Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Wet van 23/03/2001
← Terug naar "Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende het verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, wat de burgemeester, schepenen, de voorzitter en de leden van het bureau van de districtsraden en OCMW-voorzitter betreft en tot invoering van een suppletief sociaal statuut voor de OCMW-voorzitter "
Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende het verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, wat de burgemeester, schepenen, de voorzitter en de leden van het bureau van de districtsraden en OCMW-voorzitter betreft en tot invoering van een suppletief sociaal statuut voor de OCMW-voorzitter Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende het verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, wat de burgemeester, schepenen, de voorzitter en de leden van het bureau van de districtsraden en OCMW-voorzitter betreft en tot invoering van een suppletief sociaal statuut voor de OCMW-voorzitter
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID
23 MAART 2001. - Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende het 23 MAART 2001. - Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende het
verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, wat de verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, wat de
burgemeester, schepenen, de voorzitter en de leden van het bureau van burgemeester, schepenen, de voorzitter en de leden van het bureau van
de districtsraden en OCMW-voorzitter betreft en tot invoering van een de districtsraden en OCMW-voorzitter betreft en tot invoering van een
suppletief sociaal statuut voor de OCMW-voorzitter (1) suppletief sociaal statuut voor de OCMW-voorzitter (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Afdeling 1. - Algemene bepaling Afdeling 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel

78 van de Grondwet. 78 van de Grondwet.
Afdeling 2. - Het politiek verlof Afdeling 2. - Het politiek verlof
voor de uitoefening van een uitvoerend lokaal mandaat voor de uitoefening van een uitvoerend lokaal mandaat

Art. 2.In artikel 2, § 1, van de wet van 19 juli 1976 tot instelling

Art. 2.In artikel 2, § 1, van de wet van 19 juli 1976 tot instelling

van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat wordt van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat wordt
tussen het woord « gemeenteraad, » en de woorden « een commissie voor tussen het woord « gemeenteraad, » en de woorden « een commissie voor
de cultuur van de Brusselse agglomeratie », het woord « districtsraad, de cultuur van de Brusselse agglomeratie », het woord « districtsraad,
» ingevoegd. » ingevoegd.

Art. 3.Artikel 2, § 2, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

Art. 3.Artikel 2, § 2, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

« § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de bestendig « § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de bestendig
afgevaardigden. ». afgevaardigden. ».

Art. 4.Artikel 3, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet

Art. 4.Artikel 3, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet

van 4 mei 1999, wordt vervangen als volgt : van 4 mei 1999, wordt vervangen als volgt :
« De Koning bepaalt, na het advies van de Nationale Arbeidsraad te « De Koning bepaalt, na het advies van de Nationale Arbeidsraad te
hebben ingewonnen, voor elk van de mandaten of ambten, opgesomd in hebben ingewonnen, voor elk van de mandaten of ambten, opgesomd in
artikel 2, behalve voor het mandaat of ambt van burgemeester, schepen, artikel 2, behalve voor het mandaat of ambt van burgemeester, schepen,
voorzitter of lid van een bureau van een districtsraad of voorzitter voorzitter of lid van een bureau van een districtsraad of voorzitter
van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, en volgens de van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, en volgens de
criteria en voorwaarden die Hij vaststelt : criteria en voorwaarden die Hij vaststelt :
- hetzij de duur van de ononderbroken periode(s); - hetzij de duur van de ononderbroken periode(s);
- hetzij het maximum aantal arbeidsdagen of gedeelten van arbeidsdagen - hetzij het maximum aantal arbeidsdagen of gedeelten van arbeidsdagen
per maand; per maand;
die als politiek verlof beschouwd worden. ». die als politiek verlof beschouwd worden. ».

Art. 5.In dezelfde wet wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende :

Art. 5.In dezelfde wet wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidende :

«

Art. 4bis.- § 1. De werknemer, die het ambt of mandaat van

«

Art. 4bis.- § 1. De werknemer, die het ambt of mandaat van

burgemeester, schepen, voorzitter of lid van een bureau van een burgemeester, schepen, voorzitter of lid van een bureau van een
districtsraad of voorzitter van een openbaar centrum voor districtsraad of voorzitter van een openbaar centrum voor
maatschappelijk welzijn opneemt, heeft het recht om, met het oog op de maatschappelijk welzijn opneemt, heeft het recht om, met het oog op de
uitoefening van zijn mandaat of ambt, van het werk afwezig te zijn uitoefening van zijn mandaat of ambt, van het werk afwezig te zijn
gedurende maximaal twee arbeidsdagen per week. gedurende maximaal twee arbeidsdagen per week.
De Koning kan de nadere regelen bepalen voor de uitoefening van dit De Koning kan de nadere regelen bepalen voor de uitoefening van dit
recht. recht.
§ 2. De werknemer, die het ambt of mandaat van burgemeester, schepen, § 2. De werknemer, die het ambt of mandaat van burgemeester, schepen,
voorzitter of lid van een bureau van een districtsraad of voorzitter voorzitter of lid van een bureau van een districtsraad of voorzitter
van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn opneemt, heeft van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn opneemt, heeft
het recht om voor de uitoefening van zijn ambt of mandaat de het recht om voor de uitoefening van zijn ambt of mandaat de
uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig te schorsen tijdens uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig te schorsen tijdens
de periode van zijn mandaat of ambt. Dit recht wordt slechts toegekend de periode van zijn mandaat of ambt. Dit recht wordt slechts toegekend
voor de uitoefening van één enkel mandaat of ambt. voor de uitoefening van één enkel mandaat of ambt.
De duur van de schorsing wordt vastgesteld op ten minste 12 maanden; De duur van de schorsing wordt vastgesteld op ten minste 12 maanden;
in voorkomend geval kan de schorsing meermaals worden opgenomen met of in voorkomend geval kan de schorsing meermaals worden opgenomen met of
zonder onderbreking tussen de periodes telkens voor een duur van ten zonder onderbreking tussen de periodes telkens voor een duur van ten
minste 12 maanden. minste 12 maanden.
De Koning bepaalt de nadere regelen voor de uitoefening van dit recht. De Koning bepaalt de nadere regelen voor de uitoefening van dit recht.
§ 3. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de § 3. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad de maatregelen nemen die nodig zijn om de wetgeving Ministerraad de maatregelen nemen die nodig zijn om de wetgeving
inzake sociale zekerheid aan te passen ten voordele van de werknemers inzake sociale zekerheid aan te passen ten voordele van de werknemers
die een beroep doen op het recht bedoeld in de §§ 1 en 2. ». die een beroep doen op het recht bedoeld in de §§ 1 en 2. ».

Art. 6.Artikel 6bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei

Art. 6.Artikel 6bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei

1999, wordt opgeheven. 1999, wordt opgeheven.

Art. 7.Artikel 100ter van de herstelwet van 22 januari 1985,

Art. 7.Artikel 100ter van de herstelwet van 22 januari 1985,

ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000, wordt opgeheven. ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000, wordt opgeheven.

Art. 8.In artikel 101 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet

Art. 8.In artikel 101 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet

van 12 augustus 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht : van 12 augustus 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A. in het eerste lid worden de woorden « met toepassing van de A. in het eerste lid worden de woorden « met toepassing van de
artikelen 100, eerste lid, 100bis en 100ter » vervangen door de artikelen 100, eerste lid, 100bis en 100ter » vervangen door de
woorden « met toepassing van de artikelen 100, eerste lid, en 100bis woorden « met toepassing van de artikelen 100, eerste lid, en 100bis
»; »;
B. in het tweede lid, tweede streepje, worden de woorden « in geval B. in het tweede lid, tweede streepje, worden de woorden « in geval
van toepassing van de artikelen 100bis, 100ter en 105, § 1 » vervangen van toepassing van de artikelen 100bis, 100ter en 105, § 1 » vervangen
door de woorden « in geval van toepassing van de artikelen 100bis en door de woorden « in geval van toepassing van de artikelen 100bis en
105, § 1 »; 105, § 1 »;
C. in het derde lid worden de woorden « de in de artikelen 100, 100bis C. in het derde lid worden de woorden « de in de artikelen 100, 100bis
en 100ter bedoelde schorsing » vervangen door de woorden « de bij de en 100ter bedoelde schorsing » vervangen door de woorden « de bij de
artikelen 100 en 100bis bedoelde schorsing ». artikelen 100 en 100bis bedoelde schorsing ».

Art. 9.In artikel 101bis van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de

Art. 9.In artikel 101bis van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de

wet van 12 augustus 2000, worden de woorden « de bij artikel 100, wet van 12 augustus 2000, worden de woorden « de bij artikel 100,
100bis en 100ter bedoelde schorsing » vervangen door de woorden « de 100bis en 100ter bedoelde schorsing » vervangen door de woorden « de
bij de artikelen 100 en 100bis bedoelde schorsing ». bij de artikelen 100 en 100bis bedoelde schorsing ».
Afdeling 3.- Een suppletief sociaal statuut voor de voorzitters Afdeling 3.- Een suppletief sociaal statuut voor de voorzitters
van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn

Art. 10.In artikel 19, § 4 van de nieuwe gemeentewet, ingevoegd bij

Art. 10.In artikel 19, § 4 van de nieuwe gemeentewet, ingevoegd bij

de wet van 4 mei 1999 en vervangen bij de wet van 12 augustus 2000, de wet van 4 mei 1999 en vervangen bij de wet van 12 augustus 2000,
worden de volgende wijzigingen aangebracht : worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling : A) het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
« De werknemers- en werkgeversbijdragen bedoeld bij artikel 38, § 2, « De werknemers- en werkgeversbijdragen bedoeld bij artikel 38, § 2,
2°, 3°, 4° en § 3n 2°, 3° en 4°, van de wet van 29 juni 1981 houdende 2°, 3°, 4° en § 3n 2°, 3° en 4°, van de wet van 29 juni 1981 houdende
de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en bij de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en bij
artikel 18 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1985 tot artikel 18 van het koninklijk besluit van 25 oktober 1985 tot
uitvoering van hoofdstuk 1, afdeling 1, van de wet van 1 augustus 1985 uitvoering van hoofdstuk 1, afdeling 1, van de wet van 1 augustus 1985
houdende sociale bepalingen berekend op het bedrag van hun volledige houdende sociale bepalingen berekend op het bedrag van hun volledige
wedde worden aangegeven en betaald aan de Rijksdienst voor sociale wedde worden aangegeven en betaald aan de Rijksdienst voor sociale
zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten. »; zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten. »;
B) in het derde lid worden de woorden « zouden genieten » vervangen B) in het derde lid worden de woorden « zouden genieten » vervangen
door de woorden « kunnen genieten ». door de woorden « kunnen genieten ».

Art. 11.In de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen

Art. 11.In de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen

van de sociale zekerheid voor werknemers, zoals later gewijzigd, wordt van de sociale zekerheid voor werknemers, zoals later gewijzigd, wordt
een artikel 37bis ingevoegd, luidende als volgt : een artikel 37bis ingevoegd, luidende als volgt :
«

Art. 37bis.- Indien de voorzitters van openbare centra voor

«

Art. 37bis.- Indien de voorzitters van openbare centra voor

maatschappelijk welzijn of hun vervangers niet onderworpen zijn aan de maatschappelijk welzijn of hun vervangers niet onderworpen zijn aan de
wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december
1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ingevolge 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders ingevolge
hun activiteit als werknemer of aan het koninklijk besluit nr. 38 van hun activiteit als werknemer of aan het koninklijk besluit nr. 38 van
27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der
zelfstandigen ingevolge hun activiteit als zelfstandigen, en indien ze zelfstandigen ingevolge hun activiteit als zelfstandigen, en indien ze
zonder de toepassing van de huidige bepaling enkel prestaties inzake zonder de toepassing van de huidige bepaling enkel prestaties inzake
geneeskundige verzorging zouden genieten mits betaling van bijkomende geneeskundige verzorging zouden genieten mits betaling van bijkomende
persoonlijke bijdragen, worden ze door het centrum voor persoonlijke bijdragen, worden ze door het centrum voor
maatschappelijk welzijn onderworpen aan de regelingen van de maatschappelijk welzijn onderworpen aan de regelingen van de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
werkloosheidsuitkeringen en de gezinsbijslag bedoeld bij artikel 5, werkloosheidsuitkeringen en de gezinsbijslag bedoeld bij artikel 5,
1°, a), b), e) en f), van voornoemde wet van 27 juni 1969. 1°, a), b), e) en f), van voornoemde wet van 27 juni 1969.
De werknemers en werkgeversbijdragen bedoeld bij artikel 38, § 2, 2°, De werknemers en werkgeversbijdragen bedoeld bij artikel 38, § 2, 2°,
3°, 4°, en § 3, 2°, 3° en 4°, van deze wet en bij artikel 18 van het 3°, 4°, en § 3, 2°, 3° en 4°, van deze wet en bij artikel 18 van het
koninklijk besluit van 25 oktober 1985 tot uitvoering van hoofdstuk 1, koninklijk besluit van 25 oktober 1985 tot uitvoering van hoofdstuk 1,
afdeling 1, van de wet va 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, afdeling 1, van de wet va 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen,
berekend op het bedrag van hun volledige wedde, worden aangegeven en berekend op het bedrag van hun volledige wedde, worden aangegeven en
betaald aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale betaald aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale
en plaatselijke overheidsdiensten. en plaatselijke overheidsdiensten.
Indien de voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk Indien de voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn en hun vervangers alsmede de gewezen voorzitters van de welzijn en hun vervangers alsmede de gewezen voorzitters van de
openbare centra voor maatschappelijk welzijn en hun vervangers na de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en hun vervangers na de
beëindiging van hun politiek mandaat enkel prestaties kunnen genieten beëindiging van hun politiek mandaat enkel prestaties kunnen genieten
met toepassing van artikel 32, 15°, van de wet betreffende de met toepassing van artikel 32, 15°, van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, dan neemt het openbaar centrum voor gecoördineerd op 14 juli 1994, dan neemt het openbaar centrum voor
maatschappelijk welzijn waar ze laatst dit mandaat hebben uitgeoefend maatschappelijk welzijn waar ze laatst dit mandaat hebben uitgeoefend
de krachtens die bepaling verschuldigde persoonlijke bijdragen ten de krachtens die bepaling verschuldigde persoonlijke bijdragen ten
laste. laste.
De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad de nadere regels ter uitvoering van deze bepaling. ». Ministerraad de nadere regels ter uitvoering van deze bepaling. ».

Art. 12.Artikel 4 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971,

Art. 12.Artikel 4 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971,

gewijzigd door de wet van 12 augustus 2000, wordt aangevuld als volgt gewijzigd door de wet van 12 augustus 2000, wordt aangevuld als volgt
: :
« 5° de voorzitters van openbare centra voor maatschappelijk welzijn « 5° de voorzitters van openbare centra voor maatschappelijk welzijn
en hun vervangers bedoeld in artikel 37bis van de wet van 29 juni 1981 en hun vervangers bedoeld in artikel 37bis van de wet van 29 juni 1981
houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor
werknemers. ». werknemers. ».

Art. 13.Artikel 2, § 1, van de op 3 juni 1970 gecoördineerde wetten

Art. 13.Artikel 2, § 1, van de op 3 juni 1970 gecoördineerde wetten

betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gewijzigd door betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gewijzigd door
de wet van 12 augustus 2000, wordt aangevuld als volgt : de wet van 12 augustus 2000, wordt aangevuld als volgt :
« e) de voorzitters van openbare centra voor maatschappelijk welzijn « e) de voorzitters van openbare centra voor maatschappelijk welzijn
en hun vervangers bedoeld in artikel 37bis van de wet van 29 juni 1981 en hun vervangers bedoeld in artikel 37bis van de wet van 29 juni 1981
houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor
werknemers. ». werknemers. ».

Art. 14.Artikel 1, § 2, eerste lid, van de wet van 1 augustus 1985

Art. 14.Artikel 1, § 2, eerste lid, van de wet van 1 augustus 1985

houdende sociale bepalingen, vervangen bij het koninklijk besluit nr. houdende sociale bepalingen, vervangen bij het koninklijk besluit nr.
502 van 31 december 1986 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli1991 en 502 van 31 december 1986 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli1991 en
van 12 augustus 2000, wordt aangevuld als volgt : van 12 augustus 2000, wordt aangevuld als volgt :
« 8° de bijdragen verschuldigd krachtens artikel 37bis van de wet van « 8° de bijdragen verschuldigd krachtens artikel 37bis van de wet van
29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid
voor werknemers. ». voor werknemers. ».

Art. 15.Artikel 3, tweede lid, van de samengeordende wetten van 19

Art. 15.Artikel 3, tweede lid, van de samengeordende wetten van 19

december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders,
ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000, wordt aangevuld als volgt : ingevoegd bij de wet van 12 augustus 2000, wordt aangevuld als volgt :
« De openbare centra voor maatschappelijk welzijn zijn eveneens « De openbare centra voor maatschappelijk welzijn zijn eveneens
onderworpen aan deze wetten voor de voorzitters van de openbare centra onderworpen aan deze wetten voor de voorzitters van de openbare centra
voor maatschappelijk welzijn en hun vervangers bedoeld in artikel voor maatschappelijk welzijn en hun vervangers bedoeld in artikel
37bis van de wet van 29 juni 1981 houdende algemene beginselen van de 37bis van de wet van 29 juni 1981 houdende algemene beginselen van de
sociale zekerheid. ». sociale zekerheid. ».

Art. 16.In dezelfde samengeordende wetten wordt een artikel 32quater

Art. 16.In dezelfde samengeordende wetten wordt een artikel 32quater

ingevoegd, luidend als volgt : ingevoegd, luidend als volgt :
«

Art. 32quater.- De Rijksdienst voor sociale zekerheid van de

«

Art. 32quater.- De Rijksdienst voor sociale zekerheid van de

provinciale en plaatselijke overheidsdiensten verleent gezinsbijslag provinciale en plaatselijke overheidsdiensten verleent gezinsbijslag
aan de voorzitters van openbare centra voor maatschappelijk welzijn en aan de voorzitters van openbare centra voor maatschappelijk welzijn en
hun vervangers bedoeld in artikel 37bis van de wet van 29 juni 1981 hun vervangers bedoeld in artikel 37bis van de wet van 29 juni 1981
houdende algemene beginselen van de sociale zekerheid. ». houdende algemene beginselen van de sociale zekerheid. ».

Art. 17.In artikel 32 van de wet betreffende de verplichte

Art. 17.In artikel 32 van de wet betreffende de verplichte

verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, laatst gewijzigd bij de wet van 12 gecoördineerd op 14 juli 1994, laatst gewijzigd bij de wet van 12
augustus 2000, wordt het 21° opgeheven. augustus 2000, wordt het 21° opgeheven.

Art. 18.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2001, met

Art. 18.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2001, met

uitzondering van de artikelen 11 tot 16 die in werking treden op 1 uitzondering van de artikelen 11 tot 16 die in werking treden op 1
april 2001. april 2001.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden
bekleerd en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekleerd en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 23 maart 2001. Gegeven te Brussel, 23 maart 2001.
ALBERT ALBERT
Van Koningswege : Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid, De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Sociale Zaken, De Minister van Sociale Zaken,
F. VANDENBROUCKE F. VANDENBROUCKE
Met 's Lands zegel gezegeld : Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie, De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN M. VERWILGHEN
_______ _______
Nota's Nota's
(1) Kamer van volksvertegenwoordigers : (1) Kamer van volksvertegenwoordigers :
Stukken : Stukken :
Doc 50 1010-2000/2001 : Doc 50 1010-2000/2001 :
001 : Wetsvoorstel van de heer Bonte c.s. 001 : Wetsvoorstel van de heer Bonte c.s.
002 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de 002 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de
Senaat. Senaat.
Integraal verslag : 21 december 2000. Integraal verslag : 21 december 2000.
Senaat : Senaat :
Stukken : Stukken :
2-608-2000/2001 : 2-608-2000/2001 :
N° 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. N° 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers.
N° 2 : Amendementen. N° 2 : Amendementen.
N° 3 : Verslag. N° 3 : Verslag.
N° 4 : Tekst aangenomen door de commissie. N° 4 : Tekst aangenomen door de commissie.
N° 5 : Amendementen. N° 5 : Amendementen.
N° 6 : Aanvullend verslag. N° 6 : Aanvullend verslag.
N° 7 : Tekst geamendeerd door de commissie. N° 7 : Tekst geamendeerd door de commissie.
N° 8 : Tekst geamendeerd door de Senaat en teruggezonden naar de Kamer N° 8 : Tekst geamendeerd door de Senaat en teruggezonden naar de Kamer
van Volksvertegenwoordigers. van Volksvertegenwoordigers.
Handelingen van de Senaat : 1 februari 2001. Handelingen van de Senaat : 1 februari 2001.
Kamer van volksvertegenwoordigers : Kamer van volksvertegenwoordigers :
Stukken : Stukken :
Doc 50 1010-2000/2001 : Doc 50 1010-2000/2001 :
003 : Ontwerp geamendeerd door de Senaat. (Zonder commissieverslag) 003 : Ontwerp geamendeerd door de Senaat. (Zonder commissieverslag)
004 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter 004 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter
bekrachtiging voorgelegd. bekrachtiging voorgelegd.
Zie ook : Zie ook :
Integraal verslag : 22 februari 2001. Integraal verslag : 22 februari 2001.
^