Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op de invoering van bestuurlijke boetes | Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op de invoering van bestuurlijke boetes |
---|---|
FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER | FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER |
28 DECEMBER 2011. - Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2006 | 28 DECEMBER 2011. - Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2006 |
betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op | betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, met het oog op |
de invoering van bestuurlijke boetes (1) | de invoering van bestuurlijke boetes (1) |
ALBERT II, Koning der Belgen, | ALBERT II, Koning der Belgen, |
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. | Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. |
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : | De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel |
78 van de Grondwet. | 78 van de Grondwet. |
Art. 2.Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn |
Art. 2.Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn |
2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 | 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 |
inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging | inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging |
van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van | van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van |
vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG | vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG |
van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit | van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit |
en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur | en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur |
alsmede inzake veiligheidscertificering, gewijzigd bij de Richtlijn | alsmede inzake veiligheidscertificering, gewijzigd bij de Richtlijn |
2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008, bij | 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008, bij |
de Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 | de Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 |
december 2008 en bij de Richtlijn 2009/149/EG van de Commissie van 27 | december 2008 en bij de Richtlijn 2009/149/EG van de Commissie van 27 |
november 2009. | november 2009. |
Art. 3.Artikel 12 van de wet van 19 december 2006 betreffende de |
Art. 3.Artikel 12 van de wet van 19 december 2006 betreffende de |
exploitatieveiligheid van de spoorwegen, laatstelijk gewijzigd bij de | exploitatieveiligheid van de spoorwegen, laatstelijk gewijzigd bij de |
wet van 26 januari 2010, wordt aangevuld met de bepaling onder 14°, | wet van 26 januari 2010, wordt aangevuld met de bepaling onder 14°, |
luidende : | luidende : |
« 14° het opleggen van bestuurlijke boetes. » | « 14° het opleggen van bestuurlijke boetes. » |
Art. 4.In dezelfde wet wordt een artikel 13/1 ingevoegd, luidende : |
Art. 4.In dezelfde wet wordt een artikel 13/1 ingevoegd, luidende : |
« Art. 13/1.§ 1. De veiligheidsinstantie kan een bestuurlijke boete |
« Art. 13/1.§ 1. De veiligheidsinstantie kan een bestuurlijke boete |
opleggen aan een spoorweg onderneming, aan de | opleggen aan een spoorweg onderneming, aan de |
spoorweginfrastructuurbeheerder en aan de houder, in geval van een | spoorweginfrastructuurbeheerder en aan de houder, in geval van een |
overtreding als bedoeld in artikel 59bis en 59ter. | overtreding als bedoeld in artikel 59bis en 59ter. |
§ 2. Een personeelslid bedoeld in artikel 58/1, § 1, stelt in geval | § 2. Een personeelslid bedoeld in artikel 58/1, § 1, stelt in geval |
van een in artikel 59/1 en artikel 59/2 bedoelde overtreding, een | van een in artikel 59/1 en artikel 59/2 bedoelde overtreding, een |
rapport op. | rapport op. |
De Koning bepaalt het model van legitimatiekaart die voorgelegd wordt | De Koning bepaalt het model van legitimatiekaart die voorgelegd wordt |
bij de toezichtstaken. | bij de toezichtstaken. |
Het rapport is gedagtekend en vermeldt minstens : | Het rapport is gedagtekend en vermeldt minstens : |
1° de naam van de vermoedelijke overtreder; | 1° de naam van de vermoedelijke overtreder; |
2° de overtreding; | 2° de overtreding; |
3° de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is | 3° de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is |
geconstateerd. | geconstateerd. |
Het rapport wordt onmiddellijk bezorgd aan de leiding van de | Het rapport wordt onmiddellijk bezorgd aan de leiding van de |
veiligheidsinstantie. | veiligheidsinstantie. |
Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de kennisgeving van | Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de kennisgeving van |
het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan de | het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan de |
vermoedelijke overtreder toegezonden. | vermoedelijke overtreder toegezonden. |
§ 3. De leiding brengt de vermoedelijke overtreder binnen vijftien | § 3. De leiding brengt de vermoedelijke overtreder binnen vijftien |
dagen na de dagtekening van het rapport op de hoogte van het voornemen | dagen na de dagtekening van het rapport op de hoogte van het voornemen |
om een bestuurlijke boete op te leggen. De leiding kan deze termijn | om een bestuurlijke boete op te leggen. De leiding kan deze termijn |
verlengen voor zover zij dit noodzakelijk acht met het oog op de | verlengen voor zover zij dit noodzakelijk acht met het oog op de |
uitoefening van de opdrachten en bevoegdheden van de | uitoefening van de opdrachten en bevoegdheden van de |
veiligheidsinstantie. Bovendien kan de leiding deze termijn verlengen | veiligheidsinstantie. Bovendien kan de leiding deze termijn verlengen |
indien zij de vermoedelijke overtreder een termijn toestaat om een | indien zij de vermoedelijke overtreder een termijn toestaat om een |
einde te maken aan de overtreding. | einde te maken aan de overtreding. |
De kennisgeving geschiedt bij aangetekende zending of op de door de | De kennisgeving geschiedt bij aangetekende zending of op de door de |
Koning bepaalde wijze en vermeldt op straffe van nietigheid het | Koning bepaalde wijze en vermeldt op straffe van nietigheid het |
overwogen bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete, alsook de | overwogen bedrag van de op te leggen bestuurlijke boete, alsook de |
naam van de vermoedelijke overtreder. | naam van de vermoedelijke overtreder. |
Deze kennisgeving kan slechts handelen over feiten die niet langer dan | Deze kennisgeving kan slechts handelen over feiten die niet langer dan |
vijf jaar voor de dag van het versturen van de aangetekende zending | vijf jaar voor de dag van het versturen van de aangetekende zending |
begaan zouden zijn. | begaan zouden zijn. |
§ 4. De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een | § 4. De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een |
termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht | termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht |
schriftelijk zijn verweer mee te delen. Indien de vermoedelijke | schriftelijk zijn verweer mee te delen. Indien de vermoedelijke |
overtreder geen zetel in België heeft, wordt deze termijn met vijftien | overtreder geen zetel in België heeft, wordt deze termijn met vijftien |
dagen verlengd. | dagen verlengd. |
Tevens wordt de vermoedelijke overtreder erop gewezen dat hij : | Tevens wordt de vermoedelijke overtreder erop gewezen dat hij : |
1° op verzoek de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van | 1° op verzoek de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van |
een bestuurlijke boete berust, kan inzien en er kopieën van kan | een bestuurlijke boete berust, kan inzien en er kopieën van kan |
krijgen; | krijgen; |
2° mondeling zijn schriftelijke verweer kan toelichten. De | 2° mondeling zijn schriftelijke verweer kan toelichten. De |
vermoedelijke overtreder richt daartoe aan de veiligheidsinstantie een | vermoedelijke overtreder richt daartoe aan de veiligheidsinstantie een |
schriftelijke aanvraag binnen dertig dagen na de ontvangst van de | schriftelijke aanvraag binnen dertig dagen na de ontvangst van de |
kennisgeving. | kennisgeving. |
De vermoedelijke overtreder kan zich laten bijstaan of | De vermoedelijke overtreder kan zich laten bijstaan of |
vertegenwoordigen door een advocaat en kan getuigen oproepen. | vertegenwoordigen door een advocaat en kan getuigen oproepen. |
Indien de vermoedelijke overtreder van oordeel is dat hij te weinig | Indien de vermoedelijke overtreder van oordeel is dat hij te weinig |
tijd heeft om zich te verdedigen, richt hij een met redenen omkleed | tijd heeft om zich te verdedigen, richt hij een met redenen omkleed |
verzoek aan de veiligheidsinstantie die binnen vijftien dagen hierover | verzoek aan de veiligheidsinstantie die binnen vijftien dagen hierover |
beslist. Indien de veiligheidsinstantie binnen vijfenveertig dagen | beslist. Indien de veiligheidsinstantie binnen vijfenveertig dagen |
hierover geen beslissing neemt, wordt het verzoek geacht ingewilligd | hierover geen beslissing neemt, wordt het verzoek geacht ingewilligd |
te zijn. De in § 6 bedoelde termijn wordt geschorst voor de duur van | te zijn. De in § 6 bedoelde termijn wordt geschorst voor de duur van |
de verlenging van de termijn bedoeld in dit lid. | de verlenging van de termijn bedoeld in dit lid. |
De veiligheidsinstantie stelt zich loyaal en onpartijdig op bij het | De veiligheidsinstantie stelt zich loyaal en onpartijdig op bij het |
verzamelen en meedelen van de bewijzen à charge en de bewijzen à | verzamelen en meedelen van de bewijzen à charge en de bewijzen à |
décharge. | décharge. |
§ 5. Als een bestuurlijke boete wordt opgelegd, wordt het bedrag ervan | § 5. Als een bestuurlijke boete wordt opgelegd, wordt het bedrag ervan |
afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de | afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de |
overtreder wordt verweten. Tevens wordt rekening gehouden met de | overtreder wordt verweten. Tevens wordt rekening gehouden met de |
frequentie en de omstandigheden waarin de vermoedelijke overtreder de | frequentie en de omstandigheden waarin de vermoedelijke overtreder de |
overtreding heeft gepleegd. | overtreding heeft gepleegd. |
Indien op het moment van de beslissing tot het opleggen van een | Indien op het moment van de beslissing tot het opleggen van een |
bestuurlijke boete de feiten geen overtreding, zoals bedoeld in | bestuurlijke boete de feiten geen overtreding, zoals bedoeld in |
artikel 59/1 en 59/2, meer uitmaken, wordt geen bestuurlijke boete | artikel 59/1 en 59/2, meer uitmaken, wordt geen bestuurlijke boete |
opgelegd. | opgelegd. |
De §§ 3 en 4 zijn van toepassing in geval van het in artikel 14/5 | De §§ 3 en 4 zijn van toepassing in geval van het in artikel 14/5 |
bedoelde hoger beroep. | bedoelde hoger beroep. |
§ 6. De bevoegdheid van de veiligheidsinstantie tot het opleggen van | § 6. De bevoegdheid van de veiligheidsinstantie tot het opleggen van |
een bestuurlijke boete vervalt twee jaar nadat de veiligheidsinstantie | een bestuurlijke boete vervalt twee jaar nadat de veiligheidsinstantie |
de in § 3 bedoelde kennisgeving heeft verzonden. | de in § 3 bedoelde kennisgeving heeft verzonden. |
Art. 5.Artikel 14/6 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 |
Art. 5.Artikel 14/6 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 |
januari 2010, wordt aangevuld met een lid, luidende : | januari 2010, wordt aangevuld met een lid, luidende : |
« In afwijking van het derde lid, heeft het hoger beroep tegen een | « In afwijking van het derde lid, heeft het hoger beroep tegen een |
beslissing bedoeld in artikel 12, 14°, schorsende werking. » | beslissing bedoeld in artikel 12, 14°, schorsende werking. » |
Art. 6.In hoofdstuk 1 van Titel III van dezelfde wet wordt een |
Art. 6.In hoofdstuk 1 van Titel III van dezelfde wet wordt een |
artikel 58/1 ingevoegd, luidende : | artikel 58/1 ingevoegd, luidende : |
« Art. 58/1.§ 1. De Koning wijst de personeelsleden van de |
« Art. 58/1.§ 1. De Koning wijst de personeelsleden van de |
veiligheidsinstantie aan die belast zijn met het toezicht op de | veiligheidsinstantie aan die belast zijn met het toezicht op de |
naleving van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten. | naleving van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten. |
Zij kunnen : | Zij kunnen : |
1° zich op elk moment, en zonder voorafgaande verwittiging, vrije | 1° zich op elk moment, en zonder voorafgaande verwittiging, vrije |
toegang verschaffen tot al het rollend materieel of materieel bestemd | toegang verschaffen tot al het rollend materieel of materieel bestemd |
om te rijden op de infrastructuur; | om te rijden op de infrastructuur; |
2° alle vaststellingen doen, informatie inzamelen, verklaringen | 2° alle vaststellingen doen, informatie inzamelen, verklaringen |
opnemen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen doen vertonen | opnemen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen doen vertonen |
en die in beslag nemen welke nodig zijn bij het toezicht of nodig zijn | en die in beslag nemen welke nodig zijn bij het toezicht of nodig zijn |
om aan de overtreding een einde te maken. | om aan de overtreding een einde te maken. |
Zij maken van hun toezichtrechten alleen gebruik voor zover dat | Zij maken van hun toezichtrechten alleen gebruik voor zover dat |
redelijkerwijs nuttig wordt geacht voor de vervulling van hun | redelijkerwijs nuttig wordt geacht voor de vervulling van hun |
toezichtopdrachten. | toezichtopdrachten. |
Zij kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de | Zij kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de |
openbare macht. | openbare macht. |
§ 2. Ze hebben het recht op toegang : | § 2. Ze hebben het recht op toegang : |
1° in de woning van de ondernemingsleiders, bestuurders, zaakvoerders, | 1° in de woning van de ondernemingsleiders, bestuurders, zaakvoerders, |
directeurs en andere personeelsleden van de betrokken onderneming | directeurs en andere personeelsleden van de betrokken onderneming |
alsook in de woning en de lokalen die gebruikt worden voor | alsook in de woning en de lokalen die gebruikt worden voor |
professionele doeleinden van natuurlijke en rechtspersonen, intern of | professionele doeleinden van natuurlijke en rechtspersonen, intern of |
extern, belast met het commercieel, rekenplichtig, administratief, | extern, belast met het commercieel, rekenplichtig, administratief, |
fiscaal en financieel beheer van die onderneming; | fiscaal en financieel beheer van die onderneming; |
2° in de hoofd- of de exploitatiezetel van de betrokken onderneming. | 2° in de hoofd- of de exploitatiezetel van de betrokken onderneming. |
Toegang tot de in het eerste lid bedoelde plaatsen kan slechts onder | Toegang tot de in het eerste lid bedoelde plaatsen kan slechts onder |
de volgende voorwaarden : | de volgende voorwaarden : |
1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming gekregen van | 1° ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming gekregen van |
de bewoner; | de bewoner; |
2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de | 2° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de |
onderzoeksrechter. In dat geval kunnen ze de woning en de bewoonde | onderzoeksrechter. In dat geval kunnen ze de woning en de bewoonde |
lokalen slechts betreden tussen 8 en 18 uur. | lokalen slechts betreden tussen 8 en 18 uur. |
§ 3. De in § 1 bedoelde personeelsleden zijn onderworpen aan het | § 3. De in § 1 bedoelde personeelsleden zijn onderworpen aan het |
beroepsgeheim wat betreft de verkregen informatie bij de uitoefening | beroepsgeheim wat betreft de verkregen informatie bij de uitoefening |
van hun toezichtopdrachten. » | van hun toezichtopdrachten. » |
Art. 7.Artikel 59 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
Art. 7.Artikel 59 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : |
« Art. 59.Onverminderd artikel 43, derde lid, worden de inbreuken op |
« Art. 59.Onverminderd artikel 43, derde lid, worden de inbreuken op |
deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten, het niet naleven van een | deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten, het niet naleven van een |
beslissing van de veiligheidsinstantie, het hinderen van | beslissing van de veiligheidsinstantie, het hinderen van |
vaststellingen en onderzoeken van de veiligheidsinstantie, evenals de | vaststellingen en onderzoeken van de veiligheidsinstantie, evenals de |
belemmering van de activiteiten van het onderzoeksorgaan, bestraft met | belemmering van de activiteiten van het onderzoeksorgaan, bestraft met |
gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van | gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van |
zesentwintig euro tot duizend vijfhonderd euro of met een van deze | zesentwintig euro tot duizend vijfhonderd euro of met een van deze |
straffen alleen. | straffen alleen. |
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn van toepassing op | De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn van toepassing op |
de in het eerste lid bedoelde misdrijven. | de in het eerste lid bedoelde misdrijven. |
Het eerste lid is niet van toepassing op de spoorwegonderneming, de | Het eerste lid is niet van toepassing op de spoorwegonderneming, de |
infrastructuurbeheerder en de houder, die een inbreuk begaat die in | infrastructuurbeheerder en de houder, die een inbreuk begaat die in |
artikel 59/1 bestraft wordt met een bestuurlijke boete. | artikel 59/1 bestraft wordt met een bestuurlijke boete. |
Het eerste lid is niet van toepassing op de spoorwegonderneming, de | Het eerste lid is niet van toepassing op de spoorwegonderneming, de |
infrastructuurbeheerder en de houder, die een inbreuk begaat op een | infrastructuurbeheerder en de houder, die een inbreuk begaat op een |
uitvoeringsbesluit van deze wet die in toepassing van artikel 59/2, | uitvoeringsbesluit van deze wet die in toepassing van artikel 59/2, |
bestraft wordt met een bestuurlijke boete. » | bestraft wordt met een bestuurlijke boete. » |
Art. 8.In Titel III van dezelfde wet wordt een hoofdstuk III |
Art. 8.In Titel III van dezelfde wet wordt een hoofdstuk III |
ingevoegd dat de artikelen 59/1, 59/2 en 59/3 bevat, luidende : | ingevoegd dat de artikelen 59/1, 59/2 en 59/3 bevat, luidende : |
« Hoofdstuk III. Bestuurlijke boetes | « Hoofdstuk III. Bestuurlijke boetes |
Art. 59/1.De volgende overtredingen van deze wet worden bestraft met |
Art. 59/1.De volgende overtredingen van deze wet worden bestraft met |
een bestuurlijke boete : | een bestuurlijke boete : |
1° de inbreuk op artikel 6, § 3 wordt bestraft met een bestuurlijke | 1° de inbreuk op artikel 6, § 3 wordt bestraft met een bestuurlijke |
boete van 2.000 tot 4.000 euro; | boete van 2.000 tot 4.000 euro; |
2° de inbreuk op artikel 6, § 4 wordt bestraft met een bestuurlijke | 2° de inbreuk op artikel 6, § 4 wordt bestraft met een bestuurlijke |
boete van 2.000 tot 4.000 euro; | boete van 2.000 tot 4.000 euro; |
3° de inbreuk op artikel 8 wordt bestraft met een bestuurlijke boete | 3° de inbreuk op artikel 8 wordt bestraft met een bestuurlijke boete |
van 1.000 tot 2.000 euro; | van 1.000 tot 2.000 euro; |
4° de inbreuk op artikel 9 wordt bestraft met een bestuurlijke boete | 4° de inbreuk op artikel 9 wordt bestraft met een bestuurlijke boete |
van 2.000 tot 4.000 euro; | van 2.000 tot 4.000 euro; |
5° het niet nakomen door de spoorwegonderneming of de | 5° het niet nakomen door de spoorwegonderneming of de |
spoorweginfrastructuurbeheerder van de in artikel 13 bedoelde | spoorweginfrastructuurbeheerder van de in artikel 13 bedoelde |
maatregelen wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 tot | maatregelen wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 tot |
8.000 euro; | 8.000 euro; |
6° het niet bieden van de in artikel 14, derde lid, bedoelde | 6° het niet bieden van de in artikel 14, derde lid, bedoelde |
technische bijstand wordt bestraft met een bestuurlijke boete van | technische bijstand wordt bestraft met een bestuurlijke boete van |
1.000 tot 2.000 euro; | 1.000 tot 2.000 euro; |
7° de inbreuk op artikel 16 wordt bestraft met een bestuurlijke boete | 7° de inbreuk op artikel 16 wordt bestraft met een bestuurlijke boete |
van 4.000 tot 8.000 euro; | van 4.000 tot 8.000 euro; |
8° de inbreuk op artikel 17 wordt bestraft met een bestuurlijke boete | 8° de inbreuk op artikel 17 wordt bestraft met een bestuurlijke boete |
van 4.000 tot 8.000 euro; | van 4.000 tot 8.000 euro; |
9° de inbreuk op artikel 18, eerste zin, wordt bestraft met een | 9° de inbreuk op artikel 18, eerste zin, wordt bestraft met een |
bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro; | bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro; |
10° de inbreuk op artikel 18, tweede zin, wordt bestraft met een | 10° de inbreuk op artikel 18, tweede zin, wordt bestraft met een |
bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro; | bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro; |
11° het niet tijdig indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag | 11° het niet tijdig indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag |
wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro; | wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro; |
12° het niet indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag wordt | 12° het niet indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag wordt |
bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; | bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; |
13° het onvolledig indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag | 13° het onvolledig indienen van het in artikel 19 bedoelde verslag |
wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 20 tot 4.000 euro; | wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 20 tot 4.000 euro; |
14° het niet nakomen van de in artikel 20 vermelde verplichtingen, | 14° het niet nakomen van de in artikel 20 vermelde verplichtingen, |
wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro; | wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro; |
15° het niet onverwijld in kennis stellen van de in artikel 24 | 15° het niet onverwijld in kennis stellen van de in artikel 24 |
bedoelde ingrijpende wijzigingen, wordt bestraft met een bestuurlijke | bedoelde ingrijpende wijzigingen, wordt bestraft met een bestuurlijke |
boete van 1.000 tot 2.000 euro; | boete van 1.000 tot 2.000 euro; |
16° de inbreuk op artikel 30, tweede lid, wordt bestraft met een | 16° de inbreuk op artikel 30, tweede lid, wordt bestraft met een |
bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro; | bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro; |
17° het niet nakomen van de in artikel 37/15 bedoelde verplichtingen | 17° het niet nakomen van de in artikel 37/15 bedoelde verplichtingen |
aangaande de geldigheid van de vergunning van de treinbestuurder wordt | aangaande de geldigheid van de vergunning van de treinbestuurder wordt |
bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; | bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; |
18° de inbreuk op artikel 37/4, eerste lid, wordt bestraft met een | 18° de inbreuk op artikel 37/4, eerste lid, wordt bestraft met een |
bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro per treinbestuurder; | bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro per treinbestuurder; |
19° tenzij er uitzonderingen voorzien zijn door de wet, wordt het niet | 19° tenzij er uitzonderingen voorzien zijn door de wet, wordt het niet |
nakomen van de in artikel 37/15 bedoelde verplichtingen aangaande de | nakomen van de in artikel 37/15 bedoelde verplichtingen aangaande de |
bevoegdheidsbewijzen van de treinbestuurders, zowel op het gebied van | bevoegdheidsbewijzen van de treinbestuurders, zowel op het gebied van |
de infrastructuur, het materieel als de taalkennis, bestraft met een | de infrastructuur, het materieel als de taalkennis, bestraft met een |
bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; | bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; |
20° de inbreuk op artikel 37/9 wordt bestraft met een bestuurlijke | 20° de inbreuk op artikel 37/9 wordt bestraft met een bestuurlijke |
boete van 500 tot 1.000 euro; | boete van 500 tot 1.000 euro; |
21° de inbreuk op artikel 37/10, derde lid, wordt bestraft met een | 21° de inbreuk op artikel 37/10, derde lid, wordt bestraft met een |
bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro; | bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro; |
22° de inbreuk op artikel 37/11 wordt bestraft met een bestuurlijke | 22° de inbreuk op artikel 37/11 wordt bestraft met een bestuurlijke |
boete van 1.000 tot 2.000 euro; | boete van 1.000 tot 2.000 euro; |
23° de inbreuk op artikel 37/13 wordt bestraft met een bestuurlijke | 23° de inbreuk op artikel 37/13 wordt bestraft met een bestuurlijke |
boete van 2.000 tot 4.000 euro; | boete van 2.000 tot 4.000 euro; |
24° de inbreuk op artikel 37/14 wordt bestraft met een bestuurlijke | 24° de inbreuk op artikel 37/14 wordt bestraft met een bestuurlijke |
boete van 1.000 tot 2.000 euro; | boete van 1.000 tot 2.000 euro; |
25° de inbreuk op artikel 37/20, derde lid, wordt bestraft met een | 25° de inbreuk op artikel 37/20, derde lid, wordt bestraft met een |
bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro; | bestuurlijke boete van 4.000 tot 8.000 euro; |
26° het niet verifiëren dat de begeleider over een in artikel 37/23, § | 26° het niet verifiëren dat de begeleider over een in artikel 37/23, § |
1, eerste lid, bedoeld attest beschikt alvorens hem toe te staan om de | 1, eerste lid, bedoeld attest beschikt alvorens hem toe te staan om de |
in hetzelfde artikel bedoelde cruciale taken te verrichten, wordt | in hetzelfde artikel bedoelde cruciale taken te verrichten, wordt |
bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; | bestraft met een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; |
27° het door de houder in overtreding van artikel 38 niet laten | 27° het door de houder in overtreding van artikel 38 niet laten |
inschrijven van een voertuig in het NVR, met de naam van de met het | inschrijven van een voertuig in het NVR, met de naam van de met het |
onderhoud belaste entiteit, wordt bestraft met een bestuurlijke boete | onderhoud belaste entiteit, wordt bestraft met een bestuurlijke boete |
van 1.000 tot 2.000 euro; | van 1.000 tot 2.000 euro; |
28° het niet of niet tijdig meedelen aan de veiligheidsinstantie van | 28° het niet of niet tijdig meedelen aan de veiligheidsinstantie van |
de noodzakelijke aanpassingen aan de in artikel 38 bedoelde NVR, wordt | de noodzakelijke aanpassingen aan de in artikel 38 bedoelde NVR, wordt |
bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro; | bestraft met een bestuurlijke boete van 1.000 tot 2.000 euro; |
29° het niet respecteren door de met het onderhoud belaste entiteit | 29° het niet respecteren door de met het onderhoud belaste entiteit |
van de in artikel 39 tot 42/1 voorgeschreven regels betreffende de | van de in artikel 39 tot 42/1 voorgeschreven regels betreffende de |
certificering, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 tot | certificering, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van 4.000 tot |
8.000 euro; | 8.000 euro; |
30° het hinderen van het onderzoeksorgaan bij de in artikel 46 | 30° het hinderen van het onderzoeksorgaan bij de in artikel 46 |
vermelde bevoegdheden, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van | vermelde bevoegdheden, wordt bestraft met een bestuurlijke boete van |
4.000 tot 8.000 euro; | 4.000 tot 8.000 euro; |
31° het niet binnen de toegestane tijd antwoorden op een auditrapport, | 31° het niet binnen de toegestane tijd antwoorden op een auditrapport, |
inspectieverslag of toezichtsverslag met betrekking tot de in artikel | inspectieverslag of toezichtsverslag met betrekking tot de in artikel |
6 bedoelde veiligheidsvoorschriften of met betrekking tot een | 6 bedoelde veiligheidsvoorschriften of met betrekking tot een |
veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat wordt bestraft met | veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat wordt bestraft met |
een bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro; | een bestuurlijke boete van 500 tot 1.000 euro; |
32° het niet binnen de toegestane tijd invoeren van maatregelen tot | 32° het niet binnen de toegestane tijd invoeren van maatregelen tot |
verbetering, naar aanleiding van een auditrapport, een | verbetering, naar aanleiding van een auditrapport, een |
inspectieverslag of een toezichtsverslag met betrekking tot de in | inspectieverslag of een toezichtsverslag met betrekking tot de in |
artikel 6 bedoelde veiligheidsvoorschriften of met betrekking tot een | artikel 6 bedoelde veiligheidsvoorschriften of met betrekking tot een |
veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat wordt bestraft met | veiligheidsvergunning of een veiligheidscertificaat wordt bestraft met |
een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; | een bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; |
33° het meer dan twee keer per jaar ofwel de waarden « onmiddellijke | 33° het meer dan twee keer per jaar ofwel de waarden « onmiddellijke |
tussenkomst » van de veiligheidstoleranties van het spoor, | tussenkomst » van de veiligheidstoleranties van het spoor, |
overeenkomstig de basisparameters veiligheid in de TSI Infrastructuur, | overeenkomstig de basisparameters veiligheid in de TSI Infrastructuur, |
overschrijden, ofwel de veiligheidsprocedures omschreven in de TSI | overschrijden, ofwel de veiligheidsprocedures omschreven in de TSI |
Besturing en Seingeving niet eerbiedigen, wordt bestraft met een | Besturing en Seingeving niet eerbiedigen, wordt bestraft met een |
bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; | bestuurlijke boete van 2.000 tot 4.000 euro; |
34° het niet of niet tijdig betalen van de in de artikelen 14/1, 14/2, | 34° het niet of niet tijdig betalen van de in de artikelen 14/1, 14/2, |
14/4, 33, 33/1, 33/2 bedoelde bijdrage wordt bestraft met een | 14/4, 33, 33/1, 33/2 bedoelde bijdrage wordt bestraft met een |
bestuurlijke boete van 20 tot 500 euro. | bestuurlijke boete van 20 tot 500 euro. |
De in het vorige lid vermelde overtredingen kunnen ook uit | De in het vorige lid vermelde overtredingen kunnen ook uit |
onachtzaamheid of gebrek aan voorzorg worden begaan. | onachtzaamheid of gebrek aan voorzorg worden begaan. |
Art. 59/2.§ 1. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na |
Art. 59/2.§ 1. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na |
overleg in de Ministerraad de overtredingen van de ter uitvoering van | overleg in de Ministerraad de overtredingen van de ter uitvoering van |
deze wet genomen besluiten die met een bestuurlijke boete worden | deze wet genomen besluiten die met een bestuurlijke boete worden |
bestraft. | bestraft. |
Er zijn overtredingen van drie graden. | Er zijn overtredingen van drie graden. |
De overtredingen kunnen ook uit onachtzaamheid of gebrek aan voorzorg | De overtredingen kunnen ook uit onachtzaamheid of gebrek aan voorzorg |
worden begaan. | worden begaan. |
§ 2. De overtredingen van de eerste graad betreffen de feiten en | § 2. De overtredingen van de eerste graad betreffen de feiten en |
gedragingen die geen impact hebben op de veiligheid van personen en | gedragingen die geen impact hebben op de veiligheid van personen en |
die de werking van de veiligheidsinstantie of het onderzoeksorgaan | die de werking van de veiligheidsinstantie of het onderzoeksorgaan |
niet ernstig belemmeren. | niet ernstig belemmeren. |
De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een | De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een |
bestuurlijke boete van 50 tot 1.000 euro. | bestuurlijke boete van 50 tot 1.000 euro. |
§ 3. De overtredingen van de tweede graad betreffen de feiten en | § 3. De overtredingen van de tweede graad betreffen de feiten en |
gedragingen, die een directe of indirecte impact hebben op veiligheid | gedragingen, die een directe of indirecte impact hebben op veiligheid |
van personen, of die de werking van de veiligheidsinstantie of het | van personen, of die de werking van de veiligheidsinstantie of het |
onderzoeksorgaan ernstig belemmeren. | onderzoeksorgaan ernstig belemmeren. |
De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een | De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een |
bestuurlijke boete van 100 tot 2.000 euro. | bestuurlijke boete van 100 tot 2.000 euro. |
§ 4. De overtredingen van de derde graad betreffen de feiten en | § 4. De overtredingen van de derde graad betreffen de feiten en |
gedragingen die van dien aard zijn dat ze een ongeval of een ernstig | gedragingen die van dien aard zijn dat ze een ongeval of een ernstig |
ongeval kunnen veroorzaken. | ongeval kunnen veroorzaken. |
De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een | De in het eerste lid vermelde overtredingen worden bestraft met een |
bestuurlijke boete van 400 tot 8.000 euro. | bestuurlijke boete van 400 tot 8.000 euro. |
§ 5. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de | § 5. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de |
Ministerraad binnen de in §§ 2 tot 4 voorziene minimum- en | Ministerraad binnen de in §§ 2 tot 4 voorziene minimum- en |
maximumbedragen een bedrag of een minimum- en maximumbedrag bepalen | maximumbedragen een bedrag of een minimum- en maximumbedrag bepalen |
voor een met een bestuurlijke boete bestrafbare gedraging. | voor een met een bestuurlijke boete bestrafbare gedraging. |
Bij het bepalen van de graad en de strafmaat houdt de Koning rekening | Bij het bepalen van de graad en de strafmaat houdt de Koning rekening |
met de ernst van de strafbare feiten en de evenredigheid ervan met de | met de ernst van de strafbare feiten en de evenredigheid ervan met de |
bestuurlijke boete. | bestuurlijke boete. |
Art. 59/3.§ 1. In geval van verzachtende omstandigheden, kan de |
Art. 59/3.§ 1. In geval van verzachtende omstandigheden, kan de |
bestuurlijke boete verminderd worden zonder lager te zijn dan | bestuurlijke boete verminderd worden zonder lager te zijn dan |
1° 50 euro voor de overtredingen van de eerste graad; | 1° 50 euro voor de overtredingen van de eerste graad; |
2° 100 euro voor de overtredingen van de tweede graad; | 2° 100 euro voor de overtredingen van de tweede graad; |
3° 200 euro voor de overtredingen van de derde graad; | 3° 200 euro voor de overtredingen van de derde graad; |
4° de helft van het minimale bedrag van de in artikel 59/1 vermelde | 4° de helft van het minimale bedrag van de in artikel 59/1 vermelde |
bedragen. | bedragen. |
§ 2. Bij samenloop van verscheidene overtredingen bedoeld in artikel | § 2. Bij samenloop van verscheidene overtredingen bedoeld in artikel |
59/1 en 59/2 worden alle bestuurlijke boetes samen opgelegd, zonder | 59/1 en 59/2 worden alle bestuurlijke boetes samen opgelegd, zonder |
dat ze evenwel het dubbele van het maximum van de zwaarste | dat ze evenwel het dubbele van het maximum van de zwaarste |
bestuurlijke boete te boven mogen gaan. | bestuurlijke boete te boven mogen gaan. |
§ 3. De veiligheidsinstantie kan in zijn beslissing tot het opleggen | § 3. De veiligheidsinstantie kan in zijn beslissing tot het opleggen |
van een bestuurlijke boete bepalen dat indien de overtreder binnen een | van een bestuurlijke boete bepalen dat indien de overtreder binnen een |
termijn van een jaar geen overtreding meer begaat, de bestuurlijke | termijn van een jaar geen overtreding meer begaat, de bestuurlijke |
boete vervalt. | boete vervalt. |
§ 4. De §§ 1 tot 3 zijn volledig van toepassing op het in artikel 14/5 | § 4. De §§ 1 tot 3 zijn volledig van toepassing op het in artikel 14/5 |
bedoelde hoger beroep. | bedoelde hoger beroep. |
§ 5. Indien de overtreder een jaar nadat een beslissing van de | § 5. Indien de overtreder een jaar nadat een beslissing van de |
veiligheidsinstantie tot het opleggen van een bestuurlijke boete | veiligheidsinstantie tot het opleggen van een bestuurlijke boete |
definitief is geworden of een jaar nadat het arrest inzake het hoger | definitief is geworden of een jaar nadat het arrest inzake het hoger |
beroep tegen deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, een | beroep tegen deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, een |
bestuurlijke boete bedoeld in artikel 59/1 en artikel 59/2 wordt | bestuurlijke boete bedoeld in artikel 59/1 en artikel 59/2 wordt |
opgelegd, worden de minimumbedragen bedoeld in § 1, in artikel 59/1 en | opgelegd, worden de minimumbedragen bedoeld in § 1, in artikel 59/1 en |
in artikel 59/2, §§ 2 tot 4, verdubbeld. | in artikel 59/2, §§ 2 tot 4, verdubbeld. |
§ 6. Er kan geen bestuurlijke boete worden opgelegd indien : | § 6. Er kan geen bestuurlijke boete worden opgelegd indien : |
1° door de strafrechter voor het feit in kwestie al eerder een straf | 1° door de strafrechter voor het feit in kwestie al eerder een straf |
werd opgelegd; | werd opgelegd; |
2° het feit in kwestie eerder al geleid heeft tot een vrijspraak, een | 2° het feit in kwestie eerder al geleid heeft tot een vrijspraak, een |
eenvoudige schuldigverklaring zonder straf, een opschorting van de | eenvoudige schuldigverklaring zonder straf, een opschorting van de |
uitspraak van de veroordeling of een minnelijke schikking bedoeld in | uitspraak van de veroordeling of een minnelijke schikking bedoeld in |
artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering. | artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering. |
§ 7. Indien de vermoedelijke overtreder strafrechtelijk vervolgd wordt | § 7. Indien de vermoedelijke overtreder strafrechtelijk vervolgd wordt |
voor feiten die onlosmakelijk samenhangen met het feit waarvoor de | voor feiten die onlosmakelijk samenhangen met het feit waarvoor de |
veiligheidsinstantie een bestuurlijke boete wil opleggen, worden de in | veiligheidsinstantie een bestuurlijke boete wil opleggen, worden de in |
deze titel vermelde termijnen opgeschort tot de strafrechter uitspraak | deze titel vermelde termijnen opgeschort tot de strafrechter uitspraak |
heeft gedaan. | heeft gedaan. |
§ 8. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 | § 8. De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 |
maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, | maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, |
zijn eveneens van toepassing op de bestuurlijke boetes bedoeld in | zijn eveneens van toepassing op de bestuurlijke boetes bedoeld in |
artikel 59/1 en 59/2. | artikel 59/1 en 59/2. |
De veiligheidsinstantie maakt in zijn beslissing melding van de | De veiligheidsinstantie maakt in zijn beslissing melding van de |
vermenigvuldiging ingevolge de voormelde wet van 5 maart 1952 en | vermenigvuldiging ingevolge de voormelde wet van 5 maart 1952 en |
vermeldt het getal dat het gevolg is van deze verhoging. | vermeldt het getal dat het gevolg is van deze verhoging. |
§ 9. De overtreder betaalt de bestuurlijke boete binnen de maand nadat | § 9. De overtreder betaalt de bestuurlijke boete binnen de maand nadat |
de beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke boete definitief | de beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke boete definitief |
is geworden of het arrest inzake het beroep tegen deze beslissing in | is geworden of het arrest inzake het beroep tegen deze beslissing in |
kracht van gewijsde is gegaan. De bestuurlijke boete komt toe aan de | kracht van gewijsde is gegaan. De bestuurlijke boete komt toe aan de |
Schatkist. De overtreder stort het bedrag aan de Administratie van het | Schatkist. De overtreder stort het bedrag aan de Administratie van het |
kadaster, registratie en domeinen. | kadaster, registratie en domeinen. |
De aangestelde van de Administratie van het kadaster, registratie en | De aangestelde van de Administratie van het kadaster, registratie en |
domeinen, geeft de veiligheidsinstantie kennis van de verrichte | domeinen, geeft de veiligheidsinstantie kennis van de verrichte |
betaling. | betaling. |
Indien de overtreder de bestuurlijke boete te laat betaalt, wordt het | Indien de overtreder de bestuurlijke boete te laat betaalt, wordt het |
bedrag van rechtswege verhoogd met de wettelijke rentevoet, met een | bedrag van rechtswege verhoogd met de wettelijke rentevoet, met een |
minimum van vijf procent van het bedrag van de bestuurlijke boete. | minimum van vijf procent van het bedrag van de bestuurlijke boete. |
De bevoegdheid tot invordering van de bestuurlijke boete verjaart twee | De bevoegdheid tot invordering van de bestuurlijke boete verjaart twee |
jaar na de laatste dag waarop de overtreder diende te betalen. Deze | jaar na de laatste dag waarop de overtreder diende te betalen. Deze |
termijn wordt geschorst in geval van artikel 59/3, § 3. » | termijn wordt geschorst in geval van artikel 59/3, § 3. » |
Art. 9.Deze wet wordt geciteerd als « Wet bestuurlijke boetes DVIS ». |
Art. 9.Deze wet wordt geciteerd als « Wet bestuurlijke boetes DVIS ». |
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden | Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden |
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekengemaakt. | bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekengemaakt. |
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 28 december 2011. | Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 28 december 2011. |
ALBERT | ALBERT |
Van Koningswege : | Van Koningswege : |
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, | De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, |
Mevr. J. MILQUET | Mevr. J. MILQUET |
De Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, | De Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit, |
M. WATHELET | M. WATHELET |
Met 's Lands zegel gezegeld : | Met 's Lands zegel gezegeld : |
De Minister van Justitie, | De Minister van Justitie, |
Mevr. A. TURTELBOOM | Mevr. A. TURTELBOOM |
_______ | _______ |
Nota | Nota |
(1) Zitting 2011-2012. | (1) Zitting 2011-2012. |
Kamer van volksvertegenwoordigers. | Kamer van volksvertegenwoordigers. |
Stukken. - Wetsvoorstel, 53-1758/001. - Verslag, 53-1758/002. - Tekst | Stukken. - Wetsvoorstel, 53-1758/001. - Verslag, 53-1758/002. - Tekst |
aangenomen door de commissie, 53-1758/003. - Tekst aangenomen in | aangenomen door de commissie, 53-1758/003. - Tekst aangenomen in |
plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-1758/004. | plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-1758/004. |
Integraal verslag. - 17 november 2011. | Integraal verslag. - 17 november 2011. |
Senaat. | Senaat. |
Stukken. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, 5-1335/1. | Stukken. - Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat, 5-1335/1. |