de exploitant. |
HOOFDSTUK III. - Criteria voor medisch-radiologische uitrustingen voor | HOOFDSTUK III. - Criteria voor medisch-radiologische uitrustingen voor |
intra-orale radiologie | intra-orale radiologie |
Afdeling I. - Buisspanning | Afdeling I. - Buisspanning |
Art. 4.Bereik van de buisspanning |
Art. 4.Bereik van de buisspanning |
Het bereik van de buisspanning mag niet kleiner zijn dan 60 kVp en | Het bereik van de buisspanning mag niet kleiner zijn dan 60 kVp en |
niet groter dan 90 kVp. | niet groter dan 90 kVp. |
Art. 5.Nauwkeurigheid van de buisspanning |
Art. 5.Nauwkeurigheid van de buisspanning |
Voor alle beschikbare buisspanningen is de maximale afwijking tussen | Voor alle beschikbare buisspanningen is de maximale afwijking tussen |
de ingestelde kV-waarde en de gemeten kV-waarde kleiner dan 10%. | de ingestelde kV-waarde en de gemeten kV-waarde kleiner dan 10%. |
Art. 6.Variatie met de buisstroom |
Art. 6.Variatie met de buisstroom |
§ 1. De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten | § 1. De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten |
kV-waarden, voor vier verschillende klinisch relevante waarden van | kV-waarden, voor vier verschillende klinisch relevante waarden van |
buisstroom is kleiner dan 10%. | buisstroom is kleiner dan 10%. |
§ 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan | § 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan |
variëren. | variëren. |
Art. 7.Buisspanning in functie van de opnametijd |
Art. 7.Buisspanning in functie van de opnametijd |
De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten kV-waarden | De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten kV-waarden |
is kleiner dan 10%. | is kleiner dan 10%. |
Art. 8.Reproduceerbaarheid van de buisspanning |
Art. 8.Reproduceerbaarheid van de buisspanning |
De maximale afwijking van de buisspanning, gemeten bij tenminste vier | De maximale afwijking van de buisspanning, gemeten bij tenminste vier |
opeenvolgende opnamen, is kleiner dan 5%. | opeenvolgende opnamen, is kleiner dan 5%. |
Afdeling II. - Filtering | Afdeling II. - Filtering |
Art. 9.HVL |
Art. 9.HVL |
De gemeten HVL-waarde is groter of gelijk aan: | De gemeten HVL-waarde is groter of gelijk aan: |
1° 1,6 mm Al voor een gemeten buisspanning groter of gelijk aan 60 kV | 1° 1,6 mm Al voor een gemeten buisspanning groter of gelijk aan 60 kV |
en kleiner of gelijk aan 62 kV; | en kleiner of gelijk aan 62 kV; |
2° 1,9 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 62 kV en kleiner | 2° 1,9 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 62 kV en kleiner |
of gelijk aan 68 kV; | of gelijk aan 68 kV; |
3° 2,1 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 68 kV. | 3° 2,1 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 68 kV. |
Afdeling III. - Tijdsinstelling | Afdeling III. - Tijdsinstelling |
Art. 10.Opnametijd |
Art. 10.Opnametijd |
De opnametijd is afleesbaar op het bedieningspaneel van de | De opnametijd is afleesbaar op het bedieningspaneel van de |
medisch-radiologische uitrusting en laat toe de opnametijd nauwkeurig | medisch-radiologische uitrusting en laat toe de opnametijd nauwkeurig |
en reproduceerbaar te bepalen. | en reproduceerbaar te bepalen. |
Art. 11.Nauwkeurigheid van de tijdsinstelling |
Art. 11.Nauwkeurigheid van de tijdsinstelling |
Voor de klinisch gebruikte opnametijden, is de maximale afwijking | Voor de klinisch gebruikte opnametijden, is de maximale afwijking |
tussen de ingestelde waarde en de gemeten waarde kleiner dan 20%. | tussen de ingestelde waarde en de gemeten waarde kleiner dan 20%. |
Art. 12.Reproduceerbaarheid van de tijdsinstelling |
Art. 12.Reproduceerbaarheid van de tijdsinstelling |
De maximale afwijking, gemeten met tenminste vier opeenvolgende | De maximale afwijking, gemeten met tenminste vier opeenvolgende |
opnamen, is kleiner dan 10%. | opnamen, is kleiner dan 10%. |
Afdeling IV. - Buisrendement | Afdeling IV. - Buisrendement |
Art. 13.Grootte van het buisrendement |
Art. 13.Grootte van het buisrendement |
Bij een buisspanning tussen 60 kV en 70 kV ligt het buisrendement op 1 | Bij een buisspanning tussen 60 kV en 70 kV ligt het buisrendement op 1 |
m van de focus tussen de 30 µGy/mAs en 80 µGy/mAs. | m van de focus tussen de 30 µGy/mAs en 80 µGy/mAs. |
Art. 14.Korte termijn reproduceerbaarheid van het buisrendement |
Art. 14.Korte termijn reproduceerbaarheid van het buisrendement |
De maximale afwijking op de korte termijn reproduceerbaarheid, gemeten | De maximale afwijking op de korte termijn reproduceerbaarheid, gemeten |
bij tenminste vier opeenvolgende opnamen, is kleiner dan 10%. | bij tenminste vier opeenvolgende opnamen, is kleiner dan 10%. |
Art. 15.Buisrendement in functie van het CTP |
Art. 15.Buisrendement in functie van het CTP |
De variatie van het buisrendement voor minimum twee waarden van het | De variatie van het buisrendement voor minimum twee waarden van het |
CTP is kleiner dan 20%. | CTP is kleiner dan 20%. |
Art. 16.Buisrendement in functie van de buisstroom |
Art. 16.Buisrendement in functie van de buisstroom |
§ 1. De variatie van het buisrendement voor minimum twee waarden van | § 1. De variatie van het buisrendement voor minimum twee waarden van |
de buisstroom is kleiner dan 15%. | de buisstroom is kleiner dan 15%. |
§ 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan | § 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan |
variëren. | variëren. |
Afdeling V. - Dosimetrie | Afdeling V. - Dosimetrie |
Art. 17.Meting van de dosis |
Art. 17.Meting van de dosis |
§ 1. De dosiswaarden van de klinisch ingestelde programma's worden | § 1. De dosiswaarden van de klinisch ingestelde programma's worden |
geverifieerd, waarbij: | geverifieerd, waarbij: |
1° de dosiswaarden voor tanden van de bovenkaak groter of gelijk zijn | 1° de dosiswaarden voor tanden van de bovenkaak groter of gelijk zijn |
aan de dosiswaarden voor de corresponderende tanden van de onderkaak; | aan de dosiswaarden voor de corresponderende tanden van de onderkaak; |
2° de dosiswaarden voor wijsheidstanden groter of gelijk zijn aan de | 2° de dosiswaarden voor wijsheidstanden groter of gelijk zijn aan de |
dosiswaarden voor molaren, en de dosiswaarden voor molaren groter of | dosiswaarden voor molaren, en de dosiswaarden voor molaren groter of |
gelijk zijn aan de dosiswaarden voor snijtanden; | gelijk zijn aan de dosiswaarden voor snijtanden; |
3° de dosiswaarden voor volwassenen groter of gelijk zijn aan de | 3° de dosiswaarden voor volwassenen groter of gelijk zijn aan de |
dosiswaarden voor kinderen; | dosiswaarden voor kinderen; |
Bijlage 1 wordt gebruikt als richtwaarden voor de dosisverhoudingen | Bijlage 1 wordt gebruikt als richtwaarden voor de dosisverhoudingen |
tussen de verschillende klinische programma's, indien deze beschikbaar | tussen de verschillende klinische programma's, indien deze beschikbaar |
zijn. | zijn. |
§ 2. De gemeten dosis voor een klinisch ingesteld programma van een | § 2. De gemeten dosis voor een klinisch ingesteld programma van een |
maxillaire molaar is kleiner dan 2,5 mGy. | maxillaire molaar is kleiner dan 2,5 mGy. |
§ 3. De gemeten dosis voor het maximaal in te stellen klinisch | § 3. De gemeten dosis voor het maximaal in te stellen klinisch |
programma is kleiner dan 4 mGy. | programma is kleiner dan 4 mGy. |
Afdeling VI. - Beeldkwaliteit | Afdeling VI. - Beeldkwaliteit |
Onderafdeling I. - Conventionele film-systemen | Onderafdeling I. - Conventionele film-systemen |
Art. 18.Meting van de resolutie |
Art. 18.Meting van de resolutie |
De spatiale resolutie, gemeten met een testobject voor spatiale | De spatiale resolutie, gemeten met een testobject voor spatiale |
resolutie geplaatst op 2 cm PMMA, of met behulp van de Al plaatjes, | resolutie geplaatst op 2 cm PMMA, of met behulp van de Al plaatjes, |
bij klinisch relevante instellingen, is groter of gelijk aan 5 lp/mm. | bij klinisch relevante instellingen, is groter of gelijk aan 5 lp/mm. |
Art. 19.Meting van het contrast |
Art. 19.Meting van het contrast |
§ 1. De OD van de middelste stap, gemeten met een stappenfantoom bij | § 1. De OD van de middelste stap, gemeten met een stappenfantoom bij |
klinisch relevante instellingen, heeft een waarde van 1 + basis + | klinisch relevante instellingen, heeft een waarde van 1 + basis + |
sluier. | sluier. |
§ 2. Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij klinisch | § 2. Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij klinisch |
relevante instellingen. | relevante instellingen. |
Art. 20.Werkingspunt van de OD |
Art. 20.Werkingspunt van de OD |
§ 1. De OD van de bestraalde film heeft een waarde tussen 1 en 1,4, | § 1. De OD van de bestraalde film heeft een waarde tussen 1 en 1,4, |
bij een opname gemaakt bij klinisch relevante instellingen van een 2 | bij een opname gemaakt bij klinisch relevante instellingen van een 2 |
cm PMMA fantoom of 6 mm Al. | cm PMMA fantoom of 6 mm Al. |
§ 2. Bij een niet bestraalde film, onder normale omstandigheden | § 2. Bij een niet bestraalde film, onder normale omstandigheden |
ontwikkeld, is de OD lager dan 0,25. De vervaldatum en opslagcondities | ontwikkeld, is de OD lager dan 0,25. De vervaldatum en opslagcondities |
van de radiografische film en ontwikkelproducten worden nagegaan en | van de radiografische film en ontwikkelproducten worden nagegaan en |
geëvalueerd of deze voldoen. | geëvalueerd of deze voldoen. |
Art. 21.Homogeniteit en artefacten van de detector |
Art. 21.Homogeniteit en artefacten van de detector |
Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname van het PMMA | Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname van het PMMA |
fantoom of Al plaatjes gemaakt. | fantoom of Al plaatjes gemaakt. |
Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van | Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van |
de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische | de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische |
diagnosestelling door de bevoegde practicus. | diagnosestelling door de bevoegde practicus. |
Onderafdeling II. - Digitale systemen | Onderafdeling II. - Digitale systemen |
Art. 22.Meting van de resolutie |
Art. 22.Meting van de resolutie |
De spatiale resolutie, gemeten met een testobject voor spatiale | De spatiale resolutie, gemeten met een testobject voor spatiale |
resolutie geplaatst op 2 cm PMMA, of met behulp van de Al plaatjes, | resolutie geplaatst op 2 cm PMMA, of met behulp van de Al plaatjes, |
bij klinisch relevante instellingen, is groter of gelijk aan 5 lp/mm. | bij klinisch relevante instellingen, is groter of gelijk aan 5 lp/mm. |
Art. 23.Dynamisch bereik van de detector |
Art. 23.Dynamisch bereik van de detector |
Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij een opname bij | Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij een opname bij |
klinisch relevante instellingen. | klinisch relevante instellingen. |
Art. 24.Homogeniteit en artefacten van de detector |
Art. 24.Homogeniteit en artefacten van de detector |
Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname van het PMMA | Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname van het PMMA |
fantoom of Al plaatjes gemaakt. | fantoom of Al plaatjes gemaakt. |
Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van | Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van |
de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische | de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische |
diagnosestelling door de bevoegde practicus. | diagnosestelling door de bevoegde practicus. |
Afdeling VII. - Afstand focus - huid | Afdeling VII. - Afstand focus - huid |
Art. 25.Afstand focus - huid |
Art. 25.Afstand focus - huid |
De minimale afstand focus-huid is groter of gelijk aan 20 cm. | De minimale afstand focus-huid is groter of gelijk aan 20 cm. |
Afdeling VIII. - Bundelafmeting (collimatie) | Afdeling VIII. - Bundelafmeting (collimatie) |
Art. 26.Bundelafmeting |
Art. 26.Bundelafmeting |
Er wordt op het einde van de conus (applicator, position indicating | Er wordt op het einde van de conus (applicator, position indicating |
device) gemeten. | device) gemeten. |
Bij de evaluatie van de bundelafmeting wordt een meetfout van 1 mm in | Bij de evaluatie van de bundelafmeting wordt een meetfout van 1 mm in |
rekening gebracht. | rekening gebracht. |
1° Ronde collimatie: | 1° Ronde collimatie: |
De diameter van het veld bedraagt maximaal 60 mm. | De diameter van het veld bedraagt maximaal 60 mm. |
2° Rechthoekige collimatie: | 2° Rechthoekige collimatie: |
De afmetingen van het gecollimeerde stralingsveld zijn niet groter dan | De afmetingen van het gecollimeerde stralingsveld zijn niet groter dan |
de afmetingen van de grootst beschikbare film of digitale detector. | de afmetingen van de grootst beschikbare film of digitale detector. |
HOOFDSTUK IV. - Criteria voor medisch-radiologische uitrustingen voor | HOOFDSTUK IV. - Criteria voor medisch-radiologische uitrustingen voor |
panoramische radiologie (OPG) | panoramische radiologie (OPG) |
Afdeling I. - Buisspanning | Afdeling I. - Buisspanning |
Art. 27.kV-golfvorm functie |
Art. 27.kV-golfvorm functie |
Er wordt een kV-golfvorm functie opgenomen met de kV-meter. De | Er wordt een kV-golfvorm functie opgenomen met de kV-meter. De |
resultaten worden vergeleken met de resultaten bekomen bij de | resultaten worden vergeleken met de resultaten bekomen bij de |
acceptatietest. Mogelijke oorzaken van significante verschillen moeten | acceptatietest. Mogelijke oorzaken van significante verschillen moeten |
besproken worden in het verslag als bedoeld in artikel 55 van het | besproken worden in het verslag als bedoeld in artikel 55 van het |
besluit medische blootstellingen. | besluit medische blootstellingen. |
Art. 28.Bereik van de buisspanning |
Art. 28.Bereik van de buisspanning |
Het bereik van de buisspanning mag niet kleiner zijn dan 60 kVp en | Het bereik van de buisspanning mag niet kleiner zijn dan 60 kVp en |
niet groter dan 125 kVp. | niet groter dan 125 kVp. |
Art. 29.Nauwkeurigheid van de buisspanning |
Art. 29.Nauwkeurigheid van de buisspanning |
§ 1. De buisspanning wordt gemeten en genoteerd voor ingestelde | § 1. De buisspanning wordt gemeten en genoteerd voor ingestelde |
waarden tussen de minimaal en maximaal instelbare kV, met intervallen | waarden tussen de minimaal en maximaal instelbare kV, met intervallen |
van ongeveer 10 kV. Er wordt gewerkt bij een vaste, klinisch relevante | van ongeveer 10 kV. Er wordt gewerkt bij een vaste, klinisch relevante |
buisstroom. | buisstroom. |
§ 2. De maximale afwijking tussen de ingestelde waarde en de gemeten | § 2. De maximale afwijking tussen de ingestelde waarde en de gemeten |
waarde is kleiner dan 10%. | waarde is kleiner dan 10%. |
Art. 30.Variatie met de buisstroom |
Art. 30.Variatie met de buisstroom |
§ 1. De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten | § 1. De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten |
kV-waarden is kleiner dan 10%, bij klinisch relevante waarden van | kV-waarden is kleiner dan 10%, bij klinisch relevante waarden van |
buisstroom. | buisstroom. |
§ 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan | § 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan |
variëren. | variëren. |
Art. 31.Reproduceerbaarheid van de buisspanning |
Art. 31.Reproduceerbaarheid van de buisspanning |
De maximale afwijking van de buisspanning, gemeten bij tenminste vier | De maximale afwijking van de buisspanning, gemeten bij tenminste vier |
opeenvolgende opnamen is kleiner dan 5%. Er wordt gewerkt bij een | opeenvolgende opnamen is kleiner dan 5%. Er wordt gewerkt bij een |
klinisch relevante buisspanning en waarde van buisstroom. | klinisch relevante buisspanning en waarde van buisstroom. |
Afdeling II. - Filtering | Afdeling II. - Filtering |
Art. 32.HVL |
Art. 32.HVL |
§ 1. De detector wordt ter hoogte van de collimatiegleuf in het | § 1. De detector wordt ter hoogte van de collimatiegleuf in het |
centrum van het stralingsveld geplaatst. Er wordt gewerkt bij een | centrum van het stralingsveld geplaatst. Er wordt gewerkt bij een |
klinisch relevante buisspanning en waarde van buisstroom. | klinisch relevante buisspanning en waarde van buisstroom. |
§ 2. De gemeten HVL-waarde is groter of gelijk aan: | § 2. De gemeten HVL-waarde is groter of gelijk aan: |
1° 1,6 mm Al voor een gemeten buisspanning groter of gelijk aan 60 kV | 1° 1,6 mm Al voor een gemeten buisspanning groter of gelijk aan 60 kV |
en kleiner of gelijk aan 62 kV; | en kleiner of gelijk aan 62 kV; |
2° 1,9 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 62 kV en kleiner | 2° 1,9 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 62 kV en kleiner |
of gelijk aan 68 kV; | of gelijk aan 68 kV; |
3° 2,1 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 68 kV en kleiner | 3° 2,1 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 68 kV en kleiner |
of gelijk aan 80 kV; | of gelijk aan 80 kV; |
4° 2,3 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 80 kV en kleiner | 4° 2,3 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 80 kV en kleiner |
of gelijk aan 90 kV; | of gelijk aan 90 kV; |
5° 2,5 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 90 kV en kleiner | 5° 2,5 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 90 kV en kleiner |
of gelijk aan 100 kV; | of gelijk aan 100 kV; |
6° 2,7 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 100 kV en | 6° 2,7 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 100 kV en |
kleiner of gelijk aan 110 kV; | kleiner of gelijk aan 110 kV; |
7° 3,0 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 110 kV en | 7° 3,0 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 110 kV en |
kleiner of gelijk aan 120 kV; | kleiner of gelijk aan 120 kV; |
8° 3,2 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 120 kV en | 8° 3,2 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 120 kV en |
kleiner of gelijk aan 125 kV. | kleiner of gelijk aan 125 kV. |
Afdeling III. - Tijdsinstelling | Afdeling III. - Tijdsinstelling |
Art. 33.Reproduceerbaarheid van de tijdsinstelling |
Art. 33.Reproduceerbaarheid van de tijdsinstelling |
De maximale afwijking, gemeten met tenminste vier opeenvolgende | De maximale afwijking, gemeten met tenminste vier opeenvolgende |
opnamen is kleiner dan 10%. | opnamen is kleiner dan 10%. |
Afdeling IV. - Buisrendement | Afdeling IV. - Buisrendement |
Art. 34.Grootte van het buisrendement |
Art. 34.Grootte van het buisrendement |
Bij een buisspanning tussen 70 kV en 80 kV is het buisrendement op 1 m | Bij een buisspanning tussen 70 kV en 80 kV is het buisrendement op 1 m |
van de focus groter dan 25 µGy/mAs, bij een klinisch relevante waarde | van de focus groter dan 25 µGy/mAs, bij een klinisch relevante waarde |
van buisspanning, buisstroom en opnametijd. | van buisspanning, buisstroom en opnametijd. |
Art. 35.Korte termijn reproduceerbaarheid van het buisrendement |
Art. 35.Korte termijn reproduceerbaarheid van het buisrendement |
De maximale afwijking op de korte termijn reproduceerbaarheid, gemeten | De maximale afwijking op de korte termijn reproduceerbaarheid, gemeten |
bij tenminste 4 opeenvolgende opnamen is kleiner dan 10 %. | bij tenminste 4 opeenvolgende opnamen is kleiner dan 10 %. |
Art. 36.Buisrendement in functie van het CTP |
Art. 36.Buisrendement in functie van het CTP |
§ 1. De variatie van het buisrendement in functie van het CTP is | § 1. De variatie van het buisrendement in functie van het CTP is |
kleiner dan 20%. | kleiner dan 20%. |
§ 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de opnametijd kan | § 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de opnametijd kan |
variëren. | variëren. |
Art. 37.Buisrendement in functie van de buisstroom |
Art. 37.Buisrendement in functie van de buisstroom |
De variatie van het buisrendement in functie van de buisstroom is | De variatie van het buisrendement in functie van de buisstroom is |
kleiner dan 15%. | kleiner dan 15%. |
Afdeling V. - Dosimetrie | Afdeling V. - Dosimetrie |
Art. 38.Meting van de dosis |
Art. 38.Meting van de dosis |
§ 1. De meetprocedure omvat de registratie van alle klinische | § 1. De meetprocedure omvat de registratie van alle klinische |
protocollen. | protocollen. |
§ 2. De dosiswaarden van de klinisch ingestelde programma's worden | § 2. De dosiswaarden van de klinisch ingestelde programma's worden |
geverifieerd, waarbij: | geverifieerd, waarbij: |
1° de dosiswaarden voor hoge-dosis programma's groter zijn dan de | 1° de dosiswaarden voor hoge-dosis programma's groter zijn dan de |
dosiswaarden voor de lage-dosis programma's; | dosiswaarden voor de lage-dosis programma's; |
2° de dosiswaarden voor mannen groter zijn dan de dosiswaarden voor | 2° de dosiswaarden voor mannen groter zijn dan de dosiswaarden voor |
vrouwen, die groter zijn dan de dosiswaarden voor kinderen. | vrouwen, die groter zijn dan de dosiswaarden voor kinderen. |
§ 3. De dosissen worden opgevolgd in de tijd. | § 3. De dosissen worden opgevolgd in de tijd. |
§ 4. De DAP-waarde bedraagt maximum 100 mGy.cm2 voor een programma van | § 4. De DAP-waarde bedraagt maximum 100 mGy.cm2 voor een programma van |
een standaard volwassenen man. | een standaard volwassenen man. |
Afdeling VI. - Beeldkwaliteit | Afdeling VI. - Beeldkwaliteit |
Art. 39.Dynamisch bereik van de detector |
Art. 39.Dynamisch bereik van de detector |
Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij een opname bij | Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij een opname bij |
klinisch relevante instellingen. | klinisch relevante instellingen. |
Art. 40.Homogeniteit en artefacten van de detector |
Art. 40.Homogeniteit en artefacten van de detector |
§ 1. Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname gemaakt. | § 1. Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname gemaakt. |
Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van | Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van |
de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische | de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische |
diagnosestelling door de bevoegde practicus. Voor de analyse van de | diagnosestelling door de bevoegde practicus. Voor de analyse van de |
homogeniteit gebruikt men 1 tot 1,5 mm Cu. | homogeniteit gebruikt men 1 tot 1,5 mm Cu. |
§ 2. De analyses worden in de tijd opgevolgd. | § 2. De analyses worden in de tijd opgevolgd. |
Afdeling VII. - Bundelafmeting (collimatie) | Afdeling VII. - Bundelafmeting (collimatie) |
Art. 41.Bundelafmeting |
Art. 41.Bundelafmeting |
§ 1. Er wordt ter hoogte van de collimatiegleuf gemeten. Na het | § 1. Er wordt ter hoogte van de collimatiegleuf gemeten. Na het |
ontwikkelen meet men de breedte/hoogte van het bestraalde oppervlak en | ontwikkelen meet men de breedte/hoogte van het bestraalde oppervlak en |
vergelijkt men deze met deze van de collimatiegleuf. | vergelijkt men deze met deze van de collimatiegleuf. |
Bij de evaluatie van de bundelafmeting wordt een meetfout van 1 mm in | Bij de evaluatie van de bundelafmeting wordt een meetfout van 1 mm in |
rekening gebracht. | rekening gebracht. |
§ 2. De breedte van de x-stralenbundel is niet groter dan 5 mm. | § 2. De breedte van de x-stralenbundel is niet groter dan 5 mm. |
§ 3. Het stralingsveld valt binnen de afmetingen van de | § 3. Het stralingsveld valt binnen de afmetingen van de |
collimatiegleuf. Tevens controleert men of het stralingsveld niet | collimatiegleuf. Tevens controleert men of het stralingsveld niet |
schuin staat t.o.v. de collimatiegleuf. | schuin staat t.o.v. de collimatiegleuf. |
HOOFDSTUK V. - Criteria voor medisch-radiologische uitrusting voor | HOOFDSTUK V. - Criteria voor medisch-radiologische uitrusting voor |
cephalometrie | cephalometrie |
Afdeling I. - Buisspanning | Afdeling I. - Buisspanning |
Art. 42.kV-golfvorm functie |
Art. 42.kV-golfvorm functie |
Er wordt een kV-golfvorm functie opgenomen met de kV-meter. De | Er wordt een kV-golfvorm functie opgenomen met de kV-meter. De |
resultaten worden vergeleken met de resultaten bekomen bij de | resultaten worden vergeleken met de resultaten bekomen bij de |
acceptatietest. Mogelijke oorzaken van significante verschillen moeten | acceptatietest. Mogelijke oorzaken van significante verschillen moeten |
besproken worden in het verslag als bedoeld in artikel 55 van het | besproken worden in het verslag als bedoeld in artikel 55 van het |
besluit medische blootstellingen. | besluit medische blootstellingen. |
Art. 43.Bereik van de buisspanning |
Art. 43.Bereik van de buisspanning |
Het bereik van de buisspanning mag niet kleiner zijn dan 60 kVp en | Het bereik van de buisspanning mag niet kleiner zijn dan 60 kVp en |
niet groter dan 125 kVp. | niet groter dan 125 kVp. |
Art. 44.Nauwkeurigheid van de buisspanning |
Art. 44.Nauwkeurigheid van de buisspanning |
§ 1. De buisspanning wordt gemeten en genoteerd voor ingestelde | § 1. De buisspanning wordt gemeten en genoteerd voor ingestelde |
waarden tussen de minimaal en maximaal instelbare kV, met intervallen | waarden tussen de minimaal en maximaal instelbare kV, met intervallen |
van ongeveer 10 kV. Er wordt gewerkt bij een vaste, klinisch relevante | van ongeveer 10 kV. Er wordt gewerkt bij een vaste, klinisch relevante |
mA. | mA. |
§ 2. De maximale afwijking tussen de ingestelde waarde en de gemeten | § 2. De maximale afwijking tussen de ingestelde waarde en de gemeten |
waarde is kleiner dan 10%. | waarde is kleiner dan 10%. |
Art. 45.Variatie met de buisstroom |
Art. 45.Variatie met de buisstroom |
§ 1. De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten waarden | § 1. De variatie tussen de ingestelde kV-waarden en de gemeten waarden |
is kleiner dan 10%, bij klinisch relevante waarden van buisstroom. | is kleiner dan 10%, bij klinisch relevante waarden van buisstroom. |
§ 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan | § 2. Deze test wordt enkel uitgevoerd indien de buisstroom kan |
variëren. | variëren. |
Art. 46.Reproduceerbaarheid van de buisspanning |
Art. 46.Reproduceerbaarheid van de buisspanning |
De maximale afwijking van de buisspanning, gemeten bij tenminste vier | De maximale afwijking van de buisspanning, gemeten bij tenminste vier |
opeenvolgende opnamen is kleiner dan 5%. Er wordt gewerkt bij een | opeenvolgende opnamen is kleiner dan 5%. Er wordt gewerkt bij een |
klinisch relevante buisspanning en waarde van buisstroom. | klinisch relevante buisspanning en waarde van buisstroom. |
Afdeling II. - Filtering | Afdeling II. - Filtering |
Art. 47.HVL |
Art. 47.HVL |
§ 1. De detector wordt ter hoogte van de beeldreceptor in het centrum | § 1. De detector wordt ter hoogte van de beeldreceptor in het centrum |
van het stralingsveld geplaatst. Er wordt gewerkt bij een klinisch | van het stralingsveld geplaatst. Er wordt gewerkt bij een klinisch |
relevante buisspanning en waarde van buisstroom. | relevante buisspanning en waarde van buisstroom. |
§ 2. De gemeten HVL-waarde is groter of gelijk aan: | § 2. De gemeten HVL-waarde is groter of gelijk aan: |
1° 1,6 mm Al voor een gemeten buisspanning groter of gelijk aan 60 kV | 1° 1,6 mm Al voor een gemeten buisspanning groter of gelijk aan 60 kV |
en kleiner of gelijk aan 62 kV; | en kleiner of gelijk aan 62 kV; |
2° 1,9 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 62 kV en kleiner | 2° 1,9 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 62 kV en kleiner |
of gelijk aan 68 kV; | of gelijk aan 68 kV; |
3° 2,1 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 68 kV en kleiner | 3° 2,1 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 68 kV en kleiner |
of gelijk aan 80 kV; | of gelijk aan 80 kV; |
4° 2,3 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 80 kV en kleiner | 4° 2,3 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 80 kV en kleiner |
of gelijk aan 90 kV; | of gelijk aan 90 kV; |
5° 2,5 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 90 kV en kleiner | 5° 2,5 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 90 kV en kleiner |
of gelijk aan 100 kV; | of gelijk aan 100 kV; |
6° 2,7 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 100 kV en | 6° 2,7 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 100 kV en |
kleiner of gelijk aan 110 kV; | kleiner of gelijk aan 110 kV; |
7° 3,0 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 110 kV en | 7° 3,0 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 110 kV en |
kleiner of gelijk aan 120 kV; | kleiner of gelijk aan 120 kV; |
8° 3,2 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 120 kV en | 8° 3,2 mm Al voor een gemeten buisspanning groter dan 120 kV en |
kleiner of gelijk aan 125 kV. | kleiner of gelijk aan 125 kV. |
Afdeling III. - Tijdsinstelling | Afdeling III. - Tijdsinstelling |
Art. 48.Reproduceerbaarheid van de tijdsinstelling |
Art. 48.Reproduceerbaarheid van de tijdsinstelling |
De maximale afwijking, gemeten met tenminste vier opeenvolgende | De maximale afwijking, gemeten met tenminste vier opeenvolgende |
opnamen is kleiner dan 10%. | opnamen is kleiner dan 10%. |
Afdeling IV. - Buisrendement | Afdeling IV. - Buisrendement |
Art. 49.Grootte van het buisrendement |
Art. 49.Grootte van het buisrendement |
Bij een buisspanning tussen 70 kV en 80 kV is het buisrendement op 1 m | Bij een buisspanning tussen 70 kV en 80 kV is het buisrendement op 1 m |
van de focus groter dan 25 µGy/mAs, bij een klinisch relevante waarde | van de focus groter dan 25 µGy/mAs, bij een klinisch relevante waarde |
van buisspanning, buisstroom en opnametijd. | van buisspanning, buisstroom en opnametijd. |
Art. 50.Korte termijn reproduceerbaarheid van het buisrendement |
Art. 50.Korte termijn reproduceerbaarheid van het buisrendement |
De maximale afwijking op de korte termijn reproduceerbaarheid, gemeten | De maximale afwijking op de korte termijn reproduceerbaarheid, gemeten |
bij tenminste vier opeenvolgende opnamen is kleiner dan 10%. | bij tenminste vier opeenvolgende opnamen is kleiner dan 10%. |
Art. 51.Buisrendement in functie van het CTP |
Art. 51.Buisrendement in functie van het CTP |
De variatie van het buisrendement in functie van het CTP is kleiner | De variatie van het buisrendement in functie van het CTP is kleiner |
dan 20%. | dan 20%. |
Art. 52.Buisrendement in functie van de buisstroom |
Art. 52.Buisrendement in functie van de buisstroom |
De variatie van het buisrendement in functie van de buisstroom is | De variatie van het buisrendement in functie van de buisstroom is |
kleiner dan 15%. | kleiner dan 15%. |
Afdeling IV. - Dosimetrie | Afdeling IV. - Dosimetrie |
Art. 53.Meting van de dosis |
Art. 53.Meting van de dosis |
§ 1. De bundelafmetingen worden gemeten zoals beschreven in artikel | § 1. De bundelafmetingen worden gemeten zoals beschreven in artikel |
57. | 57. |
§ 2. De dosiswaarden van de klinisch ingestelde programma's worden | § 2. De dosiswaarden van de klinisch ingestelde programma's worden |
geverifieerd, waarbij: | geverifieerd, waarbij: |
1° de dosiswaarden voor hoge-dosis programma's groter zijn dan de | 1° de dosiswaarden voor hoge-dosis programma's groter zijn dan de |
dosiswaarden voor de lage-dosis programma's; | dosiswaarden voor de lage-dosis programma's; |
2° De dosiswaarden voor mannen groter zijn dan de dosiswaarden voor | 2° De dosiswaarden voor mannen groter zijn dan de dosiswaarden voor |
vrouwen, die groter zijn dan de dosiswaarden voor kinderen. | vrouwen, die groter zijn dan de dosiswaarden voor kinderen. |
§ 3. De dosissen worden opgevolgd in de tijd. | § 3. De dosissen worden opgevolgd in de tijd. |
§ 4. De DAP-waarde bedraagt maximum 40 mGy.cm2 voor een programma van | § 4. De DAP-waarde bedraagt maximum 40 mGy.cm2 voor een programma van |
een standaard volwassenen man. | een standaard volwassenen man. |
Afdeling V. - Beeldkwaliteit | Afdeling V. - Beeldkwaliteit |
Art. 54.Dynamisch bereik van de detector |
Art. 54.Dynamisch bereik van de detector |
Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij een opname bij | Alle stappen van het stappenfantoom zijn zichtbaar, bij een opname bij |
klinisch relevante instellingen. | klinisch relevante instellingen. |
Art. 55.Homogeniteit en artefacten van de detector |
Art. 55.Homogeniteit en artefacten van de detector |
§ 1. Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname gemaakt. | § 1. Er wordt bij klinisch relevante instellingen een opname gemaakt. |
Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van | Bij visuele analyse mogen er geen inhomogeniteiten of artefacten van |
de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische | de detector zichtbaar zijn die een impact hebben op de klinische |
diagnosestelling door de bevoegde practicus. Voor de analyse van de | diagnosestelling door de bevoegde practicus. Voor de analyse van de |
homogeniteit gebruikt men 1 tot 1,5 mm Cu. | homogeniteit gebruikt men 1 tot 1,5 mm Cu. |
§ 2. De analyses worden in de tijd opgevolgd. | § 2. De analyses worden in de tijd opgevolgd. |
Afdeling VI. - Afstand focus - beeldreceptor | Afdeling VI. - Afstand focus - beeldreceptor |
Art. 56.Afstand focus - beeldreceptor. |
Art. 56.Afstand focus - beeldreceptor. |
De afstand focus-beeldreceptor bedraagt minimaal 1 meter. | De afstand focus-beeldreceptor bedraagt minimaal 1 meter. |
Afdeling VII. - Bundelafmeting (collimatie) | Afdeling VII. - Bundelafmeting (collimatie) |
Art. 57.Bundelafmeting. |
Art. 57.Bundelafmeting. |
§ 1. Er wordt ter hoogte van de beeldreceptor gemeten, met een | § 1. Er wordt ter hoogte van de beeldreceptor gemeten, met een |
focus-beeldreceptor afstand zoals klinisch gebruikt, en de | focus-beeldreceptor afstand zoals klinisch gebruikt, en de |
x-stralenbundel loodrecht op het testobject. | x-stralenbundel loodrecht op het testobject. |
§ 2. Indien mogelijk, wordt er een verificatie van het | § 2. Indien mogelijk, wordt er een verificatie van het |
positioneringsysteem op het stralingsveld uitgevoerd. | positioneringsysteem op het stralingsveld uitgevoerd. |
§ 3. De veldgrootte ter hoogte van de detector is niet groter dan de | § 3. De veldgrootte ter hoogte van de detector is niet groter dan de |
detector. | detector. |
§ 4. Bij de evaluatie van de bundelafmeting wordt een meetfout van 5% | § 4. Bij de evaluatie van de bundelafmeting wordt een meetfout van 5% |
in rekening gebracht. | in rekening gebracht. |
HOOFDSTUK VI. -Slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. -Slotbepalingen |
Art. 58.Slotbepaling |
Art. 58.Slotbepaling |
Het besluit van 12 december 2008 houdende de aanvaardbaarheidscriteria | Het besluit van 12 december 2008 houdende de aanvaardbaarheidscriteria |
voor röntgenapparatuur voor diagnostisch gebruik in de tandheelkunde | voor röntgenapparatuur voor diagnostisch gebruik in de tandheelkunde |
wordt opgeheven. | wordt opgeheven. |
Art. 59.Inwerkingtreding |
Art. 59.Inwerkingtreding |
Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2020. | Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2020. |
Brussel, 19 februari 2020. | Brussel, 19 februari 2020. |
De Directeur-generaal, | De Directeur-generaal, |
F. HARDEMAN | F. HARDEMAN |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |