Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 28/12/2011
← Terug naar "Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op de invoering van bestuurlijke boetes "
Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op de invoering van bestuurlijke boetes Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op de invoering van bestuurlijke boetes
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER
28 DECEMBER 2011. - Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2006 28 DECEMBER 2011. - Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2006
betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op
de invoering van bestuurlijke boetes (1) de invoering van bestuurlijke boetes (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

78 van de Grondwet. 78 van de Grondwet.

Art. 2.Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn

Art. 2.Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn

2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004
inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging
van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van
vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG
van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit
en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur
alsmede inzake veiligheidscertificering, gewijzigd bij de Richtlijn alsmede inzake veiligheidscertificering, gewijzigd bij de Richtlijn
2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008, bij 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008, bij
de Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 de Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16
december 2008 en bij de Richtlijn 2009/149/EG van de Commissie van 27 december 2008 en bij de Richtlijn 2009/149/EG van de Commissie van 27
november 2009. november 2009.

Art. 3.Artikel 12 van de wet van 19 december 2006 betreffende de

Art. 3.Artikel 12 van de wet van 19 december 2006 betreffende de

exploitatieveiligheid van de spoorwegen, laatstelijk gewijzigd bij de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 januari 2010, wordt aangevuld met de bepaling onder 14°, wet van 26 januari 2010, wordt aangevuld met de bepaling onder 14°,
luidende : luidende :
« 14° het opleggen van bestuurlijke boetes. » « 14° het opleggen van bestuurlijke boetes. »

Art. 4.In dezelfde wet wordt een artikel 13/1 ingevoegd, luidende :

Art. 4.In dezelfde wet wordt een artikel 13/1 ingevoegd, luidende :

«

Art. 13/1.§ 1. De veiligheidsinstantie kan een bestuurlijke boete

«

Art. 13/1.§ 1. De veiligheidsinstantie kan een bestuurlijke boete

opleggen aan een spoorweg onderneming, aan de opleggen aan een spoorweg onderneming, aan de
spoorweginfrastructuurbeheerder en aan de houder, in geval van een spoorweginfrastructuurbeheerder en aan de houder, in geval van een
overtreding als bedoeld in artikel 59bis en 59ter. overtreding als bedoeld in artikel 59bis en 59ter.
§ 2. Een personeelslid bedoeld in artikel 58/1, § 1, stelt in geval § 2. Een personeelslid bedoeld in artikel 58/1, § 1, stelt in geval
van een in artikel 59/1 en artikel 59/2 bedoelde overtreding, een van een in artikel 59/1 en artikel 59/2 bedoelde overtreding, een
rapport op. rapport op.
De Koning bepaalt het model van legitimatiekaart die voorgelegd wordt De Koning bepaalt het model van legitimatiekaart die voorgelegd wordt
bij de toezichtstaken. bij de toezichtstaken.
Het rapport is gedagtekend en vermeldt minstens : Het rapport is gedagtekend en vermeldt minstens :
1° de naam van de vermoedelijke overtreder; 1° de naam van de vermoedelijke overtreder;
2° de overtreding; 2° de overtreding;
3° de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is 3° de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is
geconstateerd. geconstateerd.
Het rapport wordt onmiddellijk bezorgd aan de leiding van de Het rapport wordt onmiddellijk bezorgd aan de leiding van de
veiligheidsinstantie. veiligheidsinstantie.
Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de kennisgeving van Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de kennisgeving van
het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan de het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan de
vermoedelijke overtreder toegezonden. vermoedelijke overtreder toegezonden.
§ 3. De leiding brengt de vermoedelijke overtreder binnen vijftien § 3. De leiding brengt de vermoedelijke overtreder binnen vijftien
dagen na de dagtekening van het rapport op de hoogte van het voornemen dagen na de dagtekening van het rapport op de hoogte van het voornemen
om een bestuurlijke boete op te leggen. De leiding kan deze termijn om een bestuurlijke boete op te leggen. De leiding kan deze termijn
verlengen voor zover zij dit noodzakelijk acht met het oog op de verlengen voor zover zij dit noodzakelijk acht met het oog op de
uitoefening van de opdrachten en bevoegdheden van de uitoefening van de opdrachten en bevoegdheden van de
veiligheidsinstantie. Bovendien kan de leiding deze termijn verlengen veiligheidsinstantie. Bovendien kan de leiding deze termijn verlengen
indien zij de vermoedelijke overtreder een termijn toestaat om een indien zij de vermoedelijke overtreder een termijn toestaat om een
einde te maken aan de overtreding. einde te maken aan de overtreding.
De kennisgeving geschiedt bij aangetekende zending of op de door de De kennisgeving geschiedt bij aangetekende zending of op de door de
Koning bepaalde wijze en vermeldt op straffe van nietigheid het Koning bepaalde wijze en vermeldt op straffe van nietigheid het
overwogen bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete, alsook de overwogen bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete, alsook de
naam van de vermoedelijke overtreder. naam van de vermoedelijke overtreder.
Deze kennisgeving kan slechts handelen over feiten die niet langer dan Deze kennisgeving kan slechts handelen over feiten die niet langer dan
vijf jaar voor de dag van het versturen van de aangetekende zending vijf jaar voor de dag van het versturen van de aangetekende zending
begaan zouden zijn. begaan zouden zijn.
§ 4. De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een § 4. De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een
termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht
schriftelijk zijn verweer mee te delen. Indien de vermoedelijke schriftelijk zijn verweer mee te delen. Indien de vermoedelijke
overtreder geen zetel in België heeft, wordt deze termijn met vijftien overtreder geen zetel in België heeft, wordt deze termijn met vijftien
dagen verlengd. dagen verlengd.
Tevens wordt de vermoedelijke overtreder erop gewezen dat hij : Tevens wordt de vermoedelijke overtreder erop gewezen dat hij :
1° op verzoek de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van 1° op verzoek de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van
een bestuurlijke boete berust, kan inzien en er kopieën van kan een bestuurlijke boete berust, kan inzien en er kopieën van kan
krijgen; krijgen;
2° mondeling zijn schriftelijke verweer kan toelichten. De 2° mondeling zijn schriftelijke verweer kan toelichten. De
vermoedelijke overtreder richt daartoe aan de veiligheidsinstantie een vermoedelijke overtreder richt daartoe aan de veiligheidsinstantie een
schriftelijke aanvraag binnen dertig dagen na de ontvangst van de schriftelijke aanvraag binnen dertig dagen na de ontvangst van de
kennisgeving. kennisgeving.
De vermoedelijke overtreder kan zich laten bijstaan of De vermoedelijke overtreder kan zich laten bijstaan of
vertegenwoordigen door een advocaat en kan getuigen oproepen. vertegenwoordigen door een advocaat en kan getuigen oproepen.
Indien de vermoedelijke overtreder van oordeel is dat hij te weinig Indien de vermoedelijke overtreder van oordeel is dat hij te weinig
tijd heeft om zich te verdedigen, richt hij een met redenen omkleed tijd heeft om zich te verdedigen, richt hij een met redenen omkleed
verzoek aan de veiligheidsinstantie die binnen vijftien dagen hierover verzoek aan de veiligheidsinstantie die binnen vijftien dagen hierover
beslist. Indien de veiligheidsinstantie binnen vijfenveertig dagen beslist. Indien de veiligheidsinstantie binnen vijfenveertig dagen
hierover geen beslissing neemt, wordt het verzoek geacht ingewilligd hierover geen beslissing neemt, wordt het verzoek geacht ingewilligd
te zijn. De in § 6 bedoelde termijn wordt geschorst voor de duur van te zijn. De in § 6 bedoelde termijn wordt geschorst voor de duur van
de verlenging van de termijn bedoeld in dit lid. de verlenging van de termijn bedoeld in dit lid.
De veiligheidsinstantie stelt zich loyaal en onpartijdig op bij het De veiligheidsinstantie stelt zich loyaal en onpartijdig op bij het
verzamelen en meedelen van de bewijzen à charge en de bewijzen à verzamelen en meedelen van de bewijzen à charge en de bewijzen à
décharge. décharge.
§ 5. Als een bestuurlijke boete wordt opgelegd, wordt het bedrag ervan § 5. Als een bestuurlijke boete wordt opgelegd, wordt het bedrag ervan
afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de
overtreder wordt verweten. Tevens wordt rekening gehouden met de overtreder wordt verweten. Tevens wordt rekening gehouden met de
frequentie en de omstandigheden waarin de vermoedelijke overtreder de frequentie en de omstandigheden waarin de vermoedelijke overtreder de
overtreding heeft gepleegd. overtreding heeft gepleegd.
Indien op het moment van de beslissing tot het opleggen van een Indien op het moment van de beslissing tot het opleggen van een
bestuurlijke boete de feiten geen overtreding, zoals bedoeld in bestuurlijke boete de feiten geen overtreding, zoals bedoeld in
artikel 59/1 en 59/2, meer uitmaken, wordt geen bestuurlijke boete artikel 59/1 en 59/2, meer uitmaken, wordt geen bestuurlijke boete
opgelegd. opgelegd.
De §§ 3 en 4 zijn van toepassing in geval van het in artikel 14/5 De §§ 3 en 4 zijn van toepassing in geval van het in artikel 14/5
bedoelde hoger beroep. bedoelde hoger beroep.
§ 6. De bevoegdheid van de veiligheidsinstantie tot het opleggen van § 6. De bevoegdheid van de veiligheidsinstantie tot het opleggen van
een bestuurlijke boete vervalt twee jaar nadat de veiligheidsinstantie een bestuurlijke boete vervalt twee jaar nadat de veiligheidsinstantie
de in § 3 bedoelde kennisgeving heeft verzonden. de in § 3 bedoelde kennisgeving heeft verzonden.

Art. 5.Artikel 14/6 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26

Art. 5.Artikel 14/6 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26

januari 2010, wordt aangevuld met een lid, luidende : januari 2010, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« In afwijking van het derde lid, heeft het hoger beroep tegen een « In afwijking van het derde lid, heeft het hoger beroep tegen een
beslissing bedoeld in artikel 12, 14°, schorsende werking. » beslissing bedoeld in artikel 12, 14°, schorsende werking. »

Art. 6.In hoofdstuk 1 van Titel III van dezelfde wet wordt een

Art. 6.In hoofdstuk 1 van Titel III van dezelfde wet wordt een

artikel 58/1 ingevoegd, luidende : artikel 58/1 ingevoegd, luidende :
«

Art. 58/1.§ 1. De Koning wijst de personeelsleden van de

«

Art. 58/1.§ 1. De Koning wijst de personeelsleden van de

veiligheidsinstantie aan die belast zijn met het toezicht op de veiligheidsinstantie aan die belast zijn met het toezicht op de
naleving van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten. naleving van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten.
Zij kunnen : Zij kunnen :
1° zich op elk moment, en zonder voorafgaande verwittiging, vrije 1° zich op elk moment, en zonder voorafgaande verwittiging, vrije
toegang verschaffen tot al het rollend materieel of materieel bestemd toegang verschaffen tot al het rollend materieel of materieel bestemd
om te rijden op de infrastructuur; om te rijden op de infrastructuur;
2° alle vaststellingen doen, informatie inzamelen, verklaringen 2° alle vaststellingen doen, informatie inzamelen, verklaringen
opnemen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen doen vertonen opnemen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen doen vertonen
en die in beslag nemen welke nodig zijn bij het toezicht of nodig zijn en die in beslag nemen welke nodig zijn bij het toezicht of nodig zijn
om aan de overtreding een einde te maken. om aan de overtreding een einde te maken.
Zij maken van hun toezichtrechten alleen gebruik voor zover dat Zij maken van hun toezichtrechten alleen gebruik voor zover dat
redelijkerwijs nuttig wordt geacht voor de vervulling van hun redelijkerwijs nuttig wordt geacht voor de vervulling van hun
toezichtopdrachten. toezichtopdrachten.
Zij kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de Zij kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de
openbare macht. openbare macht.
§ 2. Ze hebben het recht op toegang : § 2. Ze hebben het recht op toegang :
1° in de woning van de ondernemingsleiders, bestuurders, zaakvoerders, 1° in de woning van de ondernemingsleiders, bestuurders, zaakvoerders,
directeurs en andere personeelsleden van de betrokken onderneming directeurs en andere personeelsleden van de betrokken onderneming
alsook in de woning en de lokalen die gebruikt worden voor alsook in de woning en de lokalen die gebruikt worden voor
professionele doeleinden van natuurlijke en rechtspersonen, intern of professionele doeleinden van natuurlijke en rechtspersonen, intern of
extern, belast met het commercieel, rekenplichtig, administratief, extern, belast met het commercieel, rekenplichtig, administratief,
fiscaal en financieel beheer van die onderneming; fiscaal en financieel beheer van die onderneming;
2° in de hoofd- of de exploitatiezetel van de betrokken onderneming. 2° in de hoofd- of de exploitatiezetel van de betrokken onderneming.
Toegang tot de in het eerste lid bedoelde plaatsen kan slechts onder Toegang tot de in het eerste lid bedoelde plaatsen kan slechts onder
de volgende voorwaarden : de volgende voorwaarden :
1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming gekregen van 1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming gekregen van
de bewoner; de bewoner;
2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de 2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de
onderzoeksrechter. In dat geval kunnen ze de woning en de bewoonde onderzoeksrechter. In dat geval kunnen ze de woning en de bewoonde
lokalen slechts betreden tussen 8 en 18 uur. lokalen slechts betreden tussen 8 en 18 uur.
§ 3. De in § 1 bedoelde personeelsleden zijn onderworpen aan het § 3. De in § 1 bedoelde personeelsleden zijn onderworpen aan het
beroepsgeheim wat betreft de verkregen informatie bij de uitoefening beroepsgeheim wat betreft de verkregen informatie bij de uitoefening
van hun toezichtopdrachten. » van hun toezichtopdrachten. »

Art. 7.Artikel 59 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 7.Artikel 59 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

«

Art. 59.Onverminderd artikel 43, derde lid, worden de inbreuken op

«

Art. 59.Onverminderd artikel 43, derde lid, worden de inbreuken op

deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten, het niet naleven van een deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten, het niet naleven van een
beslissing van de veiligheidsinstantie, het hinderen van beslissing van de veiligheidsinstantie, het hinderen van
vaststellingen en onderzoeken van de veiligheidsinstantie, evenals de vaststellingen en onderzoeken van de veiligheidsinstantie, evenals de
belemmering van de activiteiten van het onderzoeksorgaan, bestraft met belemmering van de activiteiten van het onderzoeksorgaan, bestraft met
gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van
zesentwintig euro tot duizend vijfhonderd euro of met een van deze zesentwintig euro tot duizend vijfhonderd euro of met een van deze
straffen alleen. straffen alleen.
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn van toepassing op De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn van toepassing op
de in het eerste lid bedoelde misdrijven. de in het eerste lid bedoelde misdrijven.
Het eerste lid is niet van toepassing op de spoorwegonderneming, de Het eerste lid is niet van toepassing op de spoorwegonderneming, de
infrastructuurbeheerder en de houder, die een inbreuk begaat die in infrastructuurbeheerder en de houder, die een inbreuk begaat die in
artikel 59/1 bestraft wordt met een bestuurlijke boete. artikel 59/1 bestraft wordt met een bestuurlijke boete.
Het eerste lid is niet van toepassing op de spoorwegonderneming, de Het eerste lid is niet van toepassing op de spoorwegonderneming, de
infrastructuurbeheerder en de houder, die een inbreuk begaat op een infrastructuurbeheerder en de houder, die een inbreuk begaat op een
uitvoeringsbesluit van deze wet die in toepassing van artikel 59/2, uitvoeringsbesluit van deze wet die in toepassing van artikel 59/2,
bestraft wordt met een bestuurlijke boete. » bestraft wordt met een bestuurlijke boete. »

Art. 8.In Titel III van dezelfde wet wordt een hoofdstuk III

Art. 8.In Titel III van dezelfde wet wordt een hoofdstuk III

ingevoegd dat de artikelen 59/1, 59/2 en 59/3 bevat, luidende : ingevoegd dat de artikelen 59/1, 59/2 en 59/3 bevat, luidende :
« Hoofdstuk III. Bestuurlijke boetes « Hoofdstuk III. Bestuurlijke boetes

Art. 59/1.De volgende overtredingen van deze wet worden bestraft met

Art. 59/1.De volgende overtredingen van deze wet worden bestraft met

een bestuurlijke boete : een bestuurlijke boete :
1° de inbreuk op artikel 6, § 3 wordt bestraft met een bestuurlijke 1° de inbreuk op artikel 6, § 3 wordt bestraft met een bestuurlijke
boete van 2.000 tot 4.000 euro; boete van 2.000 tot 4.000 euro;
2° de inbreuk op artikel 6, § 4 wordt bestraft met een bestuurlijke 2° de inbreuk op artikel 6, § 4 wordt bestraft met een bestuurlijke
boete van 2.000 tot 4.000 euro; boete van 2.000 tot 4.000 euro;
3° de inbreuk op artikel 8 wordt bestraft met een bestuurlijke boete 3° de inbreuk op artikel 8 wordt bestraft met een bestuurlijke boete
van 1.000 tot 2.000 euro; van 1.000 tot 2.000 euro;
4° de inbreuk op artikel 9 wordt bestraft met een bestuurlijke boete 4° de inbreuk op artikel 9 wordt bestraft met een bestuurlijke boete
van 2.000 tot 4.000 euro; van 2.000 tot 4.000 euro;
5° het niet nakomen door de spoorwegonderneming of de 5° het niet nakomen door de spoorwegonderneming of de
spoorweginfrastructuurbeheerder van de in artikel 13 bedoelde spoorweginfrastructuurbeheerder van de in artikel 13 bedoelde
maatregelen wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 tot maatregelen wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 tot
8.000 euro; 8.000 euro;
6° het niet bieden van de in artikel 14, derde lid, bedoelde 6° het niet bieden van de in artikel 14, derde lid, bedoelde
technische bijstand wordt bestraft met een bestuurlijke boete van technische bijstand wordt bestraft met een bestuurlijke boete van
1.000 tot 2.000 euro; 1.000 tot 2.000 euro;
7° de inbreuk op artikel 16 wordt bestraft met een bestuurlijke boete 7° de inbreuk op artikel 16 wordt bestraft met een bestuurlijke boete
van 4.000 tot 8.000 euro; van 4.000 tot 8.000 euro;
8° de inbreuk op artikel 17 wordt bestraft met een bestuurlijke boete 8° de inbreuk op artikel 17 wordt bestraft met een bestuurlijke boete
van 4.000 tot 8.000 euro; van 4.000 tot 8.000 euro;
9° de inbreuk op artikel 18, eerste zin, wordt bestraft met een 9° de inbreuk op artikel 18, eerste zin, wordt bestraft met een
bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro; bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro;
10° de inbreuk op artikel 18, tweede zin, wordt bestraft met een 10° de inbreuk op artikel 18, tweede zin, wordt bestraft met een
bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro; bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro;
11° het niet tijdig indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag 11° het niet tijdig indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag
wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro; wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro;
12° het niet indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag wordt 12° het niet indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag wordt
bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro;
13° het onvolledig indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag 13° het onvolledig indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag
wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 20 tot 4.000 euro; wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 20 tot 4.000 euro;
14° het niet nakomen van de in artikel 20 vermelde verplichtingen, 14° het niet nakomen van de in artikel 20 vermelde verplichtingen,
wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro; wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro;
15° het niet onverwijld in kennis stellen van de in artikel 24 15° het niet onverwijld in kennis stellen van de in artikel 24
bedoelde ingrijpende wijzigingen, wordt bestraft met een bestuurlijke bedoelde ingrijpende wijzigingen, wordt bestraft met een bestuurlijke
boete van 1.000 tot 2.000 euro; boete van 1.000 tot 2.000 euro;
16° de inbreuk op artikel 30, tweede lid, wordt bestraft met een 16° de inbreuk op artikel 30, tweede lid, wordt bestraft met een
bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro; bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro;
17° het niet nakomen van de in artikel 37/15 bedoelde verplichtingen 17° het niet nakomen van de in artikel 37/15 bedoelde verplichtingen
aangaande de geldigheid van de vergunning van de treinbestuurder wordt aangaande de geldigheid van de vergunning van de treinbestuurder wordt
bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro;
18° de inbreuk op artikel 37/4, eerste lid, wordt bestraft met een 18° de inbreuk op artikel 37/4, eerste lid, wordt bestraft met een
bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro per treinbestuurder; bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro per treinbestuurder;
19° tenzij er uitzonderingen voorzien zijn door de wet, wordt het niet 19° tenzij er uitzonderingen voorzien zijn door de wet, wordt het niet
nakomen van de in artikel 37/15 bedoelde verplichtingen aangaande de nakomen van de in artikel 37/15 bedoelde verplichtingen aangaande de
bevoegdheidsbewijzen van de treinbestuurders, zowel op het gebied van bevoegdheidsbewijzen van de treinbestuurders, zowel op het gebied van
de infrastructuur, het materieel als de taalkennis, bestraft met een de infrastructuur, het materieel als de taalkennis, bestraft met een
bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro;
20° de inbreuk op artikel 37/9 wordt bestraft met een bestuurlijke 20° de inbreuk op artikel 37/9 wordt bestraft met een bestuurlijke
boete van 500 tot 1.000 euro; boete van 500 tot 1.000 euro;
21° de inbreuk op artikel 37/10, derde lid, wordt bestraft met een 21° de inbreuk op artikel 37/10, derde lid, wordt bestraft met een
bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro; bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro;
22° de inbreuk op artikel 37/11 wordt bestraft met een bestuurlijke 22° de inbreuk op artikel 37/11 wordt bestraft met een bestuurlijke
boete van 1.000 tot 2.000 euro; boete van 1.000 tot 2.000 euro;
23° de inbreuk op artikel 37/13 wordt bestraft met een bestuurlijke 23° de inbreuk op artikel 37/13 wordt bestraft met een bestuurlijke
boete van 2.000 tot 4.000 euro; boete van 2.000 tot 4.000 euro;
24° de inbreuk op artikel 37/14 wordt bestraft met een bestuurlijke 24° de inbreuk op artikel 37/14 wordt bestraft met een bestuurlijke
boete van 1.000 tot 2.000 euro; boete van 1.000 tot 2.000 euro;
25° de inbreuk op artikel 37/20, derde lid, wordt bestraft met een 25° de inbreuk op artikel 37/20, derde lid, wordt bestraft met een
bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro; bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro;
26° het niet verifiëren dat de begeleider over een in artikel 37/23, § 26° het niet verifiëren dat de begeleider over een in artikel 37/23, §
1, eerste lid, bedoeld attest beschikt alvorens hem toe te staan om de 1, eerste lid, bedoeld attest beschikt alvorens hem toe te staan om de
in hetzelfde artikel bedoelde cruciale taken te verrichten, wordt in hetzelfde artikel bedoelde cruciale taken te verrichten, wordt
bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro;
27° het door de houder in overtreding van artikel 38 niet laten 27° het door de houder in overtreding van artikel 38 niet laten
inschrijven van een voertuig in het NVR, met de naam van de met het inschrijven van een voertuig in het NVR, met de naam van de met het
onderhoud belaste entiteit, wordt bestraft met een bestuurlijke boete onderhoud belaste entiteit, wordt bestraft met een bestuurlijke boete
van 1.000 tot 2.000 euro; van 1.000 tot 2.000 euro;
28° het niet of niet tijdig meedelen aan de veiligheidsinstantie van 28° het niet of niet tijdig meedelen aan de veiligheidsinstantie van
de noodzakelijke aanpassingen aan de in artikel 38 bedoelde NVR, wordt de noodzakelijke aanpassingen aan de in artikel 38 bedoelde NVR, wordt
bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro; bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro;
29° het niet respecteren door de met het onderhoud belaste entiteit 29° het niet respecteren door de met het onderhoud belaste entiteit
van de in artikel 39 tot 42/1 voorgeschreven regels betreffende de van de in artikel 39 tot 42/1 voorgeschreven regels betreffende de
certificering, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 tot certificering, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 tot
8.000 euro; 8.000 euro;
30° het hinderen van het onderzoeksorgaan bij de in artikel 46 30° het hinderen van het onderzoeksorgaan bij de in artikel 46
vermelde bevoegdheden, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van vermelde bevoegdheden, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van
4.000 tot 8.000 euro; 4.000 tot 8.000 euro;
31° het niet binnen de toegestane tijd antwoorden op een auditrapport, 31° het niet binnen de toegestane tijd antwoorden op een auditrapport,
inspectieverslag of toezichtsverslag met betrekking tot de in artikel inspectieverslag of toezichtsverslag met betrekking tot de in artikel
6 bedoelde veiligheidsvoorschriften of met betrekking tot een 6 bedoelde veiligheidsvoorschriften of met betrekking tot een
veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat wordt bestraft met veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat wordt bestraft met
een bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro; een bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro;
32° het niet binnen de toegestane tijd invoeren van maatregelen tot 32° het niet binnen de toegestane tijd invoeren van maatregelen tot
verbetering, naar aanleiding van een auditrapport, een verbetering, naar aanleiding van een auditrapport, een
inspectieverslag of een toezichtsverslag met betrekking tot de in inspectieverslag of een toezichtsverslag met betrekking tot de in
artikel 6 bedoelde veiligheidsvoorschriften of met betrekking tot een artikel 6 bedoelde veiligheidsvoorschriften of met betrekking tot een
veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat wordt bestraft met veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat wordt bestraft met
een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro;
33° het meer dan twee keer per jaar ofwel de waarden « onmiddellijke 33° het meer dan twee keer per jaar ofwel de waarden « onmiddellijke
tussenkomst » van de veiligheidstoleranties van het spoor, tussenkomst » van de veiligheidstoleranties van het spoor,
overeenkomstig de basisparameters veiligheid in de TSI Infrastructuur, overeenkomstig de basisparameters veiligheid in de TSI Infrastructuur,
overschrijden, ofwel de veiligheidsprocedures omschreven in de TSI overschrijden, ofwel de veiligheidsprocedures omschreven in de TSI
Besturing en Seingeving niet eerbiedigen, wordt bestraft met een Besturing en Seingeving niet eerbiedigen, wordt bestraft met een
bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro;
34° het niet of niet tijdig betalen van de in de artikelen 14/1, 14/2, 34° het niet of niet tijdig betalen van de in de artikelen 14/1, 14/2,
14/4, 33, 33/1, 33/2 bedoelde bijdrage wordt bestraft met een 14/4, 33, 33/1, 33/2 bedoelde bijdrage wordt bestraft met een
bestuurlijke boete van 20 tot 500 euro. bestuurlijke boete van 20 tot 500 euro.
De in het vorige lid vermelde overtredingen kunnen ook uit De in het vorige lid vermelde overtredingen kunnen ook uit
onachtzaamheid of gebrek aan voorzorg worden begaan. onachtzaamheid of gebrek aan voorzorg worden begaan.

Art. 59/2.§ 1. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na

Art. 59/2.§ 1. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na

overleg in de Ministerraad de overtredingen van de ter uitvoering van overleg in de Ministerraad de overtredingen van de ter uitvoering van
deze wet genomen besluiten die met een bestuurlijke boete worden deze wet genomen besluiten die met een bestuurlijke boete worden
bestraft. bestraft.
Er zijn overtredingen van drie graden. Er zijn overtredingen van drie graden.
De overtredingen kunnen ook uit onachtzaamheid of gebrek aan voorzorg De overtredingen kunnen ook uit onachtzaamheid of gebrek aan voorzorg
worden begaan. worden begaan.
§ 2. De overtredingen van de eerste graad betreffen de feiten en § 2. De overtredingen van de eerste graad betreffen de feiten en
gedragingen die geen impact hebben op de veiligheid van personen en gedragingen die geen impact hebben op de veiligheid van personen en
die de werking van de veiligheidsinstantie of het onderzoeksorgaan die de werking van de veiligheidsinstantie of het onderzoeksorgaan
niet ernstig belemmeren. niet ernstig belemmeren.
De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een
bestuurlijke boete van 50 tot 1.000 euro. bestuurlijke boete van 50 tot 1.000 euro.
§ 3. De overtredingen van de tweede graad betreffen de feiten en § 3. De overtredingen van de tweede graad betreffen de feiten en
gedragingen, die een directe of indirecte impact hebben op veiligheid gedragingen, die een directe of indirecte impact hebben op veiligheid
van personen, of die de werking van de veiligheidsinstantie of het van personen, of die de werking van de veiligheidsinstantie of het
onderzoeksorgaan ernstig belemmeren. onderzoeksorgaan ernstig belemmeren.
De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een
bestuurlijke boete van 100 tot 2.000 euro. bestuurlijke boete van 100 tot 2.000 euro.
§ 4. De overtredingen van de derde graad betreffen de feiten en § 4. De overtredingen van de derde graad betreffen de feiten en
gedragingen die van dien aard zijn dat ze een ongeval of een ernstig gedragingen die van dien aard zijn dat ze een ongeval of een ernstig
ongeval kunnen veroorzaken. ongeval kunnen veroorzaken.
De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een
bestuurlijke boete van 400 tot 8.000 euro. bestuurlijke boete van 400 tot 8.000 euro.
§ 5. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de § 5. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad binnen de in §§ 2 tot 4 voorziene minimum- en Ministerraad binnen de in §§ 2 tot 4 voorziene minimum- en
maximumbedragen een bedrag of een minimum- en maximumbedrag bepalen maximumbedragen een bedrag of een minimum- en maximumbedrag bepalen
voor een met een bestuurlijke boete bestrafbare gedraging. voor een met een bestuurlijke boete bestrafbare gedraging.
Bij het bepalen van de graad en de strafmaat houdt de Koning rekening Bij het bepalen van de graad en de strafmaat houdt de Koning rekening
met de ernst van de strafbare feiten en de evenredigheid ervan met de met de ernst van de strafbare feiten en de evenredigheid ervan met de
bestuurlijke boete. bestuurlijke boete.

Art. 59/3.§ 1. In geval van verzachtende omstandigheden, kan de

Art. 59/3.§ 1. In geval van verzachtende omstandigheden, kan de

bestuurlijke boete verminderd worden zonder lager te zijn dan bestuurlijke boete verminderd worden zonder lager te zijn dan
1° 50 euro voor de overtredingen van de eerste graad; 1° 50 euro voor de overtredingen van de eerste graad;
2° 100 euro voor de overtredingen van de tweede graad; 2° 100 euro voor de overtredingen van de tweede graad;
3° 200 euro voor de overtredingen van de derde graad; 3° 200 euro voor de overtredingen van de derde graad;
4° de helft van het minimale bedrag van de in artikel 59/1 vermelde 4° de helft van het minimale bedrag van de in artikel 59/1 vermelde
bedragen. bedragen.
§ 2. Bij samenloop van verscheidene overtredingen bedoeld in artikel § 2. Bij samenloop van verscheidene overtredingen bedoeld in artikel
59/1 en 59/2 worden alle bestuurlijke boetes samen opgelegd, zonder 59/1 en 59/2 worden alle bestuurlijke boetes samen opgelegd, zonder
dat ze evenwel het dubbele van het maximum van de zwaarste dat ze evenwel het dubbele van het maximum van de zwaarste
bestuurlijke boete te boven mogen gaan. bestuurlijke boete te boven mogen gaan.
§ 3. De veiligheidsinstantie kan in zijn beslissing tot het opleggen § 3. De veiligheidsinstantie kan in zijn beslissing tot het opleggen
van een bestuurlijke boete bepalen dat indien de overtreder binnen een van een bestuurlijke boete bepalen dat indien de overtreder binnen een
termijn van een jaar geen overtreding meer begaat, de bestuurlijke termijn van een jaar geen overtreding meer begaat, de bestuurlijke
boete vervalt. boete vervalt.
§ 4. De §§ 1 tot 3 zijn volledig van toepassing op het in artikel 14/5 § 4. De §§ 1 tot 3 zijn volledig van toepassing op het in artikel 14/5
bedoelde hoger beroep. bedoelde hoger beroep.
§ 5. Indien de overtreder een jaar nadat een beslissing van de § 5. Indien de overtreder een jaar nadat een beslissing van de
veiligheidsinstantie tot het opleggen van een bestuurlijke boete veiligheidsinstantie tot het opleggen van een bestuurlijke boete
definitief is geworden of een jaar nadat het arrest inzake het hoger definitief is geworden of een jaar nadat het arrest inzake het hoger
beroep tegen deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, een beroep tegen deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, een
bestuurlijke boete bedoeld in artikel 59/1 en artikel 59/2 wordt bestuurlijke boete bedoeld in artikel 59/1 en artikel 59/2 wordt
opgelegd, worden de minimumbedragen bedoeld in § 1, in artikel 59/1 en opgelegd, worden de minimumbedragen bedoeld in § 1, in artikel 59/1 en
in artikel 59/2, §§ 2 tot 4, verdubbeld. in artikel 59/2, §§ 2 tot 4, verdubbeld.
§ 6. Er kan geen bestuurlijke boete worden opgelegd indien : § 6. Er kan geen bestuurlijke boete worden opgelegd indien :
1° door de strafrechter voor het feit in kwestie al eerder een straf 1° door de strafrechter voor het feit in kwestie al eerder een straf
werd opgelegd; werd opgelegd;
2° het feit in kwestie eerder al geleid heeft tot een vrijspraak, een 2° het feit in kwestie eerder al geleid heeft tot een vrijspraak, een
eenvoudige schuldigverklaring zonder straf, een opschorting van de eenvoudige schuldigverklaring zonder straf, een opschorting van de
uitspraak van de veroordeling of een minnelijke schikking bedoeld in uitspraak van de veroordeling of een minnelijke schikking bedoeld in
artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering. artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering.
§ 7. Indien de vermoedelijke overtreder strafrechtelijk vervolgd wordt § 7. Indien de vermoedelijke overtreder strafrechtelijk vervolgd wordt
voor feiten die onlosmakelijk samenhangen met het feit waarvoor de voor feiten die onlosmakelijk samenhangen met het feit waarvoor de
veiligheidsinstantie een bestuurlijke boete wil opleggen, worden de in veiligheidsinstantie een bestuurlijke boete wil opleggen, worden de in
deze titel vermelde termijnen opgeschort tot de strafrechter uitspraak deze titel vermelde termijnen opgeschort tot de strafrechter uitspraak
heeft gedaan. heeft gedaan.
§ 8. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 § 8. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5
maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten,
zijn eveneens van toepassing op de bestuurlijke boetes bedoeld in zijn eveneens van toepassing op de bestuurlijke boetes bedoeld in
artikel 59/1 en 59/2. artikel 59/1 en 59/2.
De veiligheidsinstantie maakt in zijn beslissing melding van de De veiligheidsinstantie maakt in zijn beslissing melding van de
vermenigvuldiging ingevolge de voormelde wet van 5 maart 1952 en vermenigvuldiging ingevolge de voormelde wet van 5 maart 1952 en
vermeldt het getal dat het gevolg is van deze verhoging. vermeldt het getal dat het gevolg is van deze verhoging.
§ 9. De overtreder betaalt de bestuurlijke boete binnen de maand nadat § 9. De overtreder betaalt de bestuurlijke boete binnen de maand nadat
de beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke boete definitief de beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke boete definitief
is geworden of het arrest inzake het beroep tegen deze beslissing in is geworden of het arrest inzake het beroep tegen deze beslissing in
kracht van gewijsde is gegaan. De bestuurlijke boete komt toe aan de kracht van gewijsde is gegaan. De bestuurlijke boete komt toe aan de
Schatkist. De overtreder stort het bedrag aan de Administratie van het Schatkist. De overtreder stort het bedrag aan de Administratie van het
kadaster, registratie en domeinen. kadaster, registratie en domeinen.
De aangestelde van de Administratie van het kadaster, registratie en De aangestelde van de Administratie van het kadaster, registratie en
domeinen, geeft de veiligheidsinstantie kennis van de verrichte domeinen, geeft de veiligheidsinstantie kennis van de verrichte
betaling. betaling.
Indien de overtreder de bestuurlijke boete te laat betaalt, wordt het Indien de overtreder de bestuurlijke boete te laat betaalt, wordt het
bedrag van rechtswege verhoogd met de wettelijke rentevoet, met een bedrag van rechtswege verhoogd met de wettelijke rentevoet, met een
minimum van vijf procent van het bedrag van de bestuurlijke boete. minimum van vijf procent van het bedrag van de bestuurlijke boete.
De bevoegdheid tot invordering van de bestuurlijke boete verjaart twee De bevoegdheid tot invordering van de bestuurlijke boete verjaart twee
jaar na de laatste dag waarop de overtreder diende te betalen. Deze jaar na de laatste dag waarop de overtreder diende te betalen. Deze
termijn wordt geschorst in geval van artikel 59/3, § 3. » termijn wordt geschorst in geval van artikel 59/3, § 3. »

Art. 9.Deze wet wordt geciteerd als « Wet bestuurlijke boetes DVIS ».

Art. 9.Deze wet wordt geciteerd als « Wet bestuurlijke boetes DVIS ».

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekengemaakt. bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekengemaakt.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 28 december 2011. Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 28 december 2011.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. J. MILQUET Mevr. J. MILQUET
De Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, De Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit,
M. WATHELET M. WATHELET
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM Mevr. A. TURTELBOOM
_______ _______
Nota Nota
(1) Zitting 2011-2012. (1) Zitting 2011-2012.
Kamer van volksvertegenwoordigers. Kamer van volksvertegenwoordigers.
Stukken. - Wetsvoorstel, 53-1758/001. - Verslag, 53-1758/002. - Tekst Stukken. - Wetsvoorstel, 53-1758/001. - Verslag, 53-1758/002. - Tekst
aangenomen door de commissie, 53-1758/003. - Tekst aangenomen in aangenomen door de commissie, 53-1758/003. - Tekst aangenomen in
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-1758/004. plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-1758/004.
Integraal verslag. - 17 november 2011. Integraal verslag. - 17 november 2011.
Senaat. Senaat.
Stukken. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, 5-1335/1. Stukken. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, 5-1335/1.
^